Freek de Jonge was ooit een van onze bakens

Roderick Veelo interviewde Freek de Jonge in het Groninger Museum vanwege een tentoonstelling over diens 50 jaar ‘werken en aktievoeren’, waar Freek en zijn vrouw Hella voor nu zelfs even hun intrek hebben genomen. Zou Freek hebben geweten wie zijn interviewer eigenlijk is? Veelo is weliswaar een prominent journalist van RTLZ, de zakelijke zender van RTL, maar hij is ook een nauw maatje van Bert Brussen, de drijvende kracht achter ThePostOnline.

De kracht van Roderick Veelo in dit interview is dat hij Freek behoorlijk uitdaagt om uitspraken te doen over zijn vroegere en tegenwoordige attitude ten aanzien van maatschappelijke disputen zonder daarin net teveel te pushen. Hij blijft Freek het gevoel geven dat deze in controle is in het interview en dat hij zijn echte huidige mening goed in het interview kwijt kon zonder belachelijk te worden gemaakt. Daardoor is er nu een

Lees verder

Advertenties

IQ-tests als maat voor kans van slagen in het westen

Maarten Keulemans – wetenschapsredacteur van de Volkskrant – waagde zich deze week aan een artikel over IQ in samenhang met ‘rassen’ en etniciteit. Ik citeer:

Geruchtmakend en veelvuldig terugkerend is de discussie over IQ: zo wijst een denkstroom, aangevoerd door de Canadese, in Zuid-Afrika gevormde psycholoog Philippe Rushton, erop dat er gemiddeld genomen wel degelijk meetbaar IQ-verschil is tussen bevolkingsgroepen met een verschillende afkomst. Zulke verschillen blijken echter volledig te verdampen als men zaken meerekent die óók het IQ beïnvloeden maar die niets met ‘ras’ te maken hebben, zoals opleiding, sociaal-economische status, voeding, onderwijs en ervaring in het maken van IQ-tests.

Hmm, en ik alle decennia maar denken dat IQ een meting is die gecorrigeerd is voor factoren als ‘opleiding, sociaal-economische status, voeding, onderwijs en ervaring in het maken van IQ-tests’.

Maar stel dat een bepaalde IQ-test inderdaad door het leven gaat als gevoelig voor al die factoren, dan kan juist die test ons veel vertellen over de kans van slagen in een westers land als Nederland. Leven in een westers land valt om den drommel niet mee. Het helpt in hoge mate als je in dat westen geboren en getogen bent. Je staat er daarentegen duidelijk op grote achterstand vanaf het moment dat je, komende uit bijvoorbeeld Afrika, voet aan wal in Europa zet. Alleen een elite die al eerder vertrouwd is gemaakt met de mores van de westerse samenleving maakt er een gerede kans.

Wil je weten of een gelukzoekende Afrikaan hier in Europa goed zal kunnen aarden, neem dan juist die halfbakken IQ test af. En durf de gelukszoeker die laag scoort terug te sturen. Je behoedt niet alleen Europa voor ellende, maar ook die gelukzoeker zelf.

african-iq-of-70-2707-black-and-white-iq-distribution-in-america

Zomaar een grafiekje. Geen idee of deze klopt. Ook geen idee of de website van de hyperlink een goeie is.

Is de Stint juist tè stabiel?

Stint-1

De Stint heeft VIER wielen. Het karretje omgooien wordt zo wellicht heel moeilijk.

Uit een artikel van de Volkskrant over de Stint haal ik dit citaat:

De Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) stelt vast dat de Stint bij uitwijken ‘zeer stabiel’ blijft voor zowel bestuurder als inzittenden.

Dat was geen recente vaststelling, maar eentje die destijds, bij de ontwikkeling van de Stint, gemaakt werd. Zit ‘m daar misschien het probleem dat tot het ernstige ongeluk op de spoorwegovergang leidde?

Ik heb er nog niemand, behalve mijzelf ergens op Twitter, over gehoord: De bestuurster riep dat de remmen het niet deden. Maar waarom, zo denk ik dan, liet ze het voertuig niet met een flinke zwieper naar de kant rijden, desnoods met het risico dat deze zou omkieperen? Waarom ging ze, naar ik aanneem, rechttoe rechtaan op die slagboom af? Dacht ze er niet aan om een flinke zwiep te geven of is dat met dit ‘zeer stabiele’ vehikel helemaal niet zo makkelijk?!

In het filmpje hieronder zie je dat de voorwielen weliswaar mooi meedraaien met het stuur, maar dat het toch moeilijk is om een flinke zwieper te maken. Dat oogt als een voordeel, maar was bij de spoorwegovergang misschien toch een nadeel.

Het lijkt mij dat het onderzoek zich ook hierop moet richten. Het zou zomaar kunnen dat juist die extreme stabiliteit dit ongeluk veroorzaakte.

Fokke Obbema vindt ten onrechte iets humor

pietje-de-dood-e1409556586202Het artikel van Fokke Obbema over zijn hartstilstand en het jaar dat erop volgde was zondermeer indrukwekkend. Zelf heb ik het er met meerdere, ook mij nog onbekende, mensen over gehad. Vandaag, pas een paar dagen later, was er dit interview naar aanleiding van de vele reacties die hij reeds kreeg. Het waren vele hartverwarmende reacties, maar er was eentje bij die hem tot de volgende uitspraak verleidde:

‘Redelijk verbijsterend vond ik nog de reactie van iemand die me voorhield dat ik zo wel een snelle dood was misgelopen. Nu had ik misschien mooie jaren voor me, maar er wachtte me waarschijnlijk wel een langdurige ziekbed zoals de meeste mensen. Dus moest ik wel zo blij zijn met deze afloop? Nu ja, ik schaar dat maar in de categorie humor.’

Dat laatste, dat hij het schaart in de categorie humor, vind ik onterecht. Die schrijver heeft het absoluut niet als humor bedoeld en het zo afdoen is feitelijk een schrobbering van die schrijver.

Ikzelf heb al meteen bij lezen dezelfde gedachte als die schrijver gehad, al had ik nog wel de ‘fijngevoeligheid’ om die gedachte niet te gaan delen met Fokke Obbema. Ook in mijn gesprekjes met anderen ben ik er voorzichtig mee omgegaan. Maar nu de zaken liggen zoals ze nu liggen (de geest is uit de fles) moet me van het hart dat die schrijver een standpunt vertegenwoordigt dat weliswaar in het hedendaagse een taboe is, maar dat mogelijk niet langer zal zijn in een niet meer zo verre toekomst.

We moeten ons beter gaan beseffen dat het nog maar superkort geleden is dat veel mensen niet ouder dan 25 werden. In 1870 was het gemiddelde (gemiddelde!) 40 jaar. De eeuwen daarvòòr was het vast en zeker nog lager. Voor het gros gold dat ze een relatief snelle dood stierven, veelal door een acute infectie. Een paar dagen doodziek en het was gebeurd. Kanker? Heel misschien, maar in elk geval veel minder vaak. Hart- en vaatziekten? Idem.


Update ertussendoor:

Bovenstaande allinea zet op het verkeerde been. Die leeftijd van 40 jaar in 1870 werd zeer hevig bepaald door de sterfte op (zeer) jonge leeftijd. De groep die wėl het geluk had die jonge jaren te overleven werd in die eeuw gemiddeld wel degelijk ergens rond de zeventig.


 

De medische stand van zaken is nu zodanig dat we het gros van de infecties kunnen bestrijden en weer vrolijk kunnen doorgaan met het leven. Idem kunnen we harten, longen en vele andere organen repareren en zelfs helemaal vervangen. Prachtig.

Prachtig? Voor het eerst in de geschiedenis zijn grote hoeveelheden mensen min of meer verplicht om jaren, zo niet tientallen jaren, zichzelf voort te slepen, door een ziekte die hun kwaliteit van leven behoorlijk heeft verminderd. Die mensen moeten, zo wil het taboe, vooral BLIJ zijn met hun extra jaren!

Vroeger was er geen keuze mogelijk; het lot trof je en je ging dood, veelal snel dood. Door een infectie of door een ongeluk of door een roofdier of door een roversbende, noem maar op. Op al die terreinen is ‘vooruitgang’ geboekt. Mooi toch?

Ik ben daarvan niet meer zo overtuigd als ik vroeger was.

Eric Zemmour moet nog véél verder gaan

Eric Zemmour

De Volkskrant meldt vandaag op pagina 2 over een nieuwe rel in Frankrijk. Eric Zemmour,  sterk tegen de islamisering gekant, vindt dat men in Frankrijk moet streven naar Franse voornamen. Dat maakte hij ook kenbaar in een talkshow. Laat duidelijk zijn dat hij vooral de namen van immigranten voor ogen heeft. Een van de andere gasten, Senegalese, noemde zijn suggestie dat zij zich beter bijvoorbeeld Corrine kon noemen “de grootste belediging die ik ooit heb gehoord” en prompt begon ze op haar Instagram-account een petitie tegen hem. De stand stond gisteren op 200 duizend ondertekenaars. De Volkskrant interpreteert, althans in de krant zelf, die 200 duizend alsvolgt: “Pleidooi voor traditionele namen gaat voor veel Fransen te ver“. Ofwel, 200 duizend wordt vertaald naar ‘veel Fransen’, daarmee suggererend dat die groep weleens een fikse meerderheid van alle Fransen zou kunnen representeren.

Mijn gevoel zegt me dat het weleens precies andersom zou kunnen zijn. Ik voorspel dat uit een echt representatieve steekproef zal blijken dat een fikse meerderheid het juist in de kern eens is met het idee dat Franse voornamen de voorkeur zouden moeten krijgen. Ik wil nog verder gaan en adviseer Zemmour om ook eens over de achternaam te beginnen. Kern van de zaak is, wat mij betreft, dat de voor- en achternaam goed uitspreekbaar en goed te onthouden moeten zijn. Deze beide facetten hangen sterk samen met de landstaal.

Ik pleit al jaren voor opname in het register van de Burgerlijke Stand van een werknaam naast de ‘naam van origine‘. Voor het laatst schreef ik hierover in 2017:  What’s in a name – Over de werknaam en de naam van origine

 

Belgische juwelier dacht niet meer na

juwelierszaakDe Belgische juwelier die gisteren een reeds aan de aftocht begonnen roofovervaller alsnog neerschoot, dacht op dat moment vast niet meer eerst diep na. Anders zou hij zich vast hebben bedacht dat hij met die actie zijn collega’s in de nabije toekomst nòg meer in gevaar bracht. Nou kan ik mij heel goed voorstellen dat je op zo’n moment vooral door de adrenaline en bijbehorende vechtlust overmand bent. Dat maakt het allemaal zo moeilijk voor de burgers en rechters. Moet zo’n juwelier nou wèl of vooral niet vervolgd worden? Het volk reageert in meerderheid (zo vermoed ik) met “vooral niet vervolgen”. Dat was ook mijn eerste reactie. Tot ik mij bedacht dat volledige vrijspraak zo goed als zeker ertoe zal leiden dat criminelen hun knopen gaan hertellen en tot de slotsom Lees verder

Zwarten

m1ayufwwv9quNu het NOS-journaal officieel heeft verklaard niet langer te spreken van blanke mensen, maar van witte mensen, moeten we dan voortaan ook maar gaan spreken over zwarte mensen om alle niet-witte mensen aan te duiden?

Mijn hemel, wat een zwart-wit denken. En dat bij het NOS-journaal nog wel.

Advocaat Richard Korver denkt krom

politiegeweldDe politie wil dat er aparte wetgeving komt voor agenten die (dodelijk) geweld gebruiken. Die wetgeving moet ervoor zorgen dat ze minder snel vervolgd worden en ook lagere straffen krijgen. Richard Korver – de advocaat van Mitch Henriquez – is het ermee oneens. Korver:

“We hebben de afgelopen jaren zaken gezien waarbij agenten echt over de schreef zijn gegaan”, zegt hij. “Zij zouden juist méér straf moeten krijgen dan gewone burgers in plaats van minder, omdat ze een voorbeeldfunctie hebben. De politie is belast met het uitoefenen van geweld en dan mag je extra zorgvuldigheid verwachten.”

Hoezo extra zorgvuldigheid. De politie is door ons aangesteld om moeilijke gevallen in het menselijk verkeer op te lossen en mag van ons daarbij zelfs wapens gebruiken die wij niet mogen gebruiken. Wie het heeft over “extra zorgvuldigheid” heeft een beeld voor ogen van anderen van wie ‘gewone zorgvuldigheid’ verwacht wordt. Die anderen zijn wij, gewone burgers. Maar wij, gewone burgers, mogen die wapens niet hanteren en dus is een vergelijking niet op zijn plaats. Korver denkt krom. Hij had in zijn gedachten moeten volstaan met “zorgvuldigheid”. Dan zou hij ook geen reden hebben gehad te vinden dat er sprake is van een “voorbeeldfunctie”. De politie is uniek in zijn handelingsmogelijkheden waar het geweld betreft en dient daarom niemand ten voorbeeld op dat punt. Daarmee verdwijnt ook zijn argument dat een politieagent juist méér straf zou moeten krijgen.

Het pleidooi van de politie voor aparte wetgeving die milder oordeelt is terecht, juist omdat wij, de gewone burgers, hen hebben geautoriseerd onszelf niet toegestaan geweld te gebruiken bij moeilijke gevallen in het menselijk verkeer.

Pas de wet aan: Nederlanders met een tweede nationaliteit mogen slechts meedoen aan verkiezingen van één land

erdogan

President Erdogan AFP

Bastiaan Rijpkema was vanavond te gast bij Nieuws en Co, op Radio 1, om 18:20 uur. Rijpkema is verbonden aan de Universiteit van Leiden als rechtsfilosoof en weet zodoende het nodige over democratie en recht. Hij ging in op de vraag of de brief met een stemadvies die Erdogan heeft gestuurd aan alle Nederlandse Turken juridisch door de beugel kan. Waarschijnlijk is dat het geval. Een land kan niet zomaar een ander land verbieden een brief met stemadvies te sturen aan landgenoten in den vreemde. Vandaar ook dat Rutte c.s. hebben besloten het maar zo te laten. Een aantal jaren geleden werd er nog wel tegen geprotesteerd.

Interessant was dat Rijpkema de meeste van ons minder bekende George van den Bergh erbij haalde. Uit Wikipedia: In 2014 werd [Van Den Bergh’s] in vergetelheid geraakte oratie uit 1936 over de democratische staat en de niet-democratische partijen heruitgegeven door Elsevier Boeken onder de titel Wat te doen met antidemocratische partijen? Het boek bevat een inleiding van Bastiaan Rijpkema, een voorwoord van René Cuperus en een nawoord van Paul Cliteur.

Dit keer vertelde Rijpkema dat Van Den Bergh had betoogd dat mensen in een democratie idealiter alleen zouden mogen stemmen als ze persoonlijk belang bij de Lees verder

Hoe komt links er weer bovenop – Mijn kritiek op het VrijLinks-manifest

Het is altijd weer een belevenis om bij een debat aanwezig te zijn. Zo ook gisteravond in De Balie waar het VrijLinks manifest zijn eerste echte vuurproef onderging. Er was weliswaar al her en der op gereageerd, maar een echt debat is toch weer wat anders. Hoewel…

Was het wel een echt debat?

In de loop van vandaag begon ik mij meer en meer af te vragen of er gisteravond wel een echt debat had plaatsgevonden. Ik vermoed namelijk dat er redelijk bewust – dus met vooropgezette bedoelingen – opponenten zijn gezocht waarvan de organisatoren bevroedden dat de zaal weleens sterk negatief op hen zou gaan reageren. En jawel, ze werden gevonden. Aan Boris van der Ham, Mounir Samuel en Merijn Oudenampsen was gevraagd om als tegenspeler mee te doen aan het debat. Van der Ham hield zich makkelijk staande, maar zijn kritiek op het manifest bleef dan ook beperkt. Hij voelde geen urgentie om het tot in de vezels te gaan afkraken. Mounir Samuel voelde die behoefte echter heel sterk. Hij was daar gekomen met de waan dat hij dit groepje initiatiefnemers wel even zou gaan wakkerschudden. Dat viel hem vies tegen, al zal hij achteraf hebben gedacht dat de manifestanten en de gewilligen in de zaal (degenen in de zaal die van harte hopen dat het hier gaat om een doorbraak) nou eenmaal te naïef en te dom zijn om overnacht te Lees verder