Open brief aan Bert Wagendorp

BertWagendorp1

Bert Wagendorp’s foto van de tekstversie van de online krant, nog steeds met dat rietje door zijn nek.

‘Beste’ Bert, in je column op pagina 2 – het blijft nog even een voorname plek in de Volkskrant – ga je in op het conflictmoment tussen Wilders en Pechtold. Ik erger me buitengewoon aan je schrijven waarin je Wilders alweer omlaag schrijft en Pechtold neerzet als de redelijkheid zelve.

Het kost me tegenwoordig echt de allergrootste moeite me in te leven in je redeneerwijze, terwijl ik toch echt een historie heb die loopt via PSP, GroenLinks en PvdA en me nestel in kringen van vrijdenkers én – wellicht onverbeterlijke – wereldverbeteraars. Ook de familie waaruit ik kom kan je rustig een rood nest noemen. Maar het is door mensen zoals jij dat ik me nog slechts met de grootste moeite links durf te noemen. Ik houd het er maar op dat er binnen links zo rond 1970 een strijd is geweest die is gewonnen door het type linksmens dat heel ver af staat van mijn type linksmens. Daarom zet ik me nu af tegen, wat ik noem, gevestigd-links. Ik schrijf dit op deze manier op omdat ik wil – ja, eis – dat je het uit je hoofd laat mij neer te zetten als een rechts of zelfs extreem-rechts persoon. Want niets is minder waar. Maar bovendien schrijf ik dit zo op omdat het in wezen ook de grondslag is van de recente aanvaring tussen Wilders en Pechtold. Immers, die laatste flikt het om op een buitengewoon gekozen moment Wilders de maat te gaan nemen, op een manier die bij iemand als Wilders én bij mij de haren te berge doet rijzen. Hoe zou jij het vinden om te worden beschuldigd van (banden met) neo-nazi’s, antisemieten en wat al dies meer zij? Dat zou jij niet leuk vinden. Aanvankelijk zou je er lacherig over doen, maar wanneer de mensen erop zouden blijven hameren zou het je toch gaan irriteren. (Of wil je dat ontkennen?) Vertel me, waarom zouden mensen als Wilders en ik ‘kalm’ en vol begrip moeten reageren? Ik vind het volkomen logisch dat er met kwaadheid op wordt gereageerd. Ik begrijp de emotie van Wilders volkomen. De woorden ‘miezerig’ en ‘mannetje’ zijn natuurlijk pure ad-hominems, maar de eraan ten grondslag liggende emotie begrijp ik volkomen. Jij echter wil die emotie maar niet begrijpen. Erger, jij schrijft dat Pechtold ‘een vraag stelde’, meer niet. Daarmee suggereer je dat je die vraag de normaalste zaak van de wereld vindt. Je was hem als het ware dankbaar dat hij, misschien wel mede namens jou, die vraag stelde. Wat is dat toch dat jij niet zelf bedenkt dat die vraag buitengewoon vilein was, door de manier van formuleren, door het moment van ‘vragen’, door de ondertoon. Ik ervaar hier een serieuze kloof tussen jou en mij. Het is juist die kloof die voor de onderlinge omgang fnuikend is; je toont werkelijk geen enkel respect, in dit geval voor Wilders, zijn aanhangers en hun zorgen.

Verder, je schrijft dat bij de media ‘diepe angst’ heerst om Wilders op zijn gedachtegoed aan te spreken. Nou, daar heb jij in elk geval geen last van, toch? Zo zal jij de PVV ook niet als ‘een normale partij’ gaan beschouwen. En je zal ze ook als ‘haatzaaiers’ blijven benoemen, toch? Ik vraag me dan af, weet je wel zeker dat je niet binnenkort wordt ontslagen omdat je toch niet blijkt te passen in het profiel van ‘de media’?

En tenslotte nog één ander punt. Ik heb op internet al berichten gelezen die de door KAFKA aangevoerde ‘bewijzen’ tegenspreken. Hoe is het gesteld met je professionaliteit? Heb je de redactie eerst gevraagd of die ‘bewijzen’ eigenlijk wel kloppen? Je maakt namelijk in jouw column geen enkel voorbehoud. Of was je er zelf bij en heb je het allemaal zelf waargenomen en moet dat voldoende bewijs voor ons allen zijn?

Advertenties

Bert Wagendorp over cynisme

Bert Wagendorp

Foto van Bert Wagendorp zoals deze verschijnt in ‘Volkskrant Online’ in de tekstmodus.

“Om ons tegen de leugen te beschermen zetten we het cynisme in, de lafste en meest miserabele manier om de werkelijkheid onder controle te houden en onszelf te behoeden voor desillusies”, aldus Bert Wagendorp vandaag in de Volkskrant op pagina 2. Dit naar aanleiding van het ongeloof van velen dat alle rijders in de Tour de France – die vandaag van start gaat – dit keer wèl vrij van doping zullen zijn. Zijn eigen geloof is dat het dit keer de schoonste sinds 1903 – dus sinds ooit – zal worden. Een geloof dat de cynici inderdaad als naïef zullen bestempelen, zoals hij zelf al voelt aankomen: “Noem me maar naïef”, zo sluit hij af, “maar ik verheug me zeer op de drie mooiste weken van het jaar”.

Het zijn opmerkelijke woorden uit de pen van deze op en top Volkskrant-journalist, die immers elke keer weer in zijn column het nieuws vol met cynisme verslaat. Ik zou zeggen, zoals het een goed journalist betaamt. Maar nu opeens lijkt het hem wel zo goed uit te komen om op datzelfde cynisme af te geven, want hoe anders moet je het noemen als hij het wegzet als laf en miserabel – sterker zelfs: als lafste en meest miserabele? Het op deze wijze framen – want dat is het – van de cynicus lijkt mij vanuit zelfbescherming te gebeuren.

Het lijkt me dat het cynisme – waar hij eigenlijk vol van is en er beroepsmatig volop gebruik van maakt en er dus ook de boterhammen goed mee belegt – hem bij de wielersport toch niet zo goed uitkomt, want die is alle jaren zijn lust en leven geweest en het liefst wil hij dat zo houden. Ik snap dat laatste wel, maar het is natuurlijk wel inconsequent als je in je andere columns juist de cynicus bent waarop je nu zo afgeeft.

Bert Wagendorp lijkt ons te willen beleren dat we niet zo cynisch moeten zijn. Prima, maar wellicht kan hij dan ook de volgende vertaling van zijn uitspraak even uitprinten, inlijsten en hangen boven zijn eigen bureau op de burelen?!

“Cynisme is de lafste en meest miserabele manier om de werkelijkheid onder controle te houden en onszelf te behoeden voor desillusies.”