Socialisten aller landen, verzet de bakens!

We schreven 2017 en de socialistische ideologie bleek uiteindelijk toch gestoeld op een foute aanname: Dat alle socialisten alle lasten en lusten eerlijk met iedereen willen delen.

Ja, dat wilden ‘socialisten’ wel, zolang ze zelf aan de verkeerde kant van de verdeling stonden. En ja, dat wilden ook wel sommigen die aan de goede kant van de verdeling stonden. Met name die laatsten geloofden oprecht in dat idee. Niet helemaal onlogisch dat juist uit die kring nogal wat socialistisch kader werd geworven. Het waren de ware gelovigen in het socialisme.

Tot ver in de twintigste eeuw was de groep die aan de verkeerde kant van de verdeling stond erg omvangrijk. Logisch dat in die tijd de socialistische partijen zo groot werden; er viel veel te halen. Ook al niet verwonderlijk is het dat socialisten daardoor gingen denken dat deze ideologie helemaal goed in elkaar stak. Maar helaas, van degenen die destijds stemden op socialistische partijen zijn er nogal wat die het roer hebben omgegooid. Waarom?

Stel je voor dat …

Nu volgt een gedachtenexperiment dat enig inlevingsvermogen vereist. Hoewel, wie de ontwikkelingen een beetje heeft gevolgd hoort er geen moeite mee te hebben. Klaar?

Stel je een land voor waar mensen eindelijk niet langer gebukt gingen onder uitbuiting door anderen. Er was een evenwicht bereikt en alle burgers deelden de lusten en lasten nu gelijk. Niks aan het handje, doel van de socialisten bereikt, iedereen tevreden, klaar. Echter, toen bleek er het idee in het socialistisch kader te hebben postgevat dat er ook nog anderen in de wereld waren die nog steeds aan de verkeerde kant van de verdeling vielen. En dat kader besloot dat socialisten ook voor die mensen moeten opkomen. Zo geschiedde. Een deel van de mensen uit dat buitenland werd zelfs hartelijk welkom geheten in deze geëgaliseerde samenleving. Dat ging zeker in het begin zo op het oog goed, maar er ontstond gaandeweg ook onbehagen bij zekere burgers. Eerst wisten die nog niet waar dat onbehagen vandaan kwam. Pas later werden ze er bewust van dat zij mede voor allerhande nieuwe kosten moesten opdraaien en dat hun eigen sociale en economische situatie er traag, maar gestaag, op achteruit ging. Die nieuwe kosten waren niet onlogisch, want ook die van buiten komende mensen moesten gehuisvest worden, te eten krijgen, geld krijgen om sociaal mee te doen, onderwijs krijgen, noem maar op. Het bleek zelfs te gaan om een flinke concurrentie op de arbeidsmarkt, met name aan de onderkant. Steeds meer mensen legden intuïtief een verband tussen het een en het ander en besloten niet langer op de socialistische partijen te stemmen. De meesten konden niet eens precies beredeneren hoe dat verband in elkaar stak. Het was meer hun intuïtie dàt er iets mis was met het socialisme of in elk geval met de wijze waarop dat socialisme werd gepraktiseerd door de socialistische partijen. Een deel meende dat het aan de praktisering lag en bleef zich nog wel socialist voelen, terwijl anderen echt afhaakten omdat zij meenden dat het aan de ideologie zelf lag. Die laatsten waren lang niet altijd goed te onderscheiden van die eersten, want het viel zeker in de eigen kringen niet mee om toe te geven dat je het socialisme de rug had toegekeerd. In elk geval stemden velen ‘deze keer’ op een niet puur socialistische partij, zogenaamd of hoegenaamd uit protest. Zogenaamd als ze er niet voor uit de kast durfden te komen, hoegenaamd als ze het zelfs voor zichzelf niet durfden toe te geven. ‘Deze keer’ werd bij de volgende verkiezingen ‘ook deze keer’ toen duidelijk werd dat aan de socialistische praktisering nog geen steek veranderd was. Ondertussen waren er ook de nodige intellectuelen opgestaan die het intuïtieve gevoel wisten te voorzien van redeneringen. Het onderbewuste gevoel werd meer en meer aangevuld door een bewuste en rationele rede. Ook waren er concurrerende politici opgestaan die een alternatief aanboden dat wèl inspeelde op hun onbehagen. Ten langen leste werd het een chronisch afhaken en overlopen naar die andere politici, want de socialistische kaders bleven doof en blind voor de kritiek van die intellectuelen en concurrerende politici.

Daarmee lieten al die voormalige ‘socialisten’ de socialistische kaders flink in de steek. Kaders die telkens weer verongelijkt riepen dat ze het verhaal blijkbaar nòg beter moesten uitleggen en dat ze zouden gaan zoeken naar nieuwe manieren om tegenover elkaar staande bevolkingsgroepen toch weer te verbinden.

De blik moet anders gericht worden

Dat ‘stel je een land voor’ had eigenlijk wel weg gekund, toch? Iedereen met een realistische kijk snapt dat dit gedachtenexperiment de werkelijkheid anno 2017 redelijk beschrijft. Die kaderleden zijn echt blind en doof gebleken. Ze hadden allang kunnen zien dat de egalisering zo’n beetje op orde was. Er was nog slechts op punten winst te boeken. Vanaf dat moment hadden de socialisten vooral moeten bestendigen. Bestendigen is het ervoor waken dat er niet opnieuw onterechte ongelijkheid ontstaat. En de blik had daarbij naar de eigen bevolking gericht moeten zijn. Voor zover de blik op de grenzen gericht was, had men moeten opletten of er bedreigingen aan de poort verschenen. Van veel ‘progressieve acties’ had men moeten erkennen dat ze voor de tegenwoordige tijd te radicaal zijn en dat mensen er niet langer warm voor lopen.

Socialisten moeten ophouden voor iedereen in de hele wereld te willen opkomen. Socialisten moeten de groepen waarvoor ze opkomen zeer duidelijk definiëren. En die groepen moeten altijd beperkt en overzienbaar zijn, uit eindige aantallen bestaan. Gestelde doelen, ook langetermijndoelen, moeten haalbaar en betaalbaar zijn. En er moet worden gewerkt vanuit het besef dat ook hùn kiezers eerst en vooral het eigen belang veilig gesteld willen zien.

De wereld is niet van iedereen

Dè denkfout van hedendaagse kaderleden van socialistische partijen is dat deze ideologie geschikt zou zijn voor de hele wereld. Nee dus. Wie dat toch blijft denken, maakt zich ook nog eens schuldig aan moreel imperialisme. De wereld is niet van iedereen.

Volkeren moeten zelf kunnen bepalen hoe ze hun samenleving willen vormgeven. Laat alle landen zorgen voor de eigen bevolking en laat landen onderling met elkaar concurreren. Weliswaar op eerlijke gronden, maar zonder elkaar iets gratis te geven op basis van vermeende (bijv. historische) rechten. Hooguit kunnen we internationaal helpen als gunst, nooit vanwege een vermeend recht. Zien we dingen in andere landen gebeuren waar we zo het onze van denken? We kunnen kritiek leveren, maar moeten blijven beseffen dat verandering eerst en vooral vanuit die bevolking zelf moet komen. Zien we onderdrukking? Wordt er een beroep op ons gedaan door onderdrukten? We kunnen hulp overwegen, maar moeten ervoor zorgen dat die hulp de eigen samenleving niet aantast en moeten het alleen maar incidenteel en als gunst verlenen. Helpen mag dus nooit vanzelfsprekend en chronisch worden. En we moeten nooit accepteren dat de hulpvragers hulp claimen als een recht. Zijn er vluchtelingen vanwege oorlog? Bied als land, liefst in samenwerking met andere landen, de helpende hand door tijdelijk lokale opvang te regelen of desnoods tijdelijke opvang in een apart gebied in eigen land, met bed, bad, brood en wat onderwijs voor de kinderen, maar houd het sober.

Arme landen

Het ene land heeft meer rijkdom in de grond zitten, het andere land heeft een technologische voorsprong, enzovoort. Sommige landen hebben verdomd weinig. Maar als een land onvoldoende te bieden heeft aan zijn bevolking, dan moet die bevolking serieus overwegen zichzelf in te dammen, met geboortebeperkende programma’s dus. Idem moet een land zorgen voor zijn eigen gezondheidszorg. Medische hulp vanuit rijke landen mag niet losstaan van geboortebeperkende programma’s, juist om armoe van volgende generaties te voorkomen. Ook kan een land, zeker een arm land, niet volstaan met goede scholing. Echt werk op niveau is belangrijk. Onderwijs in een land zonder werkgelegenheid is vragen om problemen. Bij de jeugd zal het frustratie kweken, wat uiteindelijk leidt tot onvrede, opstand en oorlog. Dus onthoud, ook of juist voor arme landen geldt: Nòg belangrijker dan opleiding is werk. Véél belangrijker zelfs.

De bakens moeten worden verzet

Socialisten zullen de bakens moeten verzetten. Een van die bakens is het idee dat het haalbaar is een wereld te scheppen waar iedereen gelijke kansen en rechten heeft. Gelijke kansen en rechten zijn hooguit mogelijk binnen zekere grenzen. Hopelijk is het een kwestie van een iets andere interpretatie van socilalisme, maar mocht dit aanpassing van de ideologie zelf vereisen, dan moet dat maar. Socialisten aller landen, verzet die bakens!

Advertenties

Wie is bereid tot onderhandelen over een onsje racisme?

feyenoord wordt kampioen

Feyenoord wordt kampioen en het wordt ze gegund.

In Nederland krijgen Geert Wilders’ aanhangers geen deel van de taart en straks ook die van Marine Le Pen niet. Ondanks een ruim percentage aanhang zorgt het resterende meerderheidspercentage van de aanhang van andere partijen ervoor dat het ruime percentage toch niet leidt tot ook maar enige regeringsinvloed. Dat kan niet anders dan fout aflopen, op den duur. Zo betoogt ook Martin Sommer.

Aflossing van de wacht

In de tweede ronde van de presidentsverkiezingen gaan gezworen opponenten van Macron (ik zou het haast vijanden durven noemen) toch op hem stemmen, met geen andere reden dan te voorkomen dat die afschuwelijk enge Marine Le Pen presidente wordt. (Het zou trouwens in Frankrijk voor het eerst een vrouw zijn, wat hebben die Fransen tegen vrouwen?)

Sommer probeerde zich te herinneren of dat altijd al zo ging en concludeert dat er toch wel wezenlijk iets veranderd is.

Sommer:“De oude politieke partijen zijn dood of doen alsof ze nog leven. Zij hadden een samenhangende ideologie. Bij links was dat gelijkheid en bescherming, bij rechts vrijheid en economische voorspoed. Bij het democratische partijensysteem hoorde de bereidheid tot aflossing van de wacht. Er was wederzijdse afkeer, maar geen haat. En iedereen kwam van tijd tot tijd aan de beurt voor een stuk van de taart.” (mijn vet)

Nu kan je je afvragen of het echt nieuw is. Immers, we herinneren ons nog goed hoe Janmaat werd buitengesloten van zo’n beetje alles behalve de toegang tot de Tweede Kamer. Daarvòòr was het de Boerenpartij en historici zullen vast het nodige weten te vertellen over weer eerdere partijen die werden buitengesloten. Zo overkwam het ook de NSB toen de moffen nog niet waren binnengevallen. Dat alles neemt niet weg dat er een kern van waarheid schuilt in Sommer’s opmerking dat ons partijensysteem in wezen ‘bereidheid tot aflossing van de wacht’ in zich droeg. Zo’n aflossing van de wacht leidde wel elke keer weer tot gemor, maar niet of nauwelijks tot haat of ondergrondse activiteiten. Ik denk dat we het in ons hart eigenlijk wel zo gezond vinden om de regeringsmacht eens in de zoveel tijd te laten circuleren tussen grote groepen. (Ik moet nu denken aan Feyenoord. Amsterdammers hebben er vast de smoor over in dat Ajax dit jaar geen kampioen wordt. Toch denk ik dat ook zij het kampioenschap in hun hart dit keer best wel gunnen aan Rotterdam.)

Eigenbelang

Maar Sommer schreef nog meer dat van belang is:

Antiracisme heeft de plaats ingenomen van klassenstrijd, moraal die van het belang. Dat betekent dat er geen ruimte meer is voor compromissen. Een onsje minder racisme bestaat immers niet. De overheid heeft het bewaken van de zielen overgenomen van de kerk – géén discriminatie is geloofsartikel 1.” (mijn vet)

Kennelijk beziet Sommer de klassenstrijd als een belangenstrijd en ik kan die redenering goed volgen. De mensen in de diverse (vroegere) klassen verschilden niet zozeer in hun moraal, maar kwamen voornamelijk op voor hun eigenbelang. Vooral dàt – het eigenbelang – verdeelde hen in links en rechts. Dat gold dan voor zowel de klasse van de kapitalistische fabriekseigenaar als voor de arbeidersklasse. Wat tegenwoordig in nette cao-onderhandelingen plaatsvindt werd destijds op iets minder nette wijze gedaan, dus met gebalde vuist en dreigende taal. Daar kwam dan uiteindelijk een onderhandelingsresultaat uit waar beide partijen water bij de wijn hadden gedaan. Waarna allen het glas hieven, al was dat niet altijd mèt elkaar, en weer doorgingen alsof er niets aan de hand was. Mogelijk doe ik met deze gekscherende schets de destijdse werkelijkheid onrecht, maar het is waar dat compromissen uiteindelijk mogelijk bleken, al meenden de nodige ideologisch gedreven personen (denk aan socialisten, maar nog veel meer aan communisten) dat een totale moraalomslag een vereiste was. Wellicht was het de grote verdienste van de sociaaldemocraten dat zij de marxistische ideologie niet verabsoluteerden en zodoende de mede-uitvinders van het 20e-eeuwse polderen konden worden.

Wanneer onderhandelingen falen

Maar nu. Nu zijn de grenzen tussen de traditionele ‘klassen’ flink vervaagd. Er is in elk geval geen duidelijke arbeidersklasse meer. Teveel mensen kennen voorbeelden van anderen uit de eigen omgeving die wel degelijk van een dubbeltje een kwartje werden. Teveel mensen hebben nu zelf zoveel luxe om zich heen verzameld dat het voor hen moeilijk is geworden met gebalde vuisten op te stomen naar de poort van de fabriek; er staat teveel op het spel; zie wat er gebeurde met de werknemers van Air-France die de directeur personeelszaken het overhemd van het lijf rukten; zij werden ontslagen en kregen géén werkloosheidsuitkering. Er zijn nu andere grenzen die mensen scheiden. Bovendien zijn mensen nu lid van meerdere groepen.

Neem de groep die opkomt voor het milieu. Ze zijn te vinden in alle ‘klassen’, zo die nog herkenbaar zijn. Of neem de groep die zich keert tegen de huidige massale immigratie. Ook die zijn in alle lagen te vinden. Sommer stelt dat de tegenwoordige tijd geen belangenstrijd meer kent. Zo absoluut is het niet, maar het lijkt er wel een beetje op. Immers, wie voor het milieu opkomt, gaat niet zozeer voor het eigen belang. Idem geldt voor wie tegen de massale immigratie is. Dat neemt niet weg dat er nog evengoed onderwerpen zijn die een (eigen)belang betreffen en wel degelijk opgelost kunnen worden met een compromis. Denk aan de gaswinning in Groningen. ‘Een beetje minder gaswinning dan? Nou, vooruit. Graag ook nog een beetje financiële tegemoetkoming? Ach, moet kunnen, de financiële crisis is voorbij, dus er zijn vast wel wat centen over. Wat zegt u? Is de crisis voorbij? Graag dan wel heel veel meer geld voor het leed van de Groningers, ja!’

Maar Sommer heeft gelijk, andere onderwerpen lijken zich maar niet te lenen voor compromissen en juist die onderwerpen verdelen het land tot op het bot. De migratie is er eentje, het al of niet vermeende racisme van de autochtoon een andere. Om een of andere reden nemen de ‘anti-racisten’ maar geen genoegen met wat minder racisme. En anderzijds voelen degenen die, hier in Nederland, beschuldigd worden van racisme zich zwaar onterecht ervan beschuldigd. (Ze kunnen inderdaad geen pro-racisten genoemd worden.) Twee groepen die ieder hun eigen waarheid in hun eigen bubbel beleven. En die ieder de andere groep zijn gaan haten vanwege de zware beschuldigingen. En het hele mechanisme van polderen blijkt gewoon niet te werken. Beide zijden zijn daar gefrustreerd over. En beide partijen halen er de moraal en filosofie bij. Beide partijen worden zodoende overwoekerd door ideologie. Of eigenlijk, beide partijen delen een typisch Nederlandse waarde: “Ik zal niet over me laten lopen”.

De sociaaldemocraten maakten het destijds mogelijk om hier de klassenstrijd in goede banen te leiden door de marxistische ideologie niet te verabsoluteren. Wie gaan zulks bereiken voor de racismestrijd? En hoe gaan we het migratievraagstuk oplossen? Wie gaan erin slagen groepen te laten onderhandelien over ‘een onsje minder racisme’ en dat beide kampen vervolgens het glas heffen over het bereikte? En zijn er mensen die mogelijkheden zien om absolute tegenstanders van massale immigratie toch zover te krijgen dat ze akkooord gaan met ‘heel veel minus een beetje’ immigratie? Misschien de sociaaldemocraten van de PvdA? Hmm, ik denk dat die uiteindelijk toch te partijdig zijn en bovendien op die onderwerpen alleen gaan voor het volle pond. Dat gaat dus niks worden.

Het Europees Hof steunt bedrijf dat neutraliteit wil, maar gaat lang niet ver genoeg

DISCLAMIER – LET OP! DIT IS EEN ESSAY OMWILLE VAN DISCUSSIE!

Een bedrijf mag onder voorwaarden van een werknemer vragen geen hoofddoek te dragen, zo besliste het Europees Hof van Justitie afgelopen dinsdag.

De zaak was aangespannen door de Belgische moslima Samira Achbita. Zij werkte al een aantal jaar als receptioniste bij een bedrijf en begon toen opeens een hoofddoek te dragen. Omdat zij niet inging op aanwijzingen om de hoofddoek weer af te doen, werd zij ontslagen. Het bedrijf wilde niet dat het personeel ‘religieuze, politieke of filosofische tekenen’ zichtbaar uitdraagt.

albert_heijn

Klik op deze foto om te lezen hoe de Belgsiche regering halverwege 2016 over de door Samira aangespannen zaak dacht. De regering vond het een geval van directe discriminatie en zal nu dus wel ontevreden zijn met de uitspraak.

Wel stelde het Hof dat zo’n aanwijzing vereist dat de werknemer er vooraf mee heeft ingestemd, waarbij een mondelinge of terloopse instemming onvoldoende is. Dit impliceert dat een bedrijf op de proppen zal moeten komen met een te ondertekenen verklaring. Een bedrijfsreglement waarnaar wordt verwezen in het arbeidscontract is ook voldoende.

Deze uitspraak lijkt winst voor wie iets tegen bijvoorbeeld hoofddoeken op de werkvloer heeft, maar helaas mag de uitspraak niet op die manier worden uitgelegd. Het mag alleen als er door het bedrijf neutraliteit mee wordt beoogd en dat het dus ook geldt voor uitingen van andere religies en zelfs politieke standpunten, ideologieën of filosofieën. Daarmee is de uitspraak alsnog een waardeloze geworden in de ogen van degenen die hun werkvloer willen vrijwaren van specifieke personen die specifieke standpunten uitdragen.

Neutraliteit

Jeroen Temperman, hoofddocent internationaal publiekrecht aan de Erasmus Universiteit, vindt het een ‘verstrekkend arrest’. Hij wijst erop dat het Hof het neutraliteitsideaal van de staat toepast op bedrijven. “Dat de staat een neutraal en seculier imago nastreeft voor publieke functies zoals rechters valt te rechtvaardigen. Maar dat het Hof dit neutraliteitsideaal oprekt naar de private sector lijkt me onwenselijk. We leven in een pluralistische samenleving, waarin het logisch is dat een bedrijf de maatschappij weerspiegelt.” Dit lijkt me toch echt een denkfout van de beste man, universitair of niet, deskundige of niet. Wat is er logisch aan dat we de overheid verplichten neutraliteit na te leven en de bedrijven verplichten neutraliteit juist na te laten? De vraag stellen lijkt me hem beantwoorden. Als een bedrijf neutraliteit wenst uit te stralen, dan moet het bedrijf daartoe in staat worden gesteld. Als dat betekent dat sommige mensen zich daarna niet meer vrij voelen om er te solliciteren, is dat een probleem van die mensen, niet van het bedrijf.

Weren van zekere religies of ideologieën

Maar ik zou het verder willen doortrekken. Ik vind dat elk bedrijf, groot én klein, het recht heeft om een niet-neutraal personeelsbestand na te streven. Ik vind dat het een bedrijf, groot of klein, vrij staat om reeds in de personeelsadvertentie aan te geven dat het geen sollicitaties in behandeling neemt die getuigen van een zekere en openlijk uitgedragen religie of ideologie.

\Let op, ik pleit hier dus niet voor racisme of discriminatie inzake eigenschappen waaraan het individu niets kan doen. Huidskleur, afkomst, sekse en – wat mij betreft – seksuele geaardheid zijn zulke eigenschappen. De keuze voor een zekere religie of ideologie is wel vrijwillig gemaakt, al besef ik dat het moeilijk kan liggen als je in een zekere gemeenschap bent geboren en opgegroeid en de sociale druk in die gemeenschap zo enorm groot is dat het in de praktijk niet of amper lukt je te onttrekken aan de religie en/of ideologie van die gemeenschap. Kortom, er is een grijs gebied tussen voldongen en niet te veranderen eigenschappen enerzijds en vrijwillige keuzes anderzijds.

Zeker voor de eigenaar van een klein bedrijf kan het heel moeilijk liggen om personeel te hebben dat een religie of ideologie uitdraagt waar die eigenaar juist van gruwelt.

Berufsverbote

Ik besef dat dit kan neerkomen op Berufsverboten op microschaal en dat het zich ook kan keren tegen bijvoorbeeld mijzelf; mijn werkgever zou kunnen betogen dat het van mij af wil vanwege mijn politieke voorkeur.

Om het weren van mensen niet al te gemakkelijk te maken, moeten er wel aanvullende regels zijn. Ten eerste moet het gaan om openlijke uitingen van zo’n religie of ideologie. Hierboven onderstreepte ik die voorwaarde al, door het te hebben over ‘openlijk uitdragen’. Ten tweede moet er toch wel enige relatie bestaan met de aard van de werkzaamheden. De werkgever zal dus wel degelijk moeten beargumenteren wat er dan wel zo problematisch aan dat openlijk uitdragen is. De huidige wet biedt al enige ruimte om bij het werven van personeel te ‘discrimineren’. Maar in tegenstelling tot wat de wet nu op dat punt aan mogelijkheden biedt, vind ik ook het argument dat het de eendracht onder het personeel raakt een geldige.

Judenrein

Dit alles gezegd hebbende wil ik ook de kanttekening plaatsen dat bedrijven, groot én klein, er dan wel open over moeten zijn en niet slechts naar wie er expliciet een vraag over stelt. Stel je hebt een banketbakkerszaak en je wilt echt geen hoofddoekjes bij je personeel zien, dan verwacht ik wel dat dit openlijk wordt toegegeven. Nu zal menigeen meteen het schrikbeeld voor zich zien opdoemen van winkels die “Judenrein” op een bordje hadden. Bedenk echter dat je er ten eerste niets aan kan doen jood te zijn, dus dat zoiets verboden is en blijft, en dat het ten tweede alleen mag gaan om het openlijk uitdragen. Dus als er al een bordje is, dan zal daar hooguit mogen staan dat er met het joodse personeel is afgesproken dat er geen keppeltjes worden gedragen. Wat ideologie betreft is een openlijke verklaring iets lastiger. Er is immers een wet op de privacy. Het lijkt me niet logisch dat er bordjes verschijnen met de tekst dat het pvv-personeel in de winkel niet zal praten over politieke onderwerpen. En tenslotte kan een restrictief personeelsbeleid zich ook juist keren tégen het bedrijf, groot of klein. Ondernemers zijn uiteraard gebrand op klanten en zullen zich wel twee keer bedenken alvorens te kiezen voor een restrictief personeelsbeleid.

Niet mee eens? Reageer maar. Juist wel mee eens? Betuig maar je steun. Gaat het je nog lang niet ver genoeg? Schrijf maar op in je reactie.

Wie zijn de fascisten van morgen?

WINWORD 27-11-2016 , 00:52:37 Document2 - WordDe fascisten van de toekomst zullen anti-fascisten genoemd worden” of “De fascisten van de toekomst zullen zichzelf anti-fascisten noemen” of “De anti-fascisten zullen de fascisten van de toekomst zijn”. Zeg het maar, welke van de drie is de ware door Winston Churchill gemaakte quote? Het antwoord zal je verbazen: geen van deze drie. Churchill heeft het nooit gezegd, althans er is geen enkel bewijs gevonden, althans dat wordt op meerdere plekken op internet verkondigd, waarbij het wel opvalt dat het gros van die plekken verwijst naar dezelfde bron.

Goed, laten we er maar vanuit gaan dat hij het inderdaad nooit gezegd heeft. Dat is dan wel engszins jammer voor al diegenen die deze quote graag aanhalen wanneer ze weer eens een pestpokkehekelgevoel voelen opkomen over, eigenlijk zonder uitzondering linkse, mensen die een pestpokkehekel hebben aan “fascisten”. Ja, fascisten staat daar bewust tussen haakjes, want zij noemen die mensen fascisten, maar het valt nog maar te bezien of die zeer zwaar beladen term objectief beschouwd terecht was.

Het idee achter de quote zou zijn dat groepen met een fascistisch ideeëngoed sinds WOII wel uitkijken openlijk zichzelf fascistisch te noemen – al was het alleen al omdat ze direct verboden zouden worden – en zich daarom heel anders zullen noemen en zelfs zullen verklaren tégen fascisme te zijn. Met andere woorden, geloof bijvoorbeeld Wilders en Pegida vooral niet op hun woord dat zij tegen het fascisme zijn. Het zijn fascistenwolven in schaapskleren, zo is de les die met name ‘anti-fascistisch links’ ervan maakt.

Maar degenen die de quote het vaakst aanhalen zijn dus degenen die door ‘anti-fascistisch links’ worden beschuldigd van fascisme en zij bedoelen er juist mee dat uitgerekend dat ‘anti-fascistisch links’ – bijv. de AFA (Anti-Fascistische Aktie) – de èchte fascisten van deze tijd zijn. Zij wijzen dan op een aantal kenmerken die je ook in de beschrijving van fascisme ziet voorkomen, zoals de toepassing van geweld tegen ‘de fascist’, ‘de fascist’ het recht op een eigen mening willen ontzeggen en het aandringen op het verbieden van partijen als de PVV en groepen als Pegida.

Voor beide kanten is het een uitgemaakte zaak dat ze zelf het helemaal juist zien en de andere kant het volkomen onjuist ziet. Op dat punt kunnen ze elkaar dus de hand schudden. Ook kunnen ze elkaar de hand schudden waar het gaat om het beeld dat ze hebben van de vijand, namelijk dat het gaat om duivelse types die nergens voor terugdeinzen en waarmee nog niet eens één minuut normaal te praten valt.

Zoals ik het tot nu toe opschreef én indien je meent bij geen van beide groepen te horen, ben je nu waarschijnlijk tot de gedachte gekomen dat de waarheid wellicht ergens in het midden ligt. Ik ga dat niet tegenspreken, althans niet helemaal. Toch is het elke keer weer iets om opnieuw te toetsen. Het zou zomaar kunnen dat een van beide kampen het in een voorkomend geval helemaal bij het juiste eind heeft of er totaal naast zit of het toch wel een beetje goed ziet. Probleem is dat degene die van fascisme beschuldigd is, niet per se zelf beseft dat er inderdaad fascisme op de loer ligt. Ja, zelfs mag je stellen dat de ‘anti-fascist’ die van fascisme beticht wordt inderdaad op de loer liggend fascisme uitdraagt. Immers, ik wees al op een paar facetten van fascisme die door bjjv. de AFA wel heel fanatiek worden uitgedragen in hun activisme.

Fascisme dat op de loer ligt… Een voorbeeld? Vraag iemand naar oplossingen voor het islamvraagstuk. Als die persoon antwoordt dat alle islamitische scholen en moskeeën gesloten moeten worden, dan is het verleidelijk om die persoon tegen te werpen dat dit geen oplossing is omdat zeker het verbieden van die godsdienst tegen de grondwet ingaat.  Als die persoon daarop antwoordt dat dit toch gedaan moet worden en dat hij hoopt dat Geert Wilders daarvoor gaat zorgen, dan wordt al snel geredeneerd dat dit dus nooit langs democratische weg besloten kàn worden (tweederde meerderheid nodig, enzo) en dat het slechts in een fascistoïde land echt werkelijkheid kan worden. Ergo, dat deze persoon en ook Wilders, mocht die idem daarover denken, dùs fascisme goedpraten, dus fascistisch zijn, dus fascisten zijn.

En ja, het zou inderdaad zo kunnen zijn dat die persoon weinig tot niets op heeft met democratie en het liefst ziet gaan gebeuren dat een groep de macht grijpt of na een democratische superwinst snel de grondwet uitholt ten faveure van het fascistisch ideeëngoed. Maar nee, het zou evengoed zo kunnen zijn dat die persoon echt meent dat het langs echt democratische weg geregeld kan worden. Die persoon zal zich hogelijk beledigd, onbegrepen en miskend voelen dra hij beschuldigd wordt van fascisme, en niet ten onrechte. Eventueel zou het fascisme-verwijt kunnen worden omgebogen tot de kritiek dat hij in zijn naïviteit achter echte fascisten aanhobbelt zonder dat door te hebben. Maar ook dat hoeft niet zo te zijn. Pegida is een voorbeeld van een organisatie die er alles aan doet om gezworen fascisten zo snel mogelijk weer te lozen zodra ze zich aanmelden.

Overigens is het volgende een interessante vraag: Is een idee fascistisch of is de weg ernaartoe fascistisch. Toegepast op bovenstaande voorbeeld zou dan de vraag zijn of het willen verbieden van moskeeën fascistisch is, los van de manier waarop daartoe besloten wordt. Ikzelf denk van niet. Ik zie vooral de voorgestane, te bewandelen weg naar zo’n besluit als al of niet fascistisch. Dus als er langs echt democratische weg tot zo’n verbod besloten is, dan was het geen fascisme, maar gewoon democratie. Daar wil ik wel bij aantekenen dat ik me van sommige ideeën niet kan voorstellen dat ze in een echte democratie ooit zouden kunnen worden ingevoerd. Mocht het bijvoorbeeld binnen afzienbare tijd zover komen dat in Nederland wordt besloten dat computers de rechter gaan vervangen, dan kan het haast niet anders of er werd onder het mom van democratie gemeen spel gespeeld door lui die denken het allemaal beter te weten en eigenlijk geen flikker geven om de mening en het oordeelsvermogen van het gepeupel. Dat hoeven trouwens geen fascisten te zijn geweest; er zijn meer vijanden van het democratisch model.

Over progressieve mensen die niet begrijpen waar democratie om draait

zijllstra bij pauw

Halbe Zijlstra stond er maandagavond alleen voor bij Pauw, temidden van allemaal progressieven die dachten dat ze de meerderheid zijn. Ja, aan tafel, dankzij de redactie.

Heel veel progressieve mensen blijken geregeld niet stil te staan bij het belang van de mening van de meerderheid. Heel misschien beseffen ze dat belang gewoon niet, maar het kan ook zo zijn dat ze gewoon schijt aan de meerderheid hebben. Zelfs heel veel sociaal-democraten plegen alleen maar lippendienst aan het kernprincipe van democratie. Ze proberen weliswaar hun standpunt te verwezenlijken via democratische verkiezingen, maar dat is meer opportunisme dan uit principe; geef ze de kans (ofwel, de macht) en ze zullen niet nalaten hun standpunt erdoorheen te drukken (ofwel, tot beleid te maken), meerderheid of niet.

Iedereen heeft recht op zijn mening, maar een echte democraat vindt het uiterst belangrijk dat die mening door een behoorlijke meerderheid wordt gedeeld en zal die in principe bij gebleken minderheid niet willen doordrukken, ook niet als die meerderheid ‘conservatief’ is.

Een echte democraat hecht aan eendracht onder het volk en zal daarom een minderheidsstandpunt niet willen doordrukken, ook niet als de macht dat toevallig mogelijk maakt. Een echte democraat hecht aan eendracht vanuit het diepe besef dat elk opgedrongen minderheidsbesluit het risico in zich draagt tweespalt te zaaien die zich vroeg of laat zal wreken in de vorm van sociale onrust of zelfs oorlog. De echte sociaal-democraat hecht aan dit democratisch principe vanuit een diep besef dat harmonie in de samenleving vereist dat zoveel mogelijk recht wordt gedaan aan minderheden, maar alleen op de manier die door de meerderheid wordt ondersteund.

Tachtig procent van de bevolking wil dat Zwarte Piet Zwarte Piet blijft. In de ogen van progressieve mensen is dat al snel conservatisme, en dat bedoelen ze niet als compliment. Maar of het nou echt conservatisme is of niet, tachtig procent is een heel grote meerderheid. Machtige instituten als RTL die besluiten zich van zo’n percentage niks aan te trekken, weten niet wat democratie is en ondermijnen de eendracht in ons land. En progressieve mensen die het wel eens zijn met de keus van RTL beseffen niet half hoezeer zij met hun steunbetuigingen verraad plegen aan het kernidee van de democratie. Zij laten ermee blijken het wel prima te vinden dat een minderheid zijn wil oplegt aan de meerderheid. Daarmee zijn uitgerekend deze progressieven degenen die de kloof in onze samenleving verder verdiepen. Dat staat ze niet fraai.

Grassroots en astroturfing, wat moet je daar nou weer mee

grassrootsGrassroots, zegt het je wat? Het is een Amerikaanse term. Een grassroots-beweging is een politieke stroming die begonnen is ergens aan de basis van de samenleving, en niet bij – of met behulp van – een politiek activistische elite. (Even dacht ik dat het moest gaan om aanvankelijk ongeorganiseerde burgers, maar dat blijkt niet een eis te zijn.) Van een politiek activistische elite is sprake als het gaat om invloedrijke burgers die al georganiseerd zijn en vanuit die organisatie – veelal wederom – proberen een stroming op te zetten. Grassroots veronderstelt dat een stroming spontaan begon en alleen maar groot werd omdat het bleek te appeleren aan een behoefte bij heel veel burgers, die zich dan ook enthousiast aansloten. Het woord betekent letterlijk graswortels. Figuurlijk gaat het dan om een stroming die zijn wortels heeft in de echte samenleving, bij de gewone burgers. Gras vind je immers overal, zoiets.

Zo op het eerste gezicht lijkt grassroots zich heel goed te verhouden tot democratie, met name tot directe democratie. Immers, wat is er mooier dan dat politieke initiatieven ontstaan aan ‘de basis’ van de samenleving en alleen aanslaan als ze echt heel veel steun verkrijgen bij de burgers. Dat is andere koek dan een ‘democratie’ die gekaapt blijkt te zijn door ‘idealisten’ die hun ideologie erdoor proberen te drukken, zelfs al is maar een handjevol burgers er enthousiast over. De argumentatie van een grassroots-stroming hoeft niet vanzelfsprekend en bij voorbaat op orde te zijn; het kan evengoed gaan om foute boel. Maar een echte democratie heeft ingebakken mechanismen om met foute boel om te gaan en te voorkomen dat daarvan teveel doorsijpelt in wetgeving, normen en waarden, zo hoopt men dan. Bovendien kan het best zo zijn dat een grassroots-stroming weliswaar tientallen procenten van het volk aanspreekt, maar dat het toch nog een minderheid (minder dan 50 procent) betreft waardoor het alsnog best lang kan duren voordat die ideeën echt doorsijpelen in de wetten.

Grassroots is mooi, laten we het daarop houden. Maar er is iets wat erop lijkt en wat in dit verband absoluut niet mooi is: kunstgraswortels. De Amerikanen hebben de naam van een kunstgrasfabrikant gewijd aan dit fenomeen: Astroturf. Astroturfing duidt op initiatieven die worden vermomd als grassroots, maar die in werkelijkheid bedacht zijn door lieden van een politiek activistische elite. Deze mensen zullen proberen te verhullen waar het initiatief geboren werd en welke organisatie bereid was er geld en mankracht in te stoppen. Ze zullen het doen lijken op een uiterst spontaan ontstaan initiatief van enthousiaste gewone burgers. De erachter zittende organisatie kan wellicht het beste worden benoemd als een mantelorganisatie; een organisatie die zichzelf om tactische redenen als erachter zittende organisatie verhult of, als dat verhullen een onmogelijkheid blijkt te zijn, zich opwerpt als sympathiserende en slechts zijdelings erbij betrokken partij.

Alle grassroots-adepten vinden astroturfing verschrikkelijk. Er zijn echter ook adepten die bestrijden dat dùs marketing fout, want astroturfing, is. Zij claimen dat in principe niks verkeerd is aan marketing bij spontane burgerinitiatieven – sterker: het is erbij gebaat – en refereren hieraan als grassroots-marketing. Wel moet die marketing dan transparant en eerlijk plaatsvinden, dus ook zij veroordelen het verhullen of bagatelliseren van betrokkenheid van machtige elites.

Grassroots en Astroturfing vind ik vrij vervelende woorden voor het Nederlands taalgebied, maar het valt niet mee Nederlandse equivalenten te bedenken. Burgerinitiatief komt in de buurt, maar dan heb je nog niet dat gevoel te pakken dat het te maken heeft met de basis en wortels van de samenleving. We moeten het dus maar even met de Amerikaanse termen blijven doen.

Geregeld wordt in media gerept over een initiatief dat grassroots lijkt en zodoende sympathiek overkomt. Maar menig keer bekruipt mij, erover lezende, het gevoel dat we worden bedonderd. Nu we weet hebben van astroturfing kunnen we dat gevoel ook bespreekbaar maken. (Wat dat betreft zijn Amerikanen ons geregeld voor in hun woordenschat.) Dan lijkt het erop dat er toch een groepering achter zit zonder dat die zich kenbaar maakt. Zo was er laatst een zogenaamd spontaan initiatief van jong en succesvol volk uit de film- en toneelwereld, woonachtig in en om de Amsterdamse grachtengordel. Een actrice (meen ik) vertelde dat ze spontaan, samen met wat vrienden, had besloten om een pro-vluchtelingen festivalletje te gaan organiseren. Ze zouden gaan proberen dat ergens in september voor elkaar te krijgen. Ik denk dat een journalistiek onderzoekje naar het hoe en wat al snel aan het licht zal brengen dat er organisatorisch meer achter zit dan een politiek bevlogen actrice en haar vriendenclubje. Stel dat er inderdaad zo’n festivalletje komt, dan zal je zien dat er sponsoring enzo is gevonden bij Groenlinks Amsterdam en nog wat lokale linkse clubjes. Ja, die zijn dan zogenaamd allemaal sinds het bedenken benaderd en waren wel enthousiast, duh. Ik denk dat die contacten er al veel eerder waren en dat zo’n uitspraak over zo’n festivalletje niet werd gedaan voordat er informeel al overlegd was met die clubjes.

Hoe dan ook zijn linkse clubs erg goed in marketing. Maar wat wil je ook, ze hebben werkelijk overal hun tentakels, wat hun marketing een stuk makkelijker maakt. Zo hebben ze uitgebreide contacten met linkse journalisten en redacties, dus bij de media. Uiteraard ook met officiële bestuurders en oudbestuurders van linkse snit. Daar vallen met groot gemak sprekers te halen, maar ze kunnen er ook terecht voor geld en toestemming om bepaalde faciliteiten te gebruiken. Er wordt uitgebreid echte reclame gemaakt, maar dan zonder die indruk te wekken. Dan worden bijvoorbeeld alle professionele voetballers voorzien van een armband ‘NEE tegen racisme’. Niemand lijkt door te hebben dat zo’n ‘initiatief’ eigenlijk neerkomt op hersenspoeling en propaganda. Zulke marketing komt niet bepaald voort uit een grassroots-beweging, maar leidt er wel toe dat jaren later zowat het hele volk “vanzelfsprekend tegen racisme” is, zo hopen de organisatoren.

Nu is het niet zo dat ik tegen de stelling ‘Nee tegen racisme’ ben. Wel ben ik uiterst kritisch over de marketingtechniek die links toepast: Je doet net alsof je voorlicht en krachten samenbundelt, maar feitelijk pas je vooral propaganda en hersenspoeling toe om je eigengereide doelen te bereiken. Trouwens, eigenlijk ben ik wèl tegen de stelling, want het insinueert dat het hard nodig is om zo’n leus onder de aandacht te brengen gezien het ‘geconstateerde’ racisme. Eerder introduceert de leus in Nederland racisme dan dat het racisme bestrijdt, door er zo de nadruk op te leggen.

Aan jou, de lezer, de vraag om je wat vaker af te vragen of dat “spontane initiatief” van dat “enthousiaste groepje vrienden” wel echt spontaan tot stand kwam of dat er toch een elitaire club die tracht te manipuleren achter schuilgaat. Een beetje meer argwaan is op zijn plaats, tenzij je het niet erg vindt om door propaganda te worden gehersenspoeld.