Over het recht om je mening te verkondigen

Gisteren las ik ergens op internet in een reactie op een ingezonden brief het volgende: “Als je inhoudelijk sterk staat dan hoef je andere meningen niet te verbieden. Die pareer je dan“. De opmerking zette me aan het denken. Het was een reactie op een ingezonden brief in een krant waarin een column in diezelfde krant – van een dag of wat eerder – werd bestreden, niet door met tegenargumenten te komen, maar door de redactie te vragen de lezers voortaan van dat soort columns te vrijwaren.

Afijn dus, het zette me aan het denken. Waarom? Het overkomt menigeen misschien zelden, maar mij geregeld: Anderen oefenen dan een zekere druk uit, expliciet of impliciet, om ergens niet over door te gaan. Er zijn natuurlijk meerdere redenen voor die druk denkbaar. Soms blijft iemand maar doorgaan over iets terwijl dat in de situatie van dat moment volkomen ongepast is. Een opmerking als “nu even niet” is dan natuurlijk logisch. Of wat te denken van de vicieuze cirkel in het twistgesprek, waarin je de ander meer dan drie keer probeert te overtuigen. (Drie keer is voor mij een soort van maximum geworden; nòg vaker proberen is zo’n beetje zinloos en in elk geval wrevel opwekkend.) Beide voorgenoemde redenen zijn op zich een blogje waard, maar het gaat me nu even om die gevallen waar het er eerder op lijkt dat de ‘tegenpartij’ gewoon niet bereid is om de discussie aan te gaan omdat het vindt dat je geen recht hebt op jouw mening of geen recht hebt om jouw mening te verkondigen zoals je die verkondigt.

Zo werd in de ingezonden brief gesteld dat de krantenlezers gevrijwaard moesten worden. Daar ging het dus om het willen ontnemen van het recht die bepaalde mening via dat medium te verspreiden. Het hèbben van die bepaalde mening op zich werd dus niet met zoveel woorden bestreden. Zo op het oog wordt het recht op de vrijheid van mening dus gerespecteerd. Maar bij enig nadenken is het wel een schending van het recht op de vrijheid van meningsuiting. Daar kan tegenin worden gebracht dat het aan de lezers is om te bepalen wat ze willen lezen in hun blad. En het zijn dan de redacteuren die als lezersvertegenwoordigers zijn aangewezen om die schifting te maken. (Terzijde: De ingezonden brief waarin de vrijwaring werd bepleit was ondertekend door meerdere hoge heren. Die hadden in hun stuk o.a. gesteld dat de twee schrijvers van de column zich populistisch betoonden door te schrijven over de wil van ‘het volk’. Bij nadere beschouwing was die redenering over de schreef, maar de pot verweet de ketel dat ‘ie zwart zag, want zijzelf meenden namens ‘de lezers’ te mogen spreken.) Maar ik, als lezer, zou zo’n krant opzeggen en een andere krant nemen, een krant die zo’n restrictief beleid niet hanteert. Wie reageert op een artikel in de krant moet komen met tegenargumenten, niet met een pleidooi om zo’n artikel niet te plaatsen, c.q. te verbieden. Of waren er geen tegenargumenten? In elk geval hadden de schrijvers slechts één tegenargument en die rammelde flink. Zij hadden duidelijk niet hun best gedaan om tegenargumenten te bedenken. Zij hadden zich vooral laten leiden door hun irritatie. (Waar het over ging: In de column werd gesteld dat de Europese Unie onderhandelingen over een handelsunie voert met de VS zonder dat het volk daarover geïnformeerd wordt, laat staan gevraagd wordt daarover te oordelen. In de ingezonden brief is het enige tegenargument dat het volk zich nu eenmaal laat vertegenwoordigen door volksvertegenwoordigers die op zich wèl gekozen zijn.) Hun irritatie bestaat eruit dat er een groep columnisten is die de indruk wil wekken dat de EU een ondemocratische macht is. Zij willen dat zulke geluiden uit de krant worden geweerd, want het zou slechts stemmingmakerij zijn.

Er zijn in de politiek elke dag, op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau, gevallen dat de ‘tegenpartij’ gewoon niet bereid is om de discussie aan te gaan omdat het vindt dat je geen recht hebt op jouw mening of geen recht hebt om jouw mening te verkondigen zoals je die verkondigt. Of laat ik volstaan met ‘geen recht hebben om jouw mening te verkondigen zoals je die verkondigt’. Die tegenpartij is trouwens maar al te vaak een ander of een andere groep binnen de eigen partij. Men wil geen tijd nemen voor het bedenken van tegenargumenten, zeker als die niet zomaar vanzelf te binnen schieten, of men vindt dat er al genoeg gediscussieerd is en dat het nu over moet zijn. Maar ook buiten de politiek is het schering en inslag.

Op het werk komt het al evenzeer veel voor. Daar is vaak het gebruikte argument dat het niet in de lijn van de functie ligt om die ene kritiek op die wijze te uiten. Dat is natuurlijk geen inhoudelijk tegenargument. Het gaat dan over de rollen binnen de organisatie en hoe de grenzen van de eigen rol worden overschreden. Men wordt dan als een soort ongeleid projectiel ervaren. En er wordt veelal gesteld dat je niet alle relevante kennis hebt om te mogen oordelen. Het zijn wellicht geldige punten, maar ze zijn alleen geldig binnen een hiërarchische organisatie. Het is dat u het weet: Als zulke reacties u ten deel vallen, concludeer dan rustig dat u binnen een hiërarchische organisatie werkt. En laat u niet meer imponeren door managers die beweren dat het een open organisatie is waarin alles gezegd mag worden. U moet weten wanneer u uw mond moet houden, punt uit. “Nee,” zal nu menig manager ertegenin brengen, “zo zit het niet. Je moet het aansnijden bij de juiste persoon, bij je directe manager.” Want dan is het niet grensoverschrijdend, zoiets. En inderdaad, een hiërarchische organisatie is op zich niet vanzelfsprekend een fout type organisatie als die aangesproken manager met de kritiek het juiste weet te doen, ook naar het idee van de criticus. Maar wat nu als het daar stokt? Of erger, wat nu als het reeds op dat niveau leidt tot represaille? Wat mij betreft is er geen verplichting voor de manager om elke kritiek ongemodereerd naar een nog hoger niveau door te spelen. Maar ik ben wel van mening dat die manager een verplichting heeft om met de criticus de discussie aan te gaan, door instemming te betuigen of door met tegenargumenten te komen. Er is immers maar één niveauverschil, meer niet. Het hoort tot het takenpakket van een manager om met de te managen werknemers inhoudelijk – én op gelijke voet! – te discussiëren. De beslissing of er wat mee gedaan wordt is uiteindelijk aan de manager, maar een inhoudelijke discussie moet er wel eerst zijn geweest. Althans, alleen zo’n type hiërarchische organisatie is nog te billijken, zo vind ik.

In de privésfeer zien we het in vriendengroepen. Het gaat dan niet met zoveel woorden om het principe zelf. Eenieder zal uiteraard met de mond het recht op vrijheid van meningsuiting belijden. Maar de praktijk is soms een andere. De hints om ergens over op te houden zijn dan soms subtiel, soms juist niet subtiel. “En nù hou je erover op!” is weinig subtiel. Een subtielere manier is gewoon middenin het moeilijke gesprek over iets anders beginnen of een minder problematisch zijpad inslaan, op een manier die niet opvalt als ‘kraker’. Stel je begint over de politieke discussie van de dag – laten we zeggen een uitspraak van een Nederlands-Marokkaans cabaretier – en men vermoedt dat het uiteindelijk weer zal uitdraaien op een verhitte twist over Wilders, dan is de kans groot dat iemand zomaar begint over Elise die vorige week op vakantie was naar Marokko. En vanaf dat moment gaat het alleen nog over de afgelopen vakanties en over de vakantieplannen. Zulke afleiders hoeven niet slecht te zijn; het zijn smeermiddelen om de echte pijnpunten in de vriendschappen te vermijden en de sfeer ontspannen te houden. Echter, voor degene die zijn onderwerp ‘gekraakt’ weet, is het wel degelijk een frustratie erbij. Er was een wens om het over iets (wezenlijks?) te hebben en de vriendengroep wijst dat af. Als dat een chronisch karakter krijgt is er echt sprake van een, letterlijke, frustratie en dient die persoon serieus bij zichzelf te rade te gaan of deze vriendengroep wel de juiste vriendengroep is. De tip is op zoek te gaan naar een aanvullende groep van mensen die wèl bereid is door te discussiëren. Of nog beter: die dat zelfs wil. Anderzijds kan je je afvragen of de oorspronkelijke vriendengroep eigenlijk nog wel voldoende bij je aansluit. Stemmen jouw ideeën over de wereld nog wel voldoende overeen met hun ideeën? Een waar pleitbezorger van de vrijheid van mening en meningsuiting zal verschillen willen respecteren. Echter, je zal dan al evenzeer willen dat het wederkerig is, dus dat je vrienden ook jouw mening respecteren én jouw pogingen om die te uiten. Doen ze minstens een van beiden niet, dan is het niet zo gek om die kring te verlaten, althans zo vind ik. Let wel, het gaat hier niet om vrienden die het met je oneens zijn en met tegenwerpingen komen (en daarbij mogen de gemoederen soms best verhit raken), maar om hen die geen tegenwerpingen weten of willen bedenken en van je verlangen dat je er gewoon niet over begint.

Over de partnerrelatie wil ik nog wel het volgende kwijt: Juist binnen die relatie moet je je mening kunnen uiten. Kan dat niet in voldoende mate? Oei, dan is dat een wel heel grote bron van frustratie. Los het op! Daarmee pleit ik niet voor uit elkaar gaan. Vooral als er jonge kinderen zijn moet dat niet de voor de hand liggende keuze zijn. Je zou er bij de ander op moeten aandringen dat deze zich wèl openstelt. Dat zal vast menige avond discussie vergen en het vereist een zekere overtuigingskracht, maar het moet echt. Laat je niet ontmoedigen door pogingen van de ander om “er nou over op te houden anders…”. Verzucht niet te snel, word niet alleen maar kwaad, en vraag anderen om raad, ook vrienden en vriendinnen van je partner. Ga ook bij jezelf te rade: Ben ik in deze niet tè veeleisend? Kan ik mijn mening met meer humor brengen? Kan ik niet beter bepaalde scherpe kantjes eraf slijpen? Ben ik niet net even te extreem? Is mijn timing te verbeteren? (Dus niet pas bij aanvang van de nacht beginnen, als de ander eigenlijk gewoon lekker wil gaan slapen.)

Nogmaals de uitspraak die mij tot dit blog aanzette: “Als je inhoudelijk sterk staat dan hoef je andere meningen niet te verbieden. Die pareer je dan“. Dus bedenk, zodra een ander er bij jou op aandringt ergens over op te houden, dan is het goed mogelijk dat je eigenlijk hartstikke gelijk hebt en dat die ander simpelweg niet in staat is om met tegenwerpingen te komen. Bedenk dat minimaal in stilte, want dat is goed voor je zelfvertrouwen. Maar word niet arrogant, want mogelijk eigenlijk hartstikke gelijk hebben is niet hetzelfde als hartstikke gelijk hebben.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s