Kijk, dàt is nou rechtsextremisme!

Lesstof voor allen die Wilders en zijn PVV hardnekkig extreemrechts blijven noemen: In Italië zijn vandaag 14 leden van een écht rechtsextremistische beweging opgerold, de Ordine Nuovo, vertaald Nieuwe Orde, wat ook een benaming was die door de Nazi’s in Nazi-Duitsland gebruikt werd.

Deze groepering had het vergevorderde plan om een fiks aantal politici op één dag te vermoorden en tegelijkertijd een belastingkantoor op te blazen. Er werd een grote hoeveelheid wapens bij hen gevonden. Rechtsextremisme ten top dus. Waarbij ik er maar even vanuit ga dat de groep niet zozeer links georiënteerd is; de NOS had het op de radio over rechtsextremisme, op de website houdt dezelfde NOS het op neofascisme.

Mensen, laten we alsjeblieft de term ‘extremisme’ voorbehouden aan alle varianten waar naar geweld en intimidatie wordt gegrepen of waar dat wordt goedgepraat en aangemoedigd. Anders gesteld, laat de term achterwege als een beweging zich sterk distantieert van geweld en intimidatie, ongeacht wat zo’n beweging verder beweert.

Misschien voel je bij het aanhoren van Wilders een associatie opkomen met woorden die je ook ooit ongeveer zo hebt horen uitspreken door echte extremisten als Hitler. Maar is dat voldoende reden om toe te geven aan je onderbuik? Ja, onderbuik, want meer is het niet bij je. Het element van geweld moet echt onderdeel zijn van de diagnose. Dat heb je geleerd op school. Maar misschien heb je toen niet zo goed opgelet?

Dus mensen, houd op Wilders weg te zetten als extremist zolang je hem of zijn partijgenoten niet militaristisch ziet marcheren door de straten of aanslagen ziet plegen – zoals die Italianen van plan waren – of dat allemaal hoort goedpraten en aanmoedigen. Houd je onderbuik in bedwang!

Advertenties

Extremisme, hoe zit dat nou eigenlijk?

Een paar dagen geleden schreef ik al iets over extreemrechts, een term die velen te pas en te onpas gebruiken, naar mijn stellige overtuiging trouwens vooral te onpas. Hoe zit dat? Wat houdt de term in?

Uit Wikipedia: Extremisme is een term die wordt gebruikt om ideeën of acties te beschrijven die volgens de critici ervan extreem zijn.

Deze openingszin (welbeschouwd een redenering van het type A=A) geeft al duidelijk aan dat het om een waardeoordeel gaat dat nog geheel open laat of er werkelijk van extremisme sprake is. Het zal afhangen van de kwaliteit van de deskundigheid, rationaliteit, eerlijkheid en zo nog wat eigenschappen van ‘de criticus’. Let op, ikzelf hanteer nu blijkbaar een visie waarin extremisme werkelijk bestaat en objectief te meten is aan de hand van echte criteria. Er lijkt een alternatieve visie denkbaar, namelijk eentje waarin het allemaal een kwestie van perspectief is. Echter, ook dan is extremisme wellicht reëel aantoonbaar, maar dan is de uitkomst dat iets extreem wordt genoemd wat anderen ‘het midden’ noemen. Er is dan blijkbaar gewerkt op basis van een andere lijst van criteria. Het mechanisme blijft echter hetzelfde.

Uit Wikipedia: Extremisme wordt wel omschreven als een systematische poging om een bepaalde ideologie tot in de uiterste consequenties, in alle delen van de samenleving door te voeren.

In eerste instantie schreef ik: Ook in mijn lijst van criteria is de bovenstaande eigenschap een essentieel criterium. Zonder dat element kan in mijn plaatje een ideologie al niet meer worden getypeerd als extreem.

Bij nader inzien vind ik dit toch niet. Stel dat je ideologie nogal beperkt is, bijvoorbeeld dat je wenst dat in heel Nederland de burgemeesters en de minister-president worden gekozen in plaats van benoemd. Stel dat je daarin slaagt langs het pad van de democratie, dan is er geen sprake van extremisme geweest, terwijl het toch ging om een poging om je ideologie tot in alle delen van de samenleving door te voeren. Er is schijnbaar meer nodig om het extremisme te noemen.

Uit Wikipedia: In tegenstelling tot activisme, worden er bij extremisme doelen of middelen nagestreefd en ingezet die buiten de wettelijke kaders vallen. Deze worden gekenmerkt door onder andere geweld en zijn vaak ondemocratisch of zelf antidemocratisch. Daarmee vormen ze een gevaar voor de democratische rechtsorde.

Ah, hier hebben we dan wel hèt element dat er minstens in moet zitten wil het extremisme zijn: De bereidheid om geweld toe te passen en – desnoods, of liefst – de democratische procedures te negeren. Bij de IRA zagen we trouwens dat er een tak was die geweld toepaste terwijl een verwante tak de democratische procedures bewandelde. Dat laatste was feitelijk een poging de vijanden een rad voor ogen te draaien, dan wel de schijn op te werpen dat de IRA heus niet tegen democratie is.

In elk geval is een organisatie of persoon niet extremistisch als dat geweldselement afwezig is. Toegegeven, een bereidheid ertoe is ook voldoende. Ofwel, het geweld hoeft niet eerst te zijn aangetoond in de praktijk. Immers, dan zou elke vruchtbare maatregel die het geweld voorkomt ertoe leiden dat een organisatie niet als extreem kan worden aangemerkt. Als dat zou worden gekoppeld aan een wettelijke regel dat optreden pas mag nadat extremisme is aangetoond, dan zouden we in een vicieuze cirkel zitten die ertoe leidt dat er pas kan worden opgetreden nadat er al een kalf verdronken is, c.q. nadat er al slachtoffers gevallen zijn.

En toch… hoe voorkom je dat er reeds wordt opgetreden op basis van te lichte vermoedens?

Uit Wikipedia: Het benoemen van een persoon, een groep of een actie als “extreem” of “extremistisch” kan een tactiek zijn om een politiek doel na te streven, waarbij de status quo verdedigd moet worden. Iemand kan voor de één een extremistische terrorist zijn, maar voor de ander een vrijheidsstrijder.

Of zelfs, hoe kan je voorkomen dat ertegen optreden plaatsvindt op basis van een – natuurlijk voor de massa verzwegen – poging om een politieke tegenstander te verslaan, anders dan in het democratische debat? Dus hoe voorkom je dat juist een zogenaamde middenpartij grijpt naar ‘extremistische’ middelen om vermeende extremisten dwars te zitten?

Uit Wikipedia: De aanduiding “extreemrechts” wordt doorgaans als beledigend ervaren en meestal door tegenstanders gebruikt. Er zijn maar weinig organisaties en politici die zichzelf openlijk extreemrechts noemen.

De term is dan een strijdterm en door het veelvuldig gebruik als zodanig besmet geraakt. Het roept diepe emoties op, zowel bij de beschuldigers als bij de beschuldigden. Het is daarom maar de vraag of de term nog wel binnen een wetenschappelijk kader gebruikt mag worden.

Uit Wikipedia: Daar komt nog bij dat extreemrechts volgens sommige schrijvers los staat van elke reguliere betekenis van de politieke termen links en rechts.

Het komt erop neer dat het dus ook nog eens verwarrend is. Mensen die zichzelf wellicht links vinden en daarnaast ook nog iets beweren dat hun criticasters beschouwen als typisch extreemrechts, worden opeens extreemrechts genoemd, tot hun eigen verbazing, of eigenlijk verbijstering. Een protest ertegen is dan tweëerlei: Enerzijds snappen zij de extremisme-beschuldiging niet, anderzijds snappen zij niet waarom hun standpunten nu opeens rechts zouden zijn.

Uit Wikipedia: Sommige politicologen zien het politieke spectrum als een hoefijzervorm, waarbij extreemrechts en extreem links elkaar naderen.

Het hoefijzermodel kan een beetje verklaren wat er aan de hand is, maar eigenlijk zou men moeten kijken naar het geheel aan criteria. Hoe scoort iemand op die hele lijst en wat zegt dat over iemand’s positie? Er zal wellicht uit volgen dat iemand niet meer zo simpel is in te delen op een links/rechts dimensie. Er valt dan misschien hooguit nog te melden of iemand extremist is, meer niet.

Hedendaagse media gebruiken de termen extreemlinks en extreemrechts met het grootste gemak. Het lijkt wel alsof de redactie dan denkt ons te moeten helpen, door alvast te melden dat het om een extreemrechtse of –linkse groepering gaat. Ook het ANP gebruikt de terminologie veelvuldig. Het spreekt dan over ‘het extreemrechtse Front National’ waar het net zo goed – of juist beter – had kunnen spreken over ‘het Front National’. Desnoods zeggen ze erbij dat velen het een extreemrechtse partij vinden. Maar de nu veel voorkomende methode doet het voorkomen alsof er geen twijfel mogelijk is; alsof ook een wetenschappelijke, rationele en deskundige benadering tot de onvermijdelijke conclusie leidt dat het om een extreemrechtse partij gaat. Er gaat van deze handelwijze een onterechte beïnvloeding uit die niet hoort in een democratisch land. Het recht op vrijheid van meningsuiting zal mogelijk worden gebruikt om de woordkeuze te verdedigen. Echter, een algemeen persbureau hoort zich zo goed mogelijk buiten de politieke arena te houden. En vooral, het is belerend en aanmatigend. De lezer maakt zelf wel uit of er sprake is van een extremistische organisatie. Daarvoor heeft deze het journaille niet nodig. Of beter, laat het journaille ons liever vertellen waarop we moeten letten bij het beoordelen van extremisme, in plaats van ons – meestal vanuit automatisme – te vertellen dàt er sprake is van extremisme. Dus ben je journalist? Leer ons desnoods in abstracto de te hanteren criteria, maar laat dat bijvoeglijk naamwoord voortaan gewoon weg. Je geloofwaardigheid zal toenemen, voor beide kampen zelfs.