De identiteit van een PvdA-partijlid

Nog steeds ben ik lid van de PvdA. Dat verbaast mijzelf wellicht nog het meest. Immers, wat bindt mij nog met deze partij? Al twee landelijke verkiezingen krijgen ze ondanks dat lidmaatschap mijn stem niet en om de haverklap erger ik me aan een of ander standpunt van ‘ze’. Ook nu weer… ‘ze’ weigeren hun medewerking aan een referendum over, nou ja je weet wel, en Jami krijgt niet de door hem aangevraagde spreektijd op het congres. Opzeggen dan maar?

Hoe is het toch zo gekomen dat ik me ooit als lid opgaf? In nog vroegere tijden ben ik lid geworden, en tot de opslorping door GroenLinks lid gebleven, van de PSP. Ook al zo’n merkwaardig besluit, vind ik nu, achteraf, vele jaren ouder.

Wat brengt een mens ertoe zich aan te sluiten bij een club? Ach, je voelt wellicht verbondenheid, merkt dat je over bepaalde zaken hetzelfde denkt. In de voorgaande zin is wellicht het woordje ‘bepaalde’ het belangrijkst. Bepaalde zaken zijn je opgevallen en onderbewust ga je ervan uit dat je dus ook over andere zaken hetzelfde denkt. Een denkfout van de eerste orde natuurlijk, maar dat heb je dus niet door op zo’n moment. Opeens voel je je bij een club horen en ervaar je per direct identiteit.

Voel je ‘m? Zie je de link met die andere discussie die er momenteel loopt in ons land? Jawel, die over de identiteit van de Nederlander. Die zou niet bestaan volgens Maxima, oh sorry, volgens de regering, want ze sprak namens de regering, moet ik begrijpen.

Maxima heeft een antwoord gezocht op de verkeerde vraag. De zoektocht naar ‘de’ Nederlander is de zoektocht naar de meest gemiddelde persoon. Da’s al net zo’n onzinnige zoektocht als die naar ‘de’ stemmer, ‘de’ kiezer. (Bij elke verkiezingsavond wordt door de politici weer verklaard dat ‘de kiezer’ heeft gesproken. “Bedoelen ze mij?”, vraag ik dan altijd retorisch aan mijn medebankzitters.) In elke samenleving vind je alleen maar mensen die onderdeel uitmaken van heel veel groepen. En binnen die groepen delen de groepsleden bepaalde ideeën, interesses, normen en waarden, postzegels met elkaar terwijl ze op alle andere gebieden zomaar kunnen, en zullen, verschillen.

Dit alles neemt niet weg dat er toch een aantal zaken wèl gelden voor ‘de’ Nederlander. De Nederlander spreekt Nederlands, heeft een Nederlands paspoort, heeft een gehuurd of gekocht huis ergens in Nederland, betaalt belasting in Nederland, heeft een dokter in Nederland, kijkt Nederlandse televisie, luistert naar een Nederlandse radiozender, leest een Nederlandse krant, praat over Maxima’s uitspraken, kent André van Duin en Balkenende, weet ongeveer hoe de buurvrouw de koffie wenst en zo kunnen we nog wel even doorgaan.

Ah, zal je misschien zeggen, maar er zijn ook Nederlanders die niet Nederlands spreken, geen huis in Nederland hebben, alleen naar de ARD of de BBC kijken, slechts buitenlandse kranten lezen, nooit koffie zetten en André van Duin slechts van horen zeggen kennen. Ja, is dan mijn verweer, en pindakaas kan theoretisch ook in een zoutvaatje zitten, maar als ik jou vraag je een pot pindakaas in te beelden, dan tover je in je hoofd een potje van Calvé of Duyvis tevoorschijn. Het gaat hier om de vraag naar de stereotyp, de generalisatie. En die stereotyp bestaat wel degelijk.

Goed, terug naar dat vermaledijde lidmaatschap van de PvdA. Ik ben alle jaren naïef geweest door ervan uit te gaan dat alle andere meningen van zo’n partij dan ook wel de mijne zouden zijn. Ik vermoed nu dat er nogal wat, veel realistischer, partijleden zijn die zich al blij wanen wanneer ze net voldoende verwantschap waarnemen en op zeker moment toch wel minstens enkele partijgenoten hebben weten te overtuigen van hun standpunt inzake het een of ander. Eigenlijk is zo’n partij een horde individualisten die elkaar voortdurend bestoken met hun preken. Slechts dankzij het meerderheidsbeginsel worden er standpunten doorheen gedrukt, die daarna partijstandpunten worden genoemd die dan opeens door alle leden onderschreven moeten worden. Nooit zal er een moment komen dat ieder lid het als vanzelfsprekend bij voorbaat eens is met een standpunt. Dus, waar zeur ik over… Ik moet gewoon af en toe m’n verlies nemen.

Ja dus én nee dus. Op sommige thema’s is het prima om je verlies te nemen. Op andere punten moet een mens de ultieme conclusie durven trekken: Het is zo mooi geweest. Voor mij geldt dat inzake het gesol met het referendum. De PvdA heeft afgelopen week de grootste blunder uit zijn recente historie gemaakt. Mijn besluit staat vast, ik vertrek.

Op naar een andere partij? Ik dacht het niet. Velen zoeken hun heil dan bij rechts, ik wacht liever nog even. Immers, ook bij de rechtse partijen ga ik me ergeren aan zekere standpunten. Als mijn gezondheid het toestond, zou ik een eigen partij oprichten. Kansloos natuurlijk, maar toch… Een mens moet immers wat te dromen hebben, ook (of juist) als het realisme na zoveel jaren toeslaat.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s