Vallen zijn woorden onder de vrijheid van meningsuiting? NEE, meteen arresteren, voorgoed isoleren en nooit meer vrijlaten

Advertenties

Wanneer is een mens een duivel, of duivels?

duivelsWanneer is een mens een duivel, of duivels? Je zou denken dat een mens die uit geloofsovertuiging meent te doen wat zijn geloof hem voorschrijft geen duivel of duivels persoon kàn zijn. Hij streeft immers ‘het goede’ na, toch? Nee dus. We moeten zo iemand op zijn handelen beoordelen en dat mag bovendien vanuit de eigen normen en waarden. En dan spreek ik ook bij de door de Islam ‘geïnspireerde’ terroristen over duivels of in elk geval duivelse mensen.

In de afgelopen eeuw zijn Westerlingen behoorlijk massaal gaan inzien dat er geen God én geen Duivel kàn bestaan. Door dat ongeloof zoeken zij een verklaring voor mensen die slecht handelen bij de mens zelf. De traditionele gelovigen konden altijd terugvallen op het begrip van de Duivel in hun geloof, maar zelfs zij zijn vrij massaal tot het inzicht gekomen dat het idee van een Duivel naast een God maar beter kan worden verlaten. Zij besloten om het duivelsbegrip in hun religie af te schaffen of anders in elk geval te relativeren of anders meer spreekwoordelijk te maken. Kort en goed, de Duivel was de afgelopen eeuw in het Westen op zijn retour. Daarvoor in de plaats kwam het inzicht dat al het slechte uiteindelijk slechts kon en moest worden toegeschreven aan ‘de mens zelve’.

Wie vroeger een duivel werd genoemd kon het verder wel schudden. Immers, aan de duivel was alles mis. De winst van de afgelopen eeuw leek zodoende vooral te zijn dat mensen niet meer werden gezien als fout in elk opzicht; er was dan sprake van slechtheid op bepaalde punten, maar niet per se op andere punten. De gevolgen waren behoorlijk. Bijvoorbeeld, rechters maakten in de aanloop van de veroordeling een ‘genuanceerde’ analyse, concludeerden dat de dader toch ook best goede kanten had en zochten naar straffen die ‘proportioneel’ waren en een goede kans boden op re-integratie en tweede, derde, vierde, enzovoort kansen. De gewone man in de straat werd via media verder ‘geciviliseerd’. Dat wil zeggen dat hem werd verteld dat je je best moet doen toch ook de goede kanten van de dader te blijven zien en dus niet moet toegeven aan een neiging tot toepassen van pek-en-veren of nog ergere vormen van genadeloze vergelding. Eigenlijk was het allemaal best succesvol, want inderdaad bleek dat bij menige dader geen sprake was van een door-en-door rotte crimineel. Dat relatieve succes maakte dat we steeds minder snel spraken over de duivel. Iemand een duivel noemen werd zelfs een nieuw taboe; een taboe dat getuigde van een ongenuanceerde, extremistische, harteloze, primitieve en ouderwetse kijk op de mens.

Er zit echter een nadeel aan dat nieuwe taboe: We lijken niet meer in staat om genadeloos te oordelen en daarnaar te handelen, ook niet in gevallen die er als het ware om vragen. Alleen mensen in oorlogsgebied lijken nog te weten hoe het voelt om ‘de vijand’ als ‘de duivel’ te beschouwen. Het voordeel ervan is dat die mensen in oorlogsgebied niet eerst een proces van vertwijfeling hoeven te doorlopen alvorens ze tot de ‘genadeloze vergelding’ overgaan. Dat proces leidt bij ons hier in het Westen – we voelen ons nog steeds niet in oorlog – tot halfslachtige maatregelen en vaak net even te laat ingrijpen. Weliswaar voorkomen we daarmee veelal dat we per ongeluk onschuldige of relatief onschuldige mensen genadeloos offeren, maar het leidt aan de andere kant ook geregeld tot nog meer slachtoffers van de daders.

Is er wat voor te zeggen om het duivelsbegrip toch maar weer uit de mottenballen te halen? Is er winst te boeken als we ertoe besluiten om bijvoorbeeld Islamitisch geïnspireerde terroristen toch maar te beschouwen als duivels, dus hun eventuele zachte kanten volkomen te negeren? Niet veel mensen zullen bezwaar aantekenen als de politie in een vuurgevecht zo iemand doodschiet, lijkt me. Maar hoe oordelen we over hen die wel al in het vizier van veiligheidsdiensten zijn, maar vooralsnog niet konden worden betrapt op overduidelijke voorbereidende terroristische activiteiten? De meeste mensen vinden vroegtijdig ingrijpen dan al snel voortijdig en voorbarig ingrijpen, indachtig het idee dat het misschien toch een mens is waar het goede het uiteindelijk zal winnen van het slechte. Ik weet het niet …

Ik weet wel dat we op dat punt snel zullen veranderen naarmate we meer oorlogsdreiging ervaren of zelfs echt in oorlog zijn geraakt. Ik weet ook dat uitgerekend de Westerse mens erg goed is in oorlogvoeren, misschien wel juist door diens aard. Uit de aard is de Westerse mens gefocust op vrede, maar deze is ook bereid om te vechten als het onvermijdelijk lijkt te zijn geworden, al betoont deze zich ook wel erg ‘geduldig’, zo bleek mij de afgelopen halve eeuw. Men heeft het relatief goed en beseft dat al dit comfort op de schop gaat zodra het weer echt oorlog is.

Is een oorlog met de Islamitisch geïnspireerde fundamentalisten onvermijdelijk? Ikzelf denk van niet; oorlog is mijns inziens zeker te vermijden. Maar wel zijn we er volgens mij evengoed gebaat bij het duivelsbegrip weer leven in te blazen door niet langer ‘ook het goede’ in de Islamitisch geïnspireerde fundamentalisten te willen blijven zien. Wat mij betreft zijn ze gewoon duivels, of beter: als duivels.

In het paradijs nog wel

Zo op de valreep van het oude jaar heb ik me de afgelopen uren beziggehouden met andere zaken, zoals het maken van haringsalade voor de nieuwjaarsreceptie van de familie morgen. Toch, er spookt al de hele dag één krantenberichtje door mijn hoofd. Ik moet er alhier gewoon toch even over schrijven.

Janny Groen en Sakir Khader doen in de Volkskrant op pagina 2 verslag van hun bezoekje in Maastricht aan de vader van de 19-jarige Sultan Berzel. Deze jongen heeft zichzelf namens IS opgeblazen en daarbij veel agenten gedood. Een filmpje van IS waarin de jongen zich nader verklaart maakte nu een einde aan de onzekerheid over het lot van zijn zoon. En wat denk je dat papa zegt? Ik citeer letterlijk:

“Wat moet ik zeggen? Mijn zoon heeft al gesproken. Dank Allah, mijn zoon is nu in het paradijs.”

Walgelijk, een ander woord heb ik er niet voor. Wat gaan we met papa doen? Wat gaan we hiermee doen? Met name ben ik benieuwd naar de oplossingen van links, want die zeggen altijd dat de extreemrechtse Wilders geen oplossingen heeft. Overigens vraag ik me af of wel goede mensen nu nog wel naar het paradijs willen. Immers, je bent er je leven niet zeker nu er zo’n mafkees rondloopt. Ook vraag ik me af of hij in het paradijs wel zijn leven zeker is, want ik denk dat zijn slachtoffers er ook heen zijn gegaan en nu vast jacht op hem maken. En hoe moet dat nou met die 72 maagden, nu hij door die bom totaal uiteengereten is?

Mensen, veel plezier vanavond met al dat vuurwerk. En de beste wensen voor het nieuwe jaar. Nieuwjaar, nieuwe kansen, zullen we maar denken.

Over mijn brief in de Volkskrant van vandaag

geachte redactieVandaag sta ik in de Volkskrant in de brievenrubriek. Gisteren werd me gevraagd om akkoord te gaan met een ingekorte versie vanwege ruimtegebrek. Ik ging akkoord. Toch is er wel een gedeelte van mijn pleit verloren gegaan en daarom publiceer ik hier, waar natuurlijk nooit ruimtegebrek is, het volledige ingezonden stuk:

Pro of anti

De ombudsvrouw kreeg afgelopen zaterdag extra ruimte om het beleid van de Volkskrant inzake verslaggeving over de Gaza-oorlog uit te leggen. Ik begrijp nu dat er meer klachten en brieven tégen, dan vóór Israël binnenkwamen, maar dat beide kampen vinden dat de Volkskrant hun zijde onrecht aandoet door te kiezen voor de andere zijde. Het is een frappante situatie, zo denkt wellicht menig redactielid en lezer. Maar ik denk het wel te snappen. De feitelijke telling van de pro- en anti-artikelen en de uitleg van de ombudsvrouw, geven er blijk van dat de redactie genuanceerd wil wezen, door beide kampen het woord te geven en door vanuit beide kampen verslag te doen. Echter, beide kampen vinden die genuanceerdheid onecht en onterecht. Een analogie kan verduidelijken hoe het pro-Israël kamp dat ziet, al is de analogie niet volledig te maken. Stel je voor dat de redactie besluit om ISIS-sympathisanten de nodige opiniestukken te gunnen en om een verslaggever eropuit te sturen om ons beelden voor te schotelen van de burgerslachtoffers die Amerikaanse, Iraakse en Syrische troepen maken bij het bestrijden van ISIS. Zo’n vorm van genuanceerdheid zou – mag ik hopen – direct opvallen als belachelijk en misplaatst. Idem ziet het pro-Israël kamp alle ‘positieve’ aandacht voor de palestijnen in Gaza – c.q. Hamas – als belachelijk en misplaatst. En wellicht idem vindt het pro-palestijnen kamp de uitleg pro Israël vooral propaganda waar de Volkskrant niet zou moeten intuinen. Ergo, beide kampen zijn niet blij met het type nuance. Ik voeg me daarbij, in concreto bij het pro-Israël kamp. De stelling van dat kamp is dat Nederland zich gewoon voor de volle honderd procent en als één blok achter Israël moet blijven scharen. Die stelling kan dat kamp overigens prima onderbouwen. Dat doet het ook consequent. Het vreemde is dat steeds meer Nederlanders niet langer door hen te overtuigen blijken te zijn. Die zien tegenwoordig voornamelijk kapotgebombardeerde huizen, dode kinderen en huilende moeders getoond worden, op de voorpagina nog wel, de plek waar toch hét wereldnieuws verwacht wordt. Dat beïnvloedt hun oordeel, want wij westerlingen zijn ervan overtuigd geraakt dat elk individueel leven evenveel waard is. Zelfs mensen die altijd, wellicht vooral uit conformisme, pro-Israel waren gaan dan overstag, om maar in het reine met zichzelf te blijven, en misschien wederom uit conformisme. Nog steeds begrip opbrengen voor de argumenten die het Israëlisch handelen verklaren en rechtvaardigen vereist tegenwoordig blijkbaar meer voorstellingsvermogen dan men vroeger nodig had. De Volkskrant zou daarbij kunnen helpen, maar doet dat niet. Liever zie ik dat de Volkskrant wèl duidelijk partij kiest voor Israël en er vol voor gaat.
In dat licht beschouwd was de column van Arnon Grunberg in diezelfde editie trouwens weer buitengewoon ergerlijk, want het bestaan van de staat Israël zou vanzelfsprekend en vooral niet ter discussie staand moeten zijn. Grunberg geeft voeding aan al die mensen die zich afvragen of het conflict niet toch maar beter opgelost kan worden door de joden daar weer te laten vertrekken. Ik neem het Grunberg kwalijk dat hij zulke gedachten voedt.

Peter van Lenth
Haarlem

De internationale gemeenschap moet ISIS de oorlog verklaren


De islamitische groepering ISIS verovert nu ook veel terrein in Irak. Irak? Dat is toch dat land waar de Amerikanen zich net uit hebben teruggetrokken omdat de Irakezen het nu zelf wel kunnen controleren?! Dat controleren lukt de democratisch gekozen regering dus blijkbaar toch niet. Het schijnt dat de mannen van het leger – mede opgeleid door de Amerikanen – amper gemotiveerd zijn en bij het minste geringste wegvluchten, daarbij hun wapens achterlatend. Het schijnt ook mee te spelen dat teveel van deze mannen soenniet zijn en niet graag vechten tegen de soennieten van de ISIS. De komende dagen zullen we vast getrakteerd worden op aanvullende analyses over het Irakese leger.

Hoe dan ook, ik denk dat het volgende onontkoombaar is: Er is nu echt haast bij geboden dat Het Westen, Afrika, Het Midden-Oosten, Het Zuid-Oosten en Het Oosten de handen ineenslaan en met hun gezamenlijke legers optrekken tegen groeperingen als de ISIS. Daarbij moeten ze niet met de ene hand op de rug gaan vechten, maar echt meedogenloos worden. Laten ze maar beginnen in Irak. De Irakese regering doet er goed aan de internationale gemeenschap om hulp te vragen. Die internationale gemeenschap doet hen daarmee een grote dienst, maar is zelf absoluut gebaat bij die strijd. Dat zou toch iedere burger in alle landen moeten inzien. De steun vanuit de diverse bevolkingen zou enorm moeten zijn. Groepen als ISIS, Taliban, Boko Haram en Al-Qaida kan het beste de oorlog worden verklaard. Het zijn immers groeperingen die zich tot doel hebben gesteld om uiteindelijk de heerschappij over te nemen, soms ogenschijnlijk beperkt tot een bepaald land, maar uiteindelijk zelfs over de hele wereld. Dat kan een beetje democratie niet tolereren.