Wij migratiecritici doen er inderdaad niet toe, vrees ik

In zijn blog van 18 augustus vraagt Victor Onrust zich af of wij er wel toe doen. Zelf reageert hij weer op Annabel Nanninga die op Jalta.nl stelt dat allen die tegen immigratie zijn zich expliciet moeten uitspreken tegen op immigranten gericht geweld. Victor is het met haar eens, maar hij heeft toch een zekere moeite met haar stelling dat ‘we’ de kritiek ‘uitsluitend verbaal’ moeten uiten.

Nanninga verhaalt over geweld dat in Duitsland werd gericht op immigranten en wijst dat volledig af, ten eerste omdat deze gewelddadig is en ten tweede omdat het verkeerd geadresseerd is. Ze schrijft:

“Richt woede op beleidsmakers en politici, doe dat uitsluitend verbaal en veroordeel daarnaast de brandstichtingen in de scherpste bewoordingen.”

Victor Onrust kan zich er goeddeels, maar niet helemaal in vinden. Met name valt hij over dat ene stukje dat ook mij al was opgevallen: uitsluitend verbaal. Ik schaar me aan zijn zijde. ‘Uitsluitend verbaal’ gaat zo goed als zeker (zeg maar: volkomen zeker) niet leiden tot het beoogde resultaat. Juist de laatste tijd vraag ik me af wat ‘we’ nog méér kunnen doen, nu mij overduidelijk is geworden dat al onze mooie, realistische en wijze woorden door in elk geval de politici die ertoe doen volstrekt in de wind worden geslagen, zeker als het erop aankomt. Aan de koffietafel of in het interview tonen ze heel misschien dat ze de gevoelens tegen al die immigratie eigenlijk best wel begrijpen, maar binden ze toch in bij de geringste beschuldigingen aan hun adres door Gutmenschen, of ze conformeren zich om oneigenlijke – bijvoorbeeld partijpolitieke – redenen toch maar aan de nakende meerderheid, of ze zijn mentaal gewoon nog niet volgroeid, zoiets. En ondertussen gaat er zeer kostbare tijd verloren, tijd waarin de problemen alleen maar exponentieel groeien, waardoor het gevoel van urgentie bij de migratiecritici sterker en sterker wordt.

Wij migratiecritici doen er inderdaad niet toe, vrees ik. Wij blijven tot nu toe namelijk binnen de perken. En weet je wie er wèl toe doen? Dat zijn degenen die niet binnen de perken blijven. Die komen wèl op de voorpagina, die worden wèl besproken in het parlement. De vraag is nu hoe ‘we’ er wel toe gaan doen en op de voorpagina komen en besproken worden in het parlement en tòch binnen de perken blijven. Ik heb helemaal geen zin in ludieke acties, want een ludieke actie is iets voor mensen die niet ècht boos zijn, terwijl ik wèl echt boos ben.

Vanochtend was er op Radio 1 een reportage over Oranje, het dorp waar het COA 1400 asielzoekers wilde huisvesten. De 140 (!) inwoners protesteerden en toen werden het er 700. Hun burgemeester had bemiddeld. Dat wil zeggen dat hij bij de overheid begrip had gevraagd voor de bezwaren van de inwoners, maar ook had hij een moreel appèl gedaan op die inwoners zelf. En die waren gezwicht. Ik snap dat niet. Ik denk dat die inwoners vooral niet hadden moeten zwichten. (Nu zie je bij hen de nodige rationaliseringen. Zo vertelde een geïnterviewde over zijn omzetstijging. Hij zei ook zo’n beetje letterlijk dat het toch wel een verrijking was gebleken, Ik denk dat hij zich versprak en eigenlijk bedoelde dat hij er toch wel rijker van bleek te worden.) Laten ze dat centrum maar neerpoten in Wassenaar.

Dat zo’n burgemeester zo’n moreel appèl doet, zegt me ook veel. Ik vrees dat er een selectiemechanisme is dat ertoe leidt dat allen die hier in Nederland de politiek ingaan vergeven zijn van moreel-ethisch bewustzijn. Nou ja, ‘bewustzijn’ tussen haakjes. Er zijn stadia en wie tot een hoger stadium is doorgedrongen beseft ook de nadelen van morele en ethische principes. Helaas zijn er amper politici van dat hogere niveau, wellicht door dat selectiemechanisme. Zo beschouwd is ons volk wel beschaafd, maar nog lang niet wijs.

Goed, wat kunnen we, anders dan verbaal, doen zonder echt buiten de perken te treden? Ik denk dat we toch meer onze WOEDE duidelijk moeten laten blijken. De tijd van zo kalm mogelijk, in alle redelijkheid, wéér opsommen van de argumenten en confronteren met de onwelgevallige feiten hebben we nu wel gehad, lijkt mij. Politici als Samsom en Rutte moeten nu toch echt worden geconfronteerd met WOEDE. Woede hoeft niet gepaard te gaan met geweld. Wel met gebalde vuisten, boze gezichten, ferme woorden, verheven en luide stem. En dat dan niet voor eventjes, maar herhaaldelijk en storend. Wellicht moet er maar eens op die wijze gedemonstreerd worden in elitaire gebieden als Wassenaar. Niet omdat de bewoners van Wassenaar de schuldigen zijn, maar omdat asielzoekerscentra nooit middenin zo’n elitair oord worden gepland. (Het COA had aanvankelijk een centrum gepland op de vliegbasis Valkenburg die formeel onder Wassenaar valt, maar uiteraard ver van de kern van Wassenaar ligt.) En dan niet eenmalig demonstreren, maar elke week weer, zoals Pegida ook deed. Liefst in het weekend, want velen hoeven dan niet hun werk te verzetten. Mocht zelfs dat alles niet helpen, dan kan er altijd nog stukje bij beetje naar steeds zwaardere middelen worden gegrepen. Want laten we hierover duidelijk zijn: Als onze regering werkelijk elk geweldloos protest negeert, dan is het een regering die een democratie onwaardig is en dan is het juist de plicht van het volk om de perken toch maar te buiten te gaan. Dat heet dan burgerlijke ongehoorzaamheid en het zij dan maar zo.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s