Westerse ‘persvrijheidlievende’ journalisten doen zelf het hardst aan breidelen van hen onwelgevallige pers

soros-plakatok-1

“Laat Soros niet als laatste lachen”, is de tekst op deze Hongaarse verkiezingsposter van Fidesz. Verder: “99% van de Hongaren verwerpt illegale immigratie.”

Heb ik maar mooi gemist: 3 mei (gisteren dus) is de Internationale Dag van de Persvrijheid. Op Radio1 ging het er dus uiteraard over, bijvoorbeeld in Mediaforum Kijkluister vanaf 2:50. In de 20 minuten dat de heren journalisten erover praten wordt weinig schokkends gezegd, althans naar het idee van de meeste luisteraars. Maar wie de oren gespitst gebruikt, zal merken dat de zelfkritiek volstrekt afwezig is.  Deze journalisten menen oprecht verdedigers en beoefenaren van het echte vrije woord te zijn. Wat ze echter niet doorhebben, is dat ze alle jaren ondertussen de hen onwelgevallige opinies onder tafel wegmoffelen of anders met vileine woorden neersabelen. Daarmee kom ik meteen aan een fundamentele kritiek op journalisten en politici die ons vertellen dat een Poolse en Hongaarse overheid hard bezig zijn aldaar de persvrijheid om zeep te helpen. Ze hebben waargenomen dat met name de linkse pers in die landen wordt tegengewerkt en ja, dat is dus een duidelijk signaal van persbreidel. Toch?

Het is altijd al een aandachtspunt geweest, maar ook anno 2018: ‘Regimes’ die de persvrijheid indammen moeten door onze vrije pers vooral ‘kritisch’ worden gevolgd, dat wil zeggen: in een negatief daglicht worden gesteld. De breidel wordt altijd gebracht als een verwoede poging van ‘machthebbers’ om hun ‘vijanden’ uit te schakelen en zodoende de macht te consolideren of zelfs verder te vergroten. Een andere verklaring wordt eigenlijk nooit beschreven.

Want wat nu, als een regering zich grote zorgen maakt over het destabiliserende effect op de samenleving door ophitsing vanuit ideologische minderheden? Wat nu, als een regering zich verplicht voelt – uit maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel – om zulke ophitsers in toom te houden mede door die minderheden te breidelen waar het om hun toegang tot de media gaat?

Je zou zeggen dat in een beschaafd land àlle minderheden toegang hebben tot de media. Eens. Maar hoe kijken we aan tegen de màte van toegang? En zijn er echt géén groepen die we de totale toegang willen ontzeggen? Elke realist zal willen uitgaan van persvrijheid in-principe, dus niet uit-principe.

Partijen als de PVV, FvD, AfD, FPÖ, PiS en Fidesz zijn van mening dat een zekere linkse ideologie – of anders wel het conglomeraat van cultuurmarxisten – momenteel oververtegenwoordigd is in de media en dat ‘rechtse’ standpunten door die linkse journalisten worden belachelijk gemaakt. Als die mening gestoeld is op feiten, dan is het niet raar dat die partijen, dra zij de regering mogen vormen, maatregelen willen treffen om aan de disbalans wat te doen. Lijkt mij. Zolang die regeringen het niet overdrijven door links helemaal weg te willen drukken uit de pers, hebben ze mijn zegen. Het lijkt mij dat linkse journalisten die evengoed met respect over hun politieke tegenstanders schrijven niet snel zullen worden tegengewerkt. Dus met die persvrijheid lijkt het mij wel mee te vallen. (En zagen we alle tijden hetzelfde mechanisme niet ook plaatsvinden waar de linkse revolutie doorbrak?) Bedenk ook dat diezelfde ‘rechtse’ partijen zelf als de beste weten hoe het voelt om (door links) onder het kleed te worden geveegd of belachelijk te worden gemaakt.

Over onder het kleed vegen, een recent voorbeeld daarvan: Op deze pagina van de VPRO plaatste ik afgelopen week een commentaar. Al na een half uur was het verwijderd. Afijn, ik plaatste opnieuw een (ander) commentaar. Ook die werd verwijderd. Momenteel kan je er helemaal geen commentaar meer plaatsen. Het was uiteraard geen commentaar dat de schrijfster van dat artikel beviel, maar het was zeker wèl een beschaafd commentaar. Diezelfde VPRO maakte altijd een kernwaarde van opkomen voor persvrijheid. En nu ook in Polen en Hongarije. Ze maken zich heel grote zorgen over die landen, zo blijkt uit een andere uitzending op Radio1: Bureau Buitenland, 24 april. De balk in eigen ogen zien ze niet. De eigen intolerantie aangaande onwelgevallige meningen eveneens niet. Dat ze eigenlijk hetzelfde doen als die regeringen, beseffen ze niet.

Of wat te denken van Amnesty International. Ook die zoomt in op Polen en Hongarije. Tsja, het gaat natuurlijk om dezelfde balken in eigen ogen, om dezelfde intolerantie. De woordkeuze op deze webpagina maakt het duidelijk welke wind er waait:

[…] Want EU lidstaten als Polen en Hongarije doen er alles aan om kritische media de nek om te draaien. […]

‘Kritische media’ en lidstaten die deze media ‘de nek willen omdraaien’. Dat is het frame dat wordt gezocht. Maar hoe weten zij zo zeker dat het om waarlijk kritische media gaat en niet zozeer om ophitsers? En zou het ook bezorgdheid om de maatschappelijke orde van die regeringen kunnen zijn? Is wat die landen doen niet eigenlijk een variatie op hetzelfde thema als onze eigen ‘kritische’ journalisten al evenzeer proberen? Namelijk, het de politieke tegenstanders liefst onmogelijk maken zich in de media te uiten of anders toch minstens die tegenstanders proberen weg te zetten? En zou het zo kunnen zijn dat die landen daarin méér het gelijk aan hun zijde hebben dan in dit geval Amnesty, de gemiddelde westerse journalist en de EU-commissie? Zijn de motieven van Soros echt zuiver en goed voor de wereld? Daarover kan heel anders gedacht worden en je kan links verwijten daarover nooit te willen nadenken, laat staan erover te willen discussiëren.

Uiteraard moeten die regeringen niet gaan overdrijven. Maar dat lijken ze vooralsnog niet te doen.

Advertenties