Alsjeblieft, géén keppeltjes op straat

jeugd met keppeltjes

In de Kastelenstraat voelen de Joodse jongens zich veilig. ‘Dit is een Joodse buurt, maar daarbuiten draag ik meestal een pet over mijn keppel.’ © Dingena Mol

Soms lees je over joodse Nederlanders die hun keppeltje niet meer op straat durven te dragen. Ik moet me daarover toch even uitspreken.

Eigenlijk voelen alleen ultra-orthodoxe (charedische) joden zich geroepen om een keppel te dragen. Daarvan zijn er nogal wat in Antwerpen, maar slechts weinigen in Nederland. Deze weinigen hebben zich, niet onlogisch, in elkaars buurt gevestigd:  in Amstelveen en Amsterdam-Zuid.

Voor de overige joden zou moeten gelden dat ze een keppel niet op straat zouden moeten wìllen dragen. Het is hier in Nederland, met name in Amsterdam, al twee eeuwen niet de gewoonte om in het dagelijks leven met keppel te lopen. Het werd – en wordt – wel gedaan in en om de synagoge, maar niet op het werk of tijdens het winkelen. Gelukkig maar, zo vind ik.

Dat heeft natuurlijk enerzijds te maken met het soort joden dat zich in Nederland vestigde; zoals gezegd vestigden de ultra-orthodoxen zich hier niet of nauwelijks. Anderzijds drong de Nederlandse overheid – denk aan lands- en stadsbestuur – zeker sinds het begin van de 19e eeuw aan op ‘emancipatie’ en ‘integratie’, ofwel op aanpassing. Overige burgers van een stad als Amsterdam ergerden zich aan diverse uiterlijke aspecten van de joden. Ze hadden zo hun idee over de typisch joodse kledij, haardracht, keppel en jiddische taal. De Portugese, maar ook de Oost-Europese en Hoogduitse joden gingen erin mee en steeds meer droegen zij op straat hetzelfde soort kledij als de christelijke burgers, pasten zij hun haardracht aan, lieten zij het keppeltje thuis of in de broekzak en spraken ze nog voornamelijk Nederlands. Het betekende een flinke bijdrage aan de integratie en acceptatie. Waar ik blij mee ben.

Dit alles in tegenstelling tot hoe het er in Antwerpen aan toe ging. Daar bleven de joden de hen typerende kenmerken toepassen, wellicht omdat het Antwerpse stadsbestuur minder ‘assertief’ was dan die van Amsterdam. Waar ik NIET blij mee ben. Elke keer als ik door ‘Joods Antwerpen’ loop, zucht ik van binnen en schud ik, hopelijk onopvallend, het hoofd. Wie gediscrimineerd wìl worden, moet er vooral zò gaan bijlopen in een verder niet-joods land, denk ik dan.

Het is voor mij even de vraag of in Antwerpen de weerzin om aan te passen groter was omdàt er zoveel ultra-orthodoxe joden woonden, of dat het stadsbestuur geen eisen stelde en dààrom zoveel ultra-orthodoxe joden erheen trokken.

Zie de joodse canon voor de geschiedenis van de joden in de Nederlanden.

 

Advertenties