Femke Halsema en haar puberende zoon

Puberende zoon? Nou sorry hoor, maar wat haar zoon heeft gedaan kan je niet zomaar afdoen als wat puberen. Ook niet als balorigheid. Laten we vooral niet denken dat dit het gemiddelde puberale gedrag was. Daarvoor was het behoorlijk over de schreef.

In het jeugdjournaal zegt een jeugdrechtdeskundige heel erg te zijn geschrokken van het naar buiten komen ervan. Dat had nooit mogen gebeuren, want het kan de toekomst van het kind heel erg schaden. Zulke gevallen moeten niet in de openbaarheid komen, vindt zij. Ik begrijp wat zij bedoelt, maar ben het er niet zomaar mee eens.

Als het gaat om het al of niet openbaar maken in een krant, speelt de ernst wel mee. Kattekwaad hoort nooit de krant te halen, maar ernstiger vormen mogen rustig de krant halen, waar het dan nog even een aparte afweging is of extra informatie de jongeren te identificeren maakt. Naam en toenaam zeggen mensen die aan de andere kant van de stad wonen niks, terwijl subtielere verwijzingen voor de buurtbewoner vaak al meer dan genoeg zeggen.

Naam en toenaam in een landelijke- of stadskrant hebben tegenwoordig natuurlijk wel een langetermijn-effect dankzij internet en Google. Je kan dus maar beter Piet Jansen heten, zodat het over 10 jaar nog een beetje gissen, en vast wel vergeten, wordt. Maar ja, tegenwoordig heeft haast iedereen een superunieke naam, lijkt het wel.

Sommigen suggereren nu dat er geprobeerd is een en ander in een doofpot te stoppen. Ikzelf ben ervan overtuigd dat er gehandeld is vanuit het principe dat dit soort zaken niet in de krant horen omwille van de toekomst van zo’n puber. Maar toch is het oliedom aangepakt.

Burgemeester Halsema had al direct (dus nu precies een maand geleden) een bericht moeten laten uitgaan. Dat had het vandaag uitgegane bericht kunnen zijn, maar er had echt nog een vette alinea bij gemoeten:

“Wij, de ouders, zijn trouwens momenteel zeer pissig op onze zoon. Dit alles krijgt voor hem nog een flinke staart, kan ik u vertellen. En dan hebben we het niet over wat de rechter tezijnertijd zal beslissen, maar over wat wij als ouders gaan beslissen.”

Iets in mij zegt dat zo’n ‘gesprek’ er ook vast wel geweest is; al moet je de ouders de kost geven die hun kind uit pure liefde echt àlles al na drie tellen vergeven en vervolgens de armen om het huilende kind heenslaan en troosten. Mijn punt is: ze had dit moeten vermelden in de brief. Waarom?

Omdat ze als burgemeester een voorbeeldfunctie heeft! Zo had ze laten blijken aan alle andere ouders van pubers dat je in zo’n situatie wel degelijk zeer streng moet optreden. Maar ook is het een signaal naar de directe omgeving; die voelt zich geruster als het weet dat de ouders streng ingegrepen hebben.

BELANGRIJKE UPDATE 15 aug.:

Bovenstaande is gebaseerd op de ‘brief’ die het jeugdjournaal vertoonde. In de open brief die aan ‘alle Amsterdammers’ werd gericht staat echter wel degelijk dat er door de ouders meteen is gehandeld.

“Ik heb hem opgehaald, bestraft en daarna eindeloos met hem gepraat.”

Daarmee is voor mij de kous af.

Trouwens wel een flinke blunder van het jeugdjournaal. Die hadden dat nooit zo mogen communiceren.

Advertenties

Complottheorieën zijn alom in de Amerikaanse films en tv-series

Ophef vandaag over een Hollywood-film die niet uitgebracht (telegraaf, filmtotaal) gaat worden. Is dit het begin van een heel grote herbezinning binnen de (Amerikaanse) filmindustrie? Ik mag het hopen.

Uitgerekend Trump’s twitter-activiteit over deze film was de aanzet ertoe. In de film gaat in een spel een superrijke elite op jacht naar ‘deplorables’ die zijn ontvoerd en ontwaken ergens in het jachtgebied. Volgens Trump en andere criticasters (Trump was uiteraard niet de eerste die erover begon) zijn het dit soort films die het mensbeeld van een deel van de jeugd zodanig verzieken dat ze makkelijker overgaan tot terreur als deze week in El Paso.

Mocht je geïnteresseerd zijn in de tienduizenden reacties op Trump’s tweet, klik dan op onderstaande. Wel opvallend: buitengewoon veel reacties zijn zeer haatdragend naar Trump zelf toe.

https://platform.twitter.com/widgets.js

Ik moest meteen denken aan de gedachten die bij me opkwamen bij het lezen van enkele artikelen in De Volkskrant (hier en hier en hier en vooral hier). In al deze artikelen richt De Volkskrant zich op het fenomeen dat de nodige complottheorieën binnen extreemrechts circuleren en een cruciale rol spelen bij de beslissing van sommigen om een aanslag te plegen. Mijn gedachten zijn dat complottheorieën inderdaad de ronde doen, maar dat ze evengoed de ronde doen binnen extreemlinks. Wat zeg ik: dat ze evengoed de ronde doen bij gematigd links, midden en gematigd rechts. Wat zeg ik: dat ze al tientallen jaren zorgen voor films die leiden tot volle bioscoopzalen en lyrische recensies zonder dat er ook maar iemand uit de massamedia een punt van maakte.

In vrijwel alle spectaculaire Hollywood-films is een complot ingebouwd. Ik voel niet eens behoefte om dit met wat voorbeelden te bewijzen. Voor veel Amerikaanse tv-series geldt hetzelfde. De indruk die zo’n film bij de kijker moet achterlaten is dat deze vooral niet naïef moet geloven in de goede bedoelingen van de heersende macht. Eigenlijk is het ongelooflijk dat een overheid het zomaar toestaat dat in een film of serie diezelfde overheid – zijn politie, justitie, president – wordt neergezet als corrupt en samenzwerend. Tuurlijk begrijp ik wel waarom het wordt toegestaan. Het wordt enerzijds gezien als een grondrecht om zo’n beeld van de maatschappij te hebben en te verfilmen. En anderzijds wordt er wellicht gedacht dat het op zich wel goed is om een niet-naïeve bevolking te hebben, een bevolking die zodoende erop kan toezien dat complotten snel worden geneutraliseerd.

De hier bedoelde Hollywood-films en Amerikaanse tv-series kennen vrijwel uitsluitend een Happy End. Althans, dat gold als een soort van eis in de jaren 50-70. In latere jaren kwamen er steeds meer films uit die géén positief einde kenden. Zo’n einde werd dan verdedigd met de uitspraak dat het meer recht doet aan de realiteit. Maar het effect op de bevolking was natuurlijk wel heftig. Terwijl de kijker bij een Happy End nog naar huis kon met het idee dat de wereld uiteindelijk toch grosso modo rechtvaardig is, gaat tegenwoordig menig kijker naar huis met een nòg somberder beeld van de rechtvaardigheid in de wereld. Wie dat teveel stress geeft, besluit op zeker moment dit soort films maar niet langer te kijken. Helaas zijn met name jonge jongemannen grote fan van zulke films en het effect op een deel van hen is zo goed als zeker desastreus.

Daar komt inderdaad bij dat je tegenwoordig via internet al snel 99 anderen vindt die dezelfde kant op denken. Die vormen vervolgens een groep en binnen de ontstane echokamer fokt men elkaar alleen maar verder op. Daarbij is de complottheorie al snel een bindend middel.

Overigens gaat De Volkskrant veel te weinig in op het gehalte van een complottheorie. Zo onderzocht Julia Ebner een complot dat rondzingt binnen extreemrechts. De Volkskrant liet Hassan Bahara haar interviewen en een artikel schrijven over ‘de grote vervangingstheorie‘. Ebner ging volgens het artikel zelfs ondergronds bij extreemrechts. Tsja, dat zegt wat. In het hele artikel worden ertoe doende details over de complottheorie echter geheel niet genoemd. Wel worden alle mensen die de term omvolking niet afwijzen – concreet: Bosma, Trump, Le Pen, Wilders, Baudet – geassocieerd met extreemrechts (drogreden: schuldig door associatie). Ook geen woord over degenen die de term gebruiken zonder het te associëren met een serieus complot. De hele teneur van het artikel is dat het hele idee van omvolking pure onzin, puur nepnieuws is en dat de lezer er vooral helemaal niets mee moet willen doen. Autochtone Europeanen worden niet alleen niet vervangen, autochtone Europeanen worden zelfs op geen enkele manier, waar dan ook, demografisch tot minderheid. Niet nu en niet in de verre toekomst. Kijk maar naar onze randsteden. Amsterdam is immers nog steeds een stad van echte Mokummers.

Nou ja, dat laatste stond niet in dat artikel, maar het geeft wel aardig weer welke kant op de massamedia als De Volkskrant de lezer pogen te sturen.

Wat mij betreft mag de discussie over complottheorieën losbarsten. Maar dan zullen we toch vooral ook de discussie moeten gaan voeren over de vele spectaculaire films die rond een complot zijn opgebouwd en waar we blijkens de kijkcijfers de afgelopen decennia maar al te dol op waren.

Autodelen – Over eigenwijsheid

Vorige week was ik op een bedrijventerrein waar auto’s worden gesloopt. Voordat die in de shredder gaan, worden eerst allerlei onderdelen die nog iets van restwaarde hebben gedemonteerd. En afgelopen week was ik in Belgié. Zittend op een terras zag ik op het parkeerterrein even verderop een auto staan met het opschrift Auto/delen (zie foto). Mijn eerste gedachte was dat het hier ging om de auto van een bedrijfje dat handelt in auto-onderdelen. Het is tenslotte België; hun taal verschilt nou eenmaal ietsje van de onze, toch?! Pas zo’n 10 seconden later drong tot me door dat het ging om een bedrijf dat auto’s beheert die je deelt met anderen.

Ik deelde deze ervaring met mijn vrouw. Ze was nogal verbaasd en toch ook weer niet helemaal, mij kennende. Tùùrlijk ging het om het delen van een auto, zo liet ze gedecideerd blijken. En ze vond het maar gek dat ik eerst die andere uitleg had bedacht. Was dat raar?

Het is een gegeven dat ik geregeld een voor anderen onverwachte uitleg geef aan woorden. Die andere uitleg is eigenlijk nooit helemaal van logica ontdaan. Dat geldt ook voor het hier gegeven voorbeeld. Maar niet van alle logica ontdaan zijn wil nog niet zeggen dat het dus waar is. Ook dat moge blijken uit het hier gegeven voorbeeld. Het zou dus zomaar kunnen zijn dat ik wel een vrij logisch denkend mens ben, maar evengoed heel vaak de onjuiste uitleg volg. En wanneer mij de andere uitleg niet verteld wordt of wanneer ik maar niet ontvankelijk raak voor die andere uitleg, kan het zomaar gebeuren dat mensen mij gaan zien als eigenwijs. Terecht?

“Ik heb ‘m keer op keer gezegd dat de aarde plat is, maar hij luistert gewoon niet. Hij is echt stronteigenwijs!”

Er zijn toch wel een aantal voorwaarden voordat je iemand terecht eigenwijs mag noemen. De belangrijkste lijkt mij dat er sprake moet zijn van onwilligheid om na te denken over een alternatieve uitleg. Dat laat dus onverlet het recht om de eigen uitleg beter te vinden dan de alternatieve uitleg. Ook al vindt de meerderheid jouw uitleg raar, ook al ben je een minderheid van slechts één persoon, dan nog kan het zo zijn dat jouw uitleg de betere is en er dus geen sprake is van échte eigenwijsheid. Desalniettemin zal de meerderheid je wèl typeren als eigenwijs. Waarvan akte.

Toch hoeft het niet een kwestie te zijn van de ene uitleg die wedijvert met de andere. In mijn geval komt er nog iets anders om de hoek kijken. Het lijkt een attitude van me te zijn om nadelen te bedenken als anderen alleen maar voordelen opsommen, en andersom, om voordelen op te sommen als de anderen zich blindstaren op nadelen. Het hoeft trouwens niet te gaan om voor- of nadelen. Misschien is het beter om te spreken over het willen benoemen van factoren waaraan de anderen nog niet hadden gedacht. Daarmee zeg ik dan niet dat de al bedachte factoren onzin zijn. Wel wil ik dan het zicht verbreden, de anderen bewuster maken van andere factoren die ook overwogen moeten worden. Echter, het kan zomaar gebeuren dat mijn bijdrage wordt ervaren als verstorend. Zonder mij was er immers vast al snel consensus geweest. Het kan geen eigenwijsheid worden genoemd, maar voor het gemak noemen mensen dat vaak wel zo. Waarvan akte.

Artikel 1 – Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

Idem kan het gaan om een andere uitleg, bijvoorbeeld van een paragraaf uit een handleiding of wetsartikel. Verschillend gevoel voor taal kan maken dat er een subtiel andere conclusie wordt getrokken. (Hoe bijv. in Artikel 1 ‘of op welke grond dan ook’ te interpreteren? De meesten lezen eraan voorbij, maar sommigen gaan ermee aan de haal en zoeken er de discussie over.) Wie van zichzelf vindt er beter in te zijn, voelt vaak de behoefte anderen te behoeden voor een foute interpretatie. Dat lijkt me op zich nobel, maar kijk uit. Wanneer het niet op tactische wijze gebracht wordt, is het al snel tegen het zere been. Het kan dus zomaar gebeuren dat je wordt ervaren als eigenwijs, bij wijze van zelfverdediging. Of wanneer de aangesprokenen het ervaren als nodeloos oponthoud, vindt men je al snel een lastige, eigenwijze zeur. Waarvan akte.

Wat moet je in een team of organisatie met zulke ‘eigenwijze’ mensen? Intelligentie en ervaring lijken mij van belang; ze kunnen foute keuzes voorkomen. Vooral de combinatie ervan is daarin krachtig. Het lijkt me een contradictio in terminis om zulke mensen eigenwijs te noemen. Maar goed, er spelen meer factoren een rol. Heel slimme en heel ervaren mensen zouden het weleens op zeker moment zat kunnen zijn om altijd maar weer sociaal tactisch de anderen te moeten zien te overtuigen, in plaats van gewoon te vertellen wat ze moeten doen of laten. Zeker in deze moderne tijd met zijn ‘agile’ manier van teamorganisatie – waarbij hiérarchie, althans voor het oog, wordt gemeden – is dat een dingetje geworden.

Ben jij iemand die makkelijk een ander eigenwijs noemt? Overdenk nog eens wat je dan feitelijk aan het doen bent. Misschien vind je zelf die typering van de ander vrij onschuldig of zie je het zelfs als een soort van compliment. Maar heb je dat dan ook in je nonverbale gedrag en je verdere toelichting voldoende laten blijken? Je kan er niet zomaar vanuit gaan dat de aangesprokene die typering vanzelfsprekend ‘sportief’ of als soort van compliment opvat. En als je het wel als kritiek bedoelt, verzeker jezelf er dan van dat je wel het juiste woord hebt gebruikt voor je kritiek. Wat mij betreft moet er echt sprake zijn van onwilligheid om andere meningen te overwegen, wil je terecht van eigenwijsheid worden beticht. Is die onwilligheid echt aantoonbaar? Vraag je dat vooral af voordat je de ander eigenwijs noemt.

Ben jij iemand die eigenwijs gevonden wordt en vind je dat onprettig? Weet dan dat veel mensen de term te pas én te onpas gebruiken. Misschien was het te pas, misschien te onpas. Wel is er ook in dat laatste geval altijd meer over te zeggen, zoals ik hierboven liet zien. Het is niet altijd simpel om de juiste analyse te maken. Wellicht kan je zo’n analyse dan het beste met vertrouwde mensen onder vier ogen proberen te maken.

IS hakte hoofden af, de VS blijken al even barbaars

Overdreven? Het is maar hoe je het bekijkt. Waarom hakte IS hoofden af, gooiden ze homo’s van gebouwen en stenigden ze vrouwen? Ze wilden één of enkele afschrikwekkende voorbeelden stellen, op een manier die iedereen in de Islamitische Heilstaat ervan zou doordringen welk gedrag men absoluut uit het hoofd moest laten. Met de bedoeling dat het afhakken, het van een gebouw afgooien en het stenigen in de toekomst zelden of nooit daadwerkelijk hoefde te gebeuren, mag men aannemen. In feite heeft diezelfde methode ook ten grondslag gelegen aan de Westerse samenleving, qua normen en waarden, zoals die nu zijn. De hele geschiedenis is vol van vonnissen die vanuit het individu gezien zwaar over de top, zeg maar barbaars, waren. En rechterlijke uitspraken zijn nog steeds mede bepaald door de wens van de heersende meute om afschrikwekkende voorbeelden te stellen. Het is dè manier om de maatschappelijke orde te handhaven, zo vinden hardliners. Zwaar straffen dus. Maar waarom waren wij allen dan toch zo verbijsterd over de straffen die IS uitdeelde? Dat waren we omdat we tegenwoordig erkennen dat die straffen barbaars zijn en echt niet kunnen. Nee, zelfs vinden we dat er straffen werden uitgedeeld waar er helemaal géén straf op zijn plaats is. We vinden, hier in het Westen, massaal dat niet-geloven binnen het normale valt, dat homo zijn binnen het normale valt, dat je gezicht niet bedekken het normale is. Kortom, we verafschuwden IS niet alleen om de absurde strafmaat, maar ook omdat hun uitleg van de sharia puur strijdig was met onze normen en waarden.

Dan nu wat er in de VS gebeurt, anno 2019. Daar bestaat blijkbaar een wet die het rechters mogelijk maakt – of hen ertoe dwingt, wat nog erger is – om een jonge vrouw tot TWINTIG JAAR CELSTRAF te veroordelen, alleen omdat ze seks had met een 13-jarige leerling. Je zou nog kunnen verdedigen dat wij in het Westen nu eenmaal normen hebben gesteld waar het seksuele omgang tussen volwassenen en onvolwassenen betreft, maar dan nog… TWINTIG JAAR CELSTRAF! De proportionaliteit is volkomen zoek.

Er was niet eens sprake van pedofilie in de meer wetenschappelijke zin. Uit wikipedia:

Pedofilie is een term, die wordt gebruikt voor het zich seksueel primair aangetrokken voelen van volwassenen en bepaalde adolescenten tot kinderen die nog niet geslachtsrijp zijn. (mijn vet)

Nog niet geslachtsrijp dus. Daarvan was in het onderhavige geval helemaal geen sprake. De 13-jarige jongen vond hun seks fantastisch en was zeker allang geslachtsrijp. Velen echter menen dat ook een jongen van 13 nog onvoldoende rijp is om de seksuele relatie aan te gaan. Het gaat dan om de veronderstelde machtsongelijkheid. Dat is echter géén facet dat iemand tot pedofiel maakt. Goed, de jonge vrouw was dus geen pedofiel, al beweren de ouders van de jongen van wel (“Ze is een pedofiel. Ze moet niet anders behandeld worden dan als hier een man zou gezeten hebben“). Maakte ze dan wellicht misbruik van haar macht? Er is niets waaruit dat blijkt. Zoals reeds gezegd, de jongen vond het allemaal fantastisch en moedigde het zelfs aan. Misschien had hij haar wel meer in zijn macht dan zij hem.

Maar goed, de burgers van de staat hebben nu eenmaal – feitelijk pas kortgeleden, na allerlei onderzoek door sociale wetenschappers, en we weten tegenwoordig dat veel van hun onderzoek ‘niet helemaal klopt’ – ingestemd met het idee dat er een enorme kans is dat er op latere leeftijd zwaar psychische problemen opdoemen bij veel kinderen die heel vroeg worden geconfronteerd met seks met ouderen. En dus is er nu wetgeving om die kinderen te beschermen. Maar die wetgeving moet natuurlijk wel een beetje proportioneel zijn. Seks met heel jonge, nog niet geslachtsrijpe kinderen kan, wat mij betreft, rekenen op (erg) lange straf of andersoortige uitsluiting van deelname aan de open maatschappij. Dat dus om te voorkomen dat zo’n volwassene na een korte straf toch weer seks met zulke jonge kinderen aangaat. Zo wordt de samenleving behoed. Maar in het onderhavige geval van de jonge vrouw en het 13-jarige geslachtsrijpe en meer dan willige kind is dat argument ronduit belachelijk. Je zou haar hooguit naar een maatschappelijk werkster kunnen sturen, die haar dan ervan gaat overtuigen waarom dit gedrag maar beter niet meer kan gebeuren. Meer is niet nodig. Sterker, meer straf is een schande. Meer straf zegt veel over de idiotie van de staatsburgers die de wet ooit goedkeurden.

Sommigen zeggen dat die wet er is vanwege conservatieve burgers. Religieuze scherpslijpers worden er ook bijgehaald. Een paar kanttekeningen zijn op hun plaats. Zo zullen er ook aartsconservatieve mensen zijn – mensen die terugverlangen naar de normen van vorige eeuwen – die de omgang van een jonge vrouw met een jongen van 13 niet zo heel erg vinden, althans als ze werkelijk de normen en waarden van die vorige eeuwen aanhangen. En gewoon conservatieve mensen verlangen wellicht terug naar de normen en waarden van het midden van de 20e eeuw. Ook toen was er nog niet zo’n radicale veroordeling inzake seks van een jonge vrouw met een geslachtsrijpe leerling. En de religieuze fundamentalisten? Pedofilie staat inderdaad in het lange rijtje ‘zondige seks’ dat hun God verboden heeft. De rapporten van de sociale wetenschappers zullen bij hen vast in goede aarde zijn gevallen, al hadden zij zelf die rapporten niet nodig om het te veroordelen. En toch, is het niet juist binnen de (katholieke) kerk dat er zoveel pedoseksualiteit voorkwam?!

Ik ben van mening dat links Amerika de handen niet in onschuld kan wassen. Juist die mensen haalden al die rapporten uit de sociale wetenschappen erbij, en vertaalden die naar de eis dat de wet verzwaard moest worden, zo vrees ik. Waarbij ze bovendien niet nalieten er vooral op te hameren dat er inzake mannen en vrouwen niet met twee maten gemeten mocht worden, zo vrees ik. Linkse mensen zijn namelijk heel goed in handelen uit principe, zo weet ik. Ze gaan er prat op dat ze buitengewoon empathisch zijn – veel empathischer dan rechtse mensen, zeggen ze – maar het tegendeel is eerder waar, zo vrees ik. Ze kunnen werkelijk keihard zijn in hun veroordeling, juist door hun principiële rechtlijnigheid, zo weet ik. Ja, de driften bij zichzelf begrijpen ze wel, maar de seksuele drift van een jonge vrouw voor een op de keper beschouwd niet eens zo heel veel jongere jongen willen ze niet begrijpen, want het is immers een lerares, en die moet die drift maar beheersen, zo redeneert links. En als deze beschuldiging van mij onwaar is, waarom hebben de regeringen Clinton en Obama die wet dan niet bijgesteld?? Waarom werden alle vergelijkbare rechtszaken van de afgelopen 30 jaren dan niet platgelopen door linkse demonstranten die het oneens waren met de zware strafeis?? Waarom lees ik dan zelfs op feministische sites reacties van vrouwen die zulke veroordelingen prachtig vinden, met als meest gehoord argument dat er niet met twee maten gemeten moet worden? Mocht links Amerika met de vinger wijzen naar rechts Amerika, dan wijzen er vier vingers naar links.

Je zou nu kunnen denken dat ik rechts ben en op links spuw. Dat is echter onjuist gedacht. De bovenstaande kritiek moet worden begrepen als kritiek op links, vanuit de hoop dat deze binnenkomt. Ik geef verder toe hier links te generaliseren. Wie een meer verdeeld links wil ervaren, kan terecht op Twitter. Bereid je echter voor op de meest bizarre uitspraken.

De Amerikanen hebben trouwens ook websites waar vastzittende leraren en leraressen uitgebreid getoond worden. Niks geen afko van de achternaam, niks geen balkje voor de ogen. Voor ons ver weg, voor deze leraren en leraressen is die openbare schandpaal voor altijd hun dagelijkse realiteit, ook nadat ze weer vrij zijn. Het is wéér zo’n onderdeel van de Amerikaanse normen en waarden waar wij Nederlanders helemaal niets van snappen, al besef ik dat een deel van ons zo’n systeem dolgraag ook hier wenst, zeker inzake echte pedoseksuelen.

Wat er opvalt: Het gros van die jonge vrouwen is echt uitgesproken mooi. En ze zien er niet bepaald crimineel uit, al kijken de meesten met de mondhoeken naar beneden, wat logisch is omdat het politiefoto’s zijn. Het beeld dringt zich op dat ze hun natuurlijke seksuele drift niet radicaal in de hand hebben weten te houden. Dat mag zwak worden gevonden, maar dat rechtvaardigt absoluut niet de absurde gevangenisstraffen. In een humane democratie past proportionaliteit. Ons oordeel over IS was loeihard, en terecht. Ons oordeel over de V.S. hoort van eenzelfde orde te zijn. Een fel protest vanuit andere landen hoort de politici en burgers van de V.S. zeker te bereiken. Westerse landen hebben altijd veel kritiek op niet-westerse landen als China, Rusland, noem maar op. Prima, maar dan moet er ook kritiek op elkaar mogelijk zijn:

De veroordeling van deze lerares is echt van het padje af, barbaars, niet passend bij een humane, Westerse democratie.

Provocatie? Of toch echt gemeend?

Vluchtelingen welkom. Menen ze dat nou echt zo absoluut? Of is het uiteindelijk toch ook naar hun eigen inzicht een overdrijving en een provocatie?

Op weg naar het werk, en later op de dag naar huis, heb ik in de auto vaak Radio1 aanstaan. Het zorgt geregeld voor ergernis, maar is desondanks een goede manier om wat breder geïnformeerd te worden over de wereld. Ergernis, als er een overmaat aan mensen aan het woord gelaten wordt die mijns inziens de verkeerde invalshoek hanteren en van daaruit dwingend oplossingen voor problemen voorschrijven; oplossingen die geen echte oplossingen zijn en de problemen vaak zelfs alleen maar verergeren. Wat breder geïnformeerd, omdat het goed is om niet slechts de galm in de eigen echokamer te horen. Mij zal het niet gebeuren dat ik geen weet heb van de argumentatie van mijn tegenstanders. Dat het andersom wel gebeurt – dat mijn tegenstanders geen weet (willen) hebben van mijn argumenten – is geen excuus om er idem in te gaan zitten.

Deze week was er – ik weet niet meer hoe laat en op welke dag en wat het onderwerp nou eigenlijk precies was – een gelegenheid voor een pleitbezorger van een links thema. Ernaar luisterend werd ik vervuld van een besef dat we hier te maken hadden met iemand die in zijn bevlogenheid kon concurreren met mij. Het was dus op dat punt gewoon herkenning. En toch was ik het fundamenteel flink oneens met zijn uitspraken. Het klonk mij als onvoldoende doordacht in de oren. Of eigenlijk, ik vond zijn uitspraken op punten echt absurd. Er leek daarom ook geen sprake van twee standpunten die best wel in een of andere vorm naast elkaar kunnen bestaan in de vorm van een compromis.

Maar er viel me nog iets op. Ik schreef al dat ik iets in zijn uitspraken absurd vond; hij leek me zwaar te overdrijven. Was hij eigenlijk bezig met provoceren? En als het overdrijving om het provoceren was, zou er dan toch meer in het vat zitten bij onderhandelingen? Zou een compromis dan toch kunnen? Het lijken me goede vragen die ik stelde.

Wie op Twitter vertrouwd is met wat wel rechts genoemd wordt, weet dat er heel veel afgegeven wordt op boegbeelden van links. Het betreft eigenlijk altijd uitspraken van linkse mensen die dan als extreem, onrealistisch, gekkigheid en zwaar overdreven worden herkend. Zelden of nooit blijken die linkse mensen onder de indruk, anders dan dat ze degenen die afgeven en schamperen beschouwen als lelijke schreeuwers die er niets van willen snappen. Niets van willen snappen? Ik vermoed nu dat bij linkse mensen het idee heerst dat overdrijven en provoceren niet alleen toegestaan maar zelfs noodzakelijk is om de volgende redenen.

Ten eerste wordt gemeend dat provoceren nodig is om aandacht te krijgen.

Ten tweede wordt gemeend dat overdrijven nodig is om de conservatieve mens los te weken uit de gewone manier van tegen dingen aankijken.

Ten derde wordt gemeend dat overdrijven nodig is om later een gunstiger resultaat uit onderhandelingen te halen.

Degenen die zich aan die overdrijvingen en provocaties ergeren, hebben dit alles wellicht niet altijd door, of eigenlijk: ze hebben het vrijwel nooit door. Veelal denken ze dat die linkse mensen het echt, tot op het bot, menen.

Sluit de grenzen. Menen ze dat nou echt zo absoluut? Of is het uiteindelijk toch ook naar hun eigen inzicht een overdrijving en een provocatie?

Andersom kan trouwens ook: rechtse mensen die overdrijven en provoceren om dezelfde redenen. Afgezien dan van de tweede reden; hen gaat het erom de progressieve mens terug te brengen naar de volgens hen gewone manier van tegen dingen aankijken. En waaraan merkwaardig genoeg dan weer de linkse mens zich ergert en er veel kwaads achter zoekt, omdat die denkt dat het allemaal tot op het bot gemeend wordt. Merkwaardig genoeg, omdat met een beetje meer zelfkennis de tegenstander beter begrepen zou moeten worden.

Of zouden de overdrijvende, provocerende mensen hun eigen uitspraken tòch volledig menen en geloven? Een simpele vraag zou kunnen volstaan: ‘Meen je werkelijk wat je hier beweert?” Een antwoord als “nee, natuurlijk niet, het is overdrijving” zal echter niet snel komen. De provocatie zou teniet gedaan worden en de onderhandelingspositie ondermijnd. Het antwoord zal dus zijn dat het uiteraard gemeend wordt. Waarna de alles letterlijk nemende tegenstander smalend zal reageren: “je bent echt gek!

En zo zitten we vast in een cirkel waarin we elkaar maar niks vinden en niet nader tot elkaar komen.

De onafhankelijke deskundigen van de ECRI lezen Nederland de verkeerde les

Domenica Ghidei Biidu, een van de machtigste vrouwen van Nederland, zo moet worden gevreesd.

De Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie (ECRI) is een instituut van de EU dat sinds 2002 de EU-landen beoordeelt wat betreft racisme en intolerantie. Eerder werd hier al hun algemene jaarlijkse rapport kritisch doorgenomen. Kern van de kritiek was dat de leden van het instituut hun werk onafhankelijk en deskundig horen te doen, maar in de praktijk geen onafhankelijke deskundigen blijken te zijn. In dit artikel wordt gekeken naar het recente rapport over Nederland. Dat rapport komt eens in de vijf jaar uit.

Eerst maar eens uit het voorwoord citeren (mijn vet):

De werkwijze voor het opstellen van de rapporten omvat literatuuronderzoek, een werkbezoek aan het desbetreffende land en vervolgens een vertrouwelijke dialoog met de nationale autoriteiten van het land.
ECRI-rapporten komen niet tot stand op basis van onderzoeken of getuigenverslagen. Het zijn analyses gebaseerd op een grote hoeveelheid informatie uit zeer uiteenlopende bronnen. Het literatuuronderzoek is gebaseerd op een groot aantal binnen- en buitenlandse schriftelijke bronnen. Het werkbezoek biedt de mogelijkheid tot direct contact met de betrokken (gouvernementele en non-gouvernementele) partijen teneinde gedetailleerde informatie te vergaren. Met de vertrouwelijke dialoog worden de nationale autoriteiten in staat gesteld eventuele wijzigingen in het conceptrapport voor te stellen om mogelijke feitelijke onjuistheden te corrigeren. De nationale autoriteiten kunnen desgewenst verzoeken hun zienswijze bij het ECRI-rapport te voegen. (Pag. 7)

Wat opvalt is dat alleen de aan de macht zijnde politieke partijen een ‘vertrouwelijke dialoog’ lijken te kunnen aangaan en via die weg invloed op het rapport kunnen afdwingen. Andere, oppositionele, politici kunnen niet anders dan hun sympathisanten bij non-gouvernementele organisaties inzetten, zo ze die contacten hebben. Je kan je afvragen wat er zo van het principe van de onafhankelijkheid overblijft. Weliswaar is de overheidsbemoeienis formeel beperkt tot het laten bijstellen van ‘feitenmateriaal’, maar in de praktijk wordt over ‘de feiten’ heel veel gebakkeleid. Stel bijvoorbeeld dat er een demonstratie uitliep op geweld: wie begon het geweld en waarom? Wiens versie is de meest eerlijke? Doet niet immers iedereen altijd de grootste moeite om een bepaalde in eigen voordeel uitvallende gebeurtenis te duiden als ‘het begin’?

Maar goed, bedenk maar eens een betere formule (al zou ook te rade gaan bij de oppositie al een hele verbetering inhouden). En tenslotte, de commissie mag de objectieve feiten toch voorzien van een onafhankelijke opinie?! Dat zou me moeten geruststellen, maar dat doet het niet. Uit het vorige verslag werd al duidelijk dat die onafhankelijkheid in de praktijk neerkomt op partijdigheid, en wel op een volledig linkse voorkeur. Of beter, op een regressief-linkse voorkeur. Nu we eindelijk, althans in Denemarken en bij ons bij Vrij Links, weer enige mist in het hoofd van de nodige sociaal-democraten langzaam zien wegtrekken, is het beter om die linkse mensen expliciet te gaan onderscheiden van het nog altijd dominante blok van regressief-links.

Tot zover het voorwoord. Over naar de inhoud. Welke kritieken heeft de commissie? Of nee, wacht even. Eerst moet ons eigen commissielid in het zonnetje worden gezet. Zij heeft immers een heel grote rol gespeeld in het document, mag je aannemen. Het gaat om Domenica Ghidei Biidu. Biidu heeft een lange staat van dienst. Wie vindt dat in zo’n commissie alleen bevlogen mensen mogen zitten, kan niet veel tegen haar inbrengen. Toch gaat het te ver om haar als onafhankelijk te zien. Zij kwam, zo’n 40 jaar geleden, op haar 15e samen met vriendinnen op eigen houtje naar Europa en vroeg asiel aan in Nederland. Er was destijds oorlog in haar land, Eritrea. Ze werd erkend. Al 40 jaar hier dus, maar uiteraard nooit losgekomen van haar eigen geschiedenis. Het is volkomen begrijpelijk dat een oorlogsvluchteling zich goed kan inleven in andere oorlogsvluchtelingen en het voor hen wil opnemen. Maar kan zo iemand zich ook goed inleven in de autochtoon?

Wat houdt onafhankelijkheid in? Wat houdt deskundigheid in? Laten we vooral niet de denkfout maken dat het inhoudt dat een onafhankelijke deskundige dus automatisch ook onpartijdig is. Laten we vooral niet denken dat Domenica Biidu dùs onpartijdig is. De zoektocht op internet bevestigt juist dat ze ronduit partijdig is. Ze is vòòr de multiculturele samenleving, vòòr inclusiviteit en neemt het uitgebreid op vòòr vluchtelingen, zonder ook maar enige kanttekening erbij te plaatsen. Dat mag allemaal, maar het tekent wel de eenzijdigheid van dit commissielid. En idem zijn de overige leden eenzijdig van regressief-linkse snit. Dat blijkt uit hun analyse van Nederland.

Het rapport begint al ‘goed’:

Er is een proces gaande om meer gronden voor discriminatie in de Grondwet op te nemen en de Tweede Kamer heeft een amendement op de Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB) goedgekeurd dat uitdrukkelijk bepaalt dat discriminatie op grond van geslachtskenmerken, genderidentiteit en genderexpressie ook vormen van discriminatie op grond van geslacht zijn. (Pag. 9)

De ECRI vindt dat een goede zaak. Maar is het ook een goede zaak? De volgende kritiek treft niet zozeer de ECRI, maar wel ons parlement dat geen idee heeft van de belachelijkheid van het onderhavige amendement. Discriminatie op grond van geslachtskenmerken willen tegengaan is natuurlijk een goede zaak, al is dat reeds verboden op een aantal gebieden. Maar op basis van genderidentiteit en genderexpressie? Beseft iedereen wel wat daar staat? Dus als iemand als jongetje geboren is en besluit voortaan als meisje verder te gaan, dan moet jij hem voortaan verplicht als meisje aanspreken. Doe je dat niet, dan word je vervolgd en beboet omdat je discrimineert.

Afijn, volgende onderwerp. Ik sla veel over dat in feite op hetzelfde neerkomt als wat al is besproken in het vorige artikel.

De opstellers hebben het sterk gemunt op de PVV en FvD:

Ondanks deze positieve ontwikkelingen constateert de ECRI dat het politieke debat in het algemeen nog steeds sterk wordt beïnvloed door een xenofobe, angstaanwakkerende retoriek onder invloed van de Partij voor de Vrijheid (PVV) en Forum voor Democratie (FvD). Dit debat leidt sinds het begin van deze eeuw tot verdeeldheid en wordt gevoed door steeds weer nieuwe islamofobe uitlatingen en acties zoals het opzetten van websites voor het melden van klachten over arbeidskrachten uit Roemenië, Polen en Bulgarije in 2012 en asielzoekers in 2015 en een Mohammed-cartoonwedstrijd van de PVV in augustus 2018. (pag. 19-20)

Andere politieke partijen wordt het vervolgens kwalijk genomen dat die zich daardoor hebben laten verleiden tot eveneens kwalijke uitspraken, in pogingen de PVV en FvD wind uit de zeilen te nemen. De commissie ziet deze ontwikkelingen met zorg tegemoet. Ook de uitspraak van Rutte “”Doe normaal of ga weg” wordt hem kwalijk genomen:

[…] in januari 2017 schreef de minister-president het volgende in een open brief die op internet en in krantenadvertenties verscheen: “We voelen een groeiend ongemak wanneer mensen onze vrijheid misbruiken om hier de boel te verstieren, terwijl ze juist naar ons land zijn gekomen voor die vrijheid. […] Ik begrijp heel goed dat mensen denken: als je ons land zo fundamenteel afwijst, heb ik liever dat je weggaat. Dat gevoel heb ik namelijk ook. Doe normaal of ga weg.” (pag. 20)

Kwalijk genomen, want: “Mensen uit minderheden ervaren dit soort taal als vijandig en xenofoob.

Idem wordt er negatief geoordeeld over allen die zich niet willen laten ringeloren door hen die zeggen Zwarte Piet kwetsend te vinden.

Eenzelfde gevoel van uitsluiting van zwarte mensen is te vinden in de zwartepietendiscussie. Voor velen is Zwarte Piet een beledigende karikatuur en een racistisch stereotype uit de tijd van de slavernij. (Pag. 21)

En idem geldt voor wetsvoorstellen die iets inzake de boerka en de niqab proberen te regelen. Ook die zijn kwetsend, voor moslims wel te verstaan.

Deskundigen zijn van mening dat dit soort patronen het … gevoel bij moslims versterkt dat er met twee maten wordt gemeten, dat hun gedachten en daden anders worden beoordeeld, en dat beledigende uitspraken van politici over moslims als aanvaardbaar worden beschouwd. (Pag. 21)

De radicalisering bij moslims, die ook de ECRI wel waarneemt, wordt geacht een gevolg van al die vreemdelingenhaat te zijn. Ook de media zouden op de hand van de vreemdelingenhaters zijn.

In veel nieuwsberichten over moslims wordt ook de PVV of haar partijleider genoemd en wordt de stevige taal van de PVV overgenomen. Dat soort herhaald negatief nieuws leidt tot stereotypering van moslims, voedt vooroordelen en kan aanzetten tot discriminatie. … Van vertegenwoordigers van minderheden heeft de ECRI vernomen dat de Nederlandse televisie en andere media “vooral heel wit en autochtoon zijn” en dat mensen uit minderheden niet vaak de kans krijgen zich in de media te uiten.(Pag. 22)

Bij voetbalwedstrijden houden de antisemitische spreekkoren aan, zo schrijft de ECRI, “vooral bij die van Ajax“. Waarbij de lezer dan maar zelf moet bedenken dat hier niet de Ajax-aanhang wordt beschuldigd, maar de aanhang van haar tegenstanders. De Ajax-aanhang zelf werpt zich immers op als beschermers van de joden.

De ECRI wenst gedragscodes die de haattaal moeten bestrijden. En er moeten zwaardere sancties (zwaardere boetes, langere gevangenisstraf) komen bij overtreding van de codes. Zal je altijd zien. Dat zwaar normatieve mensen willen grijpen naar dat soort middelen. De knoet erover, vinden ze in hun hart. Ach, ergens snap ik dat ook wel. Ook mij verbazen geregeld de opgelegde straffen. Dan worden er bijvoorbeeld simpele taakstraffen gegeven in plaats van steviger straffen, zelfs bij overduidelijke recidive. Maar er is wel een verschil. De ECRI lijkt het ook te hebben gemunt op taal die volgens mij nog steeds onder de vrijheid van meningsuiting hoort te vallen en dan zijn ‘zwaarderde sancties’ de opmaat naar echte censuur.

Over godsdienst staat er een frappant zinnetje in:

… dat christenen, moslims en joden allemaal dezelfde God aanbidden. (Pag. 23)

Zou het? Ik geloof er niks van.

Over het OM doet de ECRI nog een boekje open. Misschien was het al open, maar ik wist het niet:

De ECRI is verheugd dat het OM diverse strategische strafzaken tegen plegers van haatzaaien heeft gevoerd. De ECRI is van mening dat het OM hiermee krijgt terugbetaald wat het de afgelopen 20 jaar heeft geïnvesteerd in de ontwikkeling van een eenheid die zich in de strafrechtelijke vervolging van haatzaaien en hatecrime heeft gespecialiseerd en dat er bij de rechtbanken en het gerechtshof gespecialiseerde officieren van justitie zijn benoemd. (Pag. 25)

Gespecialiseerde afdelingen, daar hoor ik van op. En dat is dus 20 jaar geleden op poten gezet. Tsja, die afdelingen moeten natuurlijk wel wat te doen hebben, want anders worden ze weer opgeheven en dan zijn die lui geen specialist meer. Dus hups, een proces tegen Wilders dan maar. De ECRI betoonde zich zeer content.

De ECRI is in die zin verheugd dat de leider van de PVV opnieuw vanwege zijn islamofobe uitspraken is vervolgd. (Pag. 25 )

Dan neemt de ECRI het op voor de beledigde Sylvana Simons. En vindt het ook goed dat de blokkade-friezen zijn veroordeeld. De ECRI vindt het mooie strafzaken, want zo wordt aan de Nederlanders toch maar even een afschrikwekkende “boodschap aan de samenleving” (pag. 25) afgegeven. Maar wel stelt de ECRI dat de straffen zwaarder moeten, want het is allemaal niet afschrikwekkend genoeg.

En zo gaat het document door. Het is één lange tirade vanuit regressief-linkse hoek tegen alles wat ook maar enigszins kritisch is, met name aangaande de drie i’s: immigratie, integratie en islam. Of laat ik het net anders stellen. De leden van de ECRI zullen zich vast verweren door te stellen dat “kritiek uiteraard mag in een democratie”. Maar durven ze ook zover te gaan mensen toe te staan onwelwillend te staan tegenover zaken als immigratie, integratie en islam? Staan ze die mensen toe zich daartegen te verzetten, in woord en zelfs in daad? Wellicht zullen ze “ja, mits” antwoorden, doelend op door hen – en alleen door hen – getrokken grenzen.

Wat is de ruimte die ze laten voor mensen die de buik vol hebben van degenen die erop hameren dat we goed moeten zijn voor iedereen, ongeacht cultuur, ideologie en herkomst? Is er nog ruimte voor de uiting van walging die velen voelen wanneer er weer eens gesproken wordt over één wereld die van iedereen is? Welke ruimte laten ze aan hen die niet wensen mee te gaan in het type ‘verandering’ dat door linkse mensen wordt verkocht als progressief?

Die ruimte… Die ruimte hoort natuurlijk voldoende ruim te zijn, wil je mensen niet tot frustratie en radeloosheid – of nog erger – drijven en dat houdt in dat er ook lelijke woorden vallen, en dat er ook provocerende daden zijn. Wat lelijke woorden en provocatie betreft kent uitgerekend links een traditie. Er zijn veel rechts genoemde mensen die hun lelijke woorden en provocatieve gedrag uitgerekend bij links hebben geleerd, en schijnbaar niet hebben afgeleerd.

Overigens is het vaak in the eye of the beholder of een uitspraak lelijk is, en idem geldt voor acties. Wat dat betreft is er echt sprake van verschillende beleving.

De ECRI ziet niet de relatieve verdraagzaamheid in de samenleving, maar ziet juist een zware onverdraagzaamheid. Het zijn vast heel lieve mensen. Maar wee degenen die onwelwillend staan tegenover hùn agenda. Hun agenda, die is opgesteld door ‘onafhankelijke deskundigen’. Geef ze de macht en ze zullen ordinaire dictators blijken te zijn. Niet omdat ze links zijn, wel omdat ze regressief-links zijn.

De door hen zo de maat genomen critici moeten zich vooral niet de les laten lezen door de ECRI. Hun rapport wegwuiven is gerechtvaardigd, al zou het beter zijn de groep uit te breiden met mensen uit de kampen die door deze ECRI zo minachtend de maat genomen worden.

Voor de duidelijkheid, ik heb het dan niet over de kampen van de échte antisemieten, de échte racisten en waar écht gediscrimineerd wordt. Wel over hen die van zoiets beschuldigd worden terwijl ze zelf een even grote – zo niet nog grotere – hekel eraan hebben.



De onafhankelijke deskundigen van de ECRI zullen het wel beter weten, toch?

Eerst maar eens de preface van dit document (vrij en niet volledig en mijn vet) vertalen:

De Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie (ECRI) is opgericht na de eerste bijeenkomst van staatshoofden van de EU en heeft sinds 2002 een autonome status als onafhankelijk orgaan gespecialiseerd in vraagstukken aangaande racisme en intolerantie. De taak van de ECRI is het terugdringen van racisme, xenofobie, antisemitisme en intolerantie op Europees niveau en vanuit het perspectief van het beschermen van mensenrechten. De acties van ECRI betreffen alle noodzakelijke maatregelen die geweld, discriminatie en vooroordeel terugdringen, zoals die ondervonden worden door personen of groepen personen op grond van ‘ras’, kleur, taal, religie, nationaliteit, nationale of etnische origine, seksuele oriëntatie en gender-identiteit. De leden van de ECRI zijn benoemd op basis van hun grote kennis inzake het terugdringen van intolerantie. Zij dienen in deze zaken een hoge morele autoriteit en erkende expertise te bezitten. Zij zijn onafhankelijk en onpartijdig in het uitoefenen van hun mandaat, en zij ontvangen geen enkele instructie vanuit hun eigen overheid. De statutaire hoofdactiviteiten zijn: het monitoren van de EU-landen; algemene thema’s uitwerken; en relaties onderhouden met niet-gouvernementele mensenrechtenorganisaties.

We hebben dus van doen met onafhankelijke en deskundige commissieleden? Zou het?

Het rapport – dat jaarlijks wordt opgesteld – leest niet als een rapport dat door onafhankelijke en deskundige leden is opgesteld. Of laat ik het anders opschrijven: Het blijkt dat de leden zich niets laten zeggen door dàt deel van de EU dat bij links ook wel bekendstaat als rechts-populistisch. En de deskundigheid komt frappant sterk overeen met die van de linkse mens. Ofwel, linkse politici en linkse politiek betrokken mensen zullen maar wat blij zijn met de officiële ‘status van onafhankelijkheid en deskundigheid’, want wat er in het rapport zoal wordt gesteld zint hen absoluut ten zeerste. En zij zullen dus trots kunnen inbrengen dat hun eigen mening “òòk wordt gedeeld door deze onafhankelijke en deskundige commissie”.

Dit artikel mag niet tè lang worden, want dan haakt menigeen ver voor het einde ervan af. Het rapport beslaat 27 bladzijden. Gaat het me lukken die pagina’s toch voldoende beknopt onder de aandacht te brengen?

Xenofobie‘, ‘xenofoob populisme‘ en ‘hate speech‘ zijn enkele van de termen die deze onafhankelijke deskundigen veel gebruiken, en wel op de volgende manier:

Xenophobic populism continues to make its mark on the contemporary political climate in Europe. It fuels an anti-immigrant rhetoric, which often results in racist hate speech, breaking taboos and inciting further expressions of hatred. (pag. 8)

Het is dus duidelijk hoe de ballen rollen, ofwel aan welke zijde deze onafhankelijke deskundigen staan. Ander voorbeeld:

The growing public anxiety about economic, geopolitical and technological changes is exploited by scapegoating migrants and minorities, including Roma and Lesbian, Gay, Bisexual,Transgender and Intersex (LGBTI) persons. (pag. 8)

Idem wordt er gesproken over islamofobie, wat natùùrlijk een vooroordeel is. Dus niet gestoeld op rationele bedenkingen over de Islam, maar een vorm van irrationele haat naar alle moslims toe, zo stellen onze onafhankelijke deskundigen van de ECRI.

Antisemitisme komt ook aan bod, waarbij opvalt dat antisemitisme van ‘islamisten’ wel wordt genoemd, maar niet zonder ook neo-nazi’s te noemen:

Jewish people in Europe continue to be confronted with antisemitic hatred, including violence. Extremist groups, especially Neo-Nazis and Islamists, pose particular threats to the safety of Jewish communities and their members across the continent. (pag. 11)

Tsja, stel je voor dat je alle schuld van antisemitisme bij alleen de islamisten, laat staan bij de moslims, legt. Nee, de hand moet persé ook ‘in eigen boezem’ door te wijzen op neo-nazi’s. Terwijl die groep echt marginaal en onveranderlijk is gebleven. De toename van het antisemitisme is ongeveer volledig op conto van moslims te schrijven. Uiteraard niet op àlle moslims. Nee zeg, ik zou dat niet dùrven beweren. Je moet eens weten hoeveel verschillende soorten moslims er wel niet zijn. Echt net zoveel variatie is er binnen de Islam als binnen het christendom. Zeggen ze. Wat ik dus niet echt geloof. Maar er zijn vast wel moslims die vriend van Israël zijn, toch? Of in elk geval best begrijpen dat joden behoefte hebben aan een eigen land na alles wat hen is overkomen, toch? Of anders wel vinden dat Hamas en Hezbollah een kwaadaardige uitleg van de Islam propageren en slecht zijn voor de vrede in het midden-oosten, toch?

Ook nemen onze onafhankelijke deskundigen het op voor de ‘zwarte gemeenschappen‘ in ons continent. Nee, niet gekleurd of getint. Het zijn ‘zwarte gemeenschappen’, althans als ik ‘Black communities’ zo mag vertalen. Het is altijd weer opvallend hoezeer mensen die zeggen niet te discrimineren er òòg voor hebben; zij zijn meesters in het categoriseren van mensen, zelfs in het zwart-wit categoriseren. Zo het hun uitkomt natuurlijk. Andere keren hameren ze erop dat er echt heel veel variëteit is, bijvoorbeeld variëteit waar het de interpretatie van de Koran betreft. Maar goed, met zwart bedoelen ze de Europeanen met Afrikaanse wortels.

With the growing anti-immigrant sentiments persons of African descent who were born in Europe, or have lived here for a long period of time already, and are citizens of a member state,also face increasing resentment. (pag. 12)

En ik maar denken dat een fiks deel van de Europeanen niet boos is op Afrikanen die legaal Europa binnenkwamen, maar wel op hen die de oversteek illegaal maakten. Wat mij nogal rationeel lijkt en niet zomaar als ‘resentiment’, ofwel wrok, gezien mag worden. Maar ja, zij zijn de onafhankelijke deskundigen, dus wat zeur ik.

De commissie is blij dat de landen het nodige doen voor vluchtelingen, al moet er wel echt meer gaan gebeuren om die mensen aan werk te helpen. Wel jammer dan dat er in die paragraaf met geen woord gerept wordt over de velen die zich voordoen als vluchteling, maar dat helemaal niet zijn. En ook geen woord over het effect op de werkloosheid bij de autochtone Europeanen.

En dan de ‘homofobie‘, en nu ook nog eens de ‘transfobie‘. Zij zijn deskundig, dus die fobieën bestaan! Dus wanneer iemand bijvoorbeeld vindt dat een bepaalde homo-scene wel erg ver gaat, dan is het een homofoob. Of als iemand vindt dat er slechts twee geslachtsvormen zijn (voor wie het niet wist: jongetje en meisje) en dat je er maar het beste van moet proberen te maken als je je niet zo heel erg macho of juist lekker-wijf voelt, dan is ‘ie een transfoob. Snap je?

Er is ook een gedeelte over ‘intersectionaliteit‘, een begrip dat je eigenlijk alleen gebruikt ziet worden door linkse mensen als Sylvana Simons.

Intersectionality, and by extension intersectional discrimination, are important concepts in ECRI’s work. They help to pinpoint intertwined forms of inequality and show how individuals can face multiple threats of discrimination when their identities consist of overlapping categories such as “race”, ethnicity, gender, disability and other characteristics. (pag. 14)

Het gaat dan over degenen die dubbelop – of driedubbelop of vierdubbelop of twintigdubbelop – slachtoffer zijn, omdat ze tot meerdere gediscrimineerde groepen behoren. Benieuwd wie er tot geen van deze groepen behoort. Ze zeggen: de ‘supremacist white man’. Maar wacht eens, is dat niet degene die momenteel overal de schuld van krijgt? Dat lijkt me dan toch ook een vorm van haat.

Terzijde, er staat in het rapport ook een lijst van de leden. Nederland wordt er vertegenwoordigd door Jan JansenDomenica Ghidei Biidu. Tsja, ze is door haar afkomst vast heel onafhankelijk en deskundig. Het zij haar gegund. Ik zou niet dùrven protesteren, bang als ik ben dan voor racist en xenofoob te worden aangezien. Voor je het weet wordt je naam genoemd in hun aparte rapport over Nederland, zoals Yernaz Ramautarsing overkwam. Nou ja, toegegeven, zijn naam werd niet letterlijk prijsgegeven. Het bleef keurig bij ‘de nummer twee op de kandidatenlijst’ van de FVD in Amsterdam. Dat rapport (we zijn eens in de vijf jaar aan de beurt en het was alweer vijf jaar geleden) is het trouwens wel waard om nog apart te bespreken in een volgend artikel.

Afschuifseksisme, afschuifantisemitisme, afschuif­racisme, afschuifhomofobie – Mag allemaal niet – Wat mag dan wel?

Het is natuurlijk niet altijd de schuld van een groep, maar soms is het dat wel, toch?!

Evelien Tonkens is professor aan een universiteit, dus ze zal er wel verstand van hebben als ze het volgende schrijft in een opiniestuk over Baudet’s recensie:

Baudets redenering is te typeren als afschuifseksisme: een maatschappelijk probleem aan de orde stellen en vervolgens in plaats van na te denken over maatschappelijke oorzaken en de eigen rol daarin, de schuld geven aan vrouwen. Te onderscheiden van bijvoorbeeld angstseksisme (zich bedreigd voelen door vrouwen) of slaperigheidsseksisme (even vergeten dat vrouwen ook mensen zijn). Varianten van afschuifseksisme zijn afschuifantisemitisme wanneer ­Joden de schuld krijgen, afschuif­racisme wanneer migranten of zwarten daarvoor worden aangewezen en afschuifhomofobie als de schuld bij homo’s wordt gelegd.

Raakt u ook opeens benieuwd naar haar onderzoekslijnen en -publicaties over vormen van seksisme en afschuiven?

Los van het feit dat Baudet helemààl niet vrouwen dè schuld van ook maar iets geeft, wat een onzinnige rits termen toch. Zouden we zulk woordgebruik serieus nemen, dan valt er nooit meer kritiek te leveren op welke groepering dan ook. Heb je een opmerking op fietsers in het algemeen? Afschuifracisme, want fietsers zijn een groep en in het wereldbeeld van Tonkens is het woord racisme op iedere groep van toepassing. Vind je iets van Italianen? Afschuifracisme, want idem, racisme is op iedere groep van toepassing. Heb je iets tegen terroristen? Afschuifracisme, want ook terroristen zijn een groep, dus je bent een racist. Heb je iets tegen racisten? Afschuifracisme, want je discrimineert als een echte racist de racisten. Merkwaardig genoeg is het dan weer afschuifhomofobie – en dus blijkbaar niet afschuifracisme – als je ook maar iets van kritiek hebt op homo’s in het algemeen. Idem worden ook de Joden in het wereldbeeld van Tonkens gediscrimineerd; zij verdienen blijkbaar een aparte term, waar afschuifracisme toch prima zou volstaan, toch?

Als we kritiek willen leveren staat Tonkens ons maar één weg toe. We moeten dan nadenken over maatschappelijke oorzaken. En de eigen rol daarin. Waarom dat laatste is, vraag ik mij af. Zegt ze nou dat je altijd zelf onderdeel van de oorzaak bent? Dat je zelf altijd medeschuldig bent? Zeg Evelien, zit je hier nou schuld af te schuiven op alle individuen? Besef wel dat alle individuen tesamen de grootste groep vormen; de groep van alle mensen. Zit je nu echt af te schuiven op de mensheid als geheel? En besef je wel dat ons geleerd wordt om niet op de man te spelen?

En wat bedoel je toch met maatschappelijke oorzaken? Heb je het dan over een volkomen autonoom systeem van oorzaak en gevolg waar geen enkele groep invloed op heeft? Zeg je daarmee dat er nimmer naar groepen mag worden gewezen als er iets voorvalt dat we negatief vinden? Dus jij stelt nooit enige groep ergens verantwoordelijk voor? Dus ook niet de groep waar een Baudet onderdeel van uitmaakt? Ook niet kapitalisten? Ook niet katholieken? Ook niet racisten? Ook niet de Russen? Chinezen? Amerikanen? Moslims? Marokkanen? Zeepiraten? Vissers? Haarlemmers? Wandelaars? Hondenbezitters? Pedofielen? Voetballers? Kickboksers? Motorrijders? Hetero’s? Blanken? Witten? Kinderen? Relschoppers? Antifa’s? Pegida’s? Extremisten? Krantenlezers? Mannen?

Dus, nogmaals, jij stelt nooit enige groep ergens verantwoordelijk voor?

Baudet duidt Houellebecq

Baudet heeft een recensie geschreven naar aanleiding van Houellebecq’s meest recente boek Sérotonine. De nodige politieke tegenstanders en journalisten vinden het echter meer dan een recensie. Zij menen erin te lezen hoe Baudet over bepaalde zaken blijkbaar ècht denkt en ze betichten hem van kwalijke, over grenzen heengaande gedachten. Zij zien er een bevestiging in van een al langer bevroed extreem-conservatief gedachtengoed. Zijn verweer dat het slechts een recensie was die niet alles zegt over zijn politieke standpunten, nemen zij niet voor lief. Ook een meer impliciet verweer dat hij het recht heeft om zich verder te ontwikkelen nemen zij niet voor lief.

Zulke reacties lijken gestoeld op een onuitgesproken, onderbewuste aanname dat je pas politicus mag worden nàdat je je een fundamentele mening hebt eigen gemaakt, dat wie zich als politicus presenteert niet meer fundamenteel van mening mag veranderen. Daar zit wat in. De kiezer moet weten op welk gedachtengoed er gestemd wordt. Stel je voor dat je stemde op een liberaal en dat die politicus na de verkiezingen besluit dat communisme toch echt het betere model is, dan mag je toch verwachten dat die politicus zich voor nu even terugtrekt.

Maar die reactie doet geen recht aan een politicus die weliswaar reeds de politieke arena is binnengestapt, maar evengoed de behoefte voelt de politieke visie verder aan te scherpen. Hij is immers pas kort binnen in de arena en eigenlijk nog onervaren. Forum hanteert in feite een nieuw paradigma, dat voorlopig nog wel even verfijning behoeft, vandaar dat Baudet nog steeds veel onderzoek verricht. Hij voelt goed aan dat het paradigma nog niet helemaal af is. Baudet is door velen gekozen omdat het paradigma een bepaalde richting op dwingt; een richting waar zij in geloven. Het zou zeker te gek voor woorden zijn als Forum nu opeens een totaal andere richting op ging, maar de kiezers hebben wel degelijk een soort van mandaat gegeven om een zekere hoeveelheid vrijheidsgraden te hanteren, om op details de koers bij te stellen. In dat licht beschouwd is de recensie zeker legitiem en zelfs heel goed, omdat deze in het openbaar is. Zo kunnen al zijn kiezers hem makkelijk aanspreken op bepaalde conclusies die hij erin trekt. (Zo is een van mijn tips aan hem om gerust te wijzen op de nadelige kant van abortus waar het de invloed op de demografische ontwikkelingen betreft, maar ook te blijven wijzen op de zwaar bevochten voordelige kanten ervan.)

Houellebecq is al jaren van grote invloed op Baudet, zoveel is me onderhand wel duidelijk. Het was Baudet zelf die dat aangaf; hij had het zelfs over zijn ‘leermeester‘. Aan die guru-status lijkt met het schrijven van de blijkbaar controversiële recensie trouwens wel een soort van einde gekomen, gezien wat Baudet aan het eind van de recensie schrijft. Voor de uitwerking van het paradigma lijkt me dat eigenlijk alleen maar een gunstige zaak, want Baudet gaat niet (langer) mee in de gelatenheid van Houellebecq. Diens gelatenheid is heel misschien gespeeld, maar zou ook echt kunnen zijn. Dat laatste lijkt Baudet momenteel te denken en hij neemt er afstand van. Maar wat is eigenlijk dat wereldbeeld (beter: europabeeld) van Houellebecq dat Baudet zo aanspreekt en anderen juist zo tegen de borst stuit? Eens kijken wat Wikipedia zegt over Houellebecq:

In zijn oeuvre beschrijft [Houellebecq] het bankroet van de libertijnse en neoliberale westerse maatschappij die de individuele vrijheid als ultieme maatstaf aanneemt en ontspoort in een koude, egoïstische samenleving waarin onder andere new age, vrije liefde, abortus, euthanasie en zelfmoord, maar ook een tot het uiterste doorgedreven commercialisering en ontspoord marktdenken alomtegenwoordige en gebanaliseerde verschijnselen worden. Niet alleen diverse linkse groeperingen en feministen hebben zijn werk dan ook met verontwaardiging ontvangen, maar ook vanuit het bedrijfsleven, zoals bijvoorbeeld uit de reisbranche, is aan zijn werk aanstoot genomen. Ondanks de kritiek van het merendeel van de gevestigde media, blijkt zijn werk echter uitermate populair in Frankrijk en daarbuiten.

Houellebecq’s voorspelling voor Europa wordt blijkbaar door de meeste Europeanen (en dan doel ik vooral op de autochtone Europeanen) ervaren als naargeestig. Maar waar sommigen (Baudet) het als waarschuwing opvatten, zien anderen het als bangmakerij, als tè naargeestig en tè lelijk voorgesteld, ja zelfs als gevaarlijk om erin te geloven. Zien die laatsten dat goed? Is hun angst terecht? Maar eerst over Baudet die het opvat als waarschuwing.

Baudet ontkent niet dat hij het ziet als waarschuwing, maar òf en hoe dat zich vertaalt in politieke keuzes is toch echt niet zomaar op te maken uit de recensie. Het is als de waarschuwing van iemand dat het héle gebouw in de hens staat, terwijl je – erop gewezen – concludeert dat er weliswaar brand is, maar dat nog niet het héle gebouw fikt. In die recensie doet Baudet eerst uit de doeken hoe hij de gedachtenwereld van Houellebecq heeft opgevat; zo kan de lezer controleren of hij dat gedachtengoed goed heeft begrepen. En pas daarna bevecht hij in de recensie ruimte om tegen zekere gedachten in te gaan: hij maakt zich dan toch los van zijn leermeester, wat hem de vrijheid (terug) geeft om los van Houellebecq een eigen politieke visie door te ontwikkelen. Er was de pretentie om een recensie te schrijven, niet een manifest. Niets verplicht Baudet om zijn latere politieke keuzes in volledige overeenstemming te laten zijn met deze recensie. Wie hem in zijn latere politieke jaren telkens gaat herinneren aan deze recensie, heeft iets niet goed begrepen.

Dan over degenen die Houellebecq’s waarschuwingen opvatten als tè naargeestig en tè lelijk, en als gevaarlijk. Houellebecq is vooral romanschrijver, geen politicus, al is hij er wel eentje met pretenties. Als schrijver permitteert hij het zich een beeld van de wereld – nee, beter: van Europa – te schetsen dat bepaalde problematiek sterk uitvergroot onder de aandacht brengt. Daarvoor generaliseert hij en rept hij niet over met dat beeld strijdige zaken. Zo schetst hij het beeld van een ‘koude, egoïstische samenleving’ en laat dan uiteraard details weg die dat beeld ondermijnen. Hij schetst dat beeld uiteraard niet omdat het zijn wensdroom van de samenleving is, maar juist omdat hij ervan gruwt. Met zijn sombere kijk op Europa beoogt hij (hoop ik) lezers wakker te schudden en aan te sporen er wat aan te doen voordat zijn onheilspellende voorspellingen uitkomen. Misschien is het beeld dat hij schetst inderdaad tè naargeestig, maar zou er ook maar één iemand naar hem luisteren als hij de samenleving met meer geruststellende woorden beschreef? Dat is misschien wel wat veel linkse mensen willen; zij lijken erg ontvankelijk te zijn voor geruststellende woorden waar het onderwerpen als immigratie en Islam betreft; hun zorgen over het milieu zijn al groot genoeg, daar kan een tweede groot thema gewoon niet bij zonder in een diepe depressie te raken. Toch zullen ze eraan moeten geloven. Immers, wat heb je aan een schone wereld waar de idealen van de Verlichting niet langer gelden. Of nog sterker: hoe bereik je ooit een schone wereld als de idealen van de Verlichting allang niet meer gelden? Er is ook voor links alle reden om Houellebecq’s waarschuwingen serieus te nemen.

In welke zin nam Baudet enige afstand van Houellebecq? Het leek er even op dat Houellebecq de pretentie had een self-denying prophecy uit te spreken. Maar Baudet durfde dat aan het eind van zijn recensie te betwijfelen. Hij kreeg, diens laatste boek lezende, gaandeweg de sterke indruk dat Houellebecq zich in de loop van de tijd begon neer te leggen bij het naderende, naargeestige lot van Europa; dat hij erin begon te berusten; dat hij zich van lieverlee aan het voorbereiden was op met name een door de Islam overgenomen Europa. En dat beviel Baudet niet echt. Baudet hoopt nu op een volgende generatie schrijvers die zich vooral niet neerlegt bij dat lot; die de analyses van Houellebecq juist als uitgangspunt neemt voor een strijdlustige, politieke toekomstvisie waarin de door Houellebecq beschreven negatieve ontwikkelingen stuk voor stuk worden teruggedraaid.

Er is nog één andere verklaring voor het gedrag van mensen als Baudet die ik hier wil uitwerken: Deze mensen kunnen niet anders dan ‘de andere kant’ benoemen, zelfs als dat afkeer oproept. Neem de linkse meute die denkt dat Houellebecq verklaard tegenstander is van linkse verworvenheden als vrije liefde, abortus en euthanasie. Ik zal niet zeggen dat het tegendeel waar is, wel dat zijn kritiek bedoeld is als tegenwicht voor de lyrische lofzang van links op die verworvenheden. Renzo Verwer citeerde gisteren Houellebecq:

‘Elke samenleving heeft haar zwakke punten, haar wonden. Leg je vinger op de wond, en druk goed hard. Spit de onderwerpen uit waarover niemand wil horen. De achterkant van de façade. Leg de nadruk op ziekte, lelijkheid, verval. Praat over de dood, en over de vergetelheid. Over afgunst, liefdeloosheid, frustratie. Wek afkeer op, dan zit je goed.’ (uit Rester vivant (1991))

Mijn reactie aldaar was:

Het afkeer opwekken lijkt me eerder het lot van degene die het niet kan laten ook de nadelen te benoemen van iets waar anderen slechts de loftrompet over kunnen steken. Het lijkt me geen tactiek. Eerder een lot. Maar wel een lot dat gepaard gaat met het gevoel dichter bij de waarheid te zitten dan die anderen. En zelfs als die waarheid een onaangename is geeft dat toch een meer verlicht gevoel.

Mensen als Houellebecq, Baudet en ook Renzo Verwer en ik kunnen het gewoon niet laten om ook de nadelen te benoemen van iets waar anderen slechts voordelen opnoemen – en voor de volledigheid ook andersom: voordelen te benoemen waar anderen alleen maar nadelen opnoemen. Die houding is niet uit recalcitrantie. Het is veel simpeler, we hebben op zeker moment een glimps opgevangen van die andere kant, raakten erdoor geïntrigeerd en ontwikkelden sindsdien steeds meer gevoel voor die kritische benadering. Er is dan eigenlijk geen weg terug meer. Het weer de ogen sluiten voor dat wat blijkbaar niet genoemd mag worden, maar desondanks toch hartstikke waar is, is gewoon onmogelijk. Wie één maal een neushoorn heeft gezien, zal nooit meer ervan te overtuigen zijn dat neushoorns niet bestaan. Hooguit zal over het bestaan ervan nooit meer gesproken worden, maar in een land dat zègt dat er vrijheid van meningsuiting geldt, voelt het nooit-meer-erover-spreken niet goed. En terecht.

Gezinsinkomens, dierenactivisten en anti-abortusrechters

Even drie thema’s van gister en vandaag, geplukt van radio en tv.

1) Tijs van den Brink had gisteravond een zonder meer goede tv-uitzending over het feit dat twee-oudergezinnen die op één inkomen willen draaien daarvoor door de overheid financieel, via belastingen, worden afgestraft. Je zou ook kunnen zeggen dat gezinnen waar beide partners werken daarvoor door de overheid worden beloond. Tijs vroeg zich af wat de argumenten zijn die belanghebbenden en de overheid hanteren. Daarvoor ging hij langs bij eenverdieners en tweeverdieners. Verder waren er uitspraken van de verantwoordelijke minister. Wat Tijs overduidelijk maakte, was dat het overheidsbeleid door sommigen wordt ervaren als noodzakelijk voor de emancipatie van de vrouw en door anderen als te ver doorgeschoten bemoeizucht van de overheid.

2) De nodige dierenactivisten zijn het blijkbaar oneens met, volgens de meesten democratisch afgesproken, wetgeving inzake varkenshouderij en wellicht ook andere voor de slacht bedoelde dieren. Het ging gisteren bij hun inval op een varkensboerderij om activisten die weliswaar zeggen vredelievend te willen protesteren, maar ook vinden dat wij mensen geen enkel recht hebben om (andere) dieren te houden voor de slacht. Zodoende is dat deel van de wet voor hen – hoe democratisch wij ook denken dat deze tot stand is gekomen – niet veel anders dan in vroeger tijden de wet was inzake slavernij; tweehonderd jaar geleden waren er wetten die slavernij regelden. Zij voelen zich gerechtigd om dat deel van de wet niet te erkennen.

3) In Alabama wil men abortus strenger dan ooit gaan verbieden. Dat wordt dus wéér een zaak voor de hoogste rechters, in extenso voor die van de hele federatie. En dan gaat wéér spelen hoe uitgerekend rechters denken over de ongeboren vrucht. Van rechters mag je verwachten dat het weldenkende mensen zijn; toch zijn er nogal wat die oprecht menen dat een foetus al direct een volwaardig mens is dat – hoewel het voor de buitenwereld nog volkomen onzichtbaar is (want voorlopig ergens weggeborgen in de buik) – dus ook direct alle rechten moet worden toegekend van alle andere levende mensen. Daaruit vloeit volgens hen voort dat een moeder die abortus pleegt daarmee een regelrechte en berekende moord pleegt.

Wat hebben deze drie thema’s met elkaar overeen?

Tijs van den Brink stelde aan het eind van de uitzending dat hij, alles aangehoord hebbende, sterk de indruk heeft dat de overheid te ver gaat in zijn bemoeizucht. Dat is een van liberalen overgenomen standpunt. Is Tijs – van gereformeerde huize – een oprecht liberaal geworden van het type dat de overheid klein wil houden? Of gebruikt hij dat argument nu even om ook liberalen voor zich te winnen en zo de kans te vergroten dat de wet aangepast wordt? Is het niet eigenlijk zo dat hij in zijn hart wil dat de overheid juist de twee-oudergezinnen die op één inkomen draaien beloont? Dus dat hij wèl bemoeizucht voorstaat, maar dan andersom?

De dierenactivisten zijn sterk van mening dat de overheid, inzake hun onderwerp, moet doen wat zij vinden. Zij protesteren dus tegen de huidige wet, maar alleen om die te vervangen door hun versie van de wet. Met het huidige meerderheidsbesluit kùnnen zij geen vrede hebben.

En de anti-abortus lobby in Alabama ziet, door een in conservatieve richting gewijzigde samenstelling van hun hooggerechtshof, momenteel zijn kans schoon om te proberen de wet nòg verder te wijzigen in haar voordeel; om deze nòg strenger te maken. Zich neerleggen bij de meerderheid was blijkbaar hooguit voor even.

De thema’s hebben overeen dat de wet momenteel een bepaalde vorm heeft en dat de nodige personen en groepen zich niet bij die vorm wensen neer te leggen. Zij verschillen hooguit over de manier van het verzet tegen de wet.

Je zal nu waarschijnlijk mompelen dat ik een open deur ingooi en dat het de praktijk van alle dag is dat wetten opnieuw ter discussie worden gesteld. Toch is dat niet hoe het in het oude Griekenland – de bakermat van een eerste vorm van democratie – eraantoe ging. Daar moest je het niet wagen om binnen afzienbare tijd opnieuw te beginnen over een wet die net was aangenomen. Je draaide dan het gevang in, zo stond in de democratische spelregels geschreven.

Zijn we tegenwoordig beter af, gezien het feit dat die regel hier nooit is doorgevoerd? Ik twijfel. Ik weet het niet. Kijk ik naar die rechters in Alabama, dan denk ik “sommige van jullie denken totaal irrationeel, zijn verre van weldenkend, zijn niet te overtuigen, zijn extremist, hou voortaan je kop”. Hun pogingen beschouw ik als onruststokerij op basis van al vele keren aangetoond onhoudbare argumentatie. Kijk ik naar de dierenactivisten dan zie ik met lede ogen aan hoe een fikse handvol een radicaal, anti-democratisch standpunt inneemt dat zomaar kan uitmonden in intimidatie en zelfs extremistisch geweld. Zie ik Tijs bezig, dan zie ik iemand die het nu doet voorkomen voor een kleinere overheid te zijn, een overheid die zich niet moet bemoeien met bepaalde privékeuzes, maar dat mogelijk alleen maar vindt omdat zulks hem nu per toeval goed uitkomt.

Drie thema’s, drie soorten politieke invloed door mensen die het oneens zijn met iets in de huidige wet en erop uit zijn die wet te veranderen. Ze verschillen van mening over de middelen die daarvoor mogen worden gebruikt. Tijs en de zijnen zie ik geen radicale, activistische undergroundgroep oprichten; zij beperken zich tot het influisteren van de massa via een massa-medium, dankzij hun connectie met Tijs (die overigens wèl de ambitie heeft ooit de politiek in te gaan). De anti-abortusrechters volgen, logisch, het juridische pad. En de dierenactivisten? Die hebben geen juridische macht, bezitten geen massamediakanaal en hebben zelfs geen krachtige politieke partij in hun macht. Zij menen dat hun vorm van activisme mag, vanuit het idee dat ze toch wat moeten; wie ervan overtuigd is dat andere mensen zich als (dieren-)moordenaars gedragen, vindt hun vorm van activisme niet alleen legitiem, maar voelt zich er zelfs toe verplicht.

Democratie is een staatsvorm die elke dag weer van alle kanten beproefd wordt. Democratie is een heel sterke staatsvorm en toch moet er elke dag weer voor worden gevreesd dat de muren ergens kunnen gaan bezwijken. Het is niet zo dat democratie als vanzelf onkwetsbaar is. Er moeten echt beschermingsmechanismen zijn; mechanismen die je misschien de ene keer niet goed uitkomen, maar een andere keer juist wel. Mechanismen die je het misschien moeilijk maken om een wet die je heel slecht vindt snel te veranderen, maar je juist helpen een wet die je juist wèl ziet zitten te beschermen tegen hen die ‘m willen afschaffen.

Anderzijds, er is al evenmin sprake van een goede democratie als wetten nooit veranderd kunnen worden; daarover is iedereen het vast wel eens. Net zoals iedereen vast wel zal vinden dat wetten vooral béter moeten worden dan ze waren. Maar ja, wat is béter? Dáár wordt vervolgens zoveel strijd om geleverd. Dààr zit ‘m de kneep.

Sommigen willen een wet of regeling afschaffen, anderen pleiten voor aanpassing, voor verbetering, en weer anderen willen ‘m onveranderd handhaven. Soms lijkt het erop alsof de afschaffers lijnrecht tegenover de twee andere groepen staan. Maar is dat wel echt zo? Pas dit eens toe op de EU: Ja, je kan pleiten voor een Nexit. Maar je kan ook tot het kamp behoren dat de EU van buitenaf gedwongen wil veranderen. Beide groepen zijn ontevreden met het huidige functioneren, slechts hun strategie verschilt, en mogelijk de mate van hun cynisme. Mochten deze groepen erin slagen de EU daadwerkelijk te verbeteren, dan is het te verwachten dat ze beiden juist fervente aanhangers van de EU worden en die derde groep – die nu vòòr de EU is – de EU wil gaan afschaffen. Het kan zomaar verkeren.

Was je activistisch toen we nog een anti-abortuswet hadden? Zou je activistisch worden als die tijd weer zou terugkomen? Was je activistisch toen gezinnen met één inkomen nog financieel werden voorgetrokken? Zou je activistisch worden als die tijd weer zou terugkomen? Pleitte je ooit voor meer vegetarisme? En zou je nu gaan pleiten voor minder bemoeizucht vanuit de overheid als die je verplichtte om vegetarisch te eten? Alles kan zomaar verkeren. Of jij een radicaal activist bent, hangt volledig af van hoe onze huidige wetten jou bevallen of juist tegenstaan. Of zeg je dat je nooit radicaal was, het nu niet bent en nooit zult zijn omdat je je nou eenmaal neerlegt bij hoe onze wetten zijn, toen, nu en in de toekomst?