Ik een kwakzalver? Hoe dúrf je!

De Vereniging tegen de Kwakzalverij heeft deze week een slag verloren. Maria Sickesz, boegbeeld van de orthomanuele therapie, mag door hen niet langer als kwakzalver worden neergezet, zo oordeelde de rechter. Hans van Maanen neemt het in de Volkskrant van gisteren op voor de vereniging (katern Kennis, pagina 1).

Ik ga hier niet het hele artikel overdoen. Wat mij betreft is de kern van de zaak dat de vereniging spreekt van kwakzalverij als er een heilzame werking wordt geclaimd zonder dat daarvoor empirisch bewijs geleverd wordt, terwijl voor de rechter dat woord te kort door de bocht is als er niet bovendien sprake is van welbewuste intentie tot bedrog.

Hans van Maanen zit op de lijn van de vereniging. Ikzelf toon iets meer begrip voor de rechter. Ik snap best dat daardoor het werk voor de vereniging – het aan de kaak stellen van niet door de wetenschap gesteunde behandeling van, vooral, patiënten – moeilijker wordt. Immers, terwijl vrij gemakkelijk is aan te tonen dat een voorspelde werkzaamheid niet met wetenschappelijk verantwoord onderzoek te staven valt, is het over het algemeen een veel grotere opgaaf aan te tonen dat de vermeend therapeut een welbewuste intentie tot bedriegen heeft. Daarvoor zou idealiter in het hoofd van de ‘verdachte’ moeten worden gekeken en zover is de wetenschap nog (net) niet, gelukkig. Of er moet gezocht worden naar vertrouwelijke gesprekken, emails en dat soort zaken. En ook dat valt niet altijd mee.

Ik begrijp dus best wat de vereniging drijft, maar daarmee is nog niet gezegd dat ze gelijk heeft. Ik heb niet de indruk dat de vereniging de laatste tijd een heel andere definitie hanteert dan in vroegere jaren. Je kan je daarom afvragen waarom zo’n rechtszaak pas nu, en niet al veel eerder, plaatsvindt. Zou het kunnen zijn dat tegenwoordig vanwege internet de impact van een veroordeling tot kwakzalver veel heftiger uitpakt dan vroeger? Ik stel me zo voor dat een potentiële klant van een vermeend therapeut tegenwoordig eerst en vooral op internet zoekt alvorens te besluiten ermee in zee te gaan. En door de aard van het internet wordt dan wel steeds ook verwezen naar wat de eerbiedwaardige Vereniging tegen de Kwakzalverij van deze persoon vindt. Vroeger bleef die kennis beperkt tot een groepje fanatieke intellectuelen. Nu ligt de veroordeling voor vele jaren op de virtuele straat, met alle gevolgen van dien. De vereniging is daar natuurlijk blij mee, maar de vermeend therapeut minder, en die besluit daarom vaker naar de rechter te stappen. Het wordt dus tijd voor regulatie.

De oplossing lijkt mij dat de vereniging een nieuw woord gaat introduceren. Ik stel voor dat het woord ‘kwakzalver’ nog slechts gebruikt gaat worden voor degenen die inderdaad welbewust de boel blijken of lijken te bedriegen. Voor degenen die blijken of lijken vanuit goede intenties een alternatieve theorie te hebben ontwikkeld, maar daarbij de wetenschappelijke spelregels onvoldoende hanteren, dient een ander woord te worden bedacht. Mogelijk moet de vereniging ook op zoek naar een andere naam.

Nog even iets over die intentie tot bedriegen. Het is mijn stellige overtuiging dat er nogal wat vermeend therapeuten zijn die niet zozeer anderen bedriegen, maar vooral zichzelf. Dat gebeurt dan op een onbewust niveau. In feite is daar niks bijzonder aan; wij allen bedriegen onszelf elke dag ettelijke malen. Feitelijk gaat het om een combinatie van waarneming en onkritisch evalueren van die waarneming. Stel, een bepaalde verergering of verslechtering ging gepaard met een bepaalde handeling van de tandarts. Er wordt een causaal verband vermoed en dat vermoede verband wordt vervolgens niet verder getoetst, maar als ‘te toevallig om niet waar te zijn’ aangenomen. Men gaat vervolgens aan de haal met zo’n ‘gegeven’ en het is wellicht het begin van een nieuwe theorie. Als dan vervolgens in een bepaald percentage van de vergelijkbare gevallen de uit de theorie voortvloeiende therapie blijkt te werken, dan wordt al snel de theorie bewezen geacht. Een waar wetenschapper prikt daar natuurlijk snel doorheen, maar is er hier sprake van welbewust bedriegen? Lijkt me niet. Eerder wordt hier vooral de vermeend therapeut bedrogen, door zijn eigen hersenen. Zo’n persoon als kwakzalver aanwijzen wordt logischerwijs door die persoon als zeer kwetsend ervaren.

Het is echt noodzakelijk een ander woord te vinden, niet alleen om deze op zich hulpvaardige personen te vrijwaren van de zware beschuldiging de boel op te lichten, maar ook om hen duidelijk te maken waar het manco in hun denken nou eigenlijk écht zit.

Wie doet een voorstel.

Advertenties

2 thoughts on “Ik een kwakzalver? Hoe dúrf je!

  1. Mijn voorstel: geen Kwakzalverij maar noem het met een mooie afkorting: N.P.D.S. te weten Neuro-Psycho-Raddraaierij-Syndroom. Dan rijst uiteraard de vraag: Kent u het Ajejuka-gevoel? Kent u die uitdrukking? typisch een geval van NPDS! Oei, nu krijg ik een proces aan mijn broek. Ajejuka! (een knipoog van datishardman!)

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s