Bestaat er recht op asiel?

Asiel is wat mij betreft een gunst, dus geen recht.

Wikipedia heeft het over asielrecht, wat al veel zegt over de status die het tegenwoordig heeft. Hoe het sinds 1950-1951 gelopen is lijkt me ook wel verklaarbaar. Er waren kort daarvoor (in 1948) mensenrechten opgesteld en er was wellicht een sterk gerezen besef dat de bestuurders van de staat moesten worden gedwongen te handelen op basis van een wet zonder onderscheid des persoons, dus niet op basis van hun eigen individuele voorkeuren. Men meende wellicht dat gunsten alleen kunnen worden verleend door individuen of kleine groepen, niet door abstracte entiteiten zoals een overheid of een zeer grote groep waar eenieder maar een klein deel persoonlijk kent.

Toch was het een fout om asiel officieel en idealiter wereldwijd tot recht te verheffen. Het leidt namelijk tot een aantal problemen:

  1. Asiel wordt alleen verleend onder strikte omstandigheden. Na afwijzing (bij de IND) kan de asielaanvrager in beroep gaan (bij de rechtbank) en na afwijzing daarvan nogmaals (bij de Raad van State). In Europa kan men daarna zelfs naar het Europees Hof toestappen. Advocaten hebben er een goede boterham mee en procedures duren mogelijk jaren. Al die jaren is het land verplicht te zorgen voor goede opvang en mag er niet terug- of doorgestuurd worden.
  2. Er wordt niet langer op de deugd en goedhartigheid van de burger een beroep gedaan. Die burger kan zich daarom ook niet meer deugend en goedhartig wanen wanneer het een asiel verleent.
  3. De burger wordt verplicht met een ‘rechtmatig’ asiel in te stemmen en wordt als slecht mens weggezet als deze kenbaar maakt eigenlijk niet achter die aanvraag te staan.
  4. Omdat de asielregels wettelijk, en bovendien internationaal, geregeld zijn is het de regering niet toegestaan per geval de volksvertegenwoordiging en de burgers te raadplegen.
  5. Mensen zullen sneller geneigd zijn hun eigen land te ontvluchten en zij zullen dan snel en graag kiezen voor een land dat zich bij het asielverdrag heeft aangesloten. Zij weten dat alleen de echte vluchteling asiel krijgt, maar zij weten ook dat zij eventueel de echte vluchteling kunnen simuleren.

Misschien ziet u dit alles niet als problemen. Ik wel. Vanwege punt 1 ontstaat bureaucratie die duur is en asielaanvragers jarenlange, mogelijk ijdele hoop geeft. Kinderen wennen ondertussen aan een land dat ze misschien weer moeten verlaten, met alle negatieve gevolgen voor hun ontwikkeling. Vanwege punten 2 en 3 ontstaat er frictie tussen de overheid en de burger. Die laatste voelt zich niet goed vertegenwoordigd, voelt zich gepasseerd en genegeerd. En de ene burger voelt zich mogelijk onheus bejegend als slecht mens door de andere burger als er vraagtekens bij de aanvraag worden gezet. Bij punt 4 is het vooral het internationale karakter dat het de regering onmogelijk maakt de volksvertegenwoordiging of de burger, bij referendum, te raadplegen. Verwijzend naar die internationale verplichtingen wordt in menig debat de mond gesnoerd van degenen die pleiten voor een kritischer behandeling van asielvragers. Door punt 5 tenslotte zijn de vluchtelingenstromen groter dan terecht is.

Wat kan hieraan gedaan worden? Ik denk dat we eerst en vooral hier te lande dat internationale verdrag buiten werking moeten proberen te stellen. (Alternatief is dat we dit verdrag bijstellen, maar dat doel zal meer tijd vergen.) Gelijktijdig kunnen we onze wet aanpassen. De beste aanpassing lijkt me dat de regering de mogelijkheid krijgt om over groepen die toestromen advies te vragen aan de Tweede Kamer of zelfs via een referendum. Momenteel is er toestroom vanuit Eritrea. Wat vinden de politieke partijen en de burgers van die toestroom? Asiel verlenen? Asiel weigeren? Maar ook moet het de burger van een gemeente worden gevraagd als de regering een asielcentrum in die gemeente wil openen. Vragen impliceert dat er om een gunst wordt gevraagd. Een gunst die geweigerd kan en mág worden. Anderen zullen natuurlijk zo het hunne gaan denken over de gunstweigeraars, maar die zullen op hun beurt weer het hunne denken over de gunstverleners. Hoe het ook afloopt, bij gunstverlening zal er in elk geval sprake zijn van een democratisch verkregen draagvlak. Draagvlak is er momenteel lang niet altijd, al blijft dat meestal onder de radar.

Tegenover het asielrecht stel ik het recht om asiel te weigeren. Laten we van asiel een gunst maken!

 

Dit blog is eerder gepubliceerd op 20 mei 2014.

Advertenties

Nicolai Sennels: Moslims en niet-moslims verschillen te sterk

Nicolai-Sennels

Nicolai Sennels, Deens gevangenispsycholoog, hier rechts aan de telefoon.

Vandaag had ook ik een aanvaring met een drietal kutmarokkaantjes. Middenin de stad daagden ze mensen op sarcastische wijze uit met “”stemt u PVV?” om vervolgens de mensen zowiezo hatelijk te bekogelen met sneeuwballen. Niemand deed er echt iets tegen al was de ergernis van ieders gezicht af te lezen, ik wel. Ik werd vervolgens bijna in het gezicht gespuugd. Daarna nam het joch dat ik daarop aansprak de kickbokshouding aan. Maar vooral waren ze superbrutaal in hun woorden, althans gezien vanuit het westers normen- en waardenstelsel. Gelukkig kwamen net voldoende omstanders wel in net voldoende mate te hulp èn wist ik me net voldoende te beheersen, al kun je je afvragen wat beheersen zou moeten behelzen.

Mijn poging hen te laten inbinden was in elk geval gedoemd te mislukken. In vroeger tijden maakte je iets dergelijks ook wel mee bij kampers of bij jongeren uit de meest asociale buurten, maar zelfs die waren beter aanspreekbaar. De Deense psycholoog Nicolai Sennels legt al jaren vlijmscherp uit waarom zulke pogingen tot inbinden niet werken; ons normen- en waardenstelsel zit ons in de weg. Bijkomend probleem is dat ook onze wetten ons in de weg zitten; zou ik hebben gehandeld op een manier die dit drietal wèl had laten inbinden, dan had ik nu waarschijnlijk een procesverbaal aan mijn broek. Mensen die tegenover zulke jongeren staan zijn vaak niet op de hoogte van het normen- en waardenstelsel van de ettertjes en reageren daarom inadequaat met als gevolg dat er geen gewenste, of zelfs een slechte, afloop is. Mensen die dat kennen van op de TV of op Youtube lopen maar liever door alsof hun neus bloedt. En mensen die wèl weten waarvoor deze ettertjes gevoelig zijn lopen al evenzeer maar liever door, want ze willen niet dat procesverbaal aan de broek krijgen. Nou, daar zitten we dan mooi klem mee.

Ik noemde al de Deense psycholoog Nicolai Sennels. Al het volgende is uit een artikel van hem uit 2010. Sennels is gevangenispsycholoog en behandelde al zo’n 250 criminele jongeren tussen 12 en 17 jaar, waarvan 150 een islamitische achtergrond hebben. Zodoende kon hij goed genoeg vergelijken. Maar ook onderbouwde hij zijn conclusies met het nodige andere onderzoek, altijd uit onverdachte hoek. Er zitten onderzoeken bij die nog steeds in de taboesfeer zitten en waarover de media slechts zeer verhuld berichten. Dan gaat het over cijfers die je kan samenvatten als: zeer veel inteelt, veel lager IQ, veel gehandicapte kinderen, extreem grote kinderschare, zeer grote werkloosheid, extreem veel homoseks onder moslimmannen, zeer veel criminaliteit, zeer hoge schooluitval, analfabetisme, slachtofferschap koesteren, extreme external locus of control, grote onwil om te integreren, noem maar op. Maar ik wil nu even focussen op wat Sennels zegt over de aard van de verschillen tussen moslims en niet-moslims (steeds mijn vet):

De conclusie is dat er sterke psychologische verschillen zijn tussen moslims en niet-moslims. Het is ook duidelijk geworden dat de islamitische cultuur moslims op een nefaste manier beïnvloedt en het waarschijnlijker maakt dat ze crimineel en asociaal gedrag zullen vertonen, in het bijzonder jegens niet-moslims en niet-islamitische autoriteiten.

Na honderden uren therapie met zowel Deense als islamitische patiënten (en een klein percentage niet-islamitische migranten), werd het opstellen van een psychologisch profiel van de islamitische cultuur een evidentie. Om de doorgaans onsuccesvolle integratie van moslims in het Westen en de dramatische gevolgen ervan te kunnen begrijpen, is het belangrijk de psychologische verschillen tussen moslims en westerlingen te (h)erkennen.

Eerst focust Sennels zich op hoe we omgaan met boosheid.

Een van de zeer grote verschillen tussen moslims en westerlingen betreft de visie op boosheid. In onze westerse cultuur wordt woede doorgaans beschouwd als een teken van zwakte en een gebrek aan stijl en controle. Wie ooit beschaamd was na een woedeaanval tijdens een familie-etentje of op het werk, weet dat het meestal tijd en moeite kost om het verloren respect terug te winnen. Doorgaans vinden we het kinderlijk en onvolwassen als mensen bedreigingen uiten en agressief gedrag vertonen om hun ongenoegen te benadrukken en om hun zin te krijgen. Daarentegen zien we het gebruik van logische argumenten om tot een compromis te komen, het bekijken van de situatie van de andere kant, feitenkennis en de kracht om kalm te blijven, als duidelijke signalen van kracht, stabiliteit en authenticiteit.

Mijn islamitische patiënten zagen deze normale westerse sociale hulpmiddelen om te onderhandelen bij conflicten als tekenen van zwakte. Ze zagen het gebrek aan bereidheid om te bedreigen en om een fysiek gevecht aan te gaan als een teken van angst. Ik heb ontelbare uren gespendeerd aan het werken aan de problematische relatie van de gedetineerden met geweld. De meeste Deense patiënten wisten dat woede een ‘slecht gevoel’ is en dat er uiteindelijk geen excuus is om bij frustratie bedreigingen te uiten of gewelddaden te plegen. Dat maakte simpelweg deel uit van hoe ze werden opgevoed door hun ouders en van de cultuur waarin ze werden grootgebracht (hoewel ze er niet altijd in slaagden om dit in hun dagelijks leven in de praktijk te brengen).

Het beoefenen van woedebeheersingstherapie met moslims bestaat niet enkel uit het hun aan het verstand brengen van een goede levensstijl en de voordelen van het vredevol omgaan met conflicten en frustraties: de lading wordt beter gedekt door de term ‘culturele conversie’.

Het is gebleken dat het gebruik van agressie voor mijn islamitische patiënten een geaccepteerd en zelfs vaak verwacht gedrag was bij conflicten. Als een persoon niet agressief wordt wanneer hij onzeker is of wordt bekritiseerd, dan wordt dit gezien als een teken van zwakte en een gebrek aan durf om zichzelf en zijn eer te verdedigen. In de islamitische cultuur wordt verwacht dat men bereid is zijn eigen veiligheid op te offeren om iemand van de gemeenschap of de groep waartoe men behoort te beschermen. Als een lid van deze groep niet bekwaam is dit te doen, dan zullen er onmiddellijk twijfels over rijzen of die persoon wel kan worden vertrouwd als een bruikbare verdediger van de familie, etnische groep, religie, gebied, enzovoort.

Daarna focust Sennels op eer.

Nog een groot verschil tussen moslims en westerlingen betreft de visie op ‘eer’. In de westerse samenleving zien we het als een teken van sterkte, persoonlijke authenticiteit en een eervolle houding als we op een kalme manier kritiek kunnen aanvaarden. Het kunnen negeren van irrelevante kritiek, maar zeker het kunnen rekening houden met relevante kritiek, wordt gezien als een belangrijke eigenschap van een waardig en zelfbewuste persoon. Het vermogen om te denken of te zeggen: “Dat is jouw mening over mij of mijn waarden, maar ik heb mijn eigen mening en dat is alles wat voor mij telt,” is noodzakelijk in onze kritische, democratische en transparante cultuur, waar men fouten of zwakheden doorgaans niet kan verbergen achter mooie titels, hiërarchieën of op culturele gronden bedeelde rechten.

Een vijandige en bedreigende houding jegens kritiek wordt gezien als een teken van onzekerheid en een gebrek aan zelfvertrouwen. Kwaad worden of zichzelf bestempelen als een slachtoffer dat zich niet kan verdedigen wanneer er vragen worden gesteld of wanneer er kritiek wordt geleverd inzake levensstijl of waarden, is helemaal niet eerbaar, toch niet binnen de westerse cultuur.

Wat de Deense Mohammedcartoons meer dan wat dan ook aantoonden, is dat het islamitisch concept van eer helemaal aan het andere uiterste van het spectrum ligt, zeg maar: een verschil van dag en nacht. Immers, wat we in het Westen zouden categoriseren als een onzekere en kinderlijke reactie op kritiek, wordt in de islamitische wereld gezien als een faire, normale en eerbare reactie op ‘onrechtvaardige beledigingen’. Mijn ervaring met moslimjongeren is dat wat anderen over hen denken en zeggen veel voor hen betekent. De combinatie van hun sociale aanvaarding van agressief gedrag en een zeer kwetsbaar eergevoel, vormt een explosieve cocktail. De simpele en normale vraag om te integreren in onze westerse maatschappij wordt dus door heel wat moslims ervaren als een niet-welkome kritiek op hun eigen cultuur. Moslims stellen zichzelf de vraag: “Waaróm moeten we onze levensstijl veranderen om te worden geaccepteerd?” Mijn ervaring is dat de vraag om te integreren bij heel wat moslims continu een gevoel van vijandigheid jegens hun niet-islamitische omgeving voedt.

Daarna is de Locus of control aan de beurt.

Een derde psychologisch verschil gaat over de zogenaamde ‘locus of control‘, een psychologische term die beschrijft in welke mate mensen hun leven ervaren als vooral gecontroleerd door interne of externe factoren.

In westerse samenlevingen wordt verteld dat we vooral zelf verantwoordelijk zijn voor ons leven: de manier waarop we denken, de manier waarop we met emoties omgaan, onze eigen woorden, acties en keuzes, enzovoort. De combinatie ervan is bepalend voor de slaagkans van een leven dat vooral uit leuke momenten met veel voldoening bestaat. In de westerse cultuur is het de stelregel om naar onszelf te kijken als we de oorzaak of oorzaken van persoonlijke problemen willen vinden. Een groot deel van onze burgers – inclusief mezelf – leven dus van het geven van raad aan mensen over hoe ze hun leven moeten veranderen opdat ze gelukkiger worden en opdat ze vermijden om een last van hun omgeving te worden.

Als psycholoog is het vrij gemakkelijk om jonge Deense tieners in een jeugdgevangenis te behandelen. Ze zijn doorgaans opgevoed met de gedachte dat het praten over problemen voor nieuwe en betere oplossingen kan zorgen. Ze zijn grootgebracht in een cultuur die een interne locus of control behelst, en wanneer ik ze als hun therapeut vragen stel over hun eigen aandeel in hun problemen, dan kijken ze me niet aan alsof ik gek ben.

Een moslim op de fauteuil is echter helemaal anders. Wanneer men een moslim vraagt om eens te kijken naar zijn eigen interne en externe reacties om de oorzaken van zijn problemen te vinden, vindt hij dat simpelweg geen relevante vraag.

Islamitische patiënten zien de oorzaken van hun lijden vooral in externe factoren: een oneerlijke maatschappij en niet-islamitische autoriteiten zijn doorgaans de zondebokken. Ook vonden de meeste van mijn islamitische patiënten dat het niet hun verantwoordelijkheid was om in de Deense samenleving te integreren; ze verwachtten op een of andere manier dat de gemeenschap of de staat alles voor hen ging laten gebeuren. In verband met de criminele feiten waarvan ze werden beschuldigd was het bijna altijd van hetzelfde laken een pak: het was de schuld van het slachtoffer. Hij of zij had het immers ‘uitgelokt’ of had in die mate ‘verleid’ dat mijn islamitische patiënt zich ‘gedwongen’ voelde om het slachtoffer aan te vallen.

[…] Terwijl westerlingen wanneer ze in de problemen zitten de neiging hebben om zichzelf af te vragen “Wat deed ik verkeerd?”, hebben moslims de neiging om zich af te vragen: “Wie heeft me dit aangedaan?” En dus is de ontwikkeling van een slachtoffermentaliteit een ander normaal gevolg van het hebben van een externe locus of control: wanneer dingen verkeerd gaan zien ze zichzelf als slachtoffers van ongeluk, onrechtvaardigheid of simpelweg van de egoïstische handelingen van andere mensen. De typische reactie van iemand die een externe locus of control heeft is dus niet dat hij of zij zelf moet veranderen, maar dat de wereld moet veranderen.

[…] Het is daarom ook volstrekt logisch dat beroepen zoals psychologen, psychiaters en therapeuten in de islamitische wereld bijna niet bestaan; het weinige dat er is werd geïmporteerd uit het Westen en is dus niet geworteld in de eigen cultuur. Beroepen die mensen helpen om zichzelf te helpen leiden er immers toe dat individuen sterker worden, en dat soort mensen heeft geen plaats in culturen die steunen op een externe locus of control.

Ik wil jullie niet belasten met het hele artikel, alhoewel dat zeker de moeite waard is, ook voor wie benieuwd is naar goede oplossingen. Maar deze alinea over identiteit moet toch even.

Een vierde en zeer belangrijke psychologische karaktertrek gaat over de identiteit van moslims. […] Tussen mijn 150 islamitische patiënten waren er slechts een aantal die zich Deens voelden. De meesten zagen zichzelf als een Marokkaan, een Somaliër, een Pakistaan, enzovoort, wonend en levend in een ander land, in dit geval Denemarken. Bijna allemaal voelden ze zich vervreemd ten opzichte van Denen en stonden ze negatief ten opzichte van de Deense samenleving. Dit choqueerde me, omdat veel van deze patiënten reeds de tweede en zelfs derde generatie migranten waren.

Wie al het bovenstaande goed tot zich laat doordringen gaat beseffen dat het contraproductief is om moslimjongeren aan te spreken zoals we autochtone, westerse jongeren aanspreken. Ze lachen ons bij wijze van spreken alleen maar uit en we bieden ze zo de gelegenheid om aan de eigen groep te laten zien hoe goed ze zijn in het hoog houden van hun eigen normen en waarden. Rutte’s “Doe normaal of ga weg” is volkomen onbesteed aan deze jongeren, want hun normaal is een heel andere dan wat Rutte,  en Wilders en Bruma en Pechtold en Klaver en jij en ik, normaal vinden. Alle woorden die we tot deze jongeren richten in de verwachting dat ze erdoor zullen inbinden zijn eerder olie op het vuur. Door brutaal terug te antwoorden laten ze aan de erbij staande groepsgenoten zien de groepseer, de eigen identiteit en de ‘juiste’ manier van omgaan met kritiek goed te beheersen. Doen ze dat niet, dan weet de groep later wel raad met ze, en dat weten ze.

Ze hebben ook perfect in de gaten met welke antwoorden ze de kritiek te lijf kunnen gaan. Van de drie gooiden er twee sneeuwballen. De grootste en wellicht oudste deed dat niet. Wij zijn echter gewend degene aan te spreken waarvan wij vermoeden dat het de leider van de groep is, en daarom stappen we meestal op de grootste af. Wat zegt die vervolgens semi-verontwaardigd? “IK gooide geen sneeuwballen hoor.” Ook weten ze heel goed dat je als oudere in onze maatschappij niet zomaar een kind mag vastpakken, dus al raak je ze ook maar een heel klein beetje aan, al is het met slechts een vinger op een schouder, dan is er al direct de geagiteerde reactie “Blijf van me af!”. En zo hebben ze meer tactieken die maken dat je als oudere autochtoon enorm op je tellen moet passen. Dus ook al ben je als autochtonen met een enorme meerderheid (middenin de stad, middenin een winkelstraat), je doet toch maar liever niets. Daar speelt natuurlijk ook bij mee dat we zijn verworden tot een maatschappij van watjes. Deze jongeren hadden dit zeker niet moeten proberen bij de kampers en jongeren uit die meest asociale buurten uit mijn jeugd, maar ook in andere arbeidersbuurten was dit aangepakt.

We zullen serieus moeten nadenken over ons arsenaal aan tactieken voor dit soort problemen. Daarvoor hebben we echt politici, journalisten en commentatoren nodig van een geheel ander slag dan we de afgelopen veertig jaar hadden. Die waren aanvankelijk misschien okay voor een maatschappij waar allen uiteindelijk dezelfde normen en waarden onderschrijven. Maar nu we door de uitgebreide moslim-immigratie niet langer allen diezelfde normen en waarden delen, zijn we gedwongen over te gaan op een hardere aanpak die, toegegeven, minder grijstinten zal bevatten en geregeld tégen ons westers idee van beschaafdheid zal lijken in te gaan. Er zullen hardnekkig naïeve – ik vrees voornamelijk linkse – lieden zijn die zullen schande spreken bij elke maatregel die niet alleen de kwaden aanpakt, maar ook goedwillenden raakt. Natuurlijk moet er voldoende grijstint blijven bestaan, maar zo ‘genuanceerd grijs’ als het de afgelopen decennia eraan toeging zit er op een aantal terreinen voorlopig niet meer in.

Inburgeren is, als het GOED is, een ENORME opgave

huphollandhupIn De Volkskrant van deze zaterdag staat een interview met Han Entzinger over de huidige vorm van de inburgeringsverplichting die door De Algemene Rekenkamer als een mislukking wordt beschouwd. Entzinger is een van de grondleggers van het hele idee, al geldt dat niet voor de huidige vorm die in 2013 ontstond (Wet Inburgering 2013). Zijn bemoeienissen gaan terug naar de vorige eeuw. Entzinger stond toen voor ogen dat inburgering een opstapje was in de nieuwe samenleving. Nu bekritiseert hij de huidige praktijk door te stellen dat het verworden is tot een afschrikkingsmiddel. Hij lijkt het te wijten aan het feit dat de overheid een en ander ging overlaten aan private bedrijfjes,, terwijl het volgens hem typisch een taak voor de overheid is. Er zijn nu zes afzonderlijke inburgeringstoetsen: luisteren, spreken, lezen, schrijven en kennis van de maatschappij en van de arbeidsmarkt. Ook moet de inburgeraar zelf de kosten opbrengen, al is er bij slagen sprake van een tegemoetkoming en kan het geld geleend worden. Al met al blijkt de cursus voor tweederde van de migranten een te grote opgave; zij slagen niet of haken voortijdig af. Vandaar zijn conclusie dat het tot een horde is verworden, in plaats van een hulpmiddel. Ook was het nooit zijn bedoeling dat de ‘inspanningsverplichting’ zou uitmonden in harde sancties bij niet slagen. De inburgering zou in Entzingers ogen zijn verworden tot een ‘assimilatiebeleid’:

“Je moet worden zoals wij. Veel mensen hadden een gevoel van onbehagen bij de snel veranderende maatschappij. Sommige bewindslieden hebben dat toen letterlijk gezegd: je moet Nederlandse vrienden hebben, Nederlandse partners, op straat Nederlands spreken.”

Het beleid werd dat er boetes konden volgen, dat een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd zou kunnen worden geweigerd en dat er zelfs uitzetting kon volgen. Weliswaar werden deze sancties nooit echt toegepast. Dat zou ook ondemocratisch zijn geweest, volgens Entzinger:

“Je kunt nieuwkomers niet dwingen te assimileren. Tenminste, niet in een democratie. Dat lukt alleen met de knoet.”

Ook was Entzinger niet blij met de examenvragen over ‘gewenst gedrag’ in sociale situaties. Het zijn volgens hem vragen waarop geen feitelijk juist antwoord bestaat.

“In vergelijking met andere landen heeft de Nederlandse inburgering dat sterk, vragen over gedragsregels en allerlei normatieve dingen. Terwijl de antwoorden nogal afhangen van de sociale kring waarin je verkeert. Je ziet dat die vragen bedacht zijn door mensen met een middle class-perspectief, met een zeker nostalgisch verlangen naar een onbenoemd verleden. Het is raar dat het recht om hier te mogen blijven daarvan afhangt. Temeer omdat het merendeel van de inburgeraars veel meer met andere migranten in aanraking komt dan met autochtone Nederlanders voor wie dit de normen zijn.”

Entzinger wil weer terug naar de beperkte opzet zoals hij die ooit bepleitte. En de overheid zou weer de regie in handen moeten nemen. En we moeten ervoor zorgen dat migranten zich volwaardig gaan voelen.

“Veel mensen met een migratieachtergrond hebben het idee dat zij niet voor volwaardig worden aangezien, ik hoor dat ook van studenten hier aan de universiteit. In feite gewoon Rotterdamse jongens en meisjes die ontzettend hun best doen, maar die toch het gevoel hebben dat ze niet zo meetellen als autochtone jongeren. Dat leidt tot frustratie, sommigen wenden zich af van de Nederlandse maatschappij. Dat is het sentiment waar Denk nu op drijft.”

Tot zover wat emeritus hoogleraar en voormalig lid van de WRR Han Entzinger ervan vindt. Nu wat ik ervan vind.

Je kunt nieuwkomers niet dwingen te assimileren. Tenminste, niet in een democratie. Dat lukt alleen met de knoet”, zo stelt Entzinger. Ik vind dat te kort door de bocht. Mogelijk heeft hij gelijk gezien de hedendaagse verhoudingen in het parlement, maar wat nu als de parlementaire verhoudingen veranderen en er democratisch wordt besloten dat er wel degelijk geassimileerd moet worden?!

Ook kan je je afvragen waar integreren eindigt en assimileren begint. Het lijken me punten op een ‘schaal van aanpassing’, meer niet. Aan het ene uiterste is iemand volledig onaangepast en aan het andere uiterste volledig aangepast. De inburgeraar zal ergens daartussenin eindigen, maar het gaat uiteindelijk om de onderwerpen. De huidskleur is geen onderwerp, alleen al omdat deze niet te veranderen is, en dat zal ook niemand verwachten. Koffiedrinken zou een onderwerp kunnen zijn, maar mocht dat het enige onderwerp zijn (naar het idee van de autochtonen), dan lijkt assimileren mij een kwestie van goed koffiedrinken oefenen, meer niet, en je bent er. Uiteraard gaat het niet alleen om koffiedrinken. Sterker, het gaat de autochtonen niet echt om koffiedrinken, al kan het helpen bij socializen. Het echte rijtje onderwerpen dat ertoe doet omvat taal en een beetje kennis van de wet en geschiedenis, maar vooral respect voor, en naleving van, de Nederlandse normen, waarden, gewoonten en tradities. Niet onbelangrijk punt is dat de autochtonen zich pas de laatste tijd goed bewust geworden zijn van die normen, waarden, gewoonten en tradities, daartoe gedwongen door de geregeld opgeworpen vraag wat die dan wel zijn en doordat anderen meenden ons te kunnen vertellen dat er geen echte Nederlandse identiteit is, denk aan Maxima. We kunnen het de immigranten niet kwalijk nemen dat we die lijst met onderwerpen niet goed op een rijtje hadden. Dat zullen we nu beter moeten gaan doen. Maar zijn we het wel voldoende eens over dat rijtje, over die criteria?

Entzinger stelt dat er geen objectieve criteria bestaan voor “gewenst gedrag”. In academische zin en gezien vanuit een kosmopolitisch perspectief heeft hij wellicht gelijk. Over bijna alle gedrag wordt wel ergens ter wereld net even anders gedacht en ook binnen Nederland bestaat over veel gedrag verschil van mening. Toch neemt dat niet weg dat er wel degelijk criteria gesteld kùnnen worden, zelfs over gedrag waar lang niet alle Nederlanders het over eens zijn. Entzinger stoort zich vooral aan het middle-class perspectief dat uit de examenvragen bleek. Ik ken die vragen niet, maar wil hier toch pleiten voor het toepassen van een perspectief. Het gaat dan om het uitdragen van een stelsel van normen, waarden, gewoonten en tradities waarmee de inburgeraar een goede start in onze samenleving kan maken. Dus al komt het vaak genoeg voor dat een paar Hollandse jongens hebben besloten elke donderdagavond met elkaar te gaan darten zonder de meiden erbij, migrantenjongens moet toch worden uitgelegd dat het abnormaal is dat in een café vrouwen worden geweerd. En al kan het best zo zijn dat de hulpbehoevende meneer Van Dongelen het op zijn 43e onprettig vindt te worden gewassen door een willekeurige vrouw en dat hij daarin tegemoet wordt getreden, evengoed zal een migrant met drie kleine kinderen die geen vrouw meer heeft en huishoudhulp aangeboden krijgt, moeten accepteren dat het een vrouwelijke hulp wordt, ook al staat zijn geloof dat naar zijn zeggen niet toe.

Entzinger vindt ook het verplichte karakter maar niks. Ik vind daarentegen dat elke inburgeraar persoonlijk begeleid moet worden en dat de begeleider gedrag zelfs kan opdragen. Ook is het zaak dat begeleiders niet al te gemakkelijk omgaan met de lijst van normen, waarden, gewoonten en tradities. Immers, elke afwijking die de begeleider de inburgeraar gunt, zal tot integratieproblemen kunnen gaan leiden. Wat dat betreft is een zesje of zeventje onvoldoende. Er zal echt volledig moeten worden meegewerkt en geaccepteerd. De inburgeraar zal zich volledig gewonnen moeten geven. En ja, dat betekent een echt enorme opgave. Het zal iedereen duidelijk zijn dat het ontzettend moeilijk is om uit de eigen cultuur over te stappen op een andere cultuur, zeker als die conflicterend is. Dat kan eigenlijk alleen maar met persoonlijke begeleiding en ongelooflijk veel bereidheid. Teveel gevraagd? Ik vind van niet.

ZEMBLA maakt RECLAME voor vluchtelingenpropagandafilm

Gedetineerde kinderen op Mauro

Mooie, maar verdrietige – nee, zelfs tot zelfmoord gedreven – meisjes ‘achter tralies’ op het eiland Nauru. Heart breaking.

Zembla (VARA) maakte vandaag de hele dag door in de reclameblokken RECLAME op Radio 1 voor de uitzending van vanavond over kinderen op Nauru, een van de eilanden waar Australië illegalen detineert die per boot de oversteek naar het vaste land van Australië probeerden te maken, maar daarin faalden. De boodschap van de Australische regering was en is duidelijk: er zal géén pardon komen en ze zullen niet voor een visum in aanmerking komen.

Zembla presenteert zichzelf als onderzoeksjournalistiek medium. Maar het is overduidelijk dat deze Zembla documentaire geen echte onderzoeksdocumentaire is, maar een totale propagandafilm waar de organisatie Save The Children een centrale rol in speelt. De ‘docu’ zit barstensvol met op de emoties inspelende scenes, zoals kleine meisjes die zelfmoord probeerden te plegen, met wanhoop in hun stem, met totaal aangedane hulpverleensters, ga maar door. Niet het overall-plaatje aangaande het grotere dilemma voor een hele maatschappij wordt geschetst, maar alléén het effect op individuen, hier voornamelijk jonge meisjes die aanvankelijk zo levendig en vrolijk waren en in de loop van maanden en jaren steeds depressiever werden, zo wordt ons ingewreven. Verder mobieltjes-beelden van lokale jongeren die gedetineerden in elkaar slaan en anekdotes die een paar hulpverleensters van Save The Children vertellen over ander aangedaan leed. Kortom, het is echt een ‘docu’ voor de Goedmensen onder ons, die na het zien van zoveel leed en getuigenissen weer volledig overtuigd zijn van hun eigen gelijk.

De ‘docu’ is professioneel gemonteerd en àlle beelden zijn eenzijdig. Het is mij overduidelijk dat àlle medewerkers van de film zeer partijdig vòòr het welkom heten zijn. De vraag die ik hier wil opwerpen is of het wel ethisch okay is dat Zembla zich leent voor zulke propaganda.

Zembla is van de VARA en ik beschouw deze uitzending daarom als een regelrecht BEWIJS dat de héle VARA partij heeft gekozen vòòr het welkom heten. Ergo, ik beschouw àlle VARA-medewerkers vanaf nu als Goedmensen. Ga ik daarin te ver? Probeer me maar te overtuigen.

Dan over die reclames. Waarom toch mag de VARA reclames maken op Radio 1 voor zo’n propagandafilm? Is het niet zo dat ook de VARA wordt gefinancierd door de belastingbetaler? Het zal toch niet zo zijn dat ook ik meebetaal aan die reclames? En wat ik me afvraag, heeft de VARA voor die reclames wel het volle pond moeten betalen? Of kregen ze misschien toch een kortinkje van goede vrienden in het Hilversumse?

De wereld is van IEDER1, maar Bali is van de Balinezen

Bali-Expat

Bali is een prachtig oord, ook voor toeristen. Maar het staat niet zomaar toe dat je er een huis koopt. En terecht!

Dit weekend was in Amsterdam de IEDER1 manifestatie, een werkelijk belachelijk evenement. Oh, jij voelt er juist wel sympathie voor? Dan nu niet meteen afhaken, maar eerst je positivisme aanspreken om de volgende kritieken op zijn minst te lezen.

Het draaide allemaal om die domme zin uit dat lied ‘Iedereen is van de wereld” van The Scene (1990): Iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen

Domme, domme uitspraak, want als je werkelijk meent dat de wereld van iedereen is, dan zou je ook de duivels onder ons moeten tolereren en hen hun deel moeten geven. Ach, en dat is natuurlijk net even teveel gevraagd van al die blije mensen op die positieve manifestatie. Nog even los van de vraag wie of wat we duivels noemen; de vijanden van de één zijn de vrienden van de ander.

Die blije, positieve mensen werden ook wel geïnterviewd, maar dat ging niet altijd van harte, ondanks de kans die dat hen bood om ook zelf het nieuws te halen. Zo bleek dat ze de wereld voor iedereen vinden, “maar voor sommige mensen niet”. De meelopers zijn dus ronduit hypocriet; met de mond wordt het beleden, maar de daad bij het woord voegen is er niet bij. Ofwel, wel zeggen dat we ons (weer) met elkaar moeten verbinden, maar ‘boze, negatieve mensen’ tegemoet treden is er niet bij. Dus hoezo verbinden. Dus hoezo de wereld met elkaar delen. Nee, deze meelopers willen eigenlijk de wereld voor henzelf, voor de eigen soort, zal ik maar zeggen. Je kan je afvragen hoe zo’n meeloper is als deze echt de macht toegespeeld krijgt. Het is immers buitengewoon aanlokkelijk om mensen te gaan buitensluiten als die jou onwelgevallige meningen verkondigen. Het lijken me dictatortjes in de dop, of ze nou man zijn of vrouw. Het zijn zeker geen mensen die zich ook maar een beetje kunnen inleven in die ‘boze, negatieve mensen’.

Ze noemen zichzelf al snel wereldburger, maar ook dat is pure zelfoverschatting. In de echte wereld zijn we overal welkom, maar dan vooral als toerist of anders hooguit als we ons volledig aanpassen aan de lokale gewoonten. En in menig land zullen we nooit en te nimmer echt opgenomen worden in de echte gemeenschap. We zullen altijd buitenlanders, buitenstaanders, blijven. En weet je wat? Ik geef de mensen in die landen eigenlijk volledig gelijk. Soort-zoekt-soort sluit nu eenmaal meer aan bij de natuurwetten dan die hele diversiteits-ideologie. Diversiteit nastreven is prima als ermee wordt beoogd inteelt tegen te gaan. Maar het mag niet leiden tot het kapotraken van mooie gewoonten en identiteitsgevoelens waar de lokale bevolking tevree mee is. Die zaken zijn immers de grondslag van de lokale rust en vrede, van een samenleving waar mensen elkaar niet constant naar het leven staan. Dus, westerling, laat het uit je hoofd te vinden dat jij alle recht hebt om op Bali te gaan wonen onder de Balinezen. Ja, je mag ernaartoe als toerist, maar verder moet je niet teveel gaan eisen van de Balinezen. Bali is van de Balinezen en verder van niemand. Dat stukje wereld is dus duidelijk niet van iedereen en dat principe geldt ook voor alle andere stukjes van de wereld.

Onze voorouders hebben de wereld onderling verdeeld. Dat is niet altijd in goed overleg gegaan. Sterker, het is veelal met verovering, plundering, onderdrukking of zelfs genocide geschied. Neemt niet weg dat het nu goed zo is, daar waar de bevolking en de omliggende bevolkingen er vrede mee hebben. En als omliggende bevolkingen er geen vrede mee hebben, dan hebben ze daarin òf volledig gelijk òf een beetje gelijk òf volledig ongelijk. Mijn advies is dan: nader onderzoek en overleg. In elk geval kan en mag het niet zo zijn dat bijvoorbeeld Afrikanen geheel op eigen houtje beslissen dat ook zij recht hebben op land, woning, werk en inkomen in Europa, om maar eens een actueel onderwerp erbij te slepen.

Wie goed nadenkt hoeft de diversiteits-ideologie niet helemaal af te schaffen, maar moet deze dan wel bezien op wereldschaal. Dan is het ideaal het handhaven van een zeer diverse wereld, doordat er overal lokale gewoonten, normen en waarden zijn die de streek hun karakter geven en waar toeristen zo nieuwsgierig naar zijn. Maar die diversiteit moet niet betekenen dat al die culturen op dezelfde plek door elkaar heen lopen. In dat geval zien we òf botsingen tussen culturen ontstaan omdat ze elkaar niet verdragen òf doven ze elkaar langzaamaan uit. Beide moet je niet willen. En laat dat nou precies dè kritiek zijn van al die ‘boze, negatieve mensen’!

Tot slot dit filmpje van een van de initiatiefnemers van IEDER1, Nasrdin Dchar.

Ik walg van al die Goedmensen van Stichting Bootvluchteling

lesbos-1

Zie toch eens de zelfgenoegzame lach op haar gezicht. Een echt Goedmens.

De Stichting Bootvluchteling zegt de helpende hand te bieden bij de toenemende vluchtelingenstroom vanuit Libië. De stichting handelt vanuit de overtuiging dat de verdrinkingsdood op geen enkel dilemma een passend antwoord is: “Wij geloven in een wereld waarin we medemensen in nood de helpende hand bieden.” En: “Je moet er niet aan denken, maar wat als wij er niet waren geweest?”

Nou, eerlijk gezegd, waren jullie er maar echt niet geweest. Door jullie soort worden nog veel meer zogenaamde vluchtelingen aangemoedigd om die overtocht te gaan maken. En hoezo medemensen in nood en de verdrinkingsdood… Ze zijn de haven nog maar amper uitgevaren of ze worden al opgepikt door jullie. Jullie zijn gewoon de zoveelste veerdienst Afrika – Europa.

Vraagje: Hebben jullie wel een licentie daarvoor? En moeten ze zich niet identificeren bij vertrek, met paspoort met name? Hebben ze wel visa voor Europa? Kunnen ze een retourticket overleggen? Kunnen ze aantonen over voldoende geldelijke middelen voor hun verbijf in Europa te beschikken? En vertel me, wat is eigenlijk het ethisch verschil tussen jullie en de smokkelbendes? En waarom toch denken jullie ermee weg te komen? Ik meen te weten dat mensenhandel strafbaar is. Niet voor jullie? Hebben jullie soms hooggeplaatste vrienden?

Voelt het echt zo goed om die mensen daar uit zee op te pikken? Ben je dan echt trots op jezelf? Heb je dan echt het gevoel eindelijk iets wezenlijks voor de wereld te doen? Komt het dan echt helemaal niet in je op dat juist jij bezig bent de problemen van de nabije en verderaf liggende toekomst te creëren? Denk je echt dat je je zo verheven hebt boven hen die een harde lijn voorstaan? Meen je nou echt op deze manier een statement te hebben gemaakt tégen Wilders? Weet je wel heel zeker dat al jouw vrienden en kennissen je om dit gedrag zullen roemen? En spuug je op hen die jou alleen maar walgeijk vinden om je onvoorstelbare naïviteit? Doe je eigenlijk weleens écht aan zelfkritiek? Je bent vast heel tevreden met je eigen inlevingsvermogen, maar waar is jouw inlevingsvermogen voor degenen die heel veel last gaan krijgen van jouw ‘goede daden’? Wordt het niet eens tijd voor een bezoekje aan een psycholoog?

Vanochtend werd jullie kapitein geïnterviewd op Radio 1, om tien over negen. De studiopresentator was echt volkomen, maar dan ook volkomen, kritiekloos. Nee, het was er overduidelijk eentje vàn jullie. Ja, jullie hebben vele contacten bij de media, maar dat jullie zulke contacten hebben wil natuurlijk niet zeggen dat jullie dus gelijk hebben. Het interview deed me walgen en ik besloot na het interview de radio uit te zetten; de presentator had zijn werk niet goed gedaan en dat werd me even teveel, een emotie die me vaker en vaker overkomt.

Ik veracht jullie om wat jullie de samenleving aandoen. Bij ‘goed doen’ heb ik heel andere beelden voor ogen. Geïnteresseerd in die andere kijk? Nee hè, dacht ik al. Jullie zijn een zelfgenoegzaam volkje dat genoeg heeft aan de eigen groep.

Ach, vergeet ik nog bijna dat ene woord dat jullie zo goed beschrijft: Goedmensen.

Goed doen, zonder je te bekommeren om de langetermijngevolgen

Is de Nederlandse samenleving werkelijk doorspekt met zoveel Goedmensen als dit soort berichten suggereren? Hoe het ook zij, het is opvallend hoezeer deze groep in staat is om zich te manifesteren zonder zich te hoeven bedienen van ‘negatieve’ middelen. Zeker in Nederland heeft deze groep het maar gemakkelijk als we vergelijken met de groep van realisten. Die groep blijft waarschuwen met voornamelijk woorden, maar die woorden worden gewoon genegeerd. Een aantal onder hen is het gebruik van het toetsenbord zo onderhand zat, of is daar gewoon niet zo goed in, en zoekt wanhopig naar fiksere middelen. Niet dat dit helpt. Integendeel, lijkt het wel, want de media – ik bedoel de main-stream-media, de MSM, zoals de kranten, de radio en de televisie – bestaat blijkbaar voornamelijk uit Goedmensen die er geen enkele moeite mee hebben om elke ‘boze burger’ neer te sabelen als extreem-rechts, daarmee die ‘boze burger’ bijzonder effectief uitschakelend. Nee, dan de Goedmensen die soms zelfs BN’er zijn. Die organiseren een ‘ludieke aktie’ zoals een inzameling of een lied. En dat levert schijnbaar ‘positief nieuws’ op en laat iedereen in de wereld zien dat wij Hollanders toch maar mooi goedhartige mensen zijn, in tegenstelling tot het beeld dat die ‘boze burgers’ lijken te scheppen. De grote vraag die me nu bezighoudt is wat wat veroorzaakt: Zijn zòveel mensen nou ècht Goedmens en reageert de MSM daarop door hen alle positieve aandacht te schenken? Of zijn de redacties van de MSM zèlf vergeven van de Goedmensen en zorgen die ervoor dat zoveel mensen hun zijde kiezen door hun manier van verslaggeven en becommentariëren? Ik denk het laatste.

Stel je toch eens voor dat de redactie van de Volkskrant voornamelijk bestond uit migratiecritici zoals Lees verder

Mensen zonder hart en mensen zonder hoofd

De reacties op mijn recente blogs waren tot nu toe beperkt, maar in mijn omgeving waren er evengoed de nodige reacties die me nopen tot het schrijven van dit blog.

In De Volkskrant was de immigratie de afgelopen tijd een thema dat veel aandacht kreeg en afgelopen zaterdag was de afsluiter. Daarin was ook een oneliner die beschrijft hoe immigratiecritici zoals ik en Gutmenschen (sorry, ik weet even geen betere term) tegenover elkaar staan: Het zou dan gaan om ‘mensen zonder hart’ versus ‘mensen zonder hoofd’. (Zie, o.a. hierover, ook een mooi blog van Toon Kasdorp.)

De meeste kritiek komt in feite neer op de beschuldiging dat ik een mens zonder hart ben geworden. Dat is uiteraard de grootst mogelijke flauwekul, maar Lees verder