Onderwijs, onderwijs, onderwijs!?

H. Schoo pleit in de Volkskrant van vandaag voor extra onderwijsinspanningen, teneinde op die manier als land het hoofd te kunnen bieden aan de economische gevolgen van de mondialisering. Ikzelf ben die gedachtengang al een tijdje gepasseerd; het is een reflex die de afgelopen 50 jaren normaal was, maar in dit stadium van de mondialisering onvoldoende is. Achterliggend idee is dat onderwijs de benodigde kennisvoorsprong geeft en dat daarmee onze economische positie voorlopig weer even veilig gesteld is. Maar hameren op kennisvoorsprong zou momenteel een ratrace inhouden; immers kennis is tegenwoordig niet meer aan het Westen voorbehouden. Opvallend is dat Schoo zelf in zijn artikel al aangeeft dat een kennisvoorsprong niet langer garant staat, verwijzend naar bijvoorbeeld Zuid-Korea, waar men langer dagonderwijs volgt dan bij ons.
De gedachte die ik tegenwoordig volg, is dat er een rechtstreeks verband is tussen salarisstelsels en zorgstelsels, en dat landen en internationaal opererende bedrijven moeten zorgen voor evenwicht tussen deze twee stelsels. Dat vereist overheidsingrijpen, waaronder maatregelen die bedrijven verplichten hun internationale inkopen en verkopen in balans te brengen, wat de stelsels betreft, en daarover ook te rapporteren in hun jaarverslagen. Organisaties als de WTO zullen het in de komende fase drukker krijgen dan ooit.

—————————————————————

Bovenstaand stuk is geïnspireerd op ideeën in een stuk dat ik begin juni schreef, toen er net een referendum had plaatsgevonden over de Europese grondwet:

Nu de kloof tussen de professionele politici en de bevolking eindelijk, zelfs voor die politici, duidelijk aan het licht is gekomen, wordt het de hoogste tijd de aandacht maar eens te gaan verleggen naar een al even fnuikende kloof, namelijk die tussen onze internationale ondernemers en de bevolking. Ik doel dan op de internationaal opererende ondernemers die ‘elders’ produceren en ‘hier’ afzetten.
In het NEE-kamp kwam een belangrijke wrevel naar voren, namelijk inzake de verhouding tussen ons eigen zorg- en salarisstelsel en het zorg- en salarisstelsel in goedkope-lonen landen.
Het is niet allemaal natuurlijk echt nieuwe problematiek. Wat we feitelijk al tientallen (honderden?) jaren zien, is dat er veel in goedkope-lonen-landen wordt geproduceerd dat wij dan lekker goedkoop kunnen kopen. Daarbij zijn we al die jaren, met een bord voor de kop, voorbijgegaan aan de ons onwelgevallige conclusie dat bij die lagere lonen ook slechts een marginaal zorgstelsel hoort. Feit is dat wij hier in het Westen onze welvaart voor een goed deel te danken hebben gehad aan de slechte zorgstelsels elders in de wereld. Het werd al die decennia (eeuwen?) goedgepraat door te zeggen dat het eigenlijk best een goede vorm van ontwikkelingswerk is; op den duur zou de hele wereld gelijkgetrokken zijn, met overal zelfde salaris- en zorgstelsels. Ondertussen was er ook het idee dat de niet-westerse wereld alleen de ongeschoolde en minder geschoolde arbeid zou gaan overnemen. Het rijke Westen zou de hooggeschoolde arbeid behouden; wel zo makkelijk en geruststellend. Wat nieuw lijkt is dat de niet-westerse wereld heeft besloten zich in die zin niet langer te beperken! De hooggeschoolde arbeid wordt daar momenteel reeds op zekere schaal waargemaakt en die schaal zal alleen maar sterk toenemen. Die ‘veilige sector’ van de hooggeschoolde arbeid zal achteraf dus toch niet onze veilige sector blijken te zijn.
Omdat we niet meer kunnen wegvluchten in redeneringen over die veilige sector, zullen internationale ondernemers niet langer weg kunnen komen met dat simpele verhaal over high tech. Als ze maatschappelijke acceptatie nodig hebben – en wie van hen zal zo arrogant durven denken het zonder zulke acceptatie ook wel te zullen redden – dan zullen zij toch op zoek moeten gaan naar een balans inzake hun plekken van produceren en hun plekken van afzet.
Ik zie drie mogelijkheden: 1) In een aantal gevallen kan net zo goed of zelfs beter geproduceerd worden daar waar de afzet is. Zorg- en salarisstelsel zullen er per definitie in balans zijn. 2) In andere gevallen zou erop toegezien kunnen worden dat het salaris- en zorgstelsel van het ver weg gelegen gebied waar geproduceerd wordt behoorlijk vergelijkbaar is met het gebied waar afzet gezocht wordt. Zo ontstaat er meer ruimte voor efficiëntere productie en eerlijke concurrentie. 3) Desnoods wordt geproduceerd in een gebied met een lager zorgstelsel, maar dan moeten de betrokken staten wel (overheids)maatregelen met elkaar afspreken die de ongelijkheid tegengaan. Oppervlakkig gezien lijkt de WTO zo’n rol momenteel te vervullen, maar hun handelen is niet specifiek gericht op juist het opheffen van die ongelijkheden. Het heeft meer iets van machtsspel en protectionisme. Ik zit juist meer te denken aan onderlinge verrekeningen, waarbinnen wellicht zelfs alle ontwikkelingshulp kan worden geregeld.
Soms kan alleen maar elders geproduceerd worden; wij hebben hier in Nederland nou eenmaal geen geschikt klimaat voor koffieplantages. Maar ook die sectoren horen minimaal binnen de derde genoemde mogelijkheid te vallen.
Waar het om gaat is dat er telkens weer een balans gezocht moet worden tussen de zorgstelsels en salarisstelsels; deze horen in lijn met elkaar te zijn. Dat zou een morele keuze kunnen zijn, maar niet noodzakelijkerwijs. Het kan ook een slechts pragmatische keus zijn. Immers, daar waar je afzet wilt, zul je moeten zorgen voor een bevolking die inkomen heeft. Arbeid lijkt toch wel de meest logische bron van inkomen. Zonder arbeidsvoorziening geen afzetmarkt.
Internationale ondernemers zullen wat mij betreft in hun jaarverslagen verantwoording moeten gaan afleggen over de balans tussen hun afzetmarkt en hun productiemarkt, wat betreft zorg- en salarisstelsels.

Advertenties

4 thoughts on “Onderwijs, onderwijs, onderwijs!?

  1. Tja, dit lijkt me een prima stelling in een uniforme wereld. Een wereld waar overal evenveel mannen als vrouwen zijn, senioren als kinderen, neerslag en zomerse dagen, bergen en rivieren, mensen per m2, rijken, middenklassers en laaggeschoolden, opleiding, olie, corruptie, misdaad, oorlog etc etc. Je begrijpt hopelijk wat ik bedoel. Allemaal variabelen die het evenwicht van het model van zorgstelsel en salarisstelsel bexefnvloeden. De wereld is niet gelijk en er moet overal gezocht worden naar een eigen balans in het salaris- of zorgstelsel. Gelukkig maar, want wat zou de wereld anders toch saai zijn!

    Like

  2. Helemaal mee eens, Bastiaan. Ik denk dat zorgstelsels van plek tot plek inhoudelijk altijd zullen blijven verschillen en ook op het punt van kwaliteit. Maar dat wil niet zeggen dat er geen balans gezocht kan worden.
    Neem twee hypothetische landen. In land 1 heerst een klein aantal rijken, die laten het volk in de fabrieken truien breien, betalen weinig, doen vrijwel niks aan sociale voorzieningen en verkopen voor 1 euro per stuk aan ons. In land 2 heerst een aantal ondernemers. Ook zij laten truien breien door het volk, maar ze stoppen wel beduidend meer geld en energie in sociale voorzieningen. Zij vragen 2 euro per stuk. Met wie gaan we zaken doen?

    Like

  3. Klopt. Als ik goed in de slappe was zou zitten dan kocht ik die wollen trui van 2 euro. Als ik de eindjes aan elkaar moet knopen en zelf de centen bij elkaar moet schrapen voor een droge boterham dan koop ik die wollen trui eind december het liefst voor 85 cent in de uitverkoop.
    Ik weet niet of het er iets mee te maken heeft, maar toen ik laatst in een reform winkel van Amstelveen rond liep was het yuppen gehalte erg hoog. Buiten moest ik me langs alle BMW en Lexus MPV’s heenworstelen. 😉

    Like

  4. Pingback: Hup, aan de slag jij luie drommel! | P. van Lenth

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s