Dijsselbloem speelde Wilders, en won?

Uit het interview met Jeroen Dijsselbloem van afgelopen zaterdag in De Volkskrant:

Interviewer Marc Peeperkorn: “Wilders was bekend terrein voor u; tijdens de oefendebatten met uw fractievoorzitters speelde u altijd de PVV-leider.”
Dijsselbloem: “Omdat ik integratie in mijn portefeuille had. In een van die oefensessies met Mariëtte Hamer ging ik zo op in de rol van Wilders, dat ik er zelf van schrok. Heel grof en ruig, zeer waarheidsgetrouw dus. Mariëtte kreeg een fysieke afkeer van me.”

Peeperkorn ging er niet verder op in, terwijl ik dat absoluut wel zou hebben gedaan. Ik ben het type lezer dat juist over zulke zaken de diepere gronden wil te weten komen. Dat Peeperkorn dat niet deed (of heeft weggelaten uit het afgedrukte interview?) zal alles te maken hebben met de eigenlijke opdracht tot dit interview: Heb een prettig interview met de mens Jeroen Dijsselbloem achter de van PvdA-huize afkomstige minister van financiën, dus zodanig dat deze sympathiek overkomt en ook nog als verstandig en goede hoeder van onze nationale belangen. De Volkskrant is nu eenmaal een van de pilaren waarop de PvdA alle jaren is gestut. (Andere pilaren zijn bijv. de VARA en het FNV.) De foto’s bij het interview spreken ook boekdelen; terwijl wij allen vooral een serieus kijkende Dijsselbloem kennen worden we nu met olijke foto’s met brede tot zeer brede glimlachen geconfronteerd. Op een van die foto’s is het zelfs onecht breed. De fotograaf heeft wellicht saycheeeeeese gezegd?

Okay, terug naar waar het mij dit keer om gaat: Dijsselbloem ging op in de rol van Wilders en wist blijkbaar telkens Hamer te pareren met … ja met wat dan? Met goede argumenten? Het zal toch niet waar zijn? De beste argumenten zijn toch die van de PvdA, dus (destijds) van Hamer? Met gevatte opmerkingen dan? Zou het? Maar over het maken van gevatte opmerkingen hoef je je toch niet geschrokken te betonen, zoals hij zelf zei? Met ‘grof en ruig’ sneren dan? Ja, dat zal het zijn geweest. Het zal zo zijn geweest dat Jeroen tijdens die sessies uiting gaf aan een donkere zijde in hem waar hij heel erg in opging. Hij zei dat het zeer waarheidsgetrouw was, waarmee hij wellicht bedoelde dat hij Wilders goed nadeed, maar dat durf ik toch te betwijfelen. Dan zou ik toch echt eerst even de filmbeelden ervan willen zien, beelden die er vast niet zijn. Waarom ik het betwijfel? Omdat veel mensen, waaronder de PvdA-politici, een verwrongen beeld van Wilders hebben. Oh zeker, die mensen zijn in de meerderheid, maar een leraar van me zei ooit: “De minderheid heeft altijd gelijk”. Tegenwoordig weet ik dat dit niet echt waar is, maar ik weet tegenwoordig ook dat het al evenmin waar is dat de meerderheid altijd gelijk heeft. Wilders wordt door veel mensen volstrekt verkeerd geïnterpreteerd en dat is meer dan jammer, ook of vooral voor de politieke stabiliteit in ons land. Maar één ding zal zeker waar zijn en dat is dat Wilders een stuk dichter bij zijn ware ik staat dan bijvoorbeeld Jeroen Dijsselbloem. Dat hij van die kant van zichzelf zo schrok vind ik veelzeggend. Eigenlijk denk ik dat Dijsselbloem eerder zou moeten schrikken van de mate waarin hij evengoed nog sociaal wenselijk gedrag vertoont. Sociaal wenselijk gedrag wordt in twitter-en blogland ook wel aangeduid met de term ‘politiek correct’, ook wel policor. Dijsselbloem zou sommige meningen in zijn hart het liefst net zo willen kunnen uiten als Wilders doet, maar hij beseft dat zijn rol binnen de PvdA dan per direct uitgespeeld is. Omdat hij die rol absoluut wel wil vervullen houdt hij zich in en houdt hij zich aan de sociaal wenselijke gedragslijnen. Da’s niet best, want het impliceert dat allerlei voor een goede analyse van de problemen belangrijke zaken niet gezegd worden. Men steekt dus liever de kop in het zand omwille van het kunnen krijgen van wat macht.

Er is hier te lande maar één partij die eerlijker mensen als Wilders toch wat macht kan geven en dat is het volk zelve. Wat zegt u? Vindt u dat ik wel heel hoog van de toren blaas door zo’n blaaskaak als Wilders een eerlijker mens te noemen? Tsja, ieder zo zijn perspectief. U zal zijn gedrag dan wel sociaal onwenselijk vinden. Dat testen op sociaal wenselijk gedrag doet iedereen natuurlijk, maar ik ben meer van de groep die vindt dat er altijd een zekere tegenspraak moet zijn, in de vriendenkring en in het bedrijf, maar in elk geval in de politiek. Al of niet georganiseerde tegenspraak is de enige manier om mensen niet te laten verworden tot al te zelfverzekerde, al te zelfingenomen, elkaar al te amicaal op de schouders kloppende, al te breed lachende machthebbers. Voor de duidelijkheid, tegenspraak moet niet worden georganiseerd om de eigen standpunten immuun te maken, maar om de eigen standpunten te testen. En als de betere argumenten bij de ‘tegenspreker’ liggen moet men zich oprecht afvragen wat de eigen standpunten eigenlijk echt waard zijn.

Ik vrees dat tijdens die oefensessies niet de juiste conclusies getrokken zijn. Er werd wellicht uitentreure gepoogd de door Dijsselbloem in sneervorm verwoorde Wilders-standpunten te pareren. Ze hadden er veel beter aan gedaan in die sneren de echte argumenten te zoeken, die serieus te overwegen en de ware kanten van de argumenten te integreren in het eigen verhaal. En als ze dan ook nog eens leren sneren, met een sportieve knipoog natuurlijk, kan de Nederlandse politiek misschien wel net zo vermakelijk worden als de Engelse. Het zou tijd worden.


Advertenties

Gebod en verbod, de voors en tegens

gebodverbodJeroen René Victor Anton Dijsselbloem in De Volkskrant van gisteren:

“Ik stoor me enorm aan de achteloosheid en onverschilligheid in de samenleving. Ik herinner me campagnebezoeken aan Turkse vrouwen die ons vroegen Nederlandse les verplicht te stellen. Dan stonden ze sterker tegenover hun mannen om dat op te eisen. Daar heeft de PvdA veel te lang bij weggekeken, daar mochten we ons niet mee bemoeien. Onzin! De leerplichtwet is ook niet ingevoerd om kinderen de school in te jagen maar om ze te beschermen tegen uitbuiting.”

Interessant aan deze uitspraak vind ik zijn inzicht over de voors en tegens van gebieden en verbieden. Het maakt inderdaad nogal uit of je een gebod of verbod invoert om een zekere groep mensen mores te leren of om die groep te beschermen tegen hen die een ander gebod of verbod proberen op te leggen. Zo beschouwd is het ook helemaal niet zo gek om bij wet iets te verbieden dat slechts marginaal speelt. Als voorbeeld kan de burka dienen, die we maar weinig tegenkomen. Elke poging om die bij wet te verbieden leidde tot de opmerking dat niet of nauwelijks burka’s worden waargenomen en dat verbieden dus slechts een symbolische betekenis heeft die de populist in de kaart speelt en waaraan een serieuze politieke partij geen serieuze aandacht hoort te besteden. Ook is er altijd de opmerking dat de politiek zich zo min mogelijk moet bemoeien met de burger, dus dat elk gebod of verbod er eentje teveel is, op een enkele uitzondering na. Het is de visie dat de staat niet paternalistisch moet bepalen wat het individu moet doen en laten, afgezien van een paar regulerende regels dan.

De PvdA is de partij van mensen die dat laatste argument (het argument van de liberaal) lang niet zo snel gebruiken als de mensen van de VVD. Ik schrijf expres niet dat ze het argument nooit gebruiken, want ook de gemiddelde PvdA-kiezer weet dat de staat ons leven niet tot in de puntjes moet reguleren bij wet. Wel sluit Dijsselbloem mooi aan bij die gemiddelde partijkiezer; hij is net als die kiezer niet langer tegen een plicht om Nederlands te leren. Maar wel moest hij, net als die PvdA-kiezer, eerst worden overtuigd van het maatschappelijk nut ervan. En het nut dat hij ziet (dat met name de geïmmigreerde vrouwen vervolgens die ‘plicht’ bij hun man kunnen opeisen) overtuigde hem. Nu is het zo dat anderen al veel eerder die Nederlandse les verplicht wilden stellen. Of die al meteen dit argument (mede) aandroegen weet ik zo snel niet. Wel weet ik dat de PvdA-politici het aanvankelijk volstrekt niet zagen zitten, zoals ook Dijsselbloem toegeeft. Wat mij intrigeert is waarom het zo lang heeft geduurd aleer het nut ervan doordrong tot de PvdA. Of eigenlijk, het duurt wel vaker zo lang aleer iets tot de PvdA doordringt. Hoe zit het met het vermogen tot analyseren bij hen? Zou het zo kunnen zijn dat juist de basisbeginselen van deze sociaaldemocraten een open analyse in de weg zitten? Mijn stellige indruk is dat dit zo is. Er zijn wat stokpaardjes, zeg maar gerust dogma’s, die hoe dan ook beschermd moeten worden. Elk voorstel dat niet op het eerste gezicht strookt met een van die stokpaardjes wordt dan al bij voorbaat afgewezen. Voor de goede orde, ditzelfde kan worden gezegd van alle andere partijen en het is zelfs meer dan logisch. Als ik een politieke partij zou oprichten zou ik ook alle moeite van de wereld doen om de basisbeginselen te volgen. Het punt dat ik wil maken is vooral wat ik tot uitdrukking bracht met ‘op het eerste gezicht’ en ‘al bij voorbaat’. En de kritiek luidt dan dat politici en burgers met name die primaire reactie bij zichzelf en anderen moeten proberen te zien, om vervolgens zichzelf en anderen toch die vraag te durven stellen: “Is het echt strijdig met ons basisbeginsel of is dat slechts op het eerste gezicht zo.” Het is dus het verzoek om de eigen primaire reactie nader te overdenken.

Moet de spaarder hoe dan ook worden ontzien?

De trojka ECB, IMF en Europese Commissie (die laatste onder voorzitterschap van Dijsselbloem) heeft het aangedurfd om van de Cypriotische spaarders een eenmalige bijdrage aan een ‘lening van 17 miljard’ te eisen. Hoe stom kan je zijn.

Er wordt geredeneerd dat er heel veel, met name Russisch, geld witgewassen gespaard wordt op Cyprus en dat de Cypriotische banken een wanbeleid hebben gevoerd. Stel dat dit zo is, dan had men het ook anders kunnen brengen. Ik zag een lokaal billboard waaruit mij duidelijk werd dat daar wel 4,25 procent rente wordt vergoed. Het betrof een Russische bank met filiaal aldaar. Naar ik aanneem is die bank populair bij de russen die veel spaargeld hebben. Wat zou er gebeuren als zo’n bank failliet ging? Dan zouden alleen alle spaarders met meer dan 100.000 euro hun spaargeld kwijt zijn. Voor hen geldt wellicht dat een eenmalige ‘bijdrage’ van bijv. 10 procent te prefereren is boven zo’n faillisement. Dan is er de andere, minder rijke, groep. Van hen wordt beweerd dat er nogal wat zijn die diverse rekeningen van tegen de 100.000 euro hebben. Juist hen willen ze ook een bijdrage laten betalen, vanuit het idee dat het eigenlijk om spaarders gaat die boven de 100.000 spaargeld hebben gestald. Echter, ik denk dat je dan per geval zou moeten proberen aan te tonen dat het inderdaad om zo’n sluwerik gaat.

Een beter argument lijkt mij te schuilen in dat toch wel erg hoge rentepercentage. De redenering zou dan moeten luiden dat die banken in de afgelopen jaren een te risicovol rentepercentage hebben geboden en dat al degenen die daarvan hebben geprofiteerd nu moeten bijdragen te voorkomen dat ‘hun’ bank inderdaad failliet moet worden verklaard. Zij moeten dit dan doen door te accepteren dat hun spaargeld de afgelopen jaren toch minder renderend was dan hen was voorgespiegeld.

Dat argument indachtig zou je ieders feitelijke bijdrage moeten koppelen aan de tijd dat het geld heeft mogen renderen. Dan zou de regeling moeten inhouden dat het rendement van laten we zeggen de afgelopen drie jaar wordt gekort met 50 procent. Dus als je drie jaar op rij een rente van 4 procent ontving, dan zou je 50 procent van iets meer dan 12 procent moeten terugbetalen. De effectieve rente van die drie jaar zou dan iets van 2 procent per jaar zijn geweest.

Kijk, dat is een redenering die je wellicht nog net kan ‘verkopen’ aan het publiek. En zelfs zou je deze redenering kunnen omarmen om dat hele idee van het depositogarantiestelsel op de helling te zetten. Je zegt er in feite mee aan de spaarder: Ja, het is jouw geld en ja, je krijgt de rente die we je beloven, maar nee, als we failliet dreigen te gaan behouden we het recht om een deel van die rente met terugwerkende kracht terug te vorderen.

Kijk, de spaarder zou natuurlijk kunnen redeneren dat het dan maar beter is om het geld net op tijd weg te halen; het bankrun scenario. Echter, het nadeel van het weghalen van je geld is dat er dan helemaal geen rente binnenkomt. Bovendien zouden we de terugvordering ook kunnen regelen via de belastingdienst, dus los van de vraag of er nog spaargeld bij de bank vaststaat.