Voor vervolging Wilders is een nieuw wetsartikel nodig

wildersHet OM heeft besloten Wilders te vervolgen en legt de focus op de begrippen racisme en onverdraagzaamheid. Ik vraag me dan af: Wie is of zijn ‘het OM’? Die vraag doet er wel toe, want als ik ‘het OM’ was, dan was er absoluut niet tot vervolging overgegaan. Tuurlijk, ik ben niet een juridisch professional. Maar ik ben wel redelijk op de hoogte van de Nederlandse wet en ik zie geen artikel dat een vervolging rechtvaardigt. Goed, de rechter dan. Het lijkt mij dat ik als rechter de eis al meteen zou afwijzen. Immers, er wordt vervolgd vanwege vermeend racisme. Een onhoudbaar standpunt, want ten eerste zijn Marokkanen niet een (exclusief) ras en ten tweede is Wilders op allerlei momenten er overduidelijk over geweest dat zijn standpunt slechts een deel van de Marokkanen betreft.

Er is echter al een tijdje iets geks gaande. Sommige mensen zijn het begrip racisme steeds verder gaan oprekken. Ze zeggen dat je het niet meer zo letterlijk moet nemen en dat ook anderssoortige groepen dan echte rassen eronder vallen. Overigens bestaan er niet eens rassen, althans volgens de biologen. Er bestaan wel hondenrassen, maar geen mensenrassen, zoiets. Maar volgens mij keken de oorspronkelijke makers van de wetten waarin racisme wordt gedefinieerd er zo niet tegenaan. Die makers hadden wel degelijk een streng idee over rassen. Het lijkt me dat hùn gedachtengoed moet worden gerespecteerd bij het toepassen van zo’n wet. Het kan niet zo zijn dat we hetzelfde wetsartikel zomaar gaan oprekken zodra een zekere groep besluit de definitie van racisme op te rekken. Toch lijkt uitgerekend dat nu te gebeuren.

De nadruk op onverdraagzaamheid is al even opvallend. Immers, onverdraagzaamheid is niet hetzelfde als haat, althans niet in de originele definitie van haat. Maar misschien zijn dezelfde mensen die het begrip racisme zijn wezen oprekken ondertussen ook aan de haal gegaan met het begrip haat?

Goed, stel je voor dat er een wetsartikel geschreven moest worden dat verbiedt wat Wilders gezegd en gedaan heeft, hoe zou het er dan moeten uitzien. Het zou moeten gaan over de burgers van een ander land, over dat we niet min mogen praten over hen, over dat we die mensen moeten verdragen, en zo we dat niet – of niet de hele tijd of niet jegens eenieder van hen – doen, dat we dan in overtreding zijn, dat we dan blijkbaar anderen opjutten om al evenzeer onverdraagzaam te zijn jegens die burgers van een ander land.

Wat mompel je nu? Ah, het ging niet om Marokkanen die in Marokko wonen, maar om Nederlanders die uit Marokko komen? Heel goed. Maar waarom heeft dan al minstens een decennium lang geen enkele journalist een probleem met het benoemen van die medelanders als Marokkanen?? Zou het zo kunnen zijn dat de andere Nederlanders nogal wat reden hebben om niet zozeer te spreken over Marokkaanse Nederlanders, maar simpel over Marokkanen, juist omdat ze waarnemen dat zeer velen van deze medelanders zich nogal weinig aan de Nederlandse cultuur gelegen laten liggen en die van Marokko daarentegen juist van harte omarmen? Ik constateer dat het blijkbaar niet als min wordt gezien dat deze medelanders gewoon Marokkanen worden genoemd.

Terug naar dat nog te vormen wetsartikel. Dat moet dus gaan over de bejegening van burgers van andere landen of afkomstig uit andere landen. Gaan we het algemeen formuleren? Ofwel, mogen we geen enkel ander land min bejegenen? Of gaan we nader specificeren welke landen wel, en welke landen niet min bejegend mogen worden? Dat lijkt mij een probleem op zich. Immers, er kan zomaar iets gebeuren waardoor we op zeker moment het ene land minder leuk gaan vinden en het andere juist leuker. Ah, nu voeg ik een element toe dat er wel degelijk toe doet: Er kan aanleiding zijn om min te bejegenen, maar er kan ook sprake van zijn dat we niet eens meer kunnen aangeven waarom we min bejegenen. Of we zeggen het wel te weten, maar de reden is een slechte, althans naar het idee van sommigen. Kijk, daar gaan we alweer; het is maar net hoe je ertegenaan kijkt, hoe het op jou uitstraalt. Wat volgens de ene persoon een terechte afwijzing is, blijkt voor de andere persoon een onterechte te wezen. Tsja, daar hebben we dan de rechter voor, zegt menigeen vervolgens. Maar waarom toch mag één persoon – of desnoods een groepje van vier personen – uitmaken wie er gelijk heeft? Ho wacht, zegt dan weer menigeen. Dat doet die rechter op basis van de wet. Prima, maar staat het dan zo precies in die wet wie er gelijk heeft?? Ik dacht het niet, al was het alleen maar omdat we dat artikel nog moeten schrijven.

Ikzelf vind dat bepaalde Nederlanders nogal min praten over Israëliërs, en dan druk ik mij eufemistisch uit. Ze willen Israël zelfs boycotten, zo haten ze haar burgers. Ik stel me voor dat deze Nederlanders eigenlijk vinden dat er minder Israëliërs moeten wonen tussen ons. Ze zullen dat natuurlijk niet zeggen, maar ze kunnen dat evengoed wel denken. Gaan we erover denken ook strafbaar stellen? Nou, zo zal menigeen zeggen, dan wordt het wel heel moeilijk om te handhaven. Dat is zeker waar, maar het gaat om principes, toch? Ik vermoed echter dat die mensen het zelfs zouden mogen zèggen in het openbaar zonder dat er aangiftes tegen hen gedaan zullen worden, simpelweg omdat de aanhoorders zo’n uitspraak gewoon niet serieus zouden nemen. Als dat waar is, zou het dan zo kunnen zijn dat Wilders wordt vervolgd omdat zijn uitspraak wèl serieus wordt genomen en daarom als bedreigend wordt ervaren? Dus, naarmate een sentiment heviger heerst is het eerder verboden deze te uiten? Wilders zelf gebruikte als voorbeeld niet de Israëliërs, maar de Canadezen; Als er veel Canadezen hier nare dingen zouden doen, zou hij zonder meel in de mond hen daarop willen aanspreken, zo stelde hij tegenover de Rijksrecherche.

Dan de context. De minderminderminder uitspraak van Wilders is in een zekere context inderdaad uit te leggen als onverdraagzaam en min denkend over Marokkanen in het algemeen. Echter, die context is uit de duim gezogen. Wie 22 maart 2014 de moeite heeft genomen om Wilders’ uitleg van de dag eerder tot zich te nemen, kon niet anders dan toegeven dat de context er niet eentje was van onverdraagzaamheid en min denken. (Klik hier voor die persverklaring.) Het wetsartikel dat we hier aan het voorbereiden zijn zal de context echt in de beoordeling moeten betrekken. Het kan niet zo zijn dat de uitspraak op zich al strafbaar is, ongeacht de context, toch?! Toch?!

Dan nu mijn voorstel van het nieuwe wetsartikel, waarvan ik toch mag aannemen dat het de Tweede Kamer, laat staan de Eerste Kamer, nooit zal passeren. Eerst even het wetsartikel waarop de vervolging nu gestoeld wordt. Met name het vetgedrukte wordt tegen Wilders gebruikt.

Artikel 137d Wetboek van Strafrecht:

1. Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, aanzet tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun geslacht, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.

Dan nu het nieuwe wetsartikel:

Hij/zij die in het openbaar – mondeling, schriftelijk of afbeeldend – naar het idee van minimaal 6400 medelanders onverdraagzaamheid uitstraalt en/of onverdraagzaamheid bij andere burgers bevordert jegens burgers van een ander land of Nederlandse burgers afkomstig uit een ander land, ongeacht de context en ongeacht of het een deel van hen of allen betreft, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of een geldboete van de derde categorie.

Advertenties

De selectieve perceptie omtrent haatzaaien en hetze

Het was een bijzondere week waarin twee groepen burgers lijnrecht tegenover elkaar stonden. De ene groep verweet Wilders haat te zaaien, de andere groep verweet de media een hetze tegen Wilders te voeren. En in het kader van die tegenstelling vlogen aanverwante beschuldigingen over en weer. Wat langzaam tot me doordrong is dat beide groepen er eigenlijk niet in slagen om zich in te leven in de andere groep. Beide proberen de andere te laten inzien wat er krom is aan de redeneringen van de andere, blijkbaar zonder ook maar enig succes.

Degenen die Wilders haatzaaien verwijten blijven volharden in die mening, in weerwil van elke uitleg die Wilders heeft gegeven; het is alsof ze òf er niet naar hebben geluisterd, zelfs niet na aandringen, òf dat de uitleg het ene oor ingaat en het andere oor uit. Als je vraagt wat Wilders nou eigenlijk aan uitleg gegeven heeft, blijft het steeds verbijsterend stil of er volgen ronduit onjuiste uitspraken; men blijkt het gewoon niet te weten.

Idem snappen deze mensen er niets van als je hen wijst op “de hetze door de media”, dat die het idee van het haatzaaien door Wilders de afgelopen week in grote eendracht hebben verkondigd in grote gelaagdheid, van grof geschut op de voorpagina’s tot en met geniepige diskwalificaties in columns en ‘kleiner nieuws’ die een langzame, maar efficiënte karaktermoord beogen.

Daar kan de schijnbare ongevoeligheid van de Wilders-verdedigers tegenover gesteld worden; ongevoelig voor de stelling dat Wilders haat zaaide met zijn minder-Marokkanen uitspraak. Zij snappen werkelijk niet waar al die mensen zich toch zo druk over maken. Immers, het is toch overduidelijk dat Wilders niet bedoelt dat alle Marokkanen het land uit moeten?! Mensen moeten gewoon goed luisteren en lezen. Ook snappen ze maar niet dat die anderen de hetze niet zien; ook die is toch immers overduidelijk?!

Selectieve waarneming, dat zal het zijn. Of misschien beter: selectieve perceptie. Het Engelse perception mag weliswaar vertaald worden met waarneming, maar het heeft toch een wat bredere betekenis. Bij waarneming denken we vooral aan waarnemen met de zintuigen. Bij perceptie gaat het bovendien om interpretatie, om hoe we iets opvatten. Wat maken we ergens van. Laten we vasthouden aan het spelende voorbeeld (voorbeeld, want het is alom toepasbaar) van Wilders als die zich tot zijn zaal richt en zegt: “met minder lasten en als het even kan wat minder Marokkanen”. Bij blijkbaar veel mensen gaat op zo’n moment in het hoofd een alarmbelletje af: “Tsje, wat onbeschoft nou weer”, denken ze dan. Anderen ervaren het volstrekt niet zo, bij hen gaat dat alarmbelletje dus niet af. Dit is bij beiden een kwestie van selectieve perceptie. Nu zou dat alarmpje vanzelf zijn gedoofd als er niet een horde journalisten was geweest die besloot groot alarm te slaan. Bij andere politici lokte deze horde genoeg uitspraken uit om de bladen, radio en tv dagenlang mee te vullen: Een hetze, zo ervoer nu opeens juist de ‘andere’ groep. Dit keer ging er dus juist bij hen een alarmbelletje af, en dat terwijl ditzelfde alarmbelletje volstrekt niet afging bij de eerder genoemde groep. Selectieve perceptie bij beide groepen.

Is selectieve perceptie altijd onjuist? Natuurlijk niet. Er zijn eigenlijk een paar mogelijkheden. De perceptie zou kunnen berusten op juiste waarnemingen, interpretaties en argumentatie. Idem zou dat niet het geval kunnen zijn. Om het nog ingewikkelder te maken, het zou ook deels kunnen kloppen en dus deels onjuist kunnen zijn. Is het selectief niet-percipiëren altijd onjuist? Natuurlijk niet. Ook in dat geval kan het kloppen dat er iets niet werd waargenomen of opgevat, omdat het nou eenmaal niet gebeurde of zus-en-zo bedoeld was. Of het wordt objectief beschouwd ten onrechte niet waargenomen en opgevat. Of het klopt deels wel en deels niet.

Zie daar het dilemma: Je kan mensen die selectief percipiëren niet bij voorbaat ongelijk of gelijk geven. Je zal je echt per geval in de materie moeten verdiepen om er zo’n uitspraak over te kunnen doen. Maar dan moet zo’n oordeel wel gegeven worden door iemand die in staat is om zich in beide ‘kampen’ te kunnen inleven, teneinde beide percepties te kunnen ervaren. Dat vereist empathie voor beide groepen, dubbele empathie die binnen beide groepen nu juist per definitie blijkt te ontbreken. Ook na een hele week elkaar de maat nemen lijken de mensen binnen de groepen geen centimeter naar elkaar te zijn opgeschoven. Sterker, de kloof tussen beiden lijkt alleen maar te zijn verdiept.

Empathie lijkt me in deze een sleutelwoord. Ik dacht altijd dat met name het linkse deel van de mensheid daarin goed was. Maar het besef is bij me doorgedrongen dat dit helemaal niet waar is. Het linkse deel blijkt voornamelijk empathie te hebben voor het eigen deel van de samenleving. De opvattingen van het andere deel, zeg maar van rechts, worden gezien als fout-fout-fout. Dat er evengoed weleens een redelijke argumentatie achter zou kunnen zitten wordt niet geloofd; de empathie ontbreekt ten enenmale. En andersom? Ik zit momenteel zelf in een transitie. Ik kom overduidelijk uit het linkse deel. Het hele denken aldaar is me met de paplepel ingegoten. Wat me aan mezelf opvalt is dat ik steeds meer moeite heb om me in de perceptie van links in te leven, een perceptie die vroeger mijn eigen identiteit bepaalde. Mijn empathisch vermogen ervoor lijkt weg te ebben. Daar staat echter tegenover dat mijn empathie voor de perceptie van rechts sterk toeneemt, terwijl ik die vroeger volstrekt niet had, zo besef ik tegenwoordig. Ben ik dus verrechtst? Het lijkt onontkoombaar dat te concluderen, maar ondertussen staat allerlei van oorsprong links gedachtengoed bij mij nog steeds midden op mijn netvlies. Sterker, ik meen dat gedachtengoed beter in de gaten te houden dan de meeste linkse rakkers. Wat te denken van de rechten van homo’s en vrouwen, die links echt te gemakkelijk heeft laten ondermijnen door de islam. Ook denk ik dat de historische linkse politici, denk aan Drees, hun hoofd zouden schudden bij het aanschouwen van het gedachtengoed in de hedendaagse PvdA, ware ze niet dood. De oorspronkelijke idealen zijn voor mij niet meer herkenbaar bij die partij. Kortom, ja, ik ben verrechtst, maar ik ben niet anti-links geworden. Wel heb ik niet langer binding met de politici die zich tegenwoordig het predikaat links hebben toegeëigend.

En hoe zit het met jou? Hoe zit het met jouw empathie? Hoe zit het met jou perceptie?