Democratie 2.0 – Referenda moeten meer inhouden dan een simpel Ja of Nee

Wij denken te leven in een democratie en dat denken wij terecht. Maar mogelijk zijn er betere democratievormen, zeker als we nog nimmer in praktijk gebrachte vormen erbij betrekken. Het is tijd op zoek te gaan naar een betere vorm. Het is tijd, omdat de stand van de technologie dat toelaat. Het is tijd voor democratie 2.0. Bedenk steeds dat democratie inhoudt dat het volk regeert. Vandaag gaan we kijken of referenda méér kunnen inhouden dan een simpel Ja of Nee.

Digitale Multiple Choice vragenlijsten

Referenda worden beschouwd als een goed middel om te achterhalen wat de burgers over een onderwerp vinden. Toch zijn een aantal partijen die vroeger vòòr het referendum waren nu opeens tégen. Waarom? Ze zijn erachter gekomen dat de Lees verder

Advertenties

Democratie 2.0 – Laten we een dictator kiezen

Wij denken te leven in een democratie en dat denken wij terecht. Maar mogelijk zijn er betere democratievormen, zeker als we nog nimmer in praktijk gebrachte vormen erbij betrekken. Het is tijd op zoek te gaan naar een betere vorm. Het is tijd, omdat de stand van de technologie dat toelaat. Het is tijd voor democratie 2.0. Bedenk steeds dat democratie inhoudt dat het volk regeert. Vandaag gaan we kijken of we een dictator kunnen kiezen.

Verkiezing van een dictator

Er was iemand op Radio 1 die stelde dat hij eens in de vier jaar vrijheid van meningsuiting heeft en daarna weer vier jaar geen mening mag hebben. Hij doelde Lees verder

Waarom bemoeit de EU zich niet met Catalonië?

Eerst hier een stukje theorie dat al eerder het daglicht zag. Pas daarna die theorie toegepast op Catalonië.

De theorie van het referendum in een democratie

Zijn er in Europa mensen die tégen democratie zijn? Vast wel, maar behoor jij tot die kleine groep? Vast niet.

Nu is het niet zo dat alle mensen die zeggen vòòr democratie te zijn ook vòòr referenda zijn. Toch is dat wel een beetje raar. Immers, wie voor democratie is, gaat ervan uit dat ‘het volk’ gemiddeld gesproken voldoende verstand heeft om tot verantwoorde politieke beslissingen te kunnen komen. Demos is het oud-Griekse woord voor volk en kratea voor regeren. Democratie betekent zodoende ‘het volk regeert’ en een democraat wil dat het volk regeert. Er zou bij een democraat dan ook geen angst moeten bestaan voor een middel als een referendum, dat niets anders is dan een raadpleging van dat volk. Er zou ook geen angst voor een referendum moeten zijn bij degenen die menen bij een specifiek Lees verder

Is het wachten op de verlichte despoot?

532px-Emperor_Yongzheng

De heer heette Yongzheng en schijnt een verlicht despoot te zijn geweest.

Martin Sommer heeft het vandaag over de diplomademocratie. Even in mijn woorden: Diplomademocratie is een democratie waarin uitgerekend de hoogopgeleiden het politieke beleid bepalen. Ofwel, de laagopgeleiden krijgen geen kans om door te stoten naar een beleidsbepalende politieke positie. Eigenlijk zou ik hier moeten schrijven ‘hoger opgeleiden’ en ‘lager opgeleiden’, maar ik vraag me af of dat een nuancering inhoudt of toch feitelijk een eufemisering. Ik hou het voor even op een eufemisering en kies voor hoog en laag, omwille van de duidelijkheid.

Lekendemocratie toch beter?

Op het eerste gezicht lijkt het geen foute vorm van democratie. Zoals Sommer in zijn woorden ook schrijft, het klopt als die hoogopgeleiden zijn gekozen door (ook) laagopgeleiden om (ook) hen te vertegenwoordigen. Dat heet dan een ‘vertegenwoordigende democratie’. En die is volgens menigeen een stuk beter dan wat een ‘lekendemocratie’ wordt genoemd. In een lekendemocratie bestaat het corps van beleidsbepalende politici wel degelijk uit leken. Leken die min of meer met de dobbelsteen gekozen zijn en hooguit toevallig hoogopgeleid en goed geínformeerd zijn. Veel politiek gedrevenen hebben daar een slecht gevoel bij. De argumentatie loopt uiteen van “onvoldoende bevlogen om zich in zeer complexe materie te verdiepen” via “te dom om een coherent en juist idee te ontwikkelen” tot en met “gewoon, te dom”. Lees verder

Eis een democratische inborst bij politieke partijen

iedereen akkoordOp de opiniepagina van De Volkskrant, onder de titel “Stel democratische eisen aan politieke partijen“, kregen vandaag Esther Janssen en Martine Beijerman, respectievelijk advocate en wetenschappelijk onderzoekster aan de UvA, de gelegenheid om ons ervan te overtuigen dat een politieke partij ook echte leden moet hebben, wil het mogen meedoen aan verkiezingen. Wat een gotspe. Alsof een eenmanspartij vanzelf tot een dictatuur leidt, mocht het een meerderheid halen, en alleen een ledenpartij een garantie vormt dat de democratie een democratie blijft.

Over interne machtsstrijd en mollen

De praktijk is dat leden van een ledenpartij op allerlei punten een afwijkende mening kunnen hebben en er zodoende altijd sprake is van een machtsstrijd, want er Lees verder

Wie is bereid tot onderhandelen over een onsje racisme?

feyenoord wordt kampioen

Feyenoord wordt kampioen en het wordt ze gegund.

In Nederland krijgen Geert Wilders’ aanhangers geen deel van de taart en straks ook die van Marine Le Pen niet. Ondanks een ruim percentage aanhang zorgt het resterende meerderheidspercentage van de aanhang van andere partijen ervoor dat het ruime percentage toch niet leidt tot ook maar enige regeringsinvloed. Dat kan niet anders dan fout aflopen, op den duur. Zo betoogt ook Martin Sommer.

Aflossing van de wacht

In de tweede ronde van de presidentsverkiezingen gaan gezworen opponenten van Lees verder

De PVV gaat lokaal en wordt dus eerdaags een ledenpartij

loyaalVan de PVV wordt wel gezegd dat het geen democratische partij is omdat er geen lidmaatschap mogelijk is. Ik ben het daarmee oneens, want bij democratie gaat het erom dat je de wil van het volk belangrijjk vindt. Dat gezegd hebbende vermoed ik dat de PVV eerdaags toch de stap naar een ledenpartij maakt. Immers, hoe kan je anders het nodige kader verzamelen dat bereid is zich in de lokale politiek te roeren. Het zal betekenen dat er binnen de PVV meerdere meningen zullen gaan rondzingen en dat Wilders’ woord mogelijk niet langer allesbepalend zal zijn. Om interne conflicten te voorkomen zal er Lees verder

Over socialisten die maar al te graag de wet voorschrijven

137389

Voor boetes hebben we best wel begrip, maar ze staan wel op gespannen voet met het vrijheidsideaal.

Het blog van Jan Stemerdink wordt graag door me gelezen. Jan doet altijd zijn best zijn gevoel te onderbouwen met cijfermateriaal. En als dat cijfermateriaal er niet mee overeenstemt, dan stelt hij zijn gevoel bij. Vandaag ging Jan op zoek naar een antwoord op de volgende vraag: Is het populisme fascistisch? Een klein citaat prikkelde mij:

“Toen werd de dictatuur officieel gevestigd, nu is de dictatuur meer onderhuids.”

Het gaat om zijn waarneming dat in ons land de vrijheid van meningsuiting eigenlijk relatief is, omdat je flink kan worden afgestraft als je buiten de politiek correcte paden treedt. Ik bewandelde in mijn hoofd een iets ander pad en moest denken aan een aantal science fiction films waarin mensen denken in vrijheid te leven en waar dan langzamerhand de waarheid wordt onthuld: de waarheid dat ze alle tijd werden gemanipuleerd. Nou denk ik niet dat zoiets in onze werkelijkheid het geval is. Wel denk ik steeds sterker dat het met onze vrijheid in het algemeen (dus niet alleen met de vrijheid van meningsuiting) best tegenvalt. Èn ik denk dat socialisten in essentie daarvoor eindverantwoordelijk gesteld moeten worden.

Nederlandse socialisten lazen de afgelopen 50 jaar andere landen heel vaak de les en ze dachten zelf te leven in hèt voorbeeld van een vrij land; een land waarin vooral zij en hun voorlopers die vrijheid met bloed, zweet en tranen hadden afgedwongen, zo meenden zij. Maar werd ons land wel zo vrij als zij claimden? Wie goed observeert moet erkennen dat er in ons land buitengewoon veel is voorgeschreven. Vrijheid geldt eigenlijk alleen voor degenen die alle voorschriften helemaal zien zitten. Voor de anderen is het vooral schipperen.

Socialisten streden tégen armoede en uitbuiting en vòòr gelijkheid en vrijheid, Het meeste daarvan is ze aardig gelukt, maar ze zijn wèl de top gebleken in het voorschrijven van gedrags- en andere regels. Dat komt omdat ze ervan overtuigd waren dat met name uitbuiting slechts te bestrijden was door vrijheid te ‘reguleren’ met verplichtingen. Ze wilden gelijke rechten voor iedereen en daar hoorden dus ook verplichtingen bij. Ze deden eigenlijk zelden of nooit slechts een beroep op ons gevoel voor rechtvaardigheid. Dat zal te maken hebben met de vele keren dat de uitbuiters de arbeiders naar hun idee bedrogen hadden. Altijd, zo meenden ze, moest het ‘juiste gedrag’ ook wettelijk geregeld worden. En ze ontdekten dat je mensen efficiënt kan aansturen met boetes en belastingen. Zelfs armoedebestrijding (via financiële nivellering) bleek ermee mogelijk. Het van overheidswege willen voorschrijven van regels voor van alles en nog wat, kan rustig een attitude van socialisten worden genoemd.

Waar socialisten de macht wisten te grijpen, is het flink uit de hand gelopen met deze attitude. Daar kan rustig worden gesproken over de vestiging van een dictatuur. Maar hoe zit het met landen, zoals Nederland, waar socialisten niet de macht wisten te grijpen en verplicht werden om samen te werken met andersdenkenden? Het beste alternatief vonden ze de sociaaldemocratische opstelling (al zullen ze zelf zeggen dat het niet het beste alternatief was, maar de beste opstelling). Hoe het ook zij, democratie werd omhelsd, maar eigenlijk alleen als middel, dus niet als doel (al zal ook dat wel weer tegengesproken worden). In elk geval was ook in onze contreien de attitude zeer sterk, al was deze – letterlijk – minder opvallend dan in dictaturen als de USSR, Cuba en China.

Hier te lande ging het dus niet om dictatoriale neigingen, maar wel om de neiging om te dicteren: Wij, socialisten van dit land, schrijven u, uitbuiters in dit land, voortaan voor hoe u zich hebt te gedragen. En omdat we niet willen worden beschuldigd van klassejustitie, schrijven we hetzelfde ook voor aan alle anderen.

Autoritair was het dus ook. Betweterig ook. Wantrouwend ook. Fatsoen had er ook mee te maken. Conformeren aan de samen vastgelegde regels was dan de enige juiste keus in een socialistisch of sociaal-democratisch land en opstandigheid de enige juiste keus in de overige landen en ten aanzien van alles wat in eigen land nog niet samen was geregeld. De socialist zei eigenlijk twee keer ‘moeten’: Mensen moeten zich houden aan dat wat we samen hebben geregeld en we moeten blijven strijden voor nieuwe regels inzake dat wat we nog niet samen hebben geregeld. Dat tweede moeten was in feite de bijdrage van de progressieven. Die namen geen genoegen met wat al bereikt was. Tot op de dag van vandaag zijn er progressieven en tot op de dag van vandaag zorgen zij voor de ene na de andere nieuwe wetsregel die de vrijheid weer verder inperkt.

Een van overheidswege voorgeschreven regel is al snel een inperking van de vrijheid, vanuit het idee dat iets wèl mag als het niet door de wet wordt verboden. Geen mens zal op een zekere inperking tegen zijn. Maar hoever mag je daarin gaan? Wat is het moment dat het begint te wringen en dat iemand gaat menen in een onvrij land te leven? Dat zijn vragen waarop niet alle mensen dezelfde antwoorden geven. Voor heel veel van de al bestaande regels zijn socialisten hoofdverantwoordelijk geweest en ook anno 2016 zijn er socialisten die er geen moeite mee hebben de overheid nòg meer regels te laten voorschrijven. Met name liberalen hebben de nodige antipathie ontwikkeld tegen socialisten. Volgens socialisten werd die antipathie verklaard door het feit dat onderdrukkers juist onder de liberalen veelvuldig voorkwamen. Maar er zijn onder de liberalen ook velen die niet zozeer uit egoïstische motieven liberaal zijn, maar omdat ze de ideologie zelve een mooie vinden. En juist die mensen denken na over elke inperking van vrijheid en veroordelen zo’n inperking als ze het noodzakelijke ervan niet inzien.

Laat het zo zijn dat socialisten betere sensoren hebben voor uitbuiting, liberalen hebben weer veel betere sensoren voor aantasting van de vrijheid. Wie zowel uitbuiting als aantasting van de vrijheid wil herkennen, zal zich zowel de kern van socialisme als van liberalisme moeten eigen maken.

Wie zichzelf slechts socialist of sociaaldemocraat wil noemen, is helaas een blijvend gevaar voor de vrijheid.

Voorstel aan FvD, GeenPeil, VNL en PvdR

stembiljetDit artikel bevat een voorstel aan de FvD, GeenPeil, VNL en PvdR.

Alweer jaren geleden ontwikkelde ik een systeem voor een politieke federatie die op atheïstische leest gestoeld is. Ik heb er zelfs her en der voor gelobbied, maar mensen begrepen het concept niet volledig of wezen het al direct af. Daarover later meer. Maar eerst wil ik pogen om het achterliggende concept van die politieke federatie nieuw leven in te blazen, want het is wellicht bruikbaar als alternatief voor de diverse politieke partijen die recent het daglicht zagen.

Wat was er mis met het systeem? Wellicht is het beter om eerst alhier te lezen wat het systeem inhield. Voor wie dat teveel moeite vindt, maar wel heel slim is en dus maar weinig woorden nodig heeft, volgt hier een korte samenvatting.

In het huidige politieke bestel is er nog geen zuil voor atheïsten. Er zijn weliswaar politieke partijen die niet op een religie gestoeld zijn, maar er is geen enkele partij die gelovigen buitensluit. Ervan uitgaande dat er toch atheïsten zijn die hun stem alleen zouden willen geven aan een echt atheïstische partij, moet oprichting van zo’n partij toch overwogen worden. Probleem is echter dat atheïsme géén ideologie is zoals liberalisme en socialisme. Dus, hoe bind je atheïstische liberalen en atheïstische socialisten? Verder horen we steeds vaker dat de traditionele politieke partij zijn langste tijd heeft gehad. Dat type partij kenmerkt zich door het bestaan van bloedgroepen binnen de partij zelf en door de macht die een van de bloedgroepen op zeker moment weet te veroveren, daarmee alle andere bloedgroepen in verdriet of rancune achterlatend. Het gaat zelfs zover dat allerhande personen die zich tot dat moment een zekere macht hadden weten te verwerven voor de keuze worden gesteld: Òf je bent vòòr de nieuwe koers òf je dondert maar op.

Het ontwikkelde systeem kan atheïstische liberalen, atheïstische socialisten en andere ideologieën binden en zal bovendien al die bloedgroepen ruimte bieden. Het gaat daarvoor uit van een politieke federatie die in feite slechts is als een gebouw waar allerhande atheïsten een kamer kunnen bezetten en kunnen gaan voor hun eigen ideologie. Die atheïsten richten ieder hun eigen ‘groep’ op en proberen sympathisanten te werven. Zolang alle groepsleiders maar het kernmanifest van de federatie onderschrijven is er geen machtsstrijd. Zo’n manifest kan heel kort blijven, want het hoeft helemaal niets te zeggen over solidariteit, vrijheid en wat dies meer speelt in ideologieën.

De federatie maakt gebruik van het gegeven dat ons kiesstelsel is gebouwd op het principe dat 150 gekozenen formeel onafhankelijk van elkaar zijn. De groepsleiders doen allen mee met de verkiezingen op één lijst. Binnen de lijst zijn zij dan ieder een groep, bijv. de Groep Van Lenth (een eigenzinnig geluid), de Groep SociaalDemocraten (een ideologie) en de Groep DuurzaamheidEerst (een thema). De groepen verdelen vervolgens de in de Tweede Kamer verworven stemmen op basis van de op persoon verkregen stemmen. Ze spreken vooraf af op welke punten ze eendrachtig zullen optrekken. Voor de overige punten kunnen ze desgewenst samenwerkingen aangaan met andere politieke partijen. Regeringsverantwoordelijkheid willen nemen is eveneens een optie voor iedere groep apart.

Binnen de federatie zal er nooit een congres zijn waar een partijvoorzitter gekozen wordt. Of het zal moeten gaan om een voorzitter die het gedeelde belang mag uitdragen, ook in de Tweede Kamer. Iedereen kan zich sympathisant verklaren met een groepsleider. Wie er op zeker moment behoefte aan heeft om zich af te splitsen kan een eigen groep beginnen. Wie er behoefte aan heeft de politiek te verlaten kan de groep simpel opheffen of overdragen.

In de Tweede Kamer zal het natuurlijk een rommeltje kunnen worden. Zo is er nu bij debatten een enkele woordvoerder namens een politieke partij. We zien dan een nog overzichtelijke rits woordvoerders passeren in de uren van een debat. Maar stel dat de federatie maar liefst 20 zetels heeft verworven en dat het gaat om vijf groepen, wie voert er dan het woord? Simpel, zodra ze gekozen zijn splitsen de groepen zich formalistisch af en zo komen er opeens zomaar vier woordvoerders bij. Het is natuurlijk een minpuntje, maar wèl het ultieme gevolg van de nu bestaande wetten.

Er zijn belangrijke voordelen verbonden aan dit systeem. Zo kan men een centrale administratie voeren, hoeft er slechts één maal geld om aan verkiezingen mee te mogen doen opgehoest te worden en hoeven niet steeds overal handtekeningen te worden verzameld.

Goed, wat was er mis met dit concept? Het bleek dat politiek geëngageerden aan wie het werd voorgelegd uiteindelijk vooral gingen voor hun eigen ideologie en niet gemotiveerd waren om energie te steken in zo’n ideologieloze federatie die immers ook ten goede komt aan ideologieën waar ze zelf misschien juist heel erg tégen zijn, zelfs niet als het zou betekenen dat ze hun eigen ‘groep’ als eerste erin zouden kunnen onderbrengen. That’s all, zover ik weet. Meer was er niet mee mis. Nou ja, er waren ook wel mensen die vonden dat atheïsme als centraal thema niet sexy is, daarmee bedoelend dat het maar weinig kiezers zou aanspreken. Was dat zo?

Ik meende dat atheïsten er in de 20e eeuw te gemakkelijk vanuit gingen dat de wereldbevolking vanzelf zou ontkerkelijken en dat politiek binden van atheïstische krachten daarom onnodig was. Religie bleek echter over de hele wereld nog steeds een factor van belang te zijn en met name de Islam was zelfs terrein aan het winnen. Verder had juist die Islam in Nederland voet aan de grond gekregen, uitgerekend in een tijd dat we dachten te ontkerkelijken. Als al die decennia hier te lande géén ontkerkelijking had plaatsgevonden, dan zou de Islam veel minder hebben kunnen infiltreren, zo vermoedde ik. Men kon erover van mening verschillen, maar zolang er nog religieuze partijen in het parlement gekozen werden, was ook een echt atheïstische partij van groot belang. Verder vroegen een aantal hedendaagse problemen om een duidelijke atheïstische zuil; een zuil van mensen die zich durfden uitspreken over die problemen zonder rekening te hoeven houden met de religieuzen bij de achterban. Aldus meende ik.

En nu? Nu meen ik dat eigenlijk nog steeds, maar ik vermoed dat het systeem ook gebruikt kan worden met een ander bindend thema dan atheïsme. Als we kijken naar de aard van een aantal recent opgerichte partijen, dan gaat het om een slag mensen die zich allen zorgen maken om de bedreiging van de ‘vrije westerse cultuur’. Het gaat dan om de manier van aankijken van het vrije westen tegen de wereld, een manier die wordt gekenmerkt door wetenschap, geen bijgeloof, rationaliteit, mensenrechten, vrijheid van meningsuiting, emancipatie, recht op geloofsafval, democratie, secularisatie en verdraagzaamheid. Excuus als ik belangrijke termen ben vergeten. Laten we vooralsnog ‘de vrije westerse cultuur’ als het bindende thema aanhouden. Een betere term zal zich vast nog gaan aanbieden. De federatie zou dan de thuisbasis kunnen zijn voor allen die de vrije westerse cultuur willen behouden. En allen die dat niet willen zouden dan van deelname of zelfs lid maatschap moeten worden uitgesloten. Hoe kan je dat laatste in praktische zin voor elkaar krijgen? Voor mij is het overduidelijk dat de Islam in het midden-oosten is ontwikkeld en in het geheel niet in het vrije westen. Zodoende zijn moslims buitengesloten. Maar dat zal dan ook moeten gelden voor boedhisten, hindoes en nog wat religies van buiten het vrije westen. Zelfs zal dat kunnen gelden voor bewegingen die wel degelijk in het vrije westen hun oorsprong of ontwikkeling hadden, maar die evengoed datzelfde westen willen ontdoen van zijn vrij-zijn.

Critici zullen zeggen dat het vrije westen door zulke uitsluitingen zijn principes juist op het spel zet. Ik zie dat anders. Ik zie het als hoognodige uitsluitingen die moeten voorkomen dat het vrije westen door zijn eigen tolerantie ten onder gaat.

Hoe zit het met de recent opgerichte politieke partijen? De PvdR, FvD en GeenPeil, alsmede de andere nieuwkomers DENK en VNL, zijn inderdaad geen partijen voor atheïsten alleen. De meeste van hen zijn echter wel te kenmerken als beschermers van het vrije westen. De partij DENK is duidelijk de uitzondering die moet worden uitgesloten, ondanks dat die partij zegt de emancipatie van de allochtone minderheden voor te staan.

In het uitgebreide artikel waarnaar bovenaan al verwezen werd, staat ook een beginselverklaring. Die is nu gebaseerd op atheïsme als bindende factor en zou daarom natuurlijk enigszins herschreven moeten worden. Mijn hoop is dat de initiatiefnemers van de nieuwe lichting over hun eigen ego heen durven te stappen en een samenwerking in een federatie aandurven. Het kan ook om een andere reden goed uitkomen; er is onder het volk eigenlijk geen geloof meer in mensen die het vooral om de persoonlijke aandacht gaat. Wil je niet het risico lopen binnen de kortste keren te worden gezien als “ook weer zo eentje van de elite” dan is het mede-oprichten van die federatie een tactisch heel slimme zet waarmee zeker de geschiedenisboeken gehaald zal worden.

Wanneer begint ‘rechts’ met de ludieke acties, comité’s en mars door de instituties?

varkenskop-300x169Het vervelende van de Volkskrant is dat de redactie grosso modo niet aan mijn kant staat, maar dat er toch wel elke week ruimte wordt gecreëerd voor interessant debat. Zodoende ontkom ik toch niet aan een abonnement. Gisteren werd ruimte gegund aan Leon van de Weijgaert (17 nov. 16, pag. 25) bij Opinie & Debat. Die schreef een stuk dat me uit het hart was gegrepen. Zo schreef hij…

quoteDe brutale vanzelfsprekendheid waarmee links zich de publieke ruimte heeft toegeëigend als politiek platform, beperkt zich niet tot het onderwijs. Programma’s bij de NPO die moeten bijdragen aan de publieke meningsvorming zijn vrijwel allemaal in linkse handen. Voor de vorm worden bij talkshows een of enkele gasten uitgenodigd die niet in de pas lopen, maar deze staan vrijwel altijd tegenover een grote overmacht.
De politieke verhoudingen zijn niet zelden precies tegengesteld aan wat in de samenleving leeft. Hoewel de overgrote meerderheid van de Nederlanders voorstander is van een echt zwarte Piet, was het dan ook niet verrassend dat Halbe Zijlstra onlangs bij Pauw op zijn nek werd gesprongen door een overmacht die juist niet het meerderheidsstandpunt vertegenwoordigde. Arme Halbe.

Maar ook…

quoteHet valse spel van links beperkt zich niet tot de bezetting en het regisseren van de publieke ruimte. Opponenten worden niet zozeer bestreden op inhoud, maar vooral met een somatisch, psychologisch en psychiatrisch jargon dat andersdenkenden moet declasseren tot een morele en verstandelijke onderklasse die eigenlijk geen bestaansrecht heeft. Als je maar vaak genoeg te horen krijgt dat je onderbuikgevoelens hebt, xenofoob, islamofoob en weet ik wat voor foob bent, zakt je op den duur de moed in de schoenen, ga je op een gegeven moment de discussie niet meer aan en ga je zelfs niet meer naar de stembus.

Kortom, Leon van de Weijgaert neemt het op voor wat rechts wordt genoemd door dat links en dringt er bij onder andere de media op aan dat men zich gaat openstellen voor ‘de emancipatie van rechts’.

De volgende dag reageerde Christine Kuiper in de brievenrubriek. Zij liet blijken die ‘emancipatie’ te steunen, maar bekritiseerde Leon van de Wijgaert wel door erop te wijzen dat dit rechts het zelf zou moeten gaan afdwingen en niet moeten overlaten aan de linkse media; die linkse media gaan zich namelijk helemaal niet vrijwillig ervoor openstellen. Ze wijst er verder op dat rechts op dat punt veel kan leren van links, dat immers een rijke geschiedenis heeft van emancipatiestrijd, door vanuit een minderheidspositie toch te blijven vechten voor bepaalde rechten.

Ik begrijp precies wat Christine Kuiper hiermee zegt en sluit me er in principe bij aan. Goed, laten we allen hier besluiten tot activisme. We hebben jarenlang geprobeerd bepaalde volgens ons totaal logische conclusies te laten doordringen tot de hersens van degenen die de politieke keuzes mogen maken, van degenen die het voorrecht hebben gekregen het nieuws van de wereld zodanig op te schrijven en te tonen dat, al of niet verholen, de eigen ideologie erdoorheen sijpelen mag, en van degenen die werden aangewezen (door wie?) om recht te spreken. Is allemaal niet voldoende gelukt en dus is het tijd voor een andere aanpak. Maar de vraag is dan wel: Hoe dan? Wat moet die andere aanpak dan gaan inhouden? Welk pad moeten we gaan bewandelen?

Persoonlijk ben ik niet blij met de hedendaagse splijting links-rechts. Ik heb veel kritiek op (hedendaags) links, maar ik ben evengoed niet (klassiek) rechts. Ik laat me dat ook niet aanpraten. Anderzijds, ik kan mezelf ook niet meer links noemen als dat zou worden begrepen als dat ik achter partijen als de PvdA, SP en/of Groenlinks zou staan. Daarom besloot ik tot een positionering ertussenin, maar dan wel op een andere wijze dan de ons bekende ‘gematigde’ middenpartijen. Zou ik een partij oprichten, dan zou dat door mij een balanspartij worden genoemd, een partij die de argumenten van zowel ‘rechts’ als ‘links’ begrijpt (begrijpen wil) en laat meewegen in de keuzes.

Maar goed, mijn balanspartij zou veel kunnen overnemen van wat linkse mensen al vijf decennia heel goed doen. Dan denk ik eerstens aan de ludieke acties. Alleen, probleem is dat het niet meevalt om een ludieke actie te bedenken die duidelijk maakt dat je tégen het welkom heten van ‘vluchtelingen’ bent. Die boodschap is immers niet een blije of vrolijke, of eentje die een ver in de toekomst liggend utopia laat gloren. Ook heb ik gemerkt dat velen van ‘ons’ net even te serieus zijn om ons bezig te willen houden met ludieke activiteiten. Ludieke acties zijn ook meer iets voor jonge, nog heerlijk naïeve mensen, een stadium dat voor menigeen van ‘ons’ was en niet meer is. Zo zien we onszelf niet snel in stoet lopen als verklede Zwarte Pieten of gezeten op een in de demonstratie voortgeduwde handkar, daarop een oh zo zielige gelukszoeker uitbeeldend. Maar goed, als we ons uiterste best doen, dan zit er toch meer in dat mandje dan we weleens denken.

Dan hebben we nog de talloze stichtingen en comité’s (committees, komitees, zeg het maar), veelal opgericht door maar liefst twee personen. Hun activisme haalt geregeld de media, bijv. als een net opgerichte stichting het voor elkaar krijgt op de Middellandse Zee bootvluchtelingen op te pikken en aan land in Italië te zetten. Bij mij rijst dan het vermoeden dat wij eenzelfde media-aandacht kunnen krijgen als we datzelfde doen, maar dan aan land zetten in Libië. Waarom kennen wij amper dat soort activisme?

Links is goed in ludieke acties voeren en stichtingen en comité’s oprichten, maar het is er ook volledig in geslaagd ‘de mars door de instituties’ te volbrengen. Daardoor hebben ze vaste voet aan de grond gekregen in allerhande bestuurlijke organen, maar vooral ook in de media. Ik vrees dat we er niet onderuit komen ook die mars door de instituties te moeten maken. We zullen ons moeten invechten. Omroepen Powned en WNL zijn zulke pogingen om zich in te vechten op de TV en radio. Wat mij betreft moeten deze omroepen geen minuut zendtijd besteden aan leuk, maar nutteloos vertier (tenzij ze kunnen aantonen dat dit voor de verdere acceptatie van wezenlijk belang is). Ze moeten wèl onverdroten en activistisch werken aan hun politieke zending alsof de wereld ervan afhangt. En ze hoeven van mij ook niet een tot in de puntjes ‘genuanceerd’ beeld na te streven, zeker niet zolang de reguliere media overwegend links blijft handelen. Verder moeten omroepen als de VARA onder druk worden gezet. Prima dat een programma als Pauw links is, maar het moet dan wel gaan ophouden met de pretentie (wekken) dat het ook de ‘rechtse’ stem uitnodigt. Of als de VARA oprecht meent dat ook ‘de onderbuik’ bij hen een stem moet hebben, dan moet de redactie zich ècht gaan openstellen voor redacteuren die daadwerkelijke tegenkracht kunnen aanbrengen. Linkse redacteuren die af en toe ook ‘gewone burgers’ of voor die ‘gewone burger’ pleitende opiniemakers uitnodigen? Ik geloof er niet meer in. Nee, zo’n redactie zal dan echt mensen uit beide kampen moeten omvatten en dan hoort daar niet door een meerderheid of een machtsverhouding alsnog een in essentie linkse signatuur te ontstaan. Ik besef dat dit net teveel gevraagd is van de VARA.

Tenslotte nog een woordje over minderheden, meerderheden en democratie. Ik hecht zeer sterk aan het standpunt van de meerderheid, omdat ik van mening ben dat eendracht in het land niet kan als de meerderheid tegen de haren in wordt gestreken. Links blijkt in wezen volstrekt niet geïnteresseerd in de opinie van de meerderheid. Links zal alleen een meerderheid nastreven in het parlement of de gemeenteraad. Verder gaat het niet. Zoals ook Christine Kuiper schreef zijn de linkse emancipatiebewegingen aanvankelijk steeds minderheden geweest. Het is niet fout dat een minderheid een pleidooi houdt voor een standpunt, maar het heeft er alle schijn van dat juist in deze jaren minderheden geen genoegen meer nemen met de keuze van de meerderheid. Een overduidelijk voorbeeld is het Zwarte Pieten debat, of eigenlijk de dwingelandij waarmee de Anti-Zwarte-Piet minderheid het voor elkaar kreeg dat politici, media en organisaties toch maar voor aanpassing kozen. Links stond te juichen en lijkt zich er volstrekt niet van bewust dat het daarmee zonneklaar maakte een broertje dood te hebben aan echte democratie. Zo dwingelanderig – zeg maar militant – zou ‘rechts’ zich eens moeten gedragen… Het land zou te klein zijn. Terecht overigens, maar toch.

anti_zwarte_pietpro_zwarte_pietlange_neus-768x432ludieke_aktieprotest