Over belangenorganisaties die de noodklok luiden

Belangenbehartiging. Iedere politieke partij kan je bezien als een belangenpartij, een partij die opkomt voor de belangen van een deel van de bevolking. Zo bezien is al hun nadruk op normen en waarden waar zij voor zeggen te staan een soort van wassen neus. Zulke nadruk dient, zo vindt de skepticus, geen ander doel dan hun eigen belangen een zo groot mogelijke kans geven. Of, nou ja, zo zegt een andere skepticus, het doel kan ook zijn dat de partij het eigen standpunt naar zichzelf toe goed wil praten, zodat er door de leden rustig geslapen wordt en ze niet het idee hebben egoïstisch bezig te zijn.

Maar je hebt ook belangenorganisaties. Dat zijn geen politieke partijen. Wel lobbyen een aantal zich een ongeluk bij politieke partijen. Verder geldt het bovenstaande ook voor deze organisaties. Of ben ik dan als zo’n skepticus?

De echte belangenorganisatie komt op voor de belangen van de leden. Denk aan vakbonden. Maar er zijn ook organisaties die niet bepaald de organisatieleden zelf ten goede komen. Dan is er sprake van een zeker altruïsme; ‘het goede doel’ wordt gediend. Zij verdedigen bijvoorbeeld de belangen van dieren, waarbij dan maar wordt aangenomen dat die dieren er echt blij mee zijn. Voor het gemak noemen we ook zulke organisaties belangenorganisaties.

Zulke organisaties doen er alles aan om ‘het publiek’ duidelijk te maken dat een en ander niet egoïstisch bedoeld is, maar dat het allemaal juist gaat om het geluk van ‘het volk’ of het recht van ‘de natuur’. Dat is nobel. Maar dat is alleen nobel, zegt de skepticus, als de claim helemaal klopt. Wat we in de praktijk eigenlijk altijd zien is dat er dan andere partijen of organisaties – of individuen, bijvoorbeeld op Twitter! – zijn die protesteren, omdat ze vinden dat de claim dat ‘het hele volk’ bij het ‘advies’ is gediend onwaar is, of omdat ze twijfelen aan het goede van ‘het goede doel’. Een enkele keer – en tegenwoordig is het veel vaker, want Twitter – kunnen zulke critici het niet laten om echt boos of echt cynisch te reageren. Zulke dwarsliggers kùnnen er natuurlijk ver naast zitten. Het kàn zo zijn dat ze dwarsliggen uit egoïsme, of dat het gewoon eeuwige negatievelingen zijn. Maar dat hoeft niet zo te zijn. Het kan net zo goed gaan om mensen die zien dat er aan een ingediend ‘advies’ fikse nadelen zitten; nadelen waarover blijkbaar niet is nagedacht door de indieners.

Hoe kom je erachter welk vlees je in de kuip hebt met die ‘critici’? Of nog beter, hoe zorg je ervoor dat je ‘advies’ geen al te boze of al te cynische of sarcastische reacties opwekt, en zeker niet in grote hoeveelheden?

Mij lijkt het dat je als belangenorganisatie het beste nog tijdens het opstellen van je adviesrapport een groep formeert die de opdracht heeft om kritiek te spuien. En zo’n groep kan je het beste opbouwen uit critici uit die zuilen waarvan je weet dat ze erop uit zullen zijn je advies onderuit te halen.

Ja, het zou zomaar kunnen dat de argumentatie van die groep zo heftig ingaat tegen het gewenste doel (het advies dat de organisatie wil geven), en dat de argumentatie van de kritische groep zo goed in elkaar steekt dat (een deel van) de opstellers hevig beginnen te twijfelen. Het lijkt mij dat er dan een herzien advies moet worden gezocht.

Argumenten van de kritische groep kunnen diverse vormen aannemen. Eén vorm betreft inhoudelijke vakkennis; er worden onderzoeksresultaten aangehaald die een heel ander beeld van de werkelijkheid suggereren. Een andere vorm focust op de kans dat een advies weerzin zal gaan opwekken bij een deel van ‘het volk’, ook al klopt het advies. Met beide aspecten moet de organisatie iets doen. Zo niet, dan is er feitelijk sprake van een bubbelorganisatie; een organisatie die denkt dat elk weldenkend mens, zo niet het hele volk, er net zo over denkt als alle medewerkers van de organisatie. Medewerkers die natuurlijk bij hun sollicitatie zijn getoetst op hun standpunten. Standpunten die afwijken van de missie van de organisatie leiden ertoe dat je niet wordt aangenomen. Zo werkt dat nou eenmaal.

Ik schrijf hier niet dat een belangenorganisatie het zo gewenste advies aan de maatschappij moet afzwakken naar een niveau dat het op niemand nog ook maar enige indruk maakt. Ik schrijf hier wel dat men zich moet realiseren dat er tegenkrachten kunnen zijn en dat die ervoor kunnen zorgen dat het zo goed bedoelde advies bij een niet onbelangrijk deel van ‘het volk’ eerder wrevel dan instemming oproept.

De belangenorganisatie kàn er natuurlijk voor kiezen bijna de helft van het volk volkomen te negeren, als het weet dat de politieke partijen met een krappe meerderheid naar hun hand gezet kunnen worden. Dat zou dan, gezien ons democratisch stelsel, zijn onder het motto dat ‘het doel die middelen heiligt’. Niet zelden zien we zulk, in een echte democratie onethisch, gedrag bij organisaties. Vrijwel altijd is hun verweer dat er nou eenmaal sprake is van een nood, zo van ‘nood breekt wet’. Als we nu niet drastische klimaat- en milieumaatregelen nemen, is het zo meteen echt te laat, zo gaat de redenering inzake het klimaat en milieu. Er wordt dan alarm geslagen en een apocalyptisch beeld van de nabije toekomst wordt geschetst.

Dat van de apocalyps zit trouwens diep in ons dna, zo lijkt het. In elk geval is de bijbel ervan vergeven. Zonder apocalyptische gevoelens zou er waarschijnlijk geen christelijke en joodse religie zijn, of enige andere religie. De apocalyps is door gelovigen alle eeuwen voorspeld, met als doel om het volk te laten handelen naar bepaalde regels; regels die de orde moesten handhaven, de macht bij de machthebbers moesten houden, maar ook de mensen moesten aansporen zich aan bepaalde hygiënische regels te houden. In de tegenwoordige tijd ligt het niet anders, ondanks dat we zijn aanbeland in een hoogwetenschappelijk tijdperk. Vroeger was het een profeet, nu wordt statistiek gebruikt om ons allen een apocalyps te voorspellen, of in elk geval een dystopie. Tenzij. Ja, tenzij we allen maar braaf gaan doen wat de alarmisten ons vertellen.

Het vervelende is dat de alarmisten gelijk zouden kùnnen hebben. We weten wel dat alle in het verleden verkondigde apocalypsen niet zijn uitgekomen, maar je weet niet hoe dat met de nieuwe voorspellingen uitpakt. En laten we wel zijn, er zijn in het verleden natuurlijk wel heel veel rampen over de mensen gekomen. Het huidige coronavirus is de laatste in een schier oneindige rij virussen die telkenmale weer de mensheid decimeerde. Ons lijkt zo’n lot een onverkwikkelijke ramp, voor onze voorouders was het telkens weer een feit waarmee het maar om te gaan had. Wat ze uiteindelijk ook telkens weer deden. Wij kunnen ons dat niet meer voorstellen, zelfs letterlijk. De bubbel van ons denken kan daar met de pet niet bij. Stel dat in ons land iedereen het virus oploopt en 5 procent overlijdt, dan is dat tegen de miljoen aan. Menigeen zou dat ervaren als een apocalyps. De natuur heeft daarover echter geen mening en de mensheid zou gewoon doorgaan met bestaan. Maar de klimaatalarmisten lijken ons te willen waarschuwen dat hun apocalyps een nog véél grotere omvang zal hebben. Mij lijkt dàt nou weer overdreven. Zelfs al zou de hele randstad overstromen (wat niet gaat gebeuren), dan nog is de mensheid, als mensheid, niet verloren. Voor individuen, families en zelfs hele gemeenschappen kan het dan afgelopen zijn, maar de geschiedenisboeken staan boordevol met zulke rampspoed. Rampspoed die nog nooit de hele mensheid uitroeide.

Ik begrijp dat fatalisme – fatalisme zo van: het zij dan maar zo dat heel Delft opeens onder water verdwijnt – niet tot een van onze kernwaarden moet gaan behoren. Dat gaat ook hevig in tegen wat de Nederlanders alle afgelopen eeuwen heeft gekenmerkt. Ik begrijp prima dat er gewaarschuwd moet worden, en dat we die waarschuwingen moeten omzetten in zeker beleid. Maar de kritiek van opponenten moet vooral niet genegeerd worden. Het advies van een belangenorganisatie hoeft waarschijnlijk niet tot in elk detail te worden gevolgd.

Dat alles gezegd hebbende, ik ben er zelf eentje uit de zuil die alarm sloeg (en slaat) over de Islam, over migratiestromen en over integratieproblemen. Ik bepleit heftig het grote belang van onze eigen normen en waarden, onze cultuur, tradities en vorm van democratie. Al het bovenstaande zou je ook op mij en mijn zuil kunnen toepassen. Toch is er een verschil. Nogal wat van alle hierboven bedoelde belangenorganisaties zitten in een netwerk waar zij beleidsmakers hevig kunnen beïnvloeden. Voor mij en mijn zuil geldt dat nog steeds niet. Ons alarm van de afgelopen, laten we zeggen, 20 jaar is aan de lopende band belachelijk gemaakt (met referenties aan nazisme, fascisme, racisme, noem maar op) door mainstream media, politieke partijen én de nodige belangenorganisaties. De critici van mijn zuil profileren zichzelf als links. Het heeft ertoe geleid dat in mijn zuil zwaar negatief wordt gedacht òver die media, politieke partijen en belangenorganisaties. En aan ‘links’ dus, terwijl veel van de mensen uit mijn zuil zelf een linkse geschiedenis hebben. En dàt leidde er weer toe dat ze nu bijzonder nukkig staan tegenover allerhande ‘adviezen’ die belangenorganisaties via rapporten ophoesten. Wil ‘links’ meer kans maken dat mensen uit mijn zuil hun alarm goedwillend lezen, dan zou ‘links’ er meer dan verstandig aan doen eens op te houden het alarm dat mijn zuil slaat belachelijk te maken.

Je zag mij diverse keren links tussen quotes zetten. Ik ben ervan overtuigd dat de ware linkse mens wel degelijk grote moeite heeft met Islam, migratie en integratieproblemen. Om onderscheid te kunnen maken, wordt daarom in mijn zuil ook wel gesproken over ‘de regressief linkse mens’. Het is een type mens dat zich links noemt, maar het niet echt is. De regressief linkse mens past bepaalde principes ronduit dogmatisch toe, zoals het idee dat àlle mensen gelijk moeten worden behandeld, dus ongeacht hun normenstelsel. Het leidt er bij hen toe dat ze zelfs partij kiezen voor mensen uit culturen die tegengesteld denken over vrouwen en homo’s, om maar eens twee voorbeelden te noemen. En ik hoef hopelijk niet uit te leggen waar ik precies op doel. Mijn alarm zou echt minstens even serieus moeten worden genomen als bijvoorbeeld het alarm dat deze week afging bij het WNF.

 

Vijftig jaar Palestina Komitee, vijftig jaar terrorisme ontkennen of goedpraten, en soms zelfs eraan meedoen

Merk op dat de Palestijn een geweer in de hand heeft. Dit was alle jaren het logo van het Palestina Komitee.
Klik op het plaatje voor het e-boek. Onderaan deze recensie is een link naar het papieren boek.

Meer dan lezenswaardig – laat ik met die aanbeveling maar beginnen – is het boek dat Kees Broer schreef over het in 1969 opgerichte Palestina Komitee. Menig jongere kent deze organisatie niet, maar elke boomer weet er wèl van. Hooguit zullen er boomers zijn die zich nu op het kalende hoofd krabben dat het Komitee nog steeds bestaat.

De organisatie werd ‘groot’ in het studentenmilieu van de jaren zestig. Het was één van diverse initiatieven door studenten die vonden dat het nu maar eens afgelopen moest zijn met al dat imperialisme van de koloniale grootmachten. Er ontstonden ‘landencomité’s’ die ieder een specifiek land als doel uitkozen. Denk aan Vietnam, Nicaragua en Zuid-Afrika. In de kern van de zaak ging het hen vooral om het ondersteunen van een marxistisch gedreven ‘vrijheidsstrijd’. Wanneer geconfronteerd met vragen over door ‘vrijheidsstrijders’ toegepast geweld, werd er standaard zo ongeveer gezegd dat het gerechtvaardigd is om als volk met geweld in opstand te komen tegen de onderdrukker. In het geval van het Palestina Komitee ging het om een groep die ervan uitging dat de Palestijnen een strijd voerden tegen de koloniale macht Israël. Dat uitgangspunt is altijd problematisch gebleken, al drong dat tot op de dag van vandaag niet door tot de harde kern van het comité.

De Palestijnse strijd is doordrenkt met geweld waar je ook als rechtgeaard socialist onmogelijk achter kunt staan: niet alleen het leveren van militaire strijd, maar vooral het plegen van aanslagen op zomaar wat burgers, zowel in Israël als in andere delen van de wereld; vliegtuigkapingen; bommen bij synagogen, in bussen, op pleinen; lukrake raketbeschietingen; noem maar op. Kees Broer heeft uitgezocht hoe de leden van het Palestina Komitee op die gebeurtenissen reageerden. Daarvoor heeft hij zich verdiept in vele dozen archiefmateriaal, opgeslagen in een wetenschappelijk instituut in Amsterdam. Een archief trouwens waartoe hem door het comité de toegang werd ontzegd, toen ze doorkregen dat hij bezig was met zijn boek over de beweging. Toen had hij echter reeds het merendeel gefotografeerd. Daarnaast heeft hij zelf sinds 2011 zo’n beetje alle openbare bijeenkomsten bijgewoond en zijn ogen en oren daar de kost gegeven. Het is een interessante bloemlezing geworden van wie wanneer welke uitspraak deed. Die reacties lopen uiteen, van gewoonweg ontkennen door eromheen te praten, via het spelen van de ‘ja, maar’ kaart, tot zelfs het goedpraten ervan. Namen en rugnummers worden gekoppeld aan jaren, waarbij de context veel aandacht krijgt. Kees Broer was niet zozeer op ‘naming and shaming’ uit. Hij probeert vooral te laten zien dat het voor de leden niet meeviel om hun eigen goede bedoelingen (‘weg met alle onderdrukking’, zal ik maar zeggen) aan het Nederlandse volk duidelijk te maken.

Het pro-Israël deel van de bevolking was tot 1969 fors en hun weerzin tegen het comité was vanzelfsprekend groot. Maar Nederland was ook toen al een vrij land dat het individuen toestond tegendraads te zijn en een beweging te beginnen. De pro-Israël lobby van destijds zag blijkbaar geen groot gevaar uitgaan van een pro-Palestijnen beweging (al haalde het NIW bij monde van Meijer Sluijser wel flink uit; dat artikel is integraal opgenomen in het boek). De feiten en argumenten zouden vast wel standhouden, dacht men blijkbaar, helemaal omdat alle aanslagen onmogelijk door het comité goed te praten vielen. Toch lijkt het comité erin geslaagd bij een deel van links het geloof in Israël’s goede bedoelingen te ondermijnen. Sinds de jaren zeventig was er een kentering; progressieve media besteedden, ook toen al, wel degelijk aandacht aan het comité. De nodige Nederlanders stapten vervolgens over op de lijn van ‘waar twee vechten hebben twee schuld’. Dat leek hen wel zo genuanceerd, waarbij het toen supermoderne idee dat imperialisme nu maar eens afgelopen moest zijn hen sterk hielp.

In de loop van de erop volgende decennia is het comité nooit boven de 100 min of meer actieve leden uitgekomen. Wellicht was het voor menige linkse anti-imperialistische activist toch een brug te ver om het geweld van de Palestijnen (meer specifiek, de PLO van Yasser Arafat) telkens te moeten rechtpraten. Dan leken ze bij het Zuid-Afrika comité beter op hun plaats (al is het geweld van het ANC ook niet misselijk geweest).

Kees Broer maakte zijn analyse van al dat rechtpraten op grond van een categorisering zoals die ook al wat blijkt uit de subtitel van het boek: ontkennen, goedpraten, meedoen. Preciezer: geweld afwijzen, geweld ontkennen, ‘maar’-zeggen, geweld ondersteunen en aan geweld meedoen. Van elke categorie geeft hij voorbeelden, met naam, toenaam, plaats, tijdstip en context. Het zijn leerzame anekdotes die de lezer ervan bewust maken dat uitspraken van activisten lang niet altijd slechts op ware feiten en doorwrochte interpretaties van gebeurtenissen zijn gestoeld. Een voorbeeld van het ‘maar’-zeggen, uit het boek overgenomen:

Verklaring van het Palestina Komitee over de actie van 15 mei 1974 tegen burgerdoelen in Ma’alot Noord-Israël:
“Opnieuw zijn bij de strijd tussen Israëli’s en de Palestijnen vele burgerslachtoffers gevallen, aan de Israëlische kant op dramatische wijze, aan de Palestijnse kant op de ‘gewone’, ‘geaksepteerde’ wijze middels beschaafde bombardementen. Temidden van de golf van emoties wil het Nederlands Palestina Komitee een aantal punten onder de aandacht brengen: De verantwoording voor de tragische afloop van de gijzeling in Ma’alot ligt bij de Israëlische regering, die (…) zoals altijd gekozen heeft voor de ijzeren handhaving van een onbuigzame politiek.”

De doden worden hier tegen elkaar afgewogen, aldus Kees Broer, en Israël krijgt de uiteindelijke schuld in de schoenen geschoven vanwege vermeende onbuigzaamheid.

Dergelijke leerzame analyses zijn in het hele boek te vinden. Stof tot nadenken die bovendien de geest scherpt. Ook heden ten dage staan verklaringen bol van dit soort drogredeneringen (mijn woord ervoor).

Verder wijdt het boek flink uit over de gevallen dat leden het niet konden laten zelf op een of andere manier actief mee te doen aan de gewapende strijd. Het was beslist geen bestuurslijn, maar het is wel opvallend dat verschillende van de door de mand gevallen leden ook jaren later, zelfs tot op de dag van vandaag, nog actief binnen de club waren, tot op bestuursniveau toe. Ook de bomaanslag in 1991 bij staatssecretaris Aad Kosto kan worden gezien als direct gevolg van perikelen rond een prominent lid van het comité. Die aanslag werd gepleegd door RaRa. Nog geen dag later werd alsnog een verblijfsvergunning verleend aan Ibrahim Al-Baz, iemand met een verleden als terrorist die desondanks werd omarmd door het Palestina Komitee. In 2014 werd hij zelfs benoemd in het bestuur.

Ruimte voor verbetering

Toch mist er ook wel het een en ander in het boek. De tekst bevat teveel taalfouten, van diverse aard. Het is wellicht het gevolg van een productie in eigen beheer; een uitgeverij zou er een redacteur op hebben gezet en die zou alle taalfouten hebben rechtgezet. Ook had deze ingegrepen in de opbouw. Er is de neiging om 50 jaar op chronologische wijze te behandelen, maar die neiging heeft Kees Broer onderdrukt. Daarvoor had hij een goede reden. Hij wilde onderwerpen behandelen en laten zien hoe een gebeurtenis in bijvoorbeeld 1975 gerelateerd was aan een andere in, weer bijvoorbeeld, 2004. Dat is lovenswaardig, maar de teksten hebben mij geregeld op een fout spoor gezet. Dan slaagde ik er niet meteen in om die tijdlijn te onthouden. Dan leek het bijvoorbeeld alsof een citaat uit 2004 stamde, terwijl het bij een ander jaar hoorde. Een op deze punten geheel herziene tweede druk lijkt op zijn plaats. Ik zal het zeker kopen.

Iets anders dat me opvalt is dat er relatief weinig wordt geschreven over de geschiedenis van het conflict. Zeker, er is een hoofdstuk waarin wordt geschreven over de gezichtspunten die beide kampen daarover hanteren, maar een objectieve tijdlijn van gebeurtenissen was toch wel op zijn plaats geweest. Nu is het zo dat Kees Broer schrijft daarvoor welbewust niet te hebben gekozen. Er zijn volgens hem meer dan genoeg andere geschriften juist over die geschiedenis. Toch heeft het er meer van weg dat hij een heikel punt wilde vermijden. Een opsomming van de historische gebeurtenissen is al snel een vorm van kleur-bekennen: Welke gebeurtenissen noem je, waar begin je, hoe benoem je ze – het zijn omschrijvingen waaruit een beetje kenner al snel haalt hoe je zelf in het conflict staat. Kees Broer heeft wellicht willen voorkomen dat hij te gemakkelijk op dat punt te lezen is, al geeft hij zelf aan door Palestina Komitee leden met de nek te worden aangekeken. Mogelijk heeft hij zich welbewust van een ‘welwillende kant’ willen tonen, zodat ook deze doelgroep zijn boek wil lezen. Dat is begrijpelijk. Echter, het risico is dat het boek daardoor voor de ‘andere doelgroep’ dan minder aansprekend wordt. Zo zijn er enkele plekken in het boek waar Kees Broer spreekt over bezetting zonder dat woord tussen quotes te zetten. Dit lijkt muggezifterij van me, maar ik weet hoe de gevoeligheden her en der liggen. Desalniettemin, voor beide ‘groepen’ geldt waarmee ik deze recensie begon: Meer dan lezenswaardig!

Klik hier voor het E-boek

Klik hier voor Het papieren boek

Een nieuwe omroepzuil voor àlle ongehoorden? Nee toch?!

 

De poging om een nieuwe omroep – Ongehoord Nederland (ON!) – op te richten gaat slagen. Althans, de doelstelling van 50.000 leden gaat nog deze week gerealiseerd worden. Wel moet erop gelet worden dat er niet wordt gekozen voor de fundamentele, radicale vorm van vrijheid van meningsuiting, omdat daarmee de weg voor écht extremistische meningen wordt geplaveid. Daarover later meer, maar eerst een uitleg waarom zo’n omroep alle reden van bestaan heeft.

(Deze tekst is een aangepaste versie van een eerder gepubliceerd artikel. Zie onderaan.)

Eerste dagen ongehoord veel aanmeldingen

Boegbeeld Arnold Karskens kreeg de eerste dagen na de aankondiging (24 november) veel aandacht van de mainstream media, ofwel, het leek dat hij werd gehoord. Zelfs klonken de interviewers welwillend van toon. Dat was op zich wel frappant; achteraf klinkt het plausibel dat het een eerste actie van de mainstream media was om dè kritiek die de initiatiefnemers drijft – niet gehoord worden door de mainstream media – in de kiem te smoren.

Maar goed, Karskens gebruikte die kans uiteraard wel; er moesten nu eenmaal 50.000 leden worden geworven en voor advertenties was geen geld. Toch was die aandacht niet hoofdverantwoordelijk voor de aanvankelijke, massale aanmelding, zo bleek later. Het was vooral het resultaat van de ongekende populariteit van Arnold Karskens en – ander boegbeeld – Joost Niemoller op Twitter. Er blijken minstens 25.000 twitteraars zich te centreren rond dezelfde thema’s waar Karskens en Niemoller zich op hebben gefocust. In de woorden van Sid Lukkassen zou je kunnen spreken over een ‘zuil’; over mensen die tot eenzelfde zuil behoren zonder dat zelf tot nu toe zo te benoemen.

Cynische commentaren in de mainstream media

Er zijn potentieel heel wat meer mensen die een nieuwe omroep wel zien zitten. Tot die groep kunnen rustig ook alle PVV- en FvD-stemmers gerekend worden, momenteel goed voor bijna 25 procent van de Tweede-Kamer-zetels. Toch zal ON! die potentiële leden niet zomaar, met groot gemak, binnen gaan slepen. De mainstream media zijn er de afgelopen weken tòch in geslaagd twijfels over de initiatiefnemers te zaaien. Iedere krant liet minstens één columnist erop leeglopen; hun commentaren getuigden van cynisme en soms zelfs van pure haat.

Mainstream media regelen het geluid dat mag worden gehoord

De kranten zijn zeer selectief in het kiezen van degenen die hun mening mogen publiceren. Hun journalisten worden geselecteerd op het willen verkondigen van de meningen die de directie en hoofdredactie welgevallig zijn. Een enkel tegendraads geluid wordt ingebakken, om een verwijt van duidelijke partijdigheid te kunnen tegenspreken. ‘Ongehoorden’ zijn zulke tegendraadsen, dus worden slechts incidenteel toegelaten. Ook redacties van praatprogramma’s, op tv en radio, kan partijdigheid worden verweten. Voor discussies worden vertegenwoordigers van deze zuil vooral niet uitgenodigd of ze worden gepositioneerd tegenover een welbewust samengestelde overmacht. Uit de sociale psychologie is bekend dat een individu aan zo’n tafel min of meer kansloos is als de rest heeft besloten samen te zweren. En vaak is een expliciet samenzweren niet eens nodig. De ‘onderlinge verbondenheid’ wordt dan op een onbewust niveau gevoeld. Alleen tafelgenoten die heel erg hechten aan het horen van de mening van de schijnbare minderheid aan tafel, zullen uitnodigend handelen. Dat soort lui zitten, frappant genoeg, nooit aan tafel bij bijvoorbeeld Pauw. Zulke ‘bemiddelaars’ hebben naar het geheime plan van de redactie, ten eerste onvoldoende eigen standpunten en zijn ten tweede een gevaar voor de gewenste uitkomst. Nee, die rol is per definitie weggelegd voor de presentator zelf. Die wekt dan de mooie indruk te bemiddelen, maar werkt uiteraard perfect en onopgemerkt naar de gewenste uitkomst toe. Een en ander wil niet zeggen dat het ‘kansloze individu aan tafel’ helemaal niemand van de luisteraars en kijkers zal aanspreken. Er zijn genoeg onder hen die zich door die persoon vertegenwoordigd voelen en blij zijn met de bevestigende woorden. Maar beïnvloeding van het gros van de overige luisteraars en kijkers – degenen die niet al tot de eigen parochie behoren – is dan wel degelijk een kansloze onderneming. Het zich ongehoord voelen is dan een terecht verwijt.

Twitter is voor iedereen toegankelijk

Daarentegen heeft de groep van ‘ongehoorden’ op Twitter wel degelijk een voorname stem. Toegang tot Twitter is er voor iedereen. Er is geen hoofddirectie en geen hoofdredacteur die eerst toestemming tot deelnemen moet geven. Zodoende is Twitter een soort van spelbreker, vanuit de kijk van de machthebbers bij de mainstream media. Op Twitter lijkt zodoende geen sprake van niet gehoord worden. Hooguit heb je als individu nog geen groot bereik; trouwens een probleem dat door menigeen wordt aangepakt door harde, shockerende uitspraken te doen, om maar op te vallen en reacties uit te lokken. Eigenlijk geldt altijd dat de soep niet zo heet gegeten wordt als die wordt opgediend. Helaas hebben sommige meelezers – vooral tegenstanders – dat niet door en nemen zij zulke harde uitspraken veel te letterlijk. Dat letterlijk nemen doen vast ook de twitterende Bekende Nederlanders. Zulke hete soep hebben zij niet nodig, omdat ze dankzij hun bekendheid al een groot bereik hebben. Dan spreken ze schande over de “vele bedreigingen en scheldpartijen” bij de reacties. Het leidt er allemaal toe dat de invloed van de twitteraars maar niet wil doordringen in de mainstream media en de politiek. Voor zover tweets in de media worden aangehaald, is het vooral als illustratie van “schandelijke en extreme standpunten”. Terwijl de goede lezer juist heel veel goede argumentatie en feitenkennis kan halen uit de nodige tweets; er zitten heel wat intellectueel goed onderlegde en niet op hun mondje gevallen twitteraars bij. Het goed gehoord worden op Twitter beperkt zich blijkbaar, en helaas, tot gehoord worden door de lui uit de eigen zuil. Het is dus preken voor eigen parochie, al hebben de meesten dat gewoon niet door. Er wordt breed gedacht dat al dat twitteren zoden aan de dijk zet. De wens is wellicht de vader van die gedachte.

Pejoratieven

De mainstream media zijn bezaaid met opponenten uit een totaal andere zuil. Deze in de mainstream gevestigde opponenten schromen niet om uit de hen onwelgevallige meningen stukjes tekst te knippen die gemakkelijk in een negatief frame kunnen worden gebruikt. Die ‘uitspraken’ worden vervolgens gebruikt om de ander te kunnen wegzetten, met gebruikmaking van pejoratieven, waarvan racist, fascist, holocaustontkenner, alt-rechts en extreem-rechts de lijst aanvoeren. En het is precies die als zeer vals ervaren ‘duiding’ waarom de lui uit deze zuil menen niet gehoord te worden. Maar concreet is het dus eerder een geval van wèl gehoord worden, maar op een ongehoorde manier te kakken worden gezet.

Extremisten en de vrijheid van meningsuiting

De omroep Ongehoord Nederland heeft alle recht van bestaan, al zal het woord ‘ongehoord’ toch net even anders uitgelegd moeten gaan worden dan de afgelopen weken gebeurde. De omroep doet er beter aan de focus niet te gaan leggen op vrijheid van meningsuiting voor iedereen die zich niet gehoord voelt. Beter kan het gaan om dat wat de mensen in de nu aangeboorde zuil blijkt te binden. Binnen die zuil zijn twee thema’s problematisch: enerzijds is er het extremisme, anderzijds zijn er mensen die fundamenteel denken over de vrijheid van meningsuiting (VvMU). Eerst maar over de extremisten.

Er zijn maar weinig mensen die zichzelf volmondig neo-nazi noemen, of holocaustontkenner, of racist, of fascist. Degenen die dat wèl volmondig erkennen, zijn makkelijk te identificeren. Daarnaast zijn er degenen die slechts voor bepaalde aspecten van die extreme posities vallen. En dan zijn er nog degenen die ooit volmondig gingen voor een extreme positie, maar later tot een nieuw inzicht kwamen en overstapten naar een mildere positie. Deze mensen zijn minder makkelijk te identificeren. Al deze mensen kan je aantreffen in de hier besproken zuil. Dat is nou eenmaal onvermijdelijk, want op Twitter is er geen mechanisme om mensen al bij voorbaat te weren. Ook ON! kan hen niet verbieden lid te worden. Wel kan de omroep deze mensen bij voorbaat vertellen dat extremistische meningen de omroep onwelgevallig zullen zijn. Dat standpunt bij voorbaat uitdragen is wel zo verstandig, want het voorkomt dat tegenstanders nu reeds ON! zullen kunnen framen als extreemrechts. Bovendien heeft weren het voordeel dat allerlei moeilijke discussies niet hoeven te worden gevoerd, ook niet t.z.t. bij de eigen praatprogramma’s.

Het andere problematische thema vormt het heilig geloven van velen in de VvMU. Dat is problematisch omdat uitgerekend deze mensen het actief weren van extremisten in strijd achten met de door hen zo gekoesterde vrijheid van meningsuiting. Als deze mensen het hebben over niet gehoord worden, dan hebben zij het al snel over de schending van het fundamentele recht op meningsuiting. Lid worden van ON! doen ze alleen als die VvMU wordt gegarandeerd. De initiatiefnemers leken aanvankelijk dit oordeel te delen, maar er werd onvoldoende rekening gehouden met de keerzijde. Stennis rond een interview met Haye van der Heyden – aanvankelijk eveneens boegbeeld – deed Karskens en de andere initiatiefnemers beseffen dat er toch maar een grens gesteld moest worden. Geen zuil kan het zich veroorloven om een volkomen VvMU na te streven. Een zuil hoeft geen totaal vrije meningsuiting te garanderen. Een zuil moet zich ervan bewust zijn slechts een van de diverse zuilen te zijn. Voor iedere zuil – dus ook voor ON! – geldt dat het een bepaald geluid moet laten horen. Voor ON! is dat het tot nu toe in de mainstream media onvoldoende gehoorde geluid. Dus niet ‘het’ ongehoorde geluid, maar een specifiek ongehoord geluid. Nog preciezer, het gaat om een geluid dat, naar het oordeel van die leden, momenteel ongehoord of onvoldoende gehoord is. Over 10 jaar is de naam misschien achterhaald, als het geluid heersend en mainstream is geworden (doel bereikt; zou mooi zijn). Dan kan de naam gaan dienen als referentie naar wat ooit was.

Het eigenbelang van pleiten voor de vrijheid van meningsuiting

Bovenstaand wordt, kortom, bepleit waarom de VvMU vooral niet tot kernwaarde van ON! gemaakt moet worden. Er is nog een ander argument om dat niet te doen. Juist mensen die zich niet gehoord voelen, belijden de VvMU welhaast fundamentalistisch en dus tot op het bot. Dat lijkt te getuigen van zeer hoge normen en waarden, maar de echte reden is er eerder eentje van eigenbelang. Het eigenbelang is dat het je in staat stelt om hen die jou het spreken onmogelijk willen maken, te kunnen framen als tegenstanders van de VvMU. Kortom, je wilt die mensen op deze wijze dwingen om je alsnog te laten spreken. Maar wat nu als je zelf geconfronteerd wordt met iemand die een mening wil verkondigen die jij echt walgelijk vindt? Stel je bent fundamenteel pleitbezorger van de VvMU en ook fel anti-islam. Stel je wordt geconfronteerd met de vraag of een imam die meent dat de vrouw ondergeschikt is aan de man het spreken onmogelijk gemaakt moet worden. Dikke kans dat je antwoordt dat die imam dat moet kunnen menen en zeggen. Dat standpunt voorkomt bepaalde cognitieve dissonantie bij je; een afwijzing van VvMU voor die imam zou naar jouw gevoel anderen een argument geven om jouw eigen beroep op de VvMU af te wijzen. Zo van “als jij die imam het recht op spreken wilt ontzeggen, dan heb ik het recht jou het spreken te ontzeggen”. Maar er zijn nog ergere meningen op te noemen. Blijf je bij je standpunt over de VvMU, hoe erg de mening ook wordt? Zo ja, dan heb je bepaalde lessen uit het verleden niet geleerd. Het is ook al niet een typisch westerse verworvenheid om er zo fundamenteel in te gaan zitten. Velen leggen de grens bij geweld, maar op de keper beschouwd is die grens te gemakkelijk getrokken. Ten eerste is geweld maar één enkel ertoe doend criterium, ten tweede is geweld soms een te verdedigen keus.

Wanneer meningen geweerd moeten kunnen worden

Loslaten van het fundamenteel gaan voor de VvMU is niet hetzelfde als de VvMU bij het grof vuil zetten. Het is ook niet hetzelfde als VvMU met de mond belijden, maar in de praktijk alleen goedkeuren zolang het om jou welgevallige meningen gaat. Het gaat om goed nadenken over de consequenties van meningen op langere termijn en over de kans dat het kan lukken die meningen in het debat te verslaan. Sommige meningen zijn incompatibel met de kernwaarden van je zuil en zitten onwrikbaar in het hoofd van de verkondiger. Met name als ze de zuil zelf in groot gevaar kunnen brengen is het gerechtvaardigd om binnen de zuil die meningen te weren, kortom te zorgen dat ze ongehoord blijven.

Het is aan de politici, politie en rechter om ervoor te zorgen dat de VvMU conform de wet gehandhaafd blijft. De zuil mag wel degelijk de onderwerpen kiezen op basis van de kernwaarden binnen de zuil. De tolerantie zal er groot zijn, maar mag niet oneindig groot zijn. Het zijn de kernthema’s die uitgedragen moeten worden. Daaronder valt de VvMU niet, althans niet de fundamentele variant ervan.

Verzuiling

Als laatste het volgende: Het lijkt erop dat de afgelopen decennia sprake was van ontzuiling. Kranten en omroepen claimen tegenwoordig dat ze lang niet meer zo partijdig de oorspronkelijke kernwaarden uitdragen. Ze claimen meerdere kanten de ruimte te geven. De ‘ongehoorde’ mensen weten wel beter. Die ‘goede intenties’ zijn niet werkelijk waargemaakt. Hier wordt ook niet bepleit dat dit alsnog moet gaan plaatsvinden. Sterker, in de tijd dat er nog echte verzuiling was, waren mensen mogelijk minder verward dan tegenwoordig. Je las de kranten uit diverse zuilen en wist gewoon hoe die journalisten erin zaten. Elke zuil gebruikte eigen ‘frames’ en terminologie, had zijn eigen ‘helden’, wist je haarfijn te vertellen wie de vrienden en vijanden waren; elke zuil was makkelijk herkenbaar in de debatten. Je las ook je eigen krant, want de visie van die journalisten stond je aan en zij gaven de argumenten en feiten die jou hielpen in het debat. Het duiden van de media was destijds een stuk makkelijker, of in elk geval transparanter. De voorkeur van de journalist was destijds nog niet zo verhuld als tegenwoordig. Tegenwoordig claimen journalisten objectiviteit. Objectiviteit die echter bij nadere analyse vrijwel altijd een farce blijkt te zijn. Laat de tijd van de verzuiling maar terugkeren.


Dit artikel is een aangepaste versie van een eerder gepubliceerd artikel: De ledenaanwas van ON! stokt. Wat is er aan de hand?

De ledenaanwas van ON! stokt. Wat is er aan de hand?

Klik gerust op het plaatje, om je snel aan te melden als je dat nog niet gedaan hebt!

De poging om een nieuwe omroep – Ongehoord Nederland (ON!) – op te richten lijkt spaak te lopen. Aanvankelijk, de eerste twee dagen, leek er sprake van een al bijna gelopen race. Doelstelling is 50.000 leden aan het eind van het jaar. Na die eerste dagen stond de teller reeds op iets van 25.000. Maar zeker sinds de teller boven de 40.000 uitsteeg, is de dagelijkse stijging minimaal. Momenteel is het bijna 46.000, maar het tempo lijkt er helemaal uit. Wat is er aan de hand?

Eerste dagen ongehoord veel aanmeldingen

Boegbeeld Arnold Karskens kreeg die eerste dagen wel degelijk aandacht van de mainstream media, ofwel, het leek dat hij werd gehoord. Zelfs klonken de interviewers welwillend van toon. Dat was op zich wel frappant; misschien was het wel een eerste actie van de mainstream media om dè kritiek die de initiatiefnemers drijft – niet gehoord worden door de mainstream media – in de kiem te smoren.

Maar goed, Karskens gebruikte die kans uiteraard wel; er moeten nu eenmaal 50.000 leden worden geworven en voor advertenties is geen geld. Toch was, naar mijn mening, die aandacht niet hoofdverantwoordelijk voor de aanvankelijke, massale aanmelding. Ik denk dat die vooral het resultaat was van de ongekende populariteit van Arnold Karskens en – ander boegbeeld – Joost Niemoller op Twitter. Het lijkt erop dat zo’n 25.000 twitteraars zich centreren rond dezelfde thema’s waar Karskens en Niemoller zich op hebben gefocust. In de woorden van Sid Lukkassen zou je kunnen spreken over een ‘zuil’; over mensen die tot eenzelfde zuil behoren zonder dat zelf tot nu toe zo te benoemen. Maar 25.000 is te weinig en dùs ging het na al die aanmeldingen een stuk minder hard, en lijkt het nu zelfs helemaal te stokken.

Cynische commentaren in de mainstream media

Er zijn potentieel heel wat meer mensen die de nieuwe omroep wel zien zitten. Althans, als de redenering van Karskens klopt dat tot die groep ook minstens alle PVV- en FvD-stemmers horen. Wellicht stokt het omdat de mainstream media tòch erin geslaagd zijn twijfels over de initiatiefnemers te zaaien. Iedere krant liet minstens één columnist erop leeglopen; hun commentaren getuigden van cynisme en soms zelfs van pure haat. Bij de Telegraaf stokte de aanvankelijke positieve aandacht; wellicht wordt het initiatief daar toch teveel gevoeld als concurrentie van hùn eigen, aloude initiatief (WNL).

Mainstream media regelen het geluid dat mag worden gehoord

Een en ander zou betekenen dat er in Nederland een zuil is van zo’n max. 40.000 min of meer actieve lui die zeggen zich ongehoord te voelen, althans ongehoord in de mainstream media. De kranten zijn zeer selectief in het kiezen van degenen die hun mening mogen publiceren. Hun journalisten worden geselecteerd op het willen verkondigen van de meningen die de directie en hoofdredactie welgevallig zijn. Een enkel tegendraads geluid wordt ingebakken, om een verwijt van duidelijke partijdigheid te kunnen tegenspreken. ‘Ongehoorden’ zijn zulke tegendraadsen, dus worden slechts incidenteel toegelaten. Ook redacties van praatprogramma’s, op tv en radio, kan partijdigheid worden verweten. Voor discussies worden vertegenwoordigers van deze zuil vooral niet uitgenodigd of ze worden gepositioneerd tegenover een welbewust samengestelde overmacht. Uit de sociale psychologie is bekend dat een individu aan zo’n tafel min of meer kansloos is als de rest heeft besloten samen te zweren. En vaak is een expliciet samenzweren niet eens nodig. De ‘onderlinge verbondenheid’ wordt dan op een onbewust niveau gevoeld. Alleen tafelgenoten die heel erg hechten aan het horen van de mening van de schijnbare minderheid aan tafel, zullen uitnodigend handelen. Dat soort lui zitten, frappant genoeg, nooit aan tafel bij bijvoorbeeld Pauw. Zulke ‘bemiddelaars’ hebben naar het geheime plan van de redactie, ten eerste onvoldoende eigen standpunten en zijn ten tweede een gevaar voor de gewenste uitkomst. Nee, die rol is per definitie weggelegd voor de presentator zelf. Die wekt dan de mooie indruk te bemiddelen, maar werkt uiteraard perfect en onopgemerkt naar de gewenste uitkomst toe. Een en ander wil niet zeggen dat het ‘kansloze individu aan tafel’ helemaal niemand van de luisteraars en kijkers zal aanspreken. Er zijn genoeg onder hen die zich door die persoon vertegenwoordigd voelen en blij zijn met de bevestigende woorden. Maar beïnvloeding van het gros van de overige luisteraars en kijkers – degenen die niet al tot de eigen parochie behoren – is dan wel degelijk een kansloze onderneming. Het zich ongehoord voelen is dan een terecht verwijt.

Twitter is voor iedereen toegankelijk

Daarentegen heeft deze groep op Twitter wel degelijk een voorname stem. Toegang tot Twitter is er voor iedereen. Er is geen hoofddirectie en geen hoofdredacteur die eerst toestemming tot deelnemen moet geven. Zodoende is Twitter een soort van spelbreker, vanuit de kijk van de machthebbers bij de mainstream media. Op Twitter lijkt zodoende geen sprake van niet gehoord worden. Hooguit heb je als individu nog geen groot bereik; trouwens een probleem dat door menigeen wordt aangepakt door harde, shockerende uitspraken te doen, om maar op te vallen en reacties uit te lokken. Eigenlijk geldt altijd dat de soep niet zo heet gegeten wordt als die wordt opgediend. Helaas hebben sommige meelezers – vooral tegenstanders – dat niet door en nemen zij zulke harde uitspraken veel te letterlijk. Dat letterlijk nemen doen vast ook de twitterende Bekende Nederlanders. Zulke hete soep hebben zij niet nodig, omdat ze dankzij hun bekendheid al een groot bereik hebben. Dan spreken ze schande over de “vele bedreigingen en scheldpartijen” bij de reacties. Het leidt er allemaal toe dat de invloed van de twitteraars maar niet wil doordringen in de mainstream media en de politiek. Voor zover tweets in de media worden aangehaald, is het vooral als illustratie van “schandelijke en extreme standpunten”. Terwijl de goede lezer juist heel veel goede argumentatie en feitenkennis kan halen uit de nodige tweets; er zitten heel wat intellectueel goed onderlegde en niet op hun mondje gevallen twitteraars bij. Het goed gehoord worden op Twitter beperkt zich blijkbaar, en helaas, tot gehoord worden door de lui uit de eigen zuil. Het is dus preken voor eigen parochie, al hebben de meesten dat gewoon niet door. Er wordt breed gedacht dat al dat twitteren zoden aan de dijk zet. De wens is wellicht de vader van die gedachte.

Pejoratieven

De mainstream media zijn bezaaid met opponenten uit een totaal andere zuil. Deze in de mainstream gevestigde opponenten schromen niet om uit de hen onwelgevallige meningen stukjes tekst te knippen die gemakkelijk in een negatief frame kunnen worden gebruikt. Die ‘uitspraken’ worden vervolgens gebruikt om de ander te kunnen wegzetten, met gebruikmaking van pejoratieven, waarvan racist, fascist, holocaustontkenner, alt-rechts en extreem-rechts de lijst aanvoeren. En het is precies die als zeer vals ervaren ‘duiding’ waarom de lui uit deze zuil menen niet gehoord te worden. Maar concreet is het dus eerder een geval van wèl gehoord worden, maar op een ongehoorde manier te kakken worden gezet.

Extremisten en de vrijheid van meningsuiting

De omroep Ongehoord Nederland heeft alle recht van bestaan, al zal het woord ‘ongehoord’ toch net even anders uitgelegd moeten gaan worden dan de afgelopen weken gebeurde. De omroep moet, wat mij betreft, ook niet de focus gaan leggen op vrijheid van meningsuiting voor iedereen die zich niet gehoord voelt. Het moet gaan om dat wat de mensen in de nu aangeboorde zuil blijkt te binden. Binnen die zuil zijn twee thema’s problematisch: enerzijds is er het extremisme, anderzijds zijn er mensen die fundamenteel denken over de vrijheid van meningsuiting (VvMU). Eerst maar over de extremisten.

Er zijn maar weinig mensen die zichzelf volmondig neo-nazi noemen, of holocaustontkenner, of racist, of fascist. Degenen die dat wèl volmondig erkennen, zijn makkelijk te identificeren. Daarnaast zijn er degenen die slechts voor bepaalde aspecten van die extreme posities vallen. En dan zijn er nog degenen die ooit volmondig gingen voor een extreme positie, maar later tot een nieuw inzicht kwamen en overstapten naar een mildere positie. Deze mensen zijn minder makkelijk te identificeren. Al deze mensen kan je aantreffen in de hier besproken zuil. Dat is nou eenmaal onvermijdelijk, want op Twitter is er geen mechanisme om mensen te weren. Ook ON! kan hen niet verbieden lid te worden. Wel kan de omroep deze mensen bij voorbaat vertellen dat extremistische meningen de omroep onwelgevallig zullen zijn. Dat standpunt bij voorbaat uitdragen is wel zo verstandig, want het voorkomt dat tegenstanders nu reeds ON! zullen kunnen framen als extreemrechts. Bovendien heeft weren het voordeel dat allerlei moeilijke discussies niet hoeven te worden gevoerd, ook niet t.z.t. bij de eigen praatprogramma’s.

Het andere problematische thema vormt het heilig geloven van velen in de VvMU. Dat is problematisch omdat uitgerekend deze mensen het actief weren van extremisten in strijd achten met de door hen zo gekoesterde vrijheid van meningsuiting. Als deze mensen het hebben over niet gehoord worden, dan hebben zij het al snel over de schending van het fundamentele recht op meningsuiting. Lid worden van ON! doen ze alleen als die VvMU wordt gegarandeerd. De initiatiefnemers leken aanvankelijk dit oordeel te delen, maar in de vorige paragraaf liet ik al blijken dat dit oordeel zijn keerzijde heeft. De stennis rond een interview met Haye van der Heyden – aanvankelijk eveneens boegbeeld – deed Karskens en de andere initiatiefnemers beseffen dat er toch maar een grens gesteld moest worden. Geen zuil kan het zich veroorloven om een volkomen VvMU na te streven. Een zuil hoeft geen vrije meningsuiting te garanderen. Een zuil moet zich ervan bewust zijn slechts een van de diverse zuilen te zijn en zijn bestaansreden te danken aan het feit dat de andere zuilen geen vanzelfsprekende ruimte bieden aan andere dan de binnen die zuil heersende opinies. Voor ON! geldt dat het een bepaald geluid moet laten horen, het tot nu toe in de mainstream media onvoldoende gehoorde geluid. Niet ‘het’ ongehoorde geluid, maar een specifiek ongehoord geluid. Het gaat zodoende om een geluid dat, naar het oordeel van die leden, momenteel ongehoord of onvoldoende gehoord is. Over 10 jaar is de naam misschien achterhaald, als het geluid heersend en mainstream is geworden (doel bereikt; zou mooi zijn). Dan kan de naam gaan dienen als referentie naar wat ooit was.

Het eigenbelang van pleiten voor de vrijheid van meningsuiting

Bovenstaand wordt, kortom, bepleit waarom de VvMU vooral niet tot kernwaarde van ON! gemaakt moet worden. Er is nog een ander argument om dat niet te doen. Juist mensen die zich niet gehoord voelen, belijden de VvMU welhaast fundamentalistisch en dus tot op het bot. Dat lijkt te getuigen van zeer hoge normen en waarden, maar de echte reden is er eerder eentje van eigenbelang. Het eigenbelang is dat het je in staat stelt om hen die jou het spreken onmogelijk willen maken, te kunnen framen als tegenstanders van de VvMU. Kortom, je wilt die mensen op deze wijze dwingen om je alsnog te laten spreken. Maar wat nu als je zelf geconfronteerd wordt met iemand die een mening wil verkondigen die jij echt walgelijk vindt? Stel je bent fundamenteel pleitbezorger van de VvMU en ook fel anti-islam. Stel je wordt geconfronteerd met de vraag of een imam die meent dat de vrouw ondergeschikt is aan de man het spreken onmogelijk gemaakt moet worden. Dikke kans dat je antwoordt dat die imam dat moet kunnen menen en zeggen. Dat standpunt voorkomt bepaalde cognitieve dissonantie bij je; een afwijzing van VvMU voor die imam zou naar jouw gevoel anderen een argument geven om jouw eigen beroep op de VvMU af te wijzen. Zo van “als jij die imam het recht op spreken wilt ontzeggen, dan heb ik het recht jou het spreken te ontzeggen”. Maar er zijn nog ergere meningen op te noemen. Blijf je bij je standpunt over de VvMU, hoe erg de mening ook wordt? Zo ja, dan heb je bepaalde lessen uit het verleden niet geleerd. Het is ook al niet een typisch westerse verworvenheid om er zo fundamenteel in te gaan zitten. Velen leggen de grens bij geweld, maar op de keper beschouwd is die grens te gemakkelijk getrokken. Ten eerste is geweld maar één enkel ertoe doend criterium, ten tweede is geweld soms een te verdedigen keus.

Wanneer meningen geweerd moeten kunnen worden

Loslaten van het fundamenteel gaan voor de VvMU is niet hetzelfde als de VvMU bij het grof vuil zetten. Het is ook niet hetzelfde als VvMU met de mond belijden, maar in de praktijk alleen goedkeuren zolang het om jou welgevallige meningen gaat. Het gaat om goed nadenken over de consequenties van meningen op langere termijn en over de kans dat het kan lukken die meningen in het debat te verslaan. Sommige meningen zijn incompatibel met de kernwaarden van je zuil en zitten onwrikbaar in het hoofd van de verkondiger. Met name als ze de zuil zelf in groot gevaar kunnen brengen is het gerechtvaardigd om binnen de zuil die meningen te weren, kortom te zorgen dat ze ongehoord blijven.

Het is aan de politici, politie en rechter om ervoor te zorgen dat de VvMU conform de wet gehandhaafd blijft. De zuil mag wel degelijk de onderwerpen kiezen op basis van de kernwaarden binnen de zuil. De tolerantie zal er groot zijn, maar mag niet oneindig groot zijn. Het zijn de kernthema’s die uitgedragen moeten worden. Daaronder valt de VvMU niet, althans niet de fundamentele variant ervan.

Verzuiling

Als laatste het volgende: Het lijkt erop dat de afgelopen decennia sprake was van ontzuiling. Kranten en omroepen claimen tegenwoordig dat ze lang niet meer zo partijdig de oorspronkelijke kernwaarden uitdragen. Ze claimen meerdere kanten de ruimte te geven. De ‘ongehoorde’ mensen weten wel beter. Die ‘goede intenties’ zijn niet werkelijk waargemaakt. Hier wordt ook niet bepleit dat dit alsnog moet gaan plaatsvinden. Sterker, in de tijd dat er nog echte verzuiling was, waren mensen mogelijk minder verward dan tegenwoordig. Je las diverse kranten en wist gewoon hoe de journalisten erin zaten. Zij gaven de argumenten en feiten die in de debatten terugkwamen. Dus las je ook je eigen krant, want de visie van die journalisten stond je aan en zij gaven de argumenten en feiten die jou hielpen in het debat. Het duiden van de media was destijds een stuk makkelijker. De voorkeur van de journalist was destijds nog niet zo verhuld als tegenwoordig. Tegenwoordig claimen journalisten objectiviteit. Objectiviteit die echter bij nadere analyse vrijwel altijd een farce blijkt te zijn. Laat de tijd van de verzuiling maar terugkeren.

“Kankerneger” racisme?

En nu gaat Wijnaldum (links) zich er ook nog eens tegenaan bemoeien. Dat wordt nog wat.

Ik durf het te betwijfelen. En die positie in de ontspringende discussie wordt me hogelijk kwalijk genomen. Volgens ‘iedereen’ hoort iedereen, dus ik ook, grote schande te spreken over de spreekkoren van de Bossche fans richting Moreira. Doe ik echter niet, althans niet op de manier die ‘iedereen’ van me verwacht.

Ik zie het vooralsnog als een voorbeeld van de manier waarop de harde kern van alle clubs al tientallen jaren vanaf de zijlijn probeert om individuele spelers van de tegenstander op te fokken. Sommigen gaan daarin verder dan de meesten en ze schuwen daarbij geen enkele krachtterm en belediging. Brillenjood, vuile jood, kankerjood, homo, flikker, nicht, kankertiefuslijer, tiefuskankerlijer, mafkees, kankerlul, lulhannes, kutturk, kutmarokkaan, kleuterneuker, pedo, eikel, stinkfluit, kankerboer, lange wortel, noem maar op, en inderdaad ook kankerneger, banaan en aap.

Voor veel van die scheldende fans geldt dat het niet om racisme gaat, wel om onbeschoftheid, óók als het om afkomst gaat. Zulke onbeschoftheid op de tribunes zouden we zeker moeten aanpakken, en dat vind ik al heel veel jaren. Maar dat moeten we aanpakken door de individuen eruit te plukken en op een effectieve manier een stadionverbod te geven, naast andere maatregelen, zoals heropvoeden of anders vervolgen voor verstoren van de openbare orde of (voetbalwet) van een normaal verloop van de voetbalwedstrijd. In elk geval moet er niet vervolgd worden voor racisme, want dan moet je hard kunnen aantonen dat het scheldende individu ook echt racistisch denkt. Terwijl de kans fiks is dat die persoon, bij ondervraging, zelf een neger of marokkaan of turk als vriend heeft. Nou, daar ga je dan met je beschuldiging. Inconsequent zou het natuurlijk wel zijn; enerzijds iemand uitschelden voor kankerneger en anderzijds een vriend hebben die uit Afrika komt. Of noem het een gebrek aan weldenkendheid. Maar we zijn nou eenmaal niet allemaal even goed opgevoed, toch?

Er speelt trouwens nog iets. In Italië is er momenteel discussie over Balotelli. Balotelli – 36-voudig international van Italië, nu in zijn nadagen spelend bij Brescia, in de streek waar hij opgroeide – liep tijdens de wedstrijd tegen Hellas Verona boos het veld af, na op hem gerichte apengeluiden, en wilde eigenlijk niet meer voetballen. Frappant is dat ‘fanatieke fans’ van zijn eigen club het opnamen voor de fans van Hellas Verona. Hun argument: Ze vinden Balotelli buitengewoon irritant en arrogant. Een citaat:

“We twijfelen er niet aan dat Balotelli Italiaans en zelfs Bresciaans is, maar dat rechtvaardigt zijn arrogante houding niet. Zijn capriolen zijn maar al te bekend. Hij moet zich eens opofferen en passie, respect en motivatie tonen. Daar lijkt hij totaal onbekend mee.”

Een leider uit de harde kern van Hellas Verona verklaarde Balotelli geen echte Italiaan te vinden. Hij zou onitaliaans zijn in zijn gedrag en in zijn normen en waarden.

Je kan dat laatste racistisch vinden, maar dat is het niet per sé. Zeer wel mogelijk heeft die leider vrienden die al evenzeer Afrikaanse wortels hebben en waarvan hij vindt dat ze zich wèl italiaans gedragen. Dan valt het racisme-argument bij de rechter echt in duigen.

Vandaag – tussen 18 en 19 uur – was er op Radio1 een discussietje. Eén persoon durfde, net als ik hier, te betwijfelen of het hier allemaal om echt racisme ging; zijn argumentatie leek behoorlijk op de mijne. Hij kreeg van zijn discussiegenote – een zo te horen Surinaamse vrouw – echt direct de wind van voren. Hoe hij het durfde een en ander goed te praten! Alsof hij het goedpraatte. Nee, natuurlijk praatte hij het niet goed. Maar hij liet wel zien dat je er ook anders tegenaan kan kijken. Wat mij betreft zijn we erbij gebaat de racismekaart weer terug te steken in het kaartspel. Eerst maar eens de uitscheldkaart nader bestuderen. Die zal alles veel beter kunnen verklaren, en maatregelen tegen uitschelden zijn een stuk makkelijker uit te voeren. Waarbij ik ervoor pleit om de individuen ertussenuit te plukken en de verdere groep met rust te laten. Én, de media moeten zich erbuiten gaan houden. Dus géén volksgericht meer. Géén hetze meer tegen een supportersschare of voetbalclub. Individuen eruit plukken en hen heropvoeden of anders pittig straffen.

Wat valt er te doen tegen de gebedsoproep vanuit de minaret?

De Blauwe moskee van Slotervaart heeft momenteel niet eens een minaret, zo lijkt het. Zal vast na de komende verbouwing anders zijn.

Klokgelui ter gelegenheid van godsdienstige en levensbeschouwelijke plechtigheden en lijkplechtigheden, alsmede oproepen tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging, zijn toegestaan. De gemeenteraad is bevoegd ter zake regels te stellen met betrekking tot duur en geluidsniveau.’ (mijn vet)

Ziehier artikel 10 van de ‘Wet openbare manifestaties‘. Het is dit artikel waarop het bestuur van de Blauwe Moskee in Slotervaart (Amsterdam) zich beriep, toen het burgemeester Halsema meedeelde van plan te zijn de gebedsoproep te gaan omroepen vanuit de minaret. Het stadsbestuur kon niets anders dan laten blijken er ongelukkig mee te zijn; verbieden ging immers niet vanwege de woorden die zijn gekozen voor artikel 10.

Die wet (op openbare manifestaties) stamt uit 1988. Niet dat er voordien niets geregeld was, maar in 1988 werd een en ander geregeld in een apart benoemd onderdeel van de wet. Het is gissen naar de discussies die destijds gevoerd zijn en uiteindelijk leidden tot de formulering van artikel 10. (Die discussies zou ik graag alsnog achterhalen. Tips zijn welkom. Ah, tip binnengekomen! Zie onderaan de UPDATE.) Kerken deden (en doen) wel aan ‘klokgelui’, maar niet aan gebedsoproep met woord en zang. Het heeft er alle schijn van dat politici destijds toch welbewust aan de Islam dachten, toen de zinsnede ‘oproepen tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging’ erin werd opgenomen. Merkwaardig. Merkwaardig, omdat je zou verwachten dat het ook de destijdse politici een gruwel was dat er vanuit minaretten werd opgeroepen tot bijvoorbeeld gebed. Niet dus?

Artikel 2 van die wet is trouwens het artikel dat een burgemeester als Halsema het idee geeft dat er niets tegen in te brengen is. Lees mee:

“De bij of krachtens de bepalingen uit deze paragraaf aan overheidsor-ganen gegeven bevoegdheden tot beperking van het recht tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging en het recht tot vergadering en betoging, kunnen slechts worden aangewend ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.” (mijn vet)

Zij zal, op het eerste gezicht begrijpelijk, menen dat de gezondheid door zo’n oproep niet in het geding is, dat het verkeer ter plekke van de Blauwe Moskee geen probleem vormt en dat wanordelijkheden vooralsnog niet gebleken zijn. Ergo, dat het formeel niet te verbieden valt.

Toch valt er wel wat op af te dingen. Zo zijn er voldoende mensen die zullen claimen zulke oproepen te ervaren als propaganda en zelfs als indoctrinatie. Nu meen ik te hebben begrepen dat er verplicht in het Arabisch wordt gereciteerd. De gemiddelde Nederlander zal dus geen idee hebben waar het over gaat en dus geen indoctrinatie kunnen ervaren. Maar indoctrinatie kan wel gelden voor wie de moeite heeft genomen om één keer een vertaling te lezen. Ziehier de Arabische tekst en de vertaling:

Allahu akbar, Allahu akbar
Allahu akbar, Allahu akbar
Ashadu an la ilaha ill Allah
Ashadu an la ilaha ill Allah
Ashadu anna Muhammadur Rasulullah
Ashadu anna Muhammadur Rasulullah
Haya alas salah, Haya alas salah
Haya alal falah, Haya alal falah
Allahu akbar, Allahu akbar
La ilaha ill Allah

Allah is de grootste, Allah is de grootste
Allah is de grootste, Allah is de grootste
Ik getuig dat er geen andere godheid is dan Allah
Ik getuig dat er geen andere godheid is dan Allah
Ik getuig dat Mohammed de Boodschapper van Allah is
Ik getuig dat Mohammed de Boodschapper van Allah is
Kom naar het gebed, kom naar het gebed
Kom naar de verlossing, kom naar de verlossing
Allah is de grootste, Allah is de grootste
Ik getuig dat er geen andere godheid is dan Allah

Mag je het elke dag weer (wel vijf keer!) moeten aanhoren van die tekst benoemen als een schadelijk effect op de gezondheid? Er valt zeker wat te zeggen voor de stelling dat gevoelige mensen het als psychisch belastend ervaren. Dat zal vast niet gelden voor hen die de Islam een religie van liefde en vrede vinden. Maar mensen die een christelijke, hindoeïstische of joodse godsdienst aanhangen en mensen die ongelovig of boeddhistisch zijn en mensen die de Islam associëren met haat, geweld, intimidatie en/of intolerantie kunnen bij elke oproep opnieuw stress ervaren. Stress die dan alleen maar te vermijden is door te verhuizen naar een wijk waar geen enkele moskee is. Het zal vast niet meevallen om aan te tonen dat zulke stress een significant negatief effect op de gezondheid heeft. Maar toch…

Niet voor niks is er eeuwen geleden besloten dat het de burger vrij staat een van de religies aan te hangen, maar dat het wel zaak is deze zoveel mogelijk in de privésfeer te belijden. Het beleven van de religie in het openbare diende zoveel mogelijk te worden beperkt. Wellicht juist om andere gelovigen niet te zeer voor het hoofd te stoten en te belasten. Klokgelui bleek haalbaar, ook omdat het door zowel katholieken als protestanten gedaan werd en gewoon al eeuwen onderdeel was van de cultuur in De Nederlanden en Europa. Mocht klokgelui alle tijden ook onderdeel geweest zijn van de Islam, dan had het op dat punt mooi kunnen aansluiten. Voor teksten ligt dat anders. Ik kan me niet voorstellen dat de katholieken het hadden geaccepteerd als de protestanten teksten uit hùn bijbel hadden willen omroepen. En andersom idem. Waarom zouden we dat dan wel de moslims moeten toestaan? Oh ja, dat wetsartikel 10, hoe dat geformuleerd is. Domme politici destijds dus.

En wat moeten we denken van het argument van de wanordelijkheden? Je zou denken dat de tegenstanders van het oproepen via de minaret dan maar de burgemeester hét argument moeten gaan verschaffen, door te zorgen voor die wanordelijkheden. Er zijn vast en zeker genoeg burgers die in hun hart graag willen meedoen aan zulke wanordelijkheden. Echter, er zijn andere wetten die straffen uitdelen aan hen die zorgen voor wanordelijkheden. Die wetten zorgen er in de praktijk voor dat degenen die eigenlijk in hun hart grààg die wanordelijkheden zouden willen veroorzaken, tòch besluiten dat maar niet te doen. En zodoende hoeft de burgemeester ook dat argument niet uit de kast te halen. Althans, nòg niet.

Dus rest er een gròte vraag:

Wat kunnen de tegenstanders van gebedsoproepen nu doen? Welke mogelijkheden hebben (autochtone) Nederlanders eigenlijk wèl om zulke islamisering tegen te houden?

= – = – = – = – = – = – = – = – = – = – = – = – = – = – = – =

UPDATE: Mijn verzoek om meer info over de geschiedenis van deze wet is beantwoord. Lees dit artikel uit het Parool van 8 november. Als PvdA-Kamerlid regelde Gerrit Jan van Otterloo in 1986 welbewust dat de versterkte islamitische gebedsoproep, de azan, een plek in de wet kreeg! Hij is nog steeds (of eigenlijk alweer) kamerlid, maar nu namens 50Plus. Er was deze week een motie om de gebedsomroep uit te sluiten. Spijt hebbend over zijn destijdse handelen, stemde van Otterloo vòòr de motie. Niet dat het hielp. De motie werd verworpen. VVD, CDA, CU, SP, Groenlinks, PvdD en D66 stemden tegen. Die partijen vinden deze islamisering blijkbaar geen enkel probleem.

Verder bleek mij dat de azan (de gebedsoproep via de minaret) al sinds die wetswijziging door menig moskee wordt gedaan voor het vrijdaggebed. Lees dit artikel van de NOS.

Geen taboe meer op maximumsnelheid? Zo weet ik er nog wel een paar

Nu verlagen van de maximumsnelheid naar 100 km/u blijkbaar geen taboe meer is, acht ik de tijd rijp ook maar enige andere taboes te slechten. Die zullen ons zéker helpen onder de stikstofnorm te blijven. Hier gaan we.

De maximum snelheid verlagen naar 80 km/u.

Maximum snelheid van 40 km/u binnen bebouwde kom.

Benzine- en dieselauto’s totaal weren uit binnensteden.

Autoloze snelwegen in weekenden en nachten.

Verbod op elektrische verlichting in huis na 10 uur ’s avonds.

Televisie-uitzendingen eindigen om 10 uur ’s avonds.

Internet nog slechts enkele uren per dag.

Nog maar één vliegticket voor vakanties per jaar.

Nog maar drie vliegtickets voor zaken per jaar.

Werken binnen een straal van 10 kilometer van je woning. Daarboven extra belastingheffing.

SUV’s worden verboden, net als tweede auto’s.

Kinderbijslag tot drie kinderen, daarboven kinderafslag.

Totale stop op immigratie.

Afschaffing van de griepprik, verbod op antibiotica.

Herinvoering van de doodstraf.

Verkiezingsbeloften mogen rustig genegeerd worden.

Wat niet tijdens verkiezingen is ingebracht, mag rustig alsnog in een week tijd tot beleid worden gebombardeerd.

Er schijnt een soort van meerderheid te zijn van burgers die maximaal 100 km/u wel best vinden. Daar zijn uiteraard een paar bij die dat over hebben voor het milieu en het drukken van de stikstofuitstoot. Voor het merendeel van die burgers geldt echter dat ze 130 km/u best wel eng hard vinden. Elke keer dat ze zich gedwongen voelen harder dan 100 te gaan, krijgen ze stress en gaat de hartslag nog meer omhoog. Dan gaan de handen nog strakker aan het stuur of wordt, op de bijrijderstoel, het handvat van de autodeur ferm vastgepakt.

Die mensen gaan het een stuk relaxter krijgen. Daar staan straks de mensen tegenover die zich achter het stuur gaan vervelen en snel slaperig gaan worden. Benieuwd waar een en ander op uit gaat draaien.

Tijd voor een nieuwe loot aan de boom van het bijzonder onderwijs: De Atheïstische School

Wat doen we met de bel?

Aparte atheïstische scholen. Alle mensen die ik erover aanspreek reageren meteen: “Dat zijn toch de openbare scholen?”. Waarmee ze bedoelen dat het een onzinnige gedachte is om een nieuwe loot aan de boom van bijzonder onderwijs toe te voegen. Zijn openbare scholen atheïstisch? Ik dacht het ooit, maar weet nu wel beter.

Openbare scholen léken een halve eeuw geleden misschien atheïstisch. Zover als mijn eigen geheugen me hierin helpt, er was op mijn basis- en middelbare school – jaren 50-60 – géén gelegenheid om godsdienstonderwijs te volgen. Of het moet zo zijn dat mijn ouders me daarvan vrijwaarden, want conform de (huidige) statuten is dat allemaal facultatief. Kijken we naar die (huidige) statuten, dan blijkt dat openbare scholen absoluut géén atheïstische scholen zijn. Sterker, een openbare school is verplicht om kinderen van iedere gezindte op te nemen en ook nog eens iedere gezindte te respecteren. Ergo, binnen een openbare school wordt het als ronduit ongepast gezien om kinderen te vertellen dat er helemaal geen god is. Het beleid van openbare scholen is het voorlichten van de kinderen over alle ertoe doende religies op een wijze die de aanhangers van die religies niet als kwetsend ervaren. Sterker, het beleid is erop gericht dat ook religieuze ouders hun kinderen naar een openbare school durven en willen sturen. De drempel moet laag zijn. De religieuze ouders moeten zich voldoende comfortabel voelen.

Openbare scholen waren vroeger de volle verantwoordelijkheid van gemeenten, maar tegenwoordig vallen ze veelal onder een stichting. Die stichtingen zijn gebonden aan de onderwijswet, maar evengoed hebben ze ook de vrijheid om accenten te leggen. Daarin kunnen ze ver gaan en dat gebeurt dus ook, zeker in de wijken waar het percentage gelovigen hoog is. Zo mag en zal een openbare school in buurten met heel veel moslims de hoofddoek ‘respecteren’, halalvoedsel in de kantine aanbieden en zelfs gebedsruimten ter beschikking stellen. De school zal in dat alles vast en zeker minder ver gaan dan een islamitische school, maar de rechten worden wel ‘binnen redelijke grenzen’ gegund. Er is zodoende, als atheïst, bij het kiezen van de school voor je kind, alle reden om even kritisch te staan ten opzichte van de openbare school in je buurt als ten opzichte van de bijzondere scholen.

Een atheïstische – en dus bijzondere – school daarentegen zou al dat soort ‘rechten’ kunnen en willen afwijzen. Immers, een bijzondere school mag, in tegenstelling tot een openbare, wèl kinderen weigeren op basis van de levensovertuiging. Daarmee is niet gezegd dat de kinderen op zo’n atheïstische school geen onderwijs zullen krijgen over alle religies. Maar de inhoud van dat onderwijs zal zeker van een andere soort zijn. Op een religieuze school zal het kind wordt ingeprent dat God of Allah bestaat en dat het erg belangrijk is zich te houden aan de wetten van het Heilige Boek. Op een openbare school krijgt het kind les over diverse godsdiensten en wordt er geen ander oordeel over die godsdiensten uitgesproken dan dat hun gelovigen met respect moeten worden bejegend. Alleen op een atheïstische school kan het kind vrij en zonder schroom worden verteld dat God en Allah juist niet bestaan. Dat uitgangspunt betekent niet dat die kinderen voor galg en rad zullen opgroeien omdat ze geen Heilig Boek als leidraad hebben. Een stuk scholing in het interpreteren van de verhalen uit de Boeken vanuit een zeker evolutionair en antropologisch perspectief, zal ertoe leiden dat deze kinderen die boeken, en hun rol in de ontwikkeling van onze cultuur, juist beter begrijpen dan gelovigen.

Best mogelijk dat er aanvankelijk voornamelijk ‘witte’ atheïstische scholen zullen ontstaan. Echter, het is aannemelijk dat religieus opgevoede mensen die zijn gaan twijfelen een positief beeld van die scholen ontwikkelen en besluiten hun kinderen ernaartoe te sturen. Afvalligen raken nogal eens onthecht van hun familie- en vriendenkring. Die onthechting kan maken dat men zich eenzaam en verloren voelt. Een atheïstische school kan een nieuwe vriendenkring betekenen. Een kring waarbinnen men zich vrij en thuis voelt. Een kring die bovendien toegang tot een ander deel van de arbeidsmarkt kan bieden. Een atheïst zal niet worden aangenomen in een islamitische slagerij. Idem zal een moslim niet worden aangenomen bij een bedrijfje waar het atheïsme in de genen zit. Dat heet verzuiling. Velen denken dat er tegenwoordig geen verzuiling meer is. Bovendien vinden ze verzuiling een slechte zaak. Dat is het echter niet als de culturele diversiteit te fors is geworden, als de meningsverschillen tussen (al of niet religieuze) groepen te groot zijn gebleken. Dan is verzuiling een logische ontwikkeling. Mensen willen onder soortgenoten zijn, omdat ze zich dan beschut en veilig voelen.

De Atheïstische School verdient een serieuze kans, Dat deze niet al veel eerder van de grond kwam, heeft alles te maken met de heel grote denkfout van atheïsten en humanisten in de 20e eeuw. Die dachten toen massaal dat met het toenemen van welvaart, wetenschap en onderwijs de mensen vanzelf zouden ontkerkelijken. Tot op zekere hoogte kregen ze gelijk, maar ergens stokte die ontwikkeling. En nu moet dat type school er toch maar gaan komen.

Trump vliegt nu echt uit de bocht

Trump ZEGT vandaag wel dat hij de Turkse aanval op Syrië veroordeelt, maar dat zijn slechts woorden. Hij moet gewoon zijn keutel van gisteren intrekken!

Deze tweet liet Donald Trump gisteren opstellen:

In de erop volgende tweet maakte hij zijn statement af:

…understands that while we only had 50 soldiers remaining in that section of Syria, and they have been removed, any unforced or unnecessary fighting by Turkey will be devastating to their economy and to their very fragile currency. We are helping the Kurds financially/weapons!

Dacht Trump gisteren werkelijk dat Turkije zich dus gedeisd zou gaan houden? Hoe naïef kan je zijn.

Als hij werkelijk meent dat de VS de Koerden niet in de steek mag laten, dan zal hij als de wiedeweerga moeten gaan handelen. En als hij denkt dat sancties aan het adres van Erdogan daarvoor voldoende zijn, dan zal dat aankomen als verraad aan de Koerden. Die hebben niks aan (dreigen met) sancties; het gaat om harde actie NU.

De Koerden worden NU reeds aangevallen. Er zijn dus NU reeds slachtoffers aan hun zijde. De agressie van Erdogan vindt NU reeds plaats. Sancties gaan op deze zeer korte termijn geen ene zier helpen.

Trump – en daarmee de VS – verspeelt momenteel alle krediet bij zeer veel landen, over de hele wereld. Door zich terug te trekken uit het Midden-Oosten verlost de VS zich inderdaad van zekere problemen, maar er komen veel grotere problemen voor in de plaats. De VS zal als onbetrouwbare partner worden verafschuwd en de rol op het wereldtoneel zal daardoor voorlopig zijn uitgespeeld. Partijen als Rusland en Turkije zullen de gaten die het achterlaat proberen op te vullen.

Een nieuwe, zeer onstabiele, en gewelddadige periode zal aanbreken doordat allerhande machtsblokken (landen, bevolkingsgroepen) zich met elkaar zullen gaan meten. Landen zullen pogingen tot verleggen van grenzen niet willen accepteren en hun legers inzetten. Niet in de laatste plaats zal Israël zich willen weren. Met de VS niet langer in de buurt zal het de hete adem van Syrië, Iran en andere buren nog meer in de nek voelen. De Europese landen zullen zich weliswaar gedwongen voelen militair te handelen, maar ze zullen niet echt durven doorbijten, zeker als het om Turkse agressie gaat.

De geschiedenis staat bol van de oorlogen tussen Europa en Turkije. Er is echter één groot verschil met die vorige eeuwen: In die eeuwen woonden er niet vele miljoenen (ver boven de 6 miljoen) Turken in (West-)Europa. En die Turken voelen zich eerder Turk dan Europeaan, dus bij oorlog heb je ook nog eens te maken met een vijfde Turkse colonne. Oorlog met Turkije voeren als middel om schoon schip te maken, en zo te komen tot een nieuwe periode van vrede, wordt er eigenlijk schier onmogelijk door, temeer daar wij Europeanen allang niet meer weten wat het is om je letterlijk op te offeren voor de westerse idealen van vrijheid en rechtvaardigheid.

Het middel van de sanctie, of het nou door de VS of door Europa wordt toegepast, gaat zeker de Koerden op de korte termijn niet helpen. Ze zijn door Trump gisteren verraden en dat gaat Trump merken. Zijn tweede termijn gaat niet door. Sterker, hij zal eerder moeten aftreden. En het zullen Republikeinen zijn die dat gaan afdwingen. Tenzij hij HEEL SNEL deze keutel intrekt.

Wie mijn artikelen en tweets een beetje volgt, weet dat ik de aanvallen vanuit links op Trump vrijwel steeds beschouw als valse pogingen om hem een hak te zetten. Maar deze actie van Trump kan ook ik niet waarderen. Hij vliegt hier duidelijk uit de bocht. Niet voor niets zijn ook veel Republikeinen er kwaad over. En zelfs de Israëli’s zijn begonnen aan Trump te twijfelen. Trump denkt zelf dat hij een verkiezingsbelofte aan het inwilligen is, maar of de harde kern van Trump-stemmers uitgerekend deze belofte waargemaakt wilde zien durf ik te betwijfelen.

President Donald Trump, keer als de wiedeweerga op je schreden terug, voordat het te laat is!!

Femke Halsema en haar puberende zoon

Puberende zoon? Nou sorry hoor, maar wat haar zoon heeft gedaan kan je niet zomaar afdoen als wat puberen. Ook niet als balorigheid. Laten we vooral niet denken dat dit het gemiddelde puberale gedrag was. Daarvoor was het behoorlijk over de schreef.

In het jeugdjournaal zegt een jeugdrechtdeskundige heel erg te zijn geschrokken van het naar buiten komen ervan. Dat had nooit mogen gebeuren, want het kan de toekomst van het kind heel erg schaden. Zulke gevallen moeten niet in de openbaarheid komen, vindt zij. Ik begrijp wat zij bedoelt, maar ben het er niet zomaar mee eens.

Als het gaat om het al of niet openbaar maken in een krant, speelt de ernst wel mee. Kattekwaad hoort nooit de krant te halen, maar ernstiger vormen mogen rustig de krant halen, waar het dan nog even een aparte afweging is of extra informatie de jongeren te identificeren maakt. Naam en toenaam zeggen mensen die aan de andere kant van de stad wonen niks, terwijl subtielere verwijzingen voor de buurtbewoner vaak al meer dan genoeg zeggen.

Naam en toenaam in een landelijke- of stadskrant hebben tegenwoordig natuurlijk wel een langetermijn-effect dankzij internet en Google. Je kan dus maar beter Piet Jansen heten, zodat het over 10 jaar nog een beetje gissen, en vast wel vergeten, wordt. Maar ja, tegenwoordig heeft haast iedereen een superunieke naam, lijkt het wel.

Sommigen suggereren nu dat er geprobeerd is een en ander in een doofpot te stoppen. Ikzelf ben ervan overtuigd dat er gehandeld is vanuit het principe dat dit soort zaken niet in de krant horen omwille van de toekomst van zo’n puber. Maar toch is het oliedom aangepakt.

Burgemeester Halsema had al direct (dus nu precies een maand geleden) een bericht moeten laten uitgaan. Dat had het vandaag uitgegane bericht kunnen zijn, maar er had echt nog een vette alinea bij gemoeten:

“Wij, de ouders, zijn trouwens momenteel zeer pissig op onze zoon. Dit alles krijgt voor hem nog een flinke staart, kan ik u vertellen. En dan hebben we het niet over wat de rechter tezijnertijd zal beslissen, maar over wat wij als ouders gaan beslissen.”

Iets in mij zegt dat zo’n ‘gesprek’ er ook vast wel geweest is; al moet je de ouders de kost geven die hun kind uit pure liefde echt àlles al na drie tellen vergeven en vervolgens de armen om het huilende kind heenslaan en troosten. Mijn punt is: ze had dit moeten vermelden in de brief. Waarom?

Omdat ze als burgemeester een voorbeeldfunctie heeft! Zo had ze laten blijken aan alle andere ouders van pubers dat je in zo’n situatie wel degelijk zeer streng moet optreden. Maar ook is het een signaal naar de directe omgeving; die voelt zich geruster als het weet dat de ouders streng ingegrepen hebben.

BELANGRIJKE UPDATE 15 aug.:

Bovenstaande is gebaseerd op de ‘brief’ die het jeugdjournaal vertoonde. In de open brief die aan ‘alle Amsterdammers’ werd gericht staat echter wel degelijk dat er door de ouders meteen is gehandeld.

“Ik heb hem opgehaald, bestraft en daarna eindeloos met hem gepraat.”

Daarmee is voor mij de kous af.

Trouwens wel een flinke blunder van het jeugdjournaal. Die hadden dat nooit zo mogen communiceren.