Mensen zonder hart en mensen zonder hoofd

De reacties op mijn recente blogs waren tot nu toe beperkt, maar in mijn omgeving waren er evengoed de nodige reacties die me nopen tot het schrijven van dit blog.

In De Volkskrant was de immigratie de afgelopen tijd een thema dat veel aandacht kreeg en afgelopen zaterdag was de afsluiter. Daarin was ook een oneliner die beschrijft hoe immigratiecritici zoals ik en Gutmenschen (sorry, ik weet even geen betere term) tegenover elkaar staan: Het zou dan gaan om ‘mensen zonder hart’ versus ‘mensen zonder hoofd’. (Zie, o.a. hierover, ook een mooi blog van Toon Kasdorp.)

De meeste kritiek komt in feite neer op de beschuldiging dat ik een mens zonder hart ben geworden. Dat is uiteraard de grootst mogelijke flauwekul, maar Lees verder

Advertenties

Wij migratiecritici doen er inderdaad niet toe, vrees ik

In zijn blog van 18 augustus vraagt Victor Onrust zich af of wij er wel toe doen. Zelf reageert hij weer op Annabel Nanninga die op Jalta.nl stelt dat allen die tegen immigratie zijn zich expliciet moeten uitspreken tegen op immigranten gericht geweld. Victor is het met haar eens, maar hij heeft toch een zekere moeite met haar stelling dat ‘we’ de kritiek ‘uitsluitend verbaal’ moeten uiten.

Nanninga verhaalt over geweld dat in Duitsland werd gericht op immigranten en wijst dat volledig af, ten eerste omdat deze gewelddadig is en ten tweede omdat het verkeerd geadresseerd is. Ze schrijft: Lees verder

De ultieme adviezen aan de PvdA van Tom Pauka

aui_pauka_t_60912

Tom Pauka

Meer dan veertig jaar was Tom Pauka adviseur van pvda-toppers als Den Uyl, Van Thijn, Kok, Bos en Verbeet. Hij werd ook wel naar moeilijke gebieden gestuurd, zo van “Tom Poes, bedenk een list”. Pauka is van 1934, dus nu 80, vond het tijd om maar eens te stoppen en als mooie afsluiting een boek over die jaren te schrijven: Het geluk van links (2013). Dat leidt tot mooie anekdotes en inzichten in het wereldje van de pvda-politiek sinds nieuwlinks aan de macht kwam. Dat nieuwlinks begon omstreeks 1968 en Pauka was erbij – hij was toen dus al 34. Die groepering heeft destijds min of meer de macht gegrepen, zo begreep ik al eerder uit een boek van Carel Brendel (Het verraad van links), en Pauka geeft dat met zoveel woorden ook wel toe. Terwijl Brendel die tijd beschrijft vanuit een kritische onderzoeksjournalistieke inslag geeft Pauka een inkijkje in hoe de nieuwlinksers dingen zelf beleefden. Zo citeert hij een stuk uit het roemruchte manifest ‘Tien over Rood’ – dat hij mede opstelde – en vraagt zich ook zelf vervolgens af hoe het toch kon dat hij en de anderen die teksten echt serieus meenden. Dan citeert hij uit een tekst van Den Uyl rond 1977; idem, er werden vergezichten geformuleerd die mijlenver van de realiteit af stonden. Zijn verklaring is dat de teksten vooral werden beschouwd als uitgangspunt voor onderhandelingen en dus een en al wisselgeld moesten bevatten. Wat ze in die tijd niet beseften was dat het de geloofwaardigheid van de pvda niet bepaald ten goede kwam; geen enkele keer werd een verkiezingsprogramma grotendeels waargemaakt. Sterker, er is van wat Den Uyl voor ogen stond maar barstensweinig gerealiseerd, zo erkent Pauka.

Anders dan de meeste andere pvda-actievelingen heeft Pauka oog ontwikkeld voor dat deel van de samenleving dat zich heeft afgewend van de pvda en heil zoekt bij de SP of de PVV. Hij typeert, omwille van het debat, deze mensen als ‘de verongelijkten’, hoewel hij Fortuyn’s term ‘de verweesden’ eigenlijk nog mooier vindt. In het hele boek komt de term (verongelijkten) veel en consequent terug, zelfs steeds in schuinschrift, afijn dat doe ik dan ook maar. Tegenover de verongelijkten stelt hij de actieve pvda-leden. Voor hen gebruikt hij consequent de term ‘onssoortmensen‘, een term die hij niet bepaald positief bedoelt. Hij verpakt zijn kritiek steeds zo zacht mogelijk, maar het komt er gewoon op neer dat hij er achteraf niet onderuit komt dat onssoortmensen elkaar ontzettend goed begrijpen, op de schouders kloppen en veel met elkaar lachen. Bovendien is onssoortmensen er totaal van overtuigd dat alles in Nederland veel beter geregeld is dan in de meeste andere landen, dat we amper of geen corruptie hebben, dat er een zuivere en betrouwbare rechtspraak is, enzovoort. Onssoortmensen zijn dan ook elke keer weer hevig verbijsterd als ze de verongelijkten horen klagen, over de corruptie in Nederland, over de falende rechtspraak, over de liegende en bedriegende politici, noem maar op. Pauka wijst erop dat die verongelijkten misschien wel meer gelijk hebben dan onssoortmensen willen geloven.

Overigens heeft Pauka ook een verklaring voor die attitude van onssoortmensen: Dat beeld over Nederland draagt wezenlijk bij aan hun geluksgevoel. Elke bewering van de verongelijkten ondermijnt dat geluksgevoel, leidt tot irritatie en wordt gepareerd met afweer en afwijzing. Klinkt mij plausibel genoeg om op te nemen in het rijtje verklaringen, want ik denk dat er meerdere zijn.

Dan komt Pauka met nog een tweedeling, die tussen hoogopgeleiden en laagopgeleiden. Hij gaat terug tot de tijd van de verzuiling en stelt dat in die jaren de hoogopgeleiden binnen een zuil veel contact hadden met de laagopgeleiden binnen die zuil. Met de ontzuiling verdween deze connectie. De actieve pvda-leden (inderdaad onssoortmensen) kwamen steeds meer uit de groep van hoogopgeleiden en die hadden steeds minder connectie met de laagopgeleiden (inderdaad in zijn ogen de verongelijkten). Eigenlijk, zo is Pauka’s ontboezeming, vonden onssoortmensen die onthechting wel zo prettig, want het was eigenlijk maar vervelend volk. Dat volk las De Telegraaf en daarmee wilde je als rechtgeaard ‘sociaaldemocraat’ in die jaren niets te maken hebben, toch?! Ik waardeer zijn ontboezeming en zelfkritiek, maar ik plaats wel twijfel bij zijn nadruk op opleiding. Immers, sinds ik zelf steeds meer kritiek ontwikkelde op de lijn van de pvda en sinds een dagblad als De Telegraaf en een weekblad als Elsevier voor mij niet langer besmet waren, heb ik steeds meer mensen ontdekt die perfect weten te verwoorden wat de verongelijkten dwarszit en die bepaald niet laagopgeleid blijken te zijn. Ook degenen die je heden ten dage bij De Telegraaf en Elsevier ziet reageren blijken niet bepaald laagopgeleid te zijn. Integendeel, zou ik durven zeggen. Er zit frappant veel kennis van de politieke geschiedenis bij deze mensen. Wat mij betreft kan de groep van verongelijkten zich anno 2014 vertegenwoordigd weten door een flinke groep hoogopgeleiden. De tegenstelling laag/hoog lijkt me erbij gesleept.

Pauka wil dat de pvda de groep van verongelijkten weer gaat insluiten in de gelederen. Ik zie dat nog niet gaan gebeuren, althans niet als de pvda-top zijn adviezen onverkort overneemt. Hij vindt dat de verongelijkten meer gelijk aan hun zijde hebben dan onssoortmensen denken, maar de onredelijke argumenten van de verongelijkten zullen toch echt, met voor hen begrijpelijke woorden, moeten worden tegengesproken, waarbij steeds de leer van de sociaaldemocratie (of wat Pauka betreft het ‘communautarisme’) als toetssteen fungeren moet. Hij rekent erop dat die dan echt wel het onredelijke ervan zullen inzien. Nou, ik reken daarop niet. Hij ziet voor nu drie kernpunten: migratie en integratie, armoede en schuldensanering en tenslotte geluk. Over dat laatste heb ik het eerst: Pauka meent dat politieke keuzes moeten bevorderen dat we (zowel de samenleving als het individu) gelukkiger worden. En dat houdt niet zozeer in dat onze lonen omhoog moeten gaan. Nee, het houdt in dat bij ingrepen in de leefomgeving mede over het effect op geluk moet worden nagedacht. De armoe en schuldensanering zijn voor sociaaldemocraten van oudsher belangrijk, want die zien armoe eerst en vooral als uitvloeisel van onrechtvaardigheid. Tenslotte over migratie en integratie: Pauka is langzamerhand zover dat hij inziet dat een zeker nationalisme ook voor de sociaaldemocraat geen verkeerd principe hoeft te zijn. Hij heeft het dan over ‘beschaafd nationalisme’, wat mij betreft een onnodige nuancering. Toch denk ik dat Pauka met name op de punten (im)migratie en integratie geen realistisch beeld voor ogen heeft. Hij onderschat de heftigheid waarmee de verongelijkten inzetten op deze punten. Hun standpunten liggen echt mijlenver af van de standpunten die hij aan het eind van zijn boek als voor de sociaaldemocraat nog net haalbaar formuleert. Bij hem gaan de grenzen niet op slot, ook niet goeddeels. Allochtonen mogen best hun eigen cultuur behouden. Een spreidingsbeleid is vernederend. En zo zijn er nog wat punten waarop de pvda de verongelijkten echt niet hun zin mag gaan geven. Jammer, maar helaas. Zo gaat de pvda die mensen dus niet terugwinnen.

Laatste punt: Het valt me op hoe Pauka de term ‘sociaaldemocraat’ claimt voor de pvda. Wat mij betreft is de pvda slechts één uitingsvorm van sociaaldemocratie. Er is zeker concurrentie mogelijk van anderen die zich net zo hard sociaaldemocraat mogen noemen en die wèl volledig weten in te spelen op de standpunten van de verongelijkten. Onssoortmensen zouden hun standpunten wellicht onfatsoenlijk noemen, maar wie iets meer jaren in de analyse betrekt komt mogelijk tot andere uitspraken. Een voorbeeldje? Gandhi betoonde zich naar ieders idee in zijn topjaren buitengewoon fatsoenlijk en vredelievend door te pleiten voor een natie waarin boeddhisten, hindoes en moslims gebroederlijk naast elkaar zouden gaan leven. Vijftig jaar later zijn de gevolgen op zijn minst wrang: de boeddhisten en hindoes gaan goed met elkaar om, maar hun strijd met de moslims blijft voorlopig ronduit gewelddadig. Gandhi had destijds ook kunnen kiezen voor de schijnbaar onfatsoenlijke variant. Dan was al dat binnenlands geweld anno 2014 er misschien niet geweest.

Okay, weer over het boek: Een must voor alle pvda-leden, zeker degenen die er actief in zijn. Een aanrader voor allen die geïnteresseerd zijn in wat er zoal speelt in de burelen van een politieke partij als de pvda. En het mooiste is dat het makkelijk leesbaar is, dus het is niet alleen voor hoogopgeleiden.