Wèg met het globale internet

Geloof en internetHet internet heet een verbetering te zijn, maar ik twijfel daar steeds meer aan. Onze hersenen heten een verbeterde uitvoering te zijn van de hersenen van andere dieren, maar ook daaraan twijfel ik tegenwoordig. Een superwezen mag weer een verbetering heten van ons en God zelfs een niet verder te verbeteren superwezen. Maar als mijn tegenwoordige twijfel over onze hersenen en het internet terecht is, dan is die twijfel al evenzeer van toepassing op superwezens en het superste wezen God. Dan zijn ook dat geen verbeteringen.

Bubbels

Kijk nou eens volkomen nuchter naar ons taalvermogen: We zijn in staat om een willekeurige zin te formuleren en er nog in te geloven ook. En we zijn in staat om alles wat daarmee strijdig is te beschouwen als nep of waan, om zo ons geloof in die ene zin te beschermen. Zo komen we allen in een eigen bubbel te leven en kunnen we maar niet begrijpen hoe het is in andere bubbels. En juist die combinatie van vermogen ergens in te geloven én onvermogen zich in te leven in andere bubbels leidt ertoe dat mensen lijnrecht tegenover elkaar kunnen komen te staan, er zelfs geen compromis kan worden uitgewerkt en in ultimo soms zelfs elkaar zullen trachten te verjagen of uit te roeien. En internet is dan géén verbetering, maar juist een verslechtering, want terwijl in vroegere tijden vrijwel alle leden van de horde, van het dorp, van de burcht, van de streek, het met elkaar eens waren en die ene enkeling die ertegenin redeneerde nergens gehoor kreeg en zodoende onschadelijk voor de eendracht bleef, zo is die enkeling dankzij het internet niet langer een enkeling, maar eentje van een horde van misschien wel honderd gelijkgestemden. Of zelfs eentje van een massa van anderhalf miljard die vroeger alleen buiten de eigen horde, het dorp, de burcht, de streek, woonde. Terwijl de enkeling in vroegere tijden van lieverlee hopelijk besloot te veronderstellen dat die tegendraadse mening dan wel onjuist zou zijn, zo voelt de hedendaagse enkeling zich niet meer ontmoedigd door dat alleen-staan. Integendeel, door te ontdekken dat er op de hele wereld maar liefst honderd, en misschien wel anderhalf miljard, andere gelijkgestemden zijn, weet de enkelingnon-conformist – of juist conformist, maar dan zich conformerend aan een groep die buiten de eigen gemeenschap ligt –  zich zeker van de zaak.

En zo komt het dat het internet is verworden tot dè uitbreiding van onze hersenen die niet leidt tot meer vrede, maar tot meer meningsverschil, woordenstrijd, ruzie en oorlog. En voor wie mocht denken dat dit zal overgaan na een periode van wennen aan het nieuwe van internet, is er slecht nieuws: Het gaat niet wennen. De enige oplossing is het weer afschaffen van internet en aanverwante communicatiemiddelen. Nou ja, heel misschien is er een andere aanpak die ietsje van de verslechtering teniet doet: restrictie.

Restrictie en censuur

Verwant aan restrictie is censuur. Men zou zelfs kunnen stellen dat restrictie niets anders dan censuur is. Censuur is echter de term die wordt gebruikt om aan te geven dat een restrictie onrechtvaardig is, dat er een eigenbelang van een machtige groep mee gediend is en dat er een gerechtvaardigd belang van vooralsnog onmachtige groepen mee wordt ontkend. Bij een restrictie die niet censuur is, zouden de factoren macht en eigenbelang geen rol spelen, maar zou het gaan om andere, ethisch verantwoorde, overwegingen. Overwegingen zoals het behouden van de openbare orde, het voorkomen van belediging, intimidatie, karaktermoord, echte moord en doodslag voortkomend uit haat. In de ogen van velen spelen macht en eigenbelang echter bij alle restricties een rol en moet daarom elke restrictie als censuur worden beschouwd. Ook om die gelijkstelling te kunnen onderbouwen, leggen deze mensen de vrijheid van meningsuiting uit als een absoluut principe bestaande uit slechts drie woorden, dus zonder enige randvoorwaardelijkheid. Alles moet gezegd en geschreven kunnen worden en elk communicatiemiddel moet daarvoor gebruikt kunnen worden. Om het hardst veroordelen deze mensen de censuur van landen als China. Min of meer toevallig hebben zij gelijk; er heerst daar inderdaad censuur, in elk geval gezien vanuit ons Westers perspectief. Pas wanneer ook heel veel Chinezen zèlf de overheidsrestricties zien als onrechtvaardig, dan is het ook volgens hen zelf censuur.

De principiële bepleiters van absolute vrijheid van meningsuiting kùnnen geen gelijk hebben, althans theoretisch. Immers, er zou dan geen openbare orde kunnen worden gehandhaafd en ook het voorkomen van belediging, intimidatie, karaktermoord, echte moord en doodslag voortvloeiend uit haat zou niet kunnen. Wij moeten ons ook daarom niet laten bedwelmen door de angst voor censuur. We doen er goed aan te beseffen dat het toepassen van restricties onontkoombaar is, willen we de vrede bewaren, op zijn minst binnen het Westen, binnen Europa, binnen Nederland. We moeten gaan staan voor ònze normen en waarden en proberen te borgen dat ons déél van het internet geen pleidooi voor standpunten bevat die onze normen en waarden compleet ondermijnen. Ja, dat betekent in de werkelijkheid het einde van de ongebreidelde vrijheid van meningsuiting. Maar nee, het betekent niet het einde van de gebreidelde vrijheid van meningsuiting. Ja, het betekent het einde van de universele – of beter: globalistische – revolutionaire ideologieën, van ideologieën die menen voor àlle mensen op de héle wereld geschikt te zijn, maar wel eerst een revolutie vereisen. Maar nee, het betekent niet per se het begin van censuur of zelfcensuur.

Zelfcensuur

Zelfcensuur is relatief. Liefhebbers van cabaret én de cabaretier zelf kunnen menen dat sprake is van zelfcensuur als de cabaretier een bepaalde visie niet – of niet langer – op de hak wil nemen. Maar wanneer we de geschiedenis van het toneel, het cabaret, de film én de journalistiek beschouwen, ontkomen we niet aan de constatering dat het bespotten altijd al slechts gericht was op personen of groepen die niet, of niet langer, bereid waren daarop te reageren met al of niet legale middelen als intimidatie, bedreiging, vervolging of nog erger. Dat wij hier in het Westen de indruk hebben gekregen dat onze cabaretiers als een soort dappere voorhoede allerhande kritieken mogelijk maakten door verwante zaken met humor op de hak te nemen, is in werkelijkheid een breed gedeelde waan. In werkelijkheid is hier in het Westen alleen dankzij onze ruime normen en waarden gewoon méér bespreekbaar. Maar niet àlles is bespreekbaar en dat is niet bij voorbaat verkeerd.

We dachten alle jaren dat het bespotten van Allah en moslims mogelijk was, want we bespotten immers ook allang God en christenen. Fout gedacht. Althans, dat bleek fout gedacht nàdat we in Europa miljoenen snel boos te krijgen moslims hadden binnengelaten. Als we ze niet hadden binnengelaten, dan hadden we hier met het bespotten van Allah en moslims rustig hebben kunnen doorgaan, al hadden we er wellicht geen behoefte aan gehad. Het bespotten van Allah en moslims zal pas weer min of meer veilig mogelijk zijn als eerst die miljoenen moslims weer in voldoende mate vertrokken zijn. En als het internet niet langer globaal is.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s