Jeroen van der Starre weet niet wat hij zegt over Baudet

Jeroen van der Starre in aktie

Jeroen van der Starre met megafoon.

Onder de op zich al veelzeggende titel ‘De bruine Renaissance van Thierry Baudet‘ schrijft Jeroen van der Starre heel nare dingen, inderdaad over Thierry Baudet, de voorman van het Forum voor Democratie. Die schrijfsels zijn zodanig naar dat we rustig kunnen spreken over haatzaaien. Deze Van Der Starre is een centrale figuur van de Internationale Socialisten. Die naam klinkt sympathiek (al is dat niet meer waar voor de van oudsher veelgebruikte afkorting). Het gaat echter om diehards die nog immer menen dat het socialisme internationaal geöriënteerd moet zijn. Dat is tot daaraan toe, maar ernstiger is dat hun invulling van socialisme een wel heel strenge is. Er valt veel over te lezen en Lees verder

Advertenties

Fascisme-alarmisten

In mijn vorige blog schreef ik over Robert Paxton, de historicus die veel status heeft vanwege zijn kennis over fascisme. Waarom ik hem aanhaalde? Vorige week herlas ik het dunne boekje dat Geert Mak in 2004 publiceerde na de moord op Theo van Gogh. Op bladzij 81 (1e druk) haalde hij  Robert Paxton aan, voor mij duidelijk met de bedoeling Nederlandse politici op een notie van Paxton te wijzen in de hoop dat ze inderdaad zouden gaan doen wat Paxton impliceerde, namelijk geen enkele verbintenis aangaan met naar het fascisme riekende lieden.

“Ik moet nog terugkomen op een ander element uit de studie van Robert Paxton: de leemtes in het bestaande politieke systeem. In zijn beschrijvingen, land na land, keert telkens één situatie terug: een enigszins conservatieve partij begint haar traditionele achterban te verliezen, sluit een coalitie met de rechts-radicalen in opkomst om haar positie te behouden, geeft in dat proces steeds meer gezag aan hun opvattingen, en brengt ze ten slotte tot regeringsverantwoordelijkheid. Niet de kracht van een rechts-radicale beweging is uiteindelijk doorslaggevend voor het aan de macht komen van zo’n gezelschap, Maar de crisisstemming binnen een of meer traditionele partijen.” (Geert Mak, Gedoemd tot kwetsbaarheid, p. 81)

Het weer eens lezen van het boekje van Geert Mak maakte me een paar dingen duidelijk. Ten eerste, er is sinds 2004 niet echt veel veranderd. Dat wil zeggen, de grote tegenstellingen tussen ‘links’ en ‘rechts’ waren er ook toen reeds en idem zijn alle verwijten die je heden ten dage over en weer hoort niet nieuw. Ten tweede, Geert Mak gaf er blijk van ook alle argumenten die aan de ‘rechterzijde’ gebezigd werden wel degelijk goed te kennen. Ergo, hij was goed op de hoogte van alle ‘rechtse’  verwijten aan ‘links’. Ten derde, Geert Mak sprak veel van de feiten die ten grondslag lagen aan die verwijten niet eens echt tegen. Sterker, hij liet blijken al die feiten eigenlijk wel te onderschrijven. (Zie voor voorbeelden daarvan alhier, op bladzijden 20, 24 en vooral 28 en verder.) Ten vierde, desondanks keerde hij zich bijzonder fel tegen de ‘rechtse’ critici.

Rara, hoe kon dat nou toch… Hoe is het toch mogelijk dat je het gros van de feiten die tot alle verwijten leiden wèl onderkent en je je desondanks keert tegen degenen die de verwijten maken.

Ik meen te hebben gezien dat Geert Mak – een groot kenner van alle literatuur over het fascisme en bovendien zelf kind uit een joodse familie die in WO2 zwaar getroffen is – een bijzondere angst betoont voor fascisme. Het is een dusdanig grote angst dat je rustig kan spreken van overgevoelige antennetjes voor elk symptoom dat opgesomd staat in het rijtje dat het fascisme beschrijft.

Bij elk symptoom gaat bij hem de alarmbel rinkelen en voelt hij de behoefte om te waarschuwen, om ons te behoeden voor het naderend onheil van opdoemend fascisme. Zo vergeleek hij in dat boekje de film ‘Submission Part 1’ die Theo van Gogh en Ayaan Hirsi Ali maakten met ‘Der Ewige Jude’, de antisemitische film van Joseph Goebbels. Hij beweerde dat Van Gogh en Hirsi Ali van dezelfde propagandatrucs als Goebbels gebruik hadden gemaakt door met weerzinwekkende beelden een hele bevolkingsgroep te kijk te zetten. Heel ‘rechts’ viel over hem heen, want die vonden de vergelijking te gek voor woorden. (Onder andere daartegen verweerde Mak zich een jaar later in een tweede boekje, ‘Nagekomen flessenpost’, overigens zonder zijn standpunt echt te wijzigen.)

Goed, tot zover Geert Mak. Waar het me nu feitelijk om gaat: Méér mensen hebben een overgevoeligheid voor fascisme. Alleen dat kan verklaren waarom er telkens weer, jaar na jaar, tot op de dag van vandaag, zo ultrascherp wordt gereageerd op iedere kritiek die ook maar een enkele overeenkomst met de vele kenmerken van het fascisme bevat. Het is alsof men in de verte een dier met kattenogen en een geel-bruin gestreepte vacht meent te zien en meteen vreest te maken te hebben met een baby-tijger. Het hele idee dat het ook zou kunnen gaan om een kat dringt niet eens door, zo beducht is men voor de volwassen tijger.

De tweede wereldoorlog heeft er flink ingehakt, ook op een manier die we ons niet echt bewust zijn. De generatie die de oorlog heeft meegemaakt heeft haar kinderen terecht willen doordringen van de slechtheid van fascisme (waaronder nazisme). Maar heeft die generatie dat wel op de juiste wijze gedaan? Het zou ook kunnen – en dat acht ik plausibeler – dat die generatie wel haar uiterste best heeft gedaan, maar dat het haar kinderen toch niet is gelukt het helemaal te snappen. De na-oorlogse generatie kende immers de vooroorlogse fascisten niet uit eigen ervaring, maar was er wel bang voor gemaakt en kon niet anders dan die angst feitelijk te baseren op van-horen-zeggen. Zeker, uitgerekend die generatie werd goed geschoold en las er mogelijk heel dikke boeken over. Ook films en reportages werden hen aangeboden. Desondanks is het bij een aantal van hen misgelopen, althans zo oordeel ik over hen die tè snel alarm slaan bij waarnemen van iets dat inderdaad ook in het lijstje typische fascisme-kenmerken staat.

Sta me toe deze mensen even te typeren als fascisme-alarmisten, omwille van de discussie. Deze fascisme-alarmisten hebben het debat in de afgelopen decennia flink verruïneerd, door jan-en-alleman uit te schelden voor fascist, neo-nazi en racist. Jan-en-alleman voelden zich daarna terecht zeer beledigd of in elk geval volkomen onbegrepen. Het leidde vanzelfsprekend tot veel boosheid van hun kant; je gaat immers niet begrip tonen voor zulke beschuldigingen. Echt debat kwam er niet meer van. Maar ook: het zicht op de realiteit van jan-en-alleman (de vermeende fascisten dus) bood zeker kansen tot goede analyses en echte oplossingen. Analyses en oplossingen die dus geen kans hebben gekregen, met alle gevolgen van dien. En nòg wordt er niet goed genoeg geluisterd naar deze moedige denkers. Moedig, omdat het moed vergt het verwijt van fascisme te weerstaan en stug door te gaan met het pleidooi.

Fascisme-alarmisten vervullen in principe een goede rol. Het is goed dat er mensen zijn die waarschuwen tegen opkomend fascisme. Maar het mag toch zo langzamerhand wel duidelijk zijn dat menig fascisme-alarmist de fascisme-kenmerken niet goed op een rijtje heeft en ook onvoldoende beseft dat je niet meteen met de fascisme-beschuldiging mag komen dra iemand aan één, twee of drie van die kenmerken lijkt te voldoen. Zelfs als iemand aan heel veel van die kenmerken voldoet hoeft er nog geen sprake van fascisme te zijn.

Dit alles gezegd hebbende, wil ik toch ook een woord kwijt aan allen die aan één, twee, drie of zelfs nog meer van die kenmerken voldoen: Wees je ervan bewust dat er èchte fascisten kunnen zijn die heel blij zouden kunnen zijn met jouw woorden, ook al voldoe je totaal niet aan het echte profiel van de fascist. Bouw dus altijd ‘garanties’ in die misbruik van je woorden in de toekomst moeten voorkomen. Het is daarvoor helaas onvoldoende om je eenmalig uit te spreken tegen het fascisme.

Waarom VVD en CDA niet willen onderhandelen met Wilders

Robert Paxton is een Amerikaans historicus die in de ogen van veel van zijn vakgenoten hèt standaardwerk over fascisme heeft geschreven. Of dat zo is, laat ik even in het midden. Voornamer is dat hij die naam heeft en dat er velen zijn die daarom zijn woorden zwaarder laten wegen. Kortom, hij geniet gezag. Daarom is de volgende conclusie van hem van niet te onderschatten betekenis.

Fascisten anno 1922 (Mars op Rome)

Paxton zag dat in alle fascistische landen – we hebben het nu over de jaren voorafgaande aan WO2 – het fascisme pas doorbrak na een cruciale verbintenis met een conservatieve politieke partij. Het ideeëngoed van de fascisten sprak dan een deel van de mensen wel aan en de conservatieve partijen verloren daardoor juist aanhang. In een poging om die verloren stemmen terug te winnen ging de elite van een of meer conservatieve partijen vervolgens dan toch maar een verbintenis aan met de fascisten. Het bijeffect daarvan was dat de fascisten zo aan geloofwaardigheid wonnen. En het toenemende gezag leidde zelfs tot regeringsverantwoordelijkheid.

Nu wordt me opeens duidelijk waarom de VVD en het CDA per se niet met de PVV willen praten, c.q. de PVV blijven buitensluiten! Dat blijven buitensluiten heeft helemaal niks met welke inhoud dan ook te maken. Het heeft ook helemaal niks te maken met hun ervaringen uit 2012 (toen Wilders zich als gedoger terugtrok). Nee, ze hebben Paxton gelezen en ‘begrepen’. De elite bij de VVD en het CDA meent dat insluiten van Wilders het risico in zich bergt dat het de weg opent naar hernieuwd fascisme. Door de PVV geen kans op regeringsdeelname te bieden, hopen zij dat de PVV bij in elk geval de 80 procent van het volk dat geen PVV stemde als ongeloofwaardig te boek blijft staan.

Fascisten anno 2017? Wel heel ver gezocht.

Nu denk ik dat Paxton wellicht gelijk had en acht ook ik het goed dat gevestigde partijen geen werkrelatie aan gaan met fascisten. Maar heeft de elite van de VVD en het CDA gelijk? Is de PVV werkelijk een opstap naar fascisme? Zou de PVV werkelijk het ene na het andere democratische principe overboord gaan zetten zodra het daartoe de macht heeft? Wie op die vragen ja antwoordt, snapt echt niets van Wilders c.s. en laat zich leiden door irrationele angst. Angst die gezaaid wordt door juist diegenen die Wilders en zijn Europese bondgenoten telkenmale weer beschuldigen van het handelen in angst.

 

 

Advies aan Wilders: Pik dit niet!

1489850898-MB_20170318_Anti-Racisme_Demo_003

Zeker, vrijheid van meningsuiting vereist incasseringsvermogen. Maar je hoeft niet alles te pikken. De beschuldiging van fascisme moet echt worden weersproken. Ja, dat is verdedigen. Toch is het nodig. En degenen die de beschuldiging uiten moet echt worden duidelijk gemaakt dat zij degenen zijn die fout bezig zijn.

Idem geldt voor de beschuldiging van populisme. En verkeerd populisme. Laat het niet gebeuren, zeker niet in het debat door je opponent. Zeker, die probeert je uit de tent te lokken en te verleiden tot verdedigen. Maar er zijn wel degelijk manieren van verdedigen die worden begrepen en gewaardeerd door de kijker. Laat blijken dat je het een valse aantijging vindt. De beschuldiging negeren en meteen je eigen verhaal weer oppikken wekt bij de kijker de indruk dat je geen weerwoord hebt op de beschuldiging. Dat mag niet gebeuren.

Maak duidelijk hoe vals je tegenstanders bezig zijn. Word je beschuldigd van fascistisch gedachtegoed, merk op dat je blij bent met de gedeelde waarde dat ook zij het fascisme verafschuwen en dat je je vals beschuldigd voelt. Bied zelfs aan er met hun vertegenwoordigers wel over in debat te willen gaan.

Ja, dit zou wel een koerswijziging inhouden. Zoek maar de discussie over die grote woorden. Ga die discussie maar aan met de grootste PVV-haters. Zorg ervoor dat het debat de complete diepte in gaat, sleur ze mee naar minstens 10 meter onder water. Kijken hoe goed ze dan nog kunnen redeneren.

Wie zijn de fascisten van morgen?

WINWORD 27-11-2016 , 00:52:37 Document2 - WordDe fascisten van de toekomst zullen anti-fascisten genoemd worden” of “De fascisten van de toekomst zullen zichzelf anti-fascisten noemen” of “De anti-fascisten zullen de fascisten van de toekomst zijn”. Zeg het maar, welke van de drie is de ware door Winston Churchill gemaakte quote? Het antwoord zal je verbazen: geen van deze drie. Churchill heeft het nooit gezegd, althans er is geen enkel bewijs gevonden, althans dat wordt op meerdere plekken op internet verkondigd, waarbij het wel opvalt dat het gros van die plekken verwijst naar dezelfde bron.

Goed, laten we er maar vanuit gaan dat hij het inderdaad nooit gezegd heeft. Dat is dan wel engszins jammer voor al diegenen die deze quote graag aanhalen wanneer ze weer eens een pestpokkehekelgevoel voelen opkomen over, eigenlijk zonder uitzondering linkse, mensen die een pestpokkehekel hebben aan “fascisten”. Ja, fascisten staat daar bewust tussen haakjes, want zij noemen die mensen fascisten, maar het valt nog maar te bezien of die zeer zwaar beladen term objectief beschouwd terecht was.

Het idee achter de quote zou zijn dat groepen met een fascistisch ideeëngoed sinds WOII wel uitkijken openlijk zichzelf fascistisch te noemen – al was het alleen al omdat ze direct verboden zouden worden – en zich daarom heel anders zullen noemen en zelfs zullen verklaren tégen fascisme te zijn. Met andere woorden, geloof bijvoorbeeld Wilders en Pegida vooral niet op hun woord dat zij tegen het fascisme zijn. Het zijn fascistenwolven in schaapskleren, zo is de les die met name ‘anti-fascistisch links’ ervan maakt.

Maar degenen die de quote het vaakst aanhalen zijn dus degenen die door ‘anti-fascistisch links’ worden beschuldigd van fascisme en zij bedoelen er juist mee dat uitgerekend dat ‘anti-fascistisch links’ – bijv. de AFA (Anti-Fascistische Aktie) – de èchte fascisten van deze tijd zijn. Zij wijzen dan op een aantal kenmerken die je ook in de beschrijving van fascisme ziet voorkomen, zoals de toepassing van geweld tegen ‘de fascist’, ‘de fascist’ het recht op een eigen mening willen ontzeggen en het aandringen op het verbieden van partijen als de PVV en groepen als Pegida.

Voor beide kanten is het een uitgemaakte zaak dat ze zelf het helemaal juist zien en de andere kant het volkomen onjuist ziet. Op dat punt kunnen ze elkaar dus de hand schudden. Ook kunnen ze elkaar de hand schudden waar het gaat om het beeld dat ze hebben van de vijand, namelijk dat het gaat om duivelse types die nergens voor terugdeinzen en waarmee nog niet eens één minuut normaal te praten valt.

Zoals ik het tot nu toe opschreef én indien je meent bij geen van beide groepen te horen, ben je nu waarschijnlijk tot de gedachte gekomen dat de waarheid wellicht ergens in het midden ligt. Ik ga dat niet tegenspreken, althans niet helemaal. Toch is het elke keer weer iets om opnieuw te toetsen. Het zou zomaar kunnen dat een van beide kampen het in een voorkomend geval helemaal bij het juiste eind heeft of er totaal naast zit of het toch wel een beetje goed ziet. Probleem is dat degene die van fascisme beschuldigd is, niet per se zelf beseft dat er inderdaad fascisme op de loer ligt. Ja, zelfs mag je stellen dat de ‘anti-fascist’ die van fascisme beticht wordt inderdaad op de loer liggend fascisme uitdraagt. Immers, ik wees al op een paar facetten van fascisme die door bjjv. de AFA wel heel fanatiek worden uitgedragen in hun activisme.

Fascisme dat op de loer ligt… Een voorbeeld? Vraag iemand naar oplossingen voor het islamvraagstuk. Als die persoon antwoordt dat alle islamitische scholen en moskeeën gesloten moeten worden, dan is het verleidelijk om die persoon tegen te werpen dat dit geen oplossing is omdat zeker het verbieden van die godsdienst tegen de grondwet ingaat.  Als die persoon daarop antwoordt dat dit toch gedaan moet worden en dat hij hoopt dat Geert Wilders daarvoor gaat zorgen, dan wordt al snel geredeneerd dat dit dus nooit langs democratische weg besloten kàn worden (tweederde meerderheid nodig, enzo) en dat het slechts in een fascistoïde land echt werkelijkheid kan worden. Ergo, dat deze persoon en ook Wilders, mocht die idem daarover denken, dùs fascisme goedpraten, dus fascistisch zijn, dus fascisten zijn.

En ja, het zou inderdaad zo kunnen zijn dat die persoon weinig tot niets op heeft met democratie en het liefst ziet gaan gebeuren dat een groep de macht grijpt of na een democratische superwinst snel de grondwet uitholt ten faveure van het fascistisch ideeëngoed. Maar nee, het zou evengoed zo kunnen zijn dat die persoon echt meent dat het langs echt democratische weg geregeld kan worden. Die persoon zal zich hogelijk beledigd, onbegrepen en miskend voelen dra hij beschuldigd wordt van fascisme, en niet ten onrechte. Eventueel zou het fascisme-verwijt kunnen worden omgebogen tot de kritiek dat hij in zijn naïviteit achter echte fascisten aanhobbelt zonder dat door te hebben. Maar ook dat hoeft niet zo te zijn. Pegida is een voorbeeld van een organisatie die er alles aan doet om gezworen fascisten zo snel mogelijk weer te lozen zodra ze zich aanmelden.

Overigens is het volgende een interessante vraag: Is een idee fascistisch of is de weg ernaartoe fascistisch. Toegepast op bovenstaande voorbeeld zou dan de vraag zijn of het willen verbieden van moskeeën fascistisch is, los van de manier waarop daartoe besloten wordt. Ikzelf denk van niet. Ik zie vooral de voorgestane, te bewandelen weg naar zo’n besluit als al of niet fascistisch. Dus als er langs echt democratische weg tot zo’n verbod besloten is, dan was het geen fascisme, maar gewoon democratie. Daar wil ik wel bij aantekenen dat ik me van sommige ideeën niet kan voorstellen dat ze in een echte democratie ooit zouden kunnen worden ingevoerd. Mocht het bijvoorbeeld binnen afzienbare tijd zover komen dat in Nederland wordt besloten dat computers de rechter gaan vervangen, dan kan het haast niet anders of er werd onder het mom van democratie gemeen spel gespeeld door lui die denken het allemaal beter te weten en eigenlijk geen flikker geven om de mening en het oordeelsvermogen van het gepeupel. Dat hoeven trouwens geen fascisten te zijn geweest; er zijn meer vijanden van het democratisch model.