In Nergensland pleit Femke Halsema voor humane vluchtelingenkampen

Femke Halsema bespreekt in haar boekje Nergensland het vluchtelingenvraagstuk vanuit het linkse perspectief. In een drietal eerdere artikelen heb ik een aantal in het boekje ter sprake gekomen thema’s eruit geplukt. Nu is het hoog tijd het boekje als geheel te reviewen.

zaatari_screenMet Nergensland probeert Femke Halsema ‘nieuw licht op migratie‘ (de ondertitel) te werpen in zo’n 100 pagina’s. Jarenlang was ze voorzitter van Stichting Vluchteling en bezocht ze in die hoedanigheid menig vluchtelingenkamp, in Afrika en het Midden Oosten. Voor die stichting geldt dat het vooral aandacht vraagt voor humane opvang. Ook Halsema heeft dat als focuspunt. Toch ervoer ze bij de bezoeken altijd ook een zekere twijfel. Zo wilde ze toch wel onderscheid blijven maken tussen echte vluchtelingen en economische migranten. Met die tweede groep heeft ze beduidend minder; het gaat haar ook in dit boekje om de echte vluchteling. Die moet ècht geholpen worden, stelt ze duidelijk, en vooral moet het humaner, of eigenlijk humaan, want nu is het in die kampen ronduit inhumaan. Maar anderzijds laat ze blijken donders goed te begrijpen dat Europa niet de veerkracht en de wil heeft om honderdduizenden, laat staan miljoenen migranten op te nemen. Zeker voor haarzelf was lange tijd onduidelijk welke oplossingen ze precies moest gaan voorstaan. Het schrijven van dit boekje moest haar daarbij helpen.

Ik ontwaarde een intellectuele vrouw die haar mening bij tijd en wijle probeert te boekstaven met citaten van mij bekende én mij onbekende schrijvers. De opdrachtgevers (het gaat om een boekenserie onder redactie van Frank Meester en Coen Simon, die een schrijver uitnodigen, maar wel met een opdracht erbij) hadden haar gevraagd in elk geval een fragment van Karl Popper erin te betrekken. Dat fragment komt uit zijn boek De open samenleving en haar vijanden. Zo gezegd, zo gedaan, het is als bijlage opgenomen en ze komt er geregeld in de tekst op terug.

Wie is de vijand?

Halsema begint met een anekdote die speelde in Melilla, een badplaats aan de Méditerranée waar telkens weer duizenden Afrikanen Europa proberen binnen te komen. Maar voor mij begint het boekje pas echt als zij, op pagina 31, een veroordeling uitspreekt. Pas daar voel ik aandrang om de eerste aantekening te maken. Eerst rept ze nog over ‘het verhardende asiel- en migratiebeleid in alle Europese landen‘. Die verharding vindt ze discutabel, maar wel begrijpelijk, gezien de ‘wankele omstandigheden’. Maar dan schrijft ze:

In deze wankele omstandigheden gedijen autoritair-populistische bewegingen zoals het Franse Front National, de Nederlandse PVV en de Engelse onafhankelijkheidspartij (UKIP), die zich niets aantrekken van bijvoorbeeld het internationale vluchtelingenverdrag en zonder scrupules een causaal verband leggen tussen politieke asielbeslissingen en terreuraanslagen alsof hun  politieke tegenstanders daaraan medeplichtig zijn. Het voeden van de angst bij de lokale bevolking over ‘verkrachtende’, ‘criminele’ asielzoekers en het oproepen tot ‘verzet’ tegen hen – waarbij de suggestie van geweld niet wordt geschuwd – waren de afgelopen jaren een garantie voor electoraal succes.

Zo, de toon is gezet. De lezer weet nu wie de vijand is, althans volgens gezagsdraagster Femke Halsema. Niet degenen die mensen op de vlucht jagen (stomtoevallig goeddeels moslims), maar zij die waarschuwen voor reële problemen die de migrantenstromen met zich meebrengen. ‘Autoritair-populistisch’, ‘zonder scrupules’, angstvoeders, geweldaanjagers, op politieke macht belust. Toe maar, het zal je allemaal maar gezegd worden. Daar sta je dan met je goede bedoeling.

Zatopia als antwoord op inhumane kampen

Toch is het pissig met de vinger wijzen naar ‘autoritair-populisten’ niet haar hoofddoelstelling, gezien de rest van het boekje. Vooral poogt ze een antwoord te vinden op haar worsteling, een antwoord op de vraag wat er verbeteren moet. Ze had natuurlijk kunnen focussen op internationaal ingrijpen in oorlogsgebieden zodat oorlogen eerder of zelfs in de kiem gesmoord zouden worden. Dat pad heeft ze niet gekozen; het is ook niet het pad dat Stichting Vluchteling volgt. Ze heeft gefocust op wat er in de opvang zelf verbeterd kan worden, zodat het voor vluchtelingen (meer) humaan wordt en er, weliswaar als gelukkige bijvangst, ook minder behoefte gevoeld wordt om naar Europa te willen uitwijken.

Het belangrijkste hoofdstuk is dat waarin Zatopia wordt beschreven. Het is ‘een utopisch vergezicht’, maar ze beschrijft het utopische vluchtelingenkamp alsof het al werkelijkheid is. Het duurde even voor ik door had dat Zatopia helemaal niet bestaat. Dat is een verdienste van haar, want het betekent dat de geschetste situaties niet van realiteitszin gespeend zijn. Het is meer het totaalplaatje dat het een utopisch karakter geeft. Vandaar dat ik pas na een zekere optelsom argwaan begon te voelen. En ik had natuurlijk over het allereerste zinnetje van dat hoofdstuk heengelezen: ‘Een utopisch vergezicht.‘ (pag. 81).

In een eerder artikel heb ik het hoofdstuk al samengevat. Hier toch even een deel uit dat artikel herhaald.

Halsema beschrijft hoe een vluchtelingenkamp op de grens tussen Syrië en Jordanië in de loop van vijf jaren is veranderd. Er verrees een echte stad, ‘met gebouwen, openbare ruimten, kleine parken en woningblokken’. Een ‘ingenieus stelsel van waterleidingen en rioleringen’. Zonne-energie, ‘fietsen voor gemeenschappelijk gebruik (een cadeau van de stad Parijs)’, een nieuw ziekenhuis, een ‘bibliotheek met studieruimten en collegezalen’, eigen politie en een echt stadsbestuur dat werk maakt van de mensenrechten. Zeer voornaam punt is dat alle grond, gebouwen, voorzieningen en instellingen géén eigendom zijn van individuen, maar van en voor de gemeenschap zijn, Wereldwijd dragen universiteiten bij aan het kunnen behalen van diploma’s op afstand via internet. Er is een bedrijventerrein gekomen waar ‘een Amerikaanse technologiereus een nieuwe campus heeft geopend’. Er zijn moestuinen en een olijfboomgaard. Ook is er een nieuwe asfaltweg naar Amman aangelegd.

Het was ook met name dit hoofdstuk dat voor Buitenhof aanleiding was Femke Halsema uit te nodigen. En mocht het boekje gaan behoren tot de veel geciteerde literatuur, dan zal dat vast en zeker vanwege de beschrijving van ‘Zatopia’ zijn. Dat wil niet zeggen dat het boekje voor het overige niets noemenswaardigs bevat. Voor mijzelf was het aanleiding tot maar liefst drie aparte artikelen. Daarmee is ze in de citatie-index toch maar mooi omhoog gestoten.

De drie aparte artikelen gingen respectievelijk over ‘hoe om te gaan met vluchtelingen in een Open samenleving‘, over ‘of er wat schort aan een principiële houding‘ en over de vraag ‘of de huidige vluchtelingenkampen humaner moeten‘.

Hoezo inhumaan?

Met name dat laatste artikel ging over Zatopia. Mijn kritiek was dat haar idee van wat inhumaan is niet door iedereen gedeeld wordt en dat haar voorstellen om de kampen humaan te maken menigeen te ver zullen gaan, temeer daar die mensen vinden dat zulke kampen niet al te aantrekkelijk moeten worden. Dat neemt niet weg dat ze wel degelijk ook zinvolle verbeterpunten aandroeg. Ik zou het niet verkeerd vinden als een klein aantal daarvan werkelijkheid worden. Maar NIET bij Calais! Bij Calais heeft geen vluchteling of ander type migrant ook maar iets te zoeken.

Revisited: Wie is de vijand?

Rest mij toch weer op één thema terug te komen. Dat kan het beste door bespreking van het laatste hoofdstuk. Het verhaalt over het stadje Homer in Alaska. Niet bepaald een plaats waar vluchtelingen graag naartoe gaan, maar desalniettemin vond het progressieve deel van de gemeenteraad het nodig om een resolutie in te dienen. De resolutie hield in dat de stad zich uitspreekt tegen discriminatie en moslims welkom heet. Daarmee stelde het zich teweer tegen Trump die net gekozen was.

Nogal wat inwoners waren boos over die resolutie. Met name ene Ben Tyrer wordt door Halsema opgevoerd als typisch representant van die boze mensen. Uiteindelijk weet een journalist deze Tyrer ervan te overtuigen dat hij zich heeft laten bang maken door nepnieuws, verspreid door ‘de angst voedende propaganda van extremistische sites als Breitbart’.

Halsema schrijft in dit hoofdstuk vanuit het standpunt dat alle negatieve verhalen over migranten, ook islamitische, schromelijk overdreven worden door angst- en haatzaaiende populisten. Vanuit dat perspectief zijn het uiteraard ‘vooroordelen’ die bestreden moeten worden. Zo lezend zal ze ook mijn standpunten alleen maar kunnen duiden als vooroordelen. Ik bestrijd dat uiteraard ten volle. Sterker, ik ben er juist van overtuigd dat hààr standpunten voortvloeien uit vooroordelen.

Vooroordelen? Zeker, maar van wie?

Vooroordelen zijn niet per definitie negatief voor degenen die beoordeeld worden. Men kan een negatief beeld hebben, maar al evenzeer een te rooskleurig beeld. Uitgerekend de Islam en moslims zijn er tientallen jaren te rooskleurig vanaf gekomen. Gebrekkige kennis van de geschiedenis en onwetendheid over de cultuur van een etnische of religieuze groep kunnen, bijvoorbeeld na een positieve propagandistische documentaire, ervoor zorgen dat mensen massaal een zekere sympathie voor die groep ontwikkelen of er anders min of meer ongeïnteresseerd, want “niet gevaarlijk”, over praten. En dàt is precies wat ons hier in het westen overkwam. Wij werden eenzijdig positief geïnformeerd over de Islam en zijn volgelingen. Het is dus precies omgekeerd aan wat Halsema stelt. Sites als Breitbart proberen een tegenwicht te bieden. Het is zeker mogelijk dat er nepnieuws bij zit, maar daarmee is niet gezegd dat de iii-critici (iii: islam, integratie, immigratie) alleen maar wat uit hun duim zuigen.

Alarmisten? Zeker, maar wat is daar fout aan?

Een ander opvallend punt is dat linkse mensen altijd weer zeggen dat de mensen angst wordt aangepraat. De iii-critici worden daardoor weggezet als angstaanjagers. Dat is een flinke miskenning van hun bedoeling, namelijk het waarschuwen voor de gevaren van de Islam. Ze slaan alarm om mensen wakker te schudden en aan te zetten tot rationeel ingrijpen, maar sommige emotioneel kwetsbare mensen ervaren inderdaad voornamelijk angstgevoelens. Toch verschillen deze alarmisten niet van bijvoorbeeld de klimaatalarmisten; ook die hebben de beste bedoelingen. We zouden juist blij moeten zijn met zulke gedreven alarmisten. We doen ze echt tekort door ze weg te zetten als angst- en haatzaaiende, extreemrechtse populisten. Ook Halsema moet daarmee ophouden!

Mensen zoals ik zijn niet haar vijanden. De intolerante moslims zijn de vijand. Zolang dat besef niet wil doordringen bij opinieleiders als Femke Halsema, blijft de polarisatie voortduren en zijn we als land in feite halfzijdig verlamd in onze strijd tegen die vijand. Voor de nodige iii-critici betekent dit dat ze mensen als Halsema en partijen als Groenlinks wel kunnen schieten en het liefst voor een tribunaal willen zien verschijnen vanwege landverraad. Ik zou zeggen, het is vooral cultuurverraad en een tribunaal gaat me wat ver. Maar ik begrijp die gevoelens. Zoveel jaren van zoveel overduidelijke signalen van intolerantie en onaangepastheid onder moslims zouden toch ieder weldenkend mens allang hebben moeten ontdoen van hun te rooskleurig beeld. Ook Femke Halsema. Meer dan jammer dat ze in het boekje Nergensland nog immer de vijandige confrontatie zoekt met iii-critici.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s