Is het wachten op de verlichte despoot?

532px-Emperor_Yongzheng

De heer heette Yongzheng en schijnt een verlicht despoot te zijn geweest.

Martin Sommer heeft het vandaag over de diplomademocratie. Even in mijn woorden: Diplomademocratie is een democratie waarin uitgerekend de hoogopgeleiden het politieke beleid bepalen. Ofwel, de laagopgeleiden krijgen geen kans om door te stoten naar een beleidsbepalende politieke positie. Eigenlijk zou ik hier moeten schrijven ‘hoger opgeleiden’ en ‘lager opgeleiden’, maar ik vraag me af of dat een nuancering inhoudt of toch feitelijk een eufemisering. Ik hou het voor even op een eufemisering en kies voor hoog en laag, omwille van de duidelijkheid.

Lekendemocratie toch beter?

Op het eerste gezicht lijkt het geen foute vorm van democratie. Zoals Sommer in zijn woorden ook schrijft, het klopt als die hoogopgeleiden zijn gekozen door (ook) laagopgeleiden om (ook) hen te vertegenwoordigen. Dat heet dan een ‘vertegenwoordigende democratie’. En die is volgens menigeen een stuk beter dan wat een ‘lekendemocratie’ wordt genoemd. In een lekendemocratie bestaat het corps van beleidsbepalende politici wel degelijk uit leken. Leken die min of meer met de dobbelsteen gekozen zijn en hooguit toevallig hoogopgeleid en goed geínformeerd zijn. Veel politiek gedrevenen hebben daar een slecht gevoel bij. De argumentatie loopt uiteen van “onvoldoende bevlogen om zich in zeer complexe materie te verdiepen” via “te dom om een coherent en juist idee te ontwikkelen” tot en met “gewoon, te dom”.

Ook onder degenen die zich rot ergeren aan de hedendaagse politici vind je voorbeelden van hen die geen lekendemocratie willen. Deze mensen willen feitelijk de heersende elite vervangen door een andere elite. Of ze willen de bestaande elite deels vervangen en een ander deel van de bestaande elite op andere gedachten brengen. En misschien vinden ze sommigen van de huidige elite zelfs nu al in orde en denken ze te kunnen volstaan met het veranderen van de posities van de poppetjes. Kortom, ook zij kiezen voor een diplomademocratie waarbij het idee van een vertegenwoordigende democratie misschien echt gemeend wordt, maar misschien ook niet. Dus dat dit laatste slechts voor, en op, de buhne wordt ‘gemeend’.

Waarom eigenlijk democratie?

Waar sta ik in dit spectrum? Een van mijn meer principiële uitgangspunten is dat democratie het tot nu toe beste middel is om een maatschappij te creëren en te handhaven waarin mensen redelijk vreedzaam mèt elkaar leven, waarin mensen elkaar niet om van alles de hersens inslaan, waarin mensen met een gerust gevoel over straat durven lopen, waarin mensen elkaar ondanks meningsverschillen toch redelijk vertrouwen, waarin er meer reden is tot lachen dan tot huilen, waarin mensen zich als individu gerespecteerd voelen en waarin ze durven te geloven dat we leven in een wereld die grosso modo redelijk rechtvaardig is.

Misschien toch maar een despoot?

Toch is democratie niet de enige vorm die zo’n maatschappij kan garanderen. Een op de juiste wijze verlichte despoot zou dat type maatschappij ook kunnen waarmaken. Maar dat zou hij (zij?) alleen maar kunnen waarmaken als er een extreme binding bestond met alle lagen van het volk én als hij (zij?) erin zou slagen elke keer weer de oplossing voor een probleem uit de hoed te toveren waar al die lagen een goed genoeg gevoel bij hebben. Ik geloof niet dat we zo’n potentieel persoon in ons midden hebben, dus laten we het voorlopig maar met een democratie doen.

Menig politicus droomt vast weleens van verlicht despotisme

Toch denk ik dat er onder de – hoogopgeleide – beleidsbepalers velen zijn die zichzelf eigenlijk goed genoeg vinden om als zeer verlicht despoot te kunnen functioneren. Ze zijn immers hoogopgeleid, waren misschien wel de slimste van de klas, bleken over een zeker charisma te beschikken, wisten zelfs in deze of gene zaal ‘ook laagopgeleiden’ tot enthousiast klappen te verleiden en kwamen er zelfs op tv bij Pauw best goed van af. Het lijken me persoonlijkheden die zichzelf daarmee schromelijk overschatten en in de praktijk helemaal niet goed aansluiten bij de laagopgeleiden. Ik vrees dat juist zij besluiten nemen die ‘het volk’ tegenstaan en ergeren.

Influisteraars

Deze politici vormen een reëel argument om tégen de diplomademocratie te zijn. Toch maar de lekendemocratie heroverwegen? In elk geval is de kans minimaal dat een laagopgeleide zichzelf overgeeft aan de waan het allemaal beter te weten. Daar staat weer tegenover, zo vermoed ik, dat ze te gemakkelijk te beïnvloeden zijn door influisteraars. Dan kan het gaan om de rechterhand, in het oude Egypte van Toetanchamon om de vizier die de farao ‘adviseerde’, de lobbygroepen, de ambtenaren van het eigen ministerie, noem maar op. Overigens zijn die invloeden er nu ook, zo maakt Sommer ons duidelijk. Die influisteraars moeten het nu misschien iets anders aanpakken, maar ook de hoogopgeleide politici worden door hen omringd.

Sommer wijst – naar aanleiding van een gesprek dat hij had met Mark Bovens, hoogleraar bestuurskunde, lid van de WRR en coauteur van een boek over de diplomademocratie – op het verschijnsel dat ook de cirkel òm de hoogopgeleide beleidsbepalers heen hoogopgeleid is. Sommer en Bovens vinden dat een groot probleem omdat deze mensen gewoonweg onvoldoende voeling hebben met de laagopgeleiden.

Politici die de macht uit handen geven

Verder wijst hij erop dat de politici steeds vaker beslissingsbevoegdheid uit handen hebben gegeven door die toe te kennen aan instituten. Sommer over het politieke centrum van Den Haag:

Ministeries kun je niet over het hoofd zien. Maar vooral struikel je over allerlei instellingen die zich met beleid, toezicht en controle bezighouden – rekenkamers, lobby’s, kennisinstituten, adviesraden, rechtbanken en goede doelen. Zij hebben allemaal invloed op politieke besluiten en soms nemen ze die zelf, zonder dat er verkiezingen aan te pas komen.

Sommer meent dat deze diplomademocratie het populisme creëert. Hij doelt daarmee vast op het verschijnen van partijen als de PVV, DENK en FvD. Ik ga daarin echter niet mee, omdat ik niks met dat woord heb. Ik zou schrijven dat deze diplomademocratie zijn tegenkracht creëert, dat er critici van de diplomademocraten opstaan die wèl luisteren naar laagopgeleiden, wèl binding met hen hebben en wèl goed door hebben dat de belangen van laagopgeleiden niet voldoende behartigd worden.

Velen in het volk voelen zich onbegrepen

Of eigenlijk, ik zie het niet in de eerste plaats als een tegenstelling tussen hoog- en laagopgeleiden. Er zijn namelijk meer dan voldoende hoogopgeleiden die stemmen op partijen als de PVV en FvD (hoe het zit met DENK weet ik niet). Ook zij voelen zich niet vertegenwoordigd. Er is trouwens nog een ander argument waarom het niet zozeer gaat om de tegenstelling tussen laag- en hoogopgeleiden. Partijen als de PvdA en (vooral) de SP claimen zeer veel binding met laagopgeleiden te hebben. Toch is de PvdA sterk geslonken en wist de SP daarvan niet ruim te profiteren. Het is een indicatie dat er méér aan de hand is. Het gaat de ‘laagopgeleiden’ niet alleen om belangenbehartiging inzake de bestaanszekerheid. Het gaat hen ook om culturele zekerheid en je thuis voelen; kortom om cultuur, identiteit en je één voelen met de anderen om je heen. De PvdA denkt nog steeds dat het de belangen van de laagopgeleiden dient als het toewerkt naar een betere zorg, naar meer subsidies en een hogere uitkering voor bijstandsgerechtigden, naar een nóg verdergaande nivellering en nog zo wat goeddeels financiële voordeeltjes. Daar geven de laagopgeleiden natuurlijk wel om, maar vooral willen zij zich in deze globaliserende wereld veilig voelen in hun eigen land, dus onbedreigd door buitenlanders die hen verdringen op de arbeids- en huizenmarkt, dus ongestoord door buitenlanders die zich niet schikken naar de typisch Nederlandse gewoonten, tradities, normen en waarden, dus gesterkt door een overheid die de grenzen wèl goed in de gaten houdt, dus vertegenwoordigd door een overheid die zich verzet tegen afkrakers van de eigen cultuur.

Gordijnstemmers en gordijndenkers

Eén op de zes á zeven stemgerechtigde Nederlanders heeft zich al afgekeerd van de traditionele partijen. De meesten van hen heten gordijnstemmers, omdat ze buiten het stemhokje hun echte keuze niet durven te vertellen. Er zijn ook vast gordijndenkers. Dat zijn dan de mensen die stilletjes sympathiseren, maar toch nog traditioneel stemmen, waarschijnlijk omdat ze nog niet durven uit te sluiten dat alle waarschuwingen voor een Wilders en Baudet toch grond hebben. De meerderheid hebben die alternatieve partijen dus nog lang niet. Dat betekent in een democratie dat die partijen vooralsnog volkomen machteloos aan de zijlijn moeten toekijken.

De opstand komt niet

In normale tijden kunnen ze denken, “ach, onze tijd komt nog wel”. Maar het zijn geen normale tijden. De grootste bedreigingen van ons land worden met het jaar ernstiger, zeker als het gaat om het bedenken van, voor iedereen redelijke, oplossingen. Sommer rept over een buitenlandse diplomaat die zich afvroeg waarom hier nog steeds geen opstand is uitgebroken. Tsja, als we nou echt zo’n supergoed verlichte despoot in ons midden hadden, dan mocht hij (zij?) van mij. Maar zoals ik al schreef, die bestaat niet. Punt. En dus dilemma.

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s