Nicolai Sennels: Moslims en niet-moslims verschillen te sterk

Nicolai-Sennels

Nicolai Sennels, Deens gevangenispsycholoog, hier rechts aan de telefoon.

Vandaag had ook ik een aanvaring met een drietal kutmarokkaantjes. Middenin de stad daagden ze mensen op sarcastische wijze uit met “”stemt u PVV?” om vervolgens de mensen zowiezo hatelijk te bekogelen met sneeuwballen. Niemand deed er echt iets tegen al was de ergernis van ieders gezicht af te lezen, ik wel. Ik werd vervolgens bijna in het gezicht gespuugd. Daarna nam het joch dat ik daarop aansprak de kickbokshouding aan. Maar vooral waren ze superbrutaal in hun woorden, althans gezien vanuit het westers normen- en waardenstelsel. Gelukkig kwamen net voldoende omstanders wel in net voldoende mate te hulp èn wist ik me net voldoende te beheersen, al kun je je afvragen wat beheersen zou moeten behelzen.

Mijn poging hen te laten inbinden was in elk geval gedoemd te mislukken. In vroeger tijden maakte je iets dergelijks ook wel mee bij kampers of bij jongeren uit de meest asociale buurten, maar zelfs die waren beter aanspreekbaar. De Deense psycholoog Nicolai Sennels legt al jaren vlijmscherp uit waarom zulke pogingen tot inbinden niet werken; ons normen- en waardenstelsel zit ons in de weg. Bijkomend probleem is dat ook onze wetten ons in de weg zitten; zou ik hebben gehandeld op een manier die dit drietal wèl had laten inbinden, dan had ik nu waarschijnlijk een procesverbaal aan mijn broek. Mensen die tegenover zulke jongeren staan zijn vaak niet op de hoogte van het normen- en waardenstelsel van de ettertjes en reageren daarom inadequaat met als gevolg dat er geen gewenste, of zelfs een slechte, afloop is. Mensen die dat kennen van op de TV of op Youtube lopen maar liever door alsof hun neus bloedt. En mensen die wèl weten waarvoor deze ettertjes gevoelig zijn lopen al evenzeer maar liever door, want ze willen niet dat procesverbaal aan de broek krijgen. Nou, daar zitten we dan mooi klem mee.

Ik noemde al de Deense psycholoog Nicolai Sennels. Al het volgende is uit een artikel van hem uit 2010. Sennels is gevangenispsycholoog en behandelde al zo’n 250 criminele jongeren tussen 12 en 17 jaar, waarvan 150 een islamitische achtergrond hebben. Zodoende kon hij goed genoeg vergelijken. Maar ook onderbouwde hij zijn conclusies met het nodige andere onderzoek, altijd uit onverdachte hoek. Er zitten onderzoeken bij die nog steeds in de taboesfeer zitten en waarover de media slechts zeer verhuld berichten. Dan gaat het over cijfers die je kan samenvatten als: zeer veel inteelt, veel lager IQ, veel gehandicapte kinderen, extreem grote kinderschare, zeer grote werkloosheid, extreem veel homoseks onder moslimmannen, zeer veel criminaliteit, zeer hoge schooluitval, analfabetisme, slachtofferschap koesteren, extreme external locus of control, grote onwil om te integreren, noem maar op. Maar ik wil nu even focussen op wat Sennels zegt over de aard van de verschillen tussen moslims en niet-moslims (steeds mijn vet):

De conclusie is dat er sterke psychologische verschillen zijn tussen moslims en niet-moslims. Het is ook duidelijk geworden dat de islamitische cultuur moslims op een nefaste manier beïnvloedt en het waarschijnlijker maakt dat ze crimineel en asociaal gedrag zullen vertonen, in het bijzonder jegens niet-moslims en niet-islamitische autoriteiten.

Na honderden uren therapie met zowel Deense als islamitische patiënten (en een klein percentage niet-islamitische migranten), werd het opstellen van een psychologisch profiel van de islamitische cultuur een evidentie. Om de doorgaans onsuccesvolle integratie van moslims in het Westen en de dramatische gevolgen ervan te kunnen begrijpen, is het belangrijk de psychologische verschillen tussen moslims en westerlingen te (h)erkennen.

Eerst focust Sennels zich op hoe we omgaan met boosheid.

Een van de zeer grote verschillen tussen moslims en westerlingen betreft de visie op boosheid. In onze westerse cultuur wordt woede doorgaans beschouwd als een teken van zwakte en een gebrek aan stijl en controle. Wie ooit beschaamd was na een woedeaanval tijdens een familie-etentje of op het werk, weet dat het meestal tijd en moeite kost om het verloren respect terug te winnen. Doorgaans vinden we het kinderlijk en onvolwassen als mensen bedreigingen uiten en agressief gedrag vertonen om hun ongenoegen te benadrukken en om hun zin te krijgen. Daarentegen zien we het gebruik van logische argumenten om tot een compromis te komen, het bekijken van de situatie van de andere kant, feitenkennis en de kracht om kalm te blijven, als duidelijke signalen van kracht, stabiliteit en authenticiteit.

Mijn islamitische patiënten zagen deze normale westerse sociale hulpmiddelen om te onderhandelen bij conflicten als tekenen van zwakte. Ze zagen het gebrek aan bereidheid om te bedreigen en om een fysiek gevecht aan te gaan als een teken van angst. Ik heb ontelbare uren gespendeerd aan het werken aan de problematische relatie van de gedetineerden met geweld. De meeste Deense patiënten wisten dat woede een ‘slecht gevoel’ is en dat er uiteindelijk geen excuus is om bij frustratie bedreigingen te uiten of gewelddaden te plegen. Dat maakte simpelweg deel uit van hoe ze werden opgevoed door hun ouders en van de cultuur waarin ze werden grootgebracht (hoewel ze er niet altijd in slaagden om dit in hun dagelijks leven in de praktijk te brengen).

Het beoefenen van woedebeheersingstherapie met moslims bestaat niet enkel uit het hun aan het verstand brengen van een goede levensstijl en de voordelen van het vredevol omgaan met conflicten en frustraties: de lading wordt beter gedekt door de term ‘culturele conversie’.

Het is gebleken dat het gebruik van agressie voor mijn islamitische patiënten een geaccepteerd en zelfs vaak verwacht gedrag was bij conflicten. Als een persoon niet agressief wordt wanneer hij onzeker is of wordt bekritiseerd, dan wordt dit gezien als een teken van zwakte en een gebrek aan durf om zichzelf en zijn eer te verdedigen. In de islamitische cultuur wordt verwacht dat men bereid is zijn eigen veiligheid op te offeren om iemand van de gemeenschap of de groep waartoe men behoort te beschermen. Als een lid van deze groep niet bekwaam is dit te doen, dan zullen er onmiddellijk twijfels over rijzen of die persoon wel kan worden vertrouwd als een bruikbare verdediger van de familie, etnische groep, religie, gebied, enzovoort.

Daarna focust Sennels op eer.

Nog een groot verschil tussen moslims en westerlingen betreft de visie op ‘eer’. In de westerse samenleving zien we het als een teken van sterkte, persoonlijke authenticiteit en een eervolle houding als we op een kalme manier kritiek kunnen aanvaarden. Het kunnen negeren van irrelevante kritiek, maar zeker het kunnen rekening houden met relevante kritiek, wordt gezien als een belangrijke eigenschap van een waardig en zelfbewuste persoon. Het vermogen om te denken of te zeggen: “Dat is jouw mening over mij of mijn waarden, maar ik heb mijn eigen mening en dat is alles wat voor mij telt,” is noodzakelijk in onze kritische, democratische en transparante cultuur, waar men fouten of zwakheden doorgaans niet kan verbergen achter mooie titels, hiërarchieën of op culturele gronden bedeelde rechten.

Een vijandige en bedreigende houding jegens kritiek wordt gezien als een teken van onzekerheid en een gebrek aan zelfvertrouwen. Kwaad worden of zichzelf bestempelen als een slachtoffer dat zich niet kan verdedigen wanneer er vragen worden gesteld of wanneer er kritiek wordt geleverd inzake levensstijl of waarden, is helemaal niet eerbaar, toch niet binnen de westerse cultuur.

Wat de Deense Mohammedcartoons meer dan wat dan ook aantoonden, is dat het islamitisch concept van eer helemaal aan het andere uiterste van het spectrum ligt, zeg maar: een verschil van dag en nacht. Immers, wat we in het Westen zouden categoriseren als een onzekere en kinderlijke reactie op kritiek, wordt in de islamitische wereld gezien als een faire, normale en eerbare reactie op ‘onrechtvaardige beledigingen’. Mijn ervaring met moslimjongeren is dat wat anderen over hen denken en zeggen veel voor hen betekent. De combinatie van hun sociale aanvaarding van agressief gedrag en een zeer kwetsbaar eergevoel, vormt een explosieve cocktail. De simpele en normale vraag om te integreren in onze westerse maatschappij wordt dus door heel wat moslims ervaren als een niet-welkome kritiek op hun eigen cultuur. Moslims stellen zichzelf de vraag: “Waaróm moeten we onze levensstijl veranderen om te worden geaccepteerd?” Mijn ervaring is dat de vraag om te integreren bij heel wat moslims continu een gevoel van vijandigheid jegens hun niet-islamitische omgeving voedt.

Daarna is de Locus of control aan de beurt.

Een derde psychologisch verschil gaat over de zogenaamde ‘locus of control‘, een psychologische term die beschrijft in welke mate mensen hun leven ervaren als vooral gecontroleerd door interne of externe factoren.

In westerse samenlevingen wordt verteld dat we vooral zelf verantwoordelijk zijn voor ons leven: de manier waarop we denken, de manier waarop we met emoties omgaan, onze eigen woorden, acties en keuzes, enzovoort. De combinatie ervan is bepalend voor de slaagkans van een leven dat vooral uit leuke momenten met veel voldoening bestaat. In de westerse cultuur is het de stelregel om naar onszelf te kijken als we de oorzaak of oorzaken van persoonlijke problemen willen vinden. Een groot deel van onze burgers – inclusief mezelf – leven dus van het geven van raad aan mensen over hoe ze hun leven moeten veranderen opdat ze gelukkiger worden en opdat ze vermijden om een last van hun omgeving te worden.

Als psycholoog is het vrij gemakkelijk om jonge Deense tieners in een jeugdgevangenis te behandelen. Ze zijn doorgaans opgevoed met de gedachte dat het praten over problemen voor nieuwe en betere oplossingen kan zorgen. Ze zijn grootgebracht in een cultuur die een interne locus of control behelst, en wanneer ik ze als hun therapeut vragen stel over hun eigen aandeel in hun problemen, dan kijken ze me niet aan alsof ik gek ben.

Een moslim op de fauteuil is echter helemaal anders. Wanneer men een moslim vraagt om eens te kijken naar zijn eigen interne en externe reacties om de oorzaken van zijn problemen te vinden, vindt hij dat simpelweg geen relevante vraag.

Islamitische patiënten zien de oorzaken van hun lijden vooral in externe factoren: een oneerlijke maatschappij en niet-islamitische autoriteiten zijn doorgaans de zondebokken. Ook vonden de meeste van mijn islamitische patiënten dat het niet hun verantwoordelijkheid was om in de Deense samenleving te integreren; ze verwachtten op een of andere manier dat de gemeenschap of de staat alles voor hen ging laten gebeuren. In verband met de criminele feiten waarvan ze werden beschuldigd was het bijna altijd van hetzelfde laken een pak: het was de schuld van het slachtoffer. Hij of zij had het immers ‘uitgelokt’ of had in die mate ‘verleid’ dat mijn islamitische patiënt zich ‘gedwongen’ voelde om het slachtoffer aan te vallen.

[…] Terwijl westerlingen wanneer ze in de problemen zitten de neiging hebben om zichzelf af te vragen “Wat deed ik verkeerd?”, hebben moslims de neiging om zich af te vragen: “Wie heeft me dit aangedaan?” En dus is de ontwikkeling van een slachtoffermentaliteit een ander normaal gevolg van het hebben van een externe locus of control: wanneer dingen verkeerd gaan zien ze zichzelf als slachtoffers van ongeluk, onrechtvaardigheid of simpelweg van de egoïstische handelingen van andere mensen. De typische reactie van iemand die een externe locus of control heeft is dus niet dat hij of zij zelf moet veranderen, maar dat de wereld moet veranderen.

[…] Het is daarom ook volstrekt logisch dat beroepen zoals psychologen, psychiaters en therapeuten in de islamitische wereld bijna niet bestaan; het weinige dat er is werd geïmporteerd uit het Westen en is dus niet geworteld in de eigen cultuur. Beroepen die mensen helpen om zichzelf te helpen leiden er immers toe dat individuen sterker worden, en dat soort mensen heeft geen plaats in culturen die steunen op een externe locus of control.

Ik wil jullie niet belasten met het hele artikel, alhoewel dat zeker de moeite waard is, ook voor wie benieuwd is naar goede oplossingen. Maar deze alinea over identiteit moet toch even.

Een vierde en zeer belangrijke psychologische karaktertrek gaat over de identiteit van moslims. […] Tussen mijn 150 islamitische patiënten waren er slechts een aantal die zich Deens voelden. De meesten zagen zichzelf als een Marokkaan, een Somaliër, een Pakistaan, enzovoort, wonend en levend in een ander land, in dit geval Denemarken. Bijna allemaal voelden ze zich vervreemd ten opzichte van Denen en stonden ze negatief ten opzichte van de Deense samenleving. Dit choqueerde me, omdat veel van deze patiënten reeds de tweede en zelfs derde generatie migranten waren.

Wie al het bovenstaande goed tot zich laat doordringen gaat beseffen dat het contraproductief is om moslimjongeren aan te spreken zoals we autochtone, westerse jongeren aanspreken. Ze lachen ons bij wijze van spreken alleen maar uit en we bieden ze zo de gelegenheid om aan de eigen groep te laten zien hoe goed ze zijn in het hoog houden van hun eigen normen en waarden. Rutte’s “Doe normaal of ga weg” is volkomen onbesteed aan deze jongeren, want hun normaal is een heel andere dan wat Rutte,  en Wilders en Bruma en Pechtold en Klaver en jij en ik, normaal vinden. Alle woorden die we tot deze jongeren richten in de verwachting dat ze erdoor zullen inbinden zijn eerder olie op het vuur. Door brutaal terug te antwoorden laten ze aan de erbij staande groepsgenoten zien de groepseer, de eigen identiteit en de ‘juiste’ manier van omgaan met kritiek goed te beheersen. Doen ze dat niet, dan weet de groep later wel raad met ze, en dat weten ze.

Ze hebben ook perfect in de gaten met welke antwoorden ze de kritiek te lijf kunnen gaan. Van de drie gooiden er twee sneeuwballen. De grootste en wellicht oudste deed dat niet. Wij zijn echter gewend degene aan te spreken waarvan wij vermoeden dat het de leider van de groep is, en daarom stappen we meestal op de grootste af. Wat zegt die vervolgens semi-verontwaardigd? “IK gooide geen sneeuwballen hoor.” Ook weten ze heel goed dat je als oudere in onze maatschappij niet zomaar een kind mag vastpakken, dus al raak je ze ook maar een heel klein beetje aan, al is het met slechts een vinger op een schouder, dan is er al direct de geagiteerde reactie “Blijf van me af!”. En zo hebben ze meer tactieken die maken dat je als oudere autochtoon enorm op je tellen moet passen. Dus ook al ben je als autochtonen met een enorme meerderheid (middenin de stad, middenin een winkelstraat), je doet toch maar liever niets. Daar speelt natuurlijk ook bij mee dat we zijn verworden tot een maatschappij van watjes. Deze jongeren hadden dit zeker niet moeten proberen bij de kampers en jongeren uit die meest asociale buurten uit mijn jeugd, maar ook in andere arbeidersbuurten was dit aangepakt.

We zullen serieus moeten nadenken over ons arsenaal aan tactieken voor dit soort problemen. Daarvoor hebben we echt politici, journalisten en commentatoren nodig van een geheel ander slag dan we de afgelopen veertig jaar hadden. Die waren aanvankelijk misschien okay voor een maatschappij waar allen uiteindelijk dezelfde normen en waarden onderschrijven. Maar nu we door de uitgebreide moslim-immigratie niet langer allen diezelfde normen en waarden delen, zijn we gedwongen over te gaan op een hardere aanpak die, toegegeven, minder grijstinten zal bevatten en geregeld tégen ons westers idee van beschaafdheid zal lijken in te gaan. Er zullen hardnekkig naïeve – ik vrees voornamelijk linkse – lieden zijn die zullen schande spreken bij elke maatregel die niet alleen de kwaden aanpakt, maar ook goedwillenden raakt. Natuurlijk moet er voldoende grijstint blijven bestaan, maar zo ‘genuanceerd grijs’ als het de afgelopen decennia eraan toeging zit er op een aantal terreinen voorlopig niet meer in.

Advertenties

Voor Raoul du Pre is Wilders de vijand

Boze Wilders

Was nog best moeilijk om een foto van een vijandige Wilders te vinden.

De Volkskrant had blijkbaar een interview met de huidige voorzitter Frits Bakker van de Raad voor de Rechtspraak (huh?) over Wilders’ kritiek dat hij was veroordeeld door een ‘nep-rechtbank’ en ‘PVV-hatende’ rechters. De Volkskrant meldt dat volgens Frits Bakker Geert Wilders slechts gebruik gemaakt heeft van de ruimte die de wet biedt en dat van een serieuze ondermijning van het rechtssysteem geen sprake is.

Mooi, is er tenminste eentje die er sportief mee omging. Maar de redactie van de Volkskrant is beduidend minder sportief en het redactioneel commentaar, bij monde van Raoul du Pre, getuigt zelfs van vijandschap jegens Wilders. Op andere wijze is dat commentaar niet uit te leggen. Een bevriende én een neutrale journalist zou immers nooit de volgende termen hebben gebruikt:

  • Titel: Rechterlijke macht staat boven spelbederf Wilders
  • De rechterlijke macht reageert geruststellend onderkoeld op Geert Wilders’ pogingen tot intimidatie.
  • … daarom is het zo verontrustend dat PVV-leider Wilders zijn proces … vooral aangrijpt om de rechterlijke macht omlaag te trekken.
  • Zijn ‘laatste woord’ in de rechtszaal plus zijn commentaar op zijn veroordeling … waren het sterkste staaltje staatsrechtelijk spelbederf van 2016.
  • Anders dan Wilders toont Bakker dat hij de scheiding der machten serieus neemt.

 

Wat Du Pre, en dus de hele redactie, maar niet wil begrijpen is dat met nepparlement en neprechtbank niet wordt bedoeld dat het héle parlement en iedere rechtszaak àlle tijden alléén maar nep zijn. De beschuldiging van nepparlement betrof het onderwerp van dat moment. Hij deed die uitspraak in de context van een debat over de asielopvang. Kamerleden applaudisseerden toen Pechtold gemeenten bedankte die asielzoekers opnamen. Volgens Wilders ging dat applaus in tegen de wil van miljoenen Nederlanders en hij vond het een nepparlement. Merkwaardig genoeg werd dat opgevat als een veroordeling van het hele parlementaire systeem en werd gemeend dat Wilders dus helemaal geen democraat was, maar eerder een potentiële dictator. Terwijl Wilders eigenlijk zei: Kom op, mede-politici, laten we hier nou eens onze taak op een professionele wijze vervullen. We zijn een parlement dat rekening hoort te houden met de stemverhoudingen, niet alleen in het parlement zelf, maar ook in het land, geen kinderspeeltuin waar we net doen alsof, en ook geen voor-wat-hoort-wat handjeklap markt, en ook geen de-meerderheid-kan-me-de-pot-op bedrijf. Ofwel, hij pleitte voor een serieuzere opvatting van de taak. Zo simpel is het.

En de beschuldiging van neprechtbank betrof het onderwerp van zijn rechtszaak waarvan hij vond dat de rechters er niet eens aan hadden moeten beginnen of anders in elk geval een heel andere uitspraak, namelijk een vrijspraak, hadden moeten doen.

Raoul du Pre en de hele redactie lijken me net even te intelligent om achteraf te kunnen zeggen dat ze al deze uitleg eerst niet eruit hadden begrepen. Nee, er lijkt me geen andere uitleg mogelijk dan dat het kwade opzet is om de vijand Wilders weer eens een dreun op de kaken te geven, in de hoop dat hij op zeker moment eindelijk down for the count zal gaan.

Du Pre vindt dat Wilders zijn neerhalen van de rechtspraak kan rechtzetten: “Als Wilders wil laten zien dat hij de rechtsstaat hoog houdt, zoals hij claimt te doen, spreekt hij vandaag zijn waardering uit voor de ruimte die Bakker hem gunt.” Ik zie niet in waarom Wilders dat zou moeten doen. Immers, hij heeft niet de hele rechtspraak omlaag gehaald. Dat maakten Du Pre en anderen ervan, door hem zo te framen.

Als Wilders en Pechtold tot een compromis moeten zien te komen

Overton windowErvaren politici en diplomaten zullen vast en zeker vertrouwd zijn met de Door-in-the-face techniek en de Foot-in-the-door techniek. Kom, laten we ze vertalen, want er zijn goede Nederlandse uitdrukkingen voor. Het gaat dus om de deur-in-het-gezicht-dichtslaan techniek en de voet-tussen-de-deur techniek.

Bij de deur-in-het-gezicht-dichtslaan techniek is het de bedoeling iemand zo gek te krijgen ergens mee akkoord te gaan door eerst een voorstel te schetsen dat zo extreem is dat het zal worden afgewezen (als het ware wordt de deur in je gezicht dichtgeslagen) en daarna met het echte voorstel te komen. Dat echte voorstel oogt dan zoveel gematigder dat het een grotere kans maakt te worden geaccepteerd dan wanneer niet eerst dat extreme voorstel was gedaan, zo hoopt men.

Bij de voet-tussen-de-deur techniek is het de bedoeling iemand eerst een voorstel te doen dat heel gemakkelijk geaccepteerd zal worden om daarna het echte voorstel te doen. De hoop is dat de emotionele stap tussen het aanvankelijke en het echte voorstel dusdanig veel kleiner is geworden dat het niet meer als te groot wordt ervaren.

In beide gevallen wordt er gewerkt met een Overton Window, vernoemd naar de bedenker ervan. Stel je een reeks voorstellen voor die lopen van extreem via zeer acceptabel naar extreem. Over die lijst heen projecteren we een raam dat bovenaan en onderaan de problematische voorstellen buitensluit. Stel verder dat het voorstel dat erdoorheen gedrukt moet worden buiten het raam ligt. Dan zijn de hierboven genoemde technieken geschikt om dat doel te bereiken.

Op zijn beurt is het Overton Window ook van belang bij het begrijpen van het ‘argument to moderation’, door de Nederlandse Wikipedia vertaald naar ‘vals compromis’ (echter de Engelstalige wiki-pagina is echt veel beter in de uitleg). “De waarheid zal wel ergens in het midden liggen”, zo luidt een bekend gezegde. Degenen die in dat gezegde geloven, zijn ontvankelijk voor het ‘valse compromis’. Zij menen dat beide tegenover elkaar geponeerde standpunten of beweringen vast wel een zekere waarheidsclaim hebben en veronderstellen dat de echte waarheid dan wel ergens tussen beide in zal liggen. Dat kàn natuurlijk zo zijn en dan is het geen vals compromis. Maar het hoeft niet zo te zijn. Er zijn een paar gevallen denkbaar.

Stel Wim heeft een schuld van 1500 euro.
Stel A1 is de claim dat gedurende 15 maanden 100 euro bezuinigen per maand prima haalbaar moet zijn.
Stel A2 is de claim dat 500 euro ook haalbaar wordt geacht.

Degene die A1 voorstelt zal betogen dat A2 echt asociaal hoog is en degene die A2 voorstelt zal betogen dat A1 echt veel te lang gaat duren.

Uit onderzoek blijkt dat Wim bij 500 euro precies op de armoedegrens uitkomt en dat een termijn van 15 maanden in de ogen van de schuldeisers nog net kan, dan zijn beide voorstellen nog net reëel. Dikke kans dat veel mensen zullen akkoord gaan met een compromis ergens tussen 100 en 500 euro in. Dat lijkt geen vals compromis.

Maar stel dat uit onderzoek blijkt dat 500 euro wel degelijk leidt tot armoede, een fikse armoede zelfs. Claim A1 blijft echter overeind. Zelfs dan zal je zien dat veel mensen een compromis zullen zien zitten. In dat geval is er wèl sprake van een vals compromis. Claim A2 heeft dan namelijk niet gefungeerd als een op zich ware claim, maar slechts als een sluwe manier om ervoor te zorgen dat er sneller wordt afgelost dan claim A1 voorstelde.

Het kan erger. Het gaat in het volgende voorbeeld om het oppikken uit zee van bootmigranten en vervolgens in Italië aan land zetten.

Stel B1 is de claim dat dit handelen een extra aanzuigende werking heeft.
Stel B2 is de claim dat het géén extra aanzuigende werking heeft.

Merk allereerst op dat beide claims elkaar lijken uit te sluiten. Er lijkt er dus maar eentje waar te kunnen zijn. Echter, uit onderzoek zou kunnen blijken dat het bijv. per regio of groep bootmigranten verschilt.

Stel dat politieke leiders het er wel over eens zijn dat op zich een extra aanzuigende werking ongewenst is. Zoals altijd menen zij een compromis te kunnen sluiten: Er zal aan land worden gezet op een eiland ergens tussen Afrika en Europa en daar zal per persoon worden beoordeeld of ze asiel kunnen krijgen.  Merk allereerst op dat het compromis slechts een gedeelte van het handelen blijkt te betreffen.

Dat compromis is een valse als claim B1 de hele waarheid blijkt weer te geven en B2 volledig onwaar is. Het compromis is dan vals omdat claim B2 een rol heeft gespeeld terwijl het nooit had mogen meewegen. Immers, de claim was volstrekt onwaar. Omgekeerd is trouwens ook waar, dus als B1 totaal onwaar bleek en B2 juist de volledige waarheid, dan was het compromis al evenzeer een valse geweest.

Zelfs lijkt dit compromis een valse als uit onderzoek bleek dat de extra aanzuigende werking wel voor sommige regio’s en/of groepen werkt en voor andere niet. Immers, het compromis maakt geen melding over dat aspect en dus zal het worden toegepast op àlle bootmigranten.

Maar goed, compromissen zijn niet alleen bedoeld om de rationeel beste ‘waarheid’ te vinden. Sterker, compromissen zijn eerder bedoeld om de lieve vrede tussen groepen te bewaren. En die lieve vrede zal er zijn zolang de benadeelde partij (dat is de partij die wèl de waarheidsclaim waarmaakte) het valse van het compromis niet beseft. Of misschien beseft die partij het wel, maar accepteert het dat compromis als onderdeel van het diplomatieke en politieke spel, wetende of hopende dat een andere keer het onterechte nadeel de andere kant op zal vallen.

Ervaren politici en diplomaten die het compromis als onderdeel van het spel zien, zullen vast en zeker vooral de deur-in-het-gezicht-dichtslaan techniek bewust toepassen. Slechts zelden wordt dat gezien en begrepen door de burger. Ook kost het veel kennis om het valse in een compromis te herkennen. Wat veel tegenstanders van iemand als Wilders niet zien is dat hij hoog inzet om er bij aanvang van eventuele onderhandelingen goed voor te staan. Idem zal gelden dat iemand als Pechtold juist laag inzet om het bij diezelfde eventuele onderhandelingen Wilders c.s. niet al te gemakkelijk te maken. Beiden zullen het compromis zoeken, zou men denken.

Maar is dat wel zo? Zijn zowel Wilders als Pechtold zich eigenlijk aan het voorbereiden op onderhandelingen? Van Wilders mag dat worden verondersteld. Van Pechtold is bekend dat deze absoluut niet wil gaan samenwerken. Beide blijkt uit dit artikel van eerder dit jaar.

Wat in deze wel heel voornaam is: Wie heeft er vooral gelijk? En wie heeft er vooral ongelijk? Goed onderzoek is nodig. Maar wat is goed onderzoek? We zouden kunnen denken aan een instituut dat onpartijdig is. Maar wat mij betreft mag het ook gedaan worden door partijdige instituten, zolang die partijdigheid maar transparant is. Het is dan verder aan ons allen om straks te kunnen beoordelen of er bij een compromis sprake was van een valse of een redelijke.

Hoe zit het met de empathie van Jesse Klaver?

aap met geliefde

“Oei, als dat maar goed blijft gaan”, bedenken sommigen zich. Inderdaad, anderen bedenken zich dat volstrekt niet. Die zeggen meteen “Oh, wat schattig”.

Dertig jaar jong, de leeftijd waarop nog maar een paar eeuwen geleden de nodige filosofen hun beroemde boeken schreven. Het kàn dus wel, een boek schrijven op die leeftijd, en zo deed Jesse Klaver. Terugdenkend aan mezelf op die leeftijd, denk ik dat ik het niet zo had gekund. Het mag gerust knap worden genoemd. Toch zijn er twee argumenten waarom het enerzijds toch ook weer niet zo heel knap is en anderzijds ook weer niet zo filosofisch doorwrocht als eigenlijk moet, wil je de geschiedenis helpen schrijven anno 2016.

Jesse Klaver – ik stel JK voor – is geholpen door een heel team op allerlei facetten. Zijn team heeft ervoor gezorgd dat ‘De empathische samenleving’ (want zo heet het hier besproken boek) niet tezeer afwijkt van het partijprogram van Groenlinks. Maar ook dat het goed leest, dat het alle tegenwoordige hete hangijzers bespreekt, dat er consistentie in zit (wat iets anders is dan dat het waar is), dat er enkele filosofen worden geciteerd en dat de genoemde feiten eerst gecontroleerd zijn.

En dat het niet zo doorwrocht is, zal hopelijk ook JK zelf ontdekken ergens in de toekomst, met het groeien van de ervaring, de wijsheid en het inzicht. Over inzicht gesproken, inzicht hangt natuurlijk nauw samen met empathie, een van de hoofdthema’s van het boek. Helemaal terecht legt JK de vinger op een zere plek. Het ontbreekt inderdaad heel veel mensen aan empathie. Hij en ik zijn het op dat punt dus eens. Toch verschillen we zeer sterk in de benoeming van wie er dan toch zo empathiegebrekkig zijn. JK is net als alle andere Groenlinksen progressief ingesteld en dat houdt in dat hij heel veel zaken ziet waar we met zijn allen echt aan moeten werken, om het onrecht dat nu nog wordt aangedaan weg te nemen. Hij neemt waar dat er bij “rechtse” – hij heeft het over nieuwrechtse – mensen een groot gebrek aan inlevingsvermogen is waar het gaat om het trieste lot van bijvoorbeeld vluchtelingen. Vandaar dat hij een soort van beroep doet op die groep om toch vooral te pogen meer empathie op te brengen. Ik schrijf bewust ‘een soort van’, want nergens doet hij dat expliciet en dat is eigenlijk wel frappant. Nergens richt hij het woord tot alleen maar die groep. Overal heeft hij het over ‘wij’, zoals “we moeten openstaan voor de frustraties van de ander…”.  Maar ook heeft hij het heel veel over ‘wij’ omdat hij verbondenheid zoekt, zoals “Mijn Nederland is een land dat ‘het wij’ groot maakt, dat insluit, niet uitsluit, dat tegenstellingen met humor en inlevingsvermogen tegemoet treedt, dat samen vreugde en verdriet deelt.” (pag. 93) Het is een manier van praten die in de allereerste plaats allen aanspreekt die niet houden van diepgaande verdeeldheid. En gelijktijdig vertelt hij dan even hoe al die tot de wij-groep behorende mensen moeten denken. Ze moeten namelijk insluiten en vooral niet uitsluiten. Dat vormt voor hem dan meteen een mooie basis om allen van die wij-groep uit te sluiten die niet-insluiten-en-wel-uitsluiten, althans naar het oordeel van de elite van de wij-groep. En dan beginnen ‘wij’ maar meteen met de exponent van de uitsluiters: Wilders.

Gek is dat toch… Gek, al dat praten over wij en ondertussen keihard een cordon sanitaire leggen – een wij versus zij vormen – om allen waarvan wordt gedacht dat ze willen uitsluiten…. Nu ben ik van mening dat niet elke poging om uit te sluiten even verfoeilijk is. Het zou dus kunnen kloppen dat JK en de zijnen terecht Wilders c.s. willen uitsluiten. En idem dito zou het ook kunnen dat Wilders c.s. terecht een groep willen uitsluiten. Om die reden zou ik nu op mijn oudere dag nooit meer schrijven wat ik op mijn dertigste wèl schreef: We mogen niemand uitsluiten! Tuurlijk mogen we individuen en zelfs groepen uitsluiten. Waar het om gaat is of dat uitsluiten moreel en ethisch verantwoord en het meest juiste om te doen is. Over die vragen moet het gaan in de debatten en in de Tweede Kamer. En daarvoor heb je absoluut mensen als Wilders nodig. In de rechtspraak hebben zowel de verdachte als het slachtoffer recht op een advocaat. In het debat moeten àlle argumenten tot hun recht kunnen komen. Alleen al de voorspellende ‘gave’ van Wilders mag zo langzamerhand toch wel een soort van bewijs van competentie worden genoemd. Elke vorm van uitsluiten van Wilders is om die en andere redenen moreel en ethisch onverantwoord en het meest foute wat je kan doen! Je hebt hem en de zijnen nodig om te komen tot antwoorden op prangende maatschappelijke problemen, ja zelfs om oorlog te voorkomen. Tot antwoorden waar een èchte meerderheid voor is en die het vertrouwen in de politiek van vele burgers weer wat doet toenemen.

Nu is het wel zo dat JK toegeeft dat Wilders er toch wel bijhoort: “Ik moet er niet aan denken dat Nederland uit alleen Klaver-Nederlanders zou bestaan. De Rutte-, Wilders- en Ozdil-Nederlanders doen er net zo toe. We wonen allemaal in hetzelfde land.” (pag. 93) Op vele andere plekken in het boekje komt Wilders er echter ‘niet goed’ vanaf, en dat is een eufemisme. Op zich is het normaal voor een politicus dat er wordt gewezen op de onderlinge verschillen. Ook is het normaal dat de politicus dat verhaal zo vormgeeft dat het eigen verhaal als beter overkomt. Maar hoever mag je daarin gaan? Mag je de ander onheus bejegenen? Rare vraag natuurlijk. Tuurlijk mag dat niet. Toch gebeurt het elke dag weer, althans naar het oordeel van Wilders c.s.. Die hebben het dan over gedemoniseerd worden. JK en de zijnen snappen daar niets van en gaan rustig door. Dan wordt er een beeld geschetst van de PVV als een totaal ondemocratische – ja zelfs dictatoriale – partij, met als argument dat er maar één lid is. Alsof in een democratie iedere politieke partij ook intern een ledendemocratie moet zijn, wat gewoon onwaar is. Het gaat er in een democratie om dat de burgers vrij zijn landelijk, provinciaal, gemeentelijk te kiezen. Iedereen is vrij om de PVV niet te kiezen; Wilders erkent dat recht honderduit en daarom is hij wèl een democraat. Zo simpel is het. Maar zo’n oersimpel verhaal kan je menig politiek betrokken Nederlander niet aan het verstand brengen. Laat ik nou denken dat dit een zeker gebrek aan inlevings- of in elk geval voorstellingsvermogen aan het daglicht brengt. Of zou het kwade wil van die mensen zijn…

JK zou nu vast willen antwoorden dat dit onheus bejegenen minstens wederzijds is en zelfs heftiger gebeurt aan de Wilders-zijde.  Zeker, het is wederzijds. Maar is het aan de Wilders-zijde echt heviger? Ik betwijfel dat. Neem nou Wilders’ uitspraak dat de Tweede Kamer een nepparlement was. Hij deed die uitspraak in de context van een debat over de asielopvang. Kamerleden applaudisseerden toen Pechtold gemeenten bedankte die asielzoekers opnamen. Volgens Wilders ging dat applaus in tegen de wil van miljoenen Nederlanders en hij vond het een nepparlement. Merkwaardig genoeg werd dat opgevat als een veroordeling van het hele parlementaire systeem en werd gemeend dat Wilders dus helemaal geen democraat was, maar eerder een potentiële dictator. Terwijl Wilders eigenlijk zei: Kom op, mede-politici, laten we hier nou eens onze taak op een professionele wijze vervullen. We zijn een parlement dat rekening hoort te houden met de stemverhoudingen, niet alleen in het parlement zelf, maar ook in het land, geen kinderspeeltuin waar we net doen alsof, en ook geen voor-wat-hoort-wat handjeklap markt, en ook geen de-meerderheid-kan-me-de-pot-op bedrijf. Ofwel, hij pleitte voor een serieuzere opvatting van de taak. Zo simpel is het. Maar zo’n oersimpele uitleg kan je menig politiek betrokken Nederlander niet aan het verstand brengen. Laat ik nou denken dat dit een zeker gebrek aan inlevings- of in elk geval voorstellingsvermogen aan het daglicht brengt. Of zou het kwade wil van die mensen zijn…

Zo kan ik nog wel even doorgaan met JK’s boek over de empathische – maar niet heus – samenleving. Dat ga ik het volgende blog doen. Dan zal ik diverse citaten uit het boekje geven met daarbij mijn commentaar. Commentaar waaruit zal blijken dat de standpunten van deze dertigjarige toch echt nog onvoldoende doorwrocht zijn en dat hij daarom geregeld foute keuzes maakt. Daar zal ik ook ter sprake brengen wat ik hier al eerder besprak.

Hoe werkt politiek-correct denken eigenlijk?

stophetzGoede vraag, al zeg ik het zelf.

DISCLAIMER: Al snel bekroop me het gevoel dat ik in dit blog de plank missla. Het blijft lezenswaardig, maar of het over politiek correct denken gaat, betwijfel ik nu, een dag later, meer en meer. Ik kom daarop zeker terug in een volgend blog.

Ik verblijf nu al een flinke tijd in kringen waar men zich elke dag weer verbijstert over politiek-correcte (PC) redeneringen. Die tieren nog immer welig, in de kranten, op de tv, op de radio en in fora. Het is de mensen in deze kring veelal direct duidelijk wanneer er sprake is van politieke correctheid en toch blijft het vaak bij een tentatief aanvoelen. Het gekke is dat velen onder mijn soortgenoten zelf in een vroeger leven al even politiek correct praatten, dus je zou verwachten dat ze weten hoe de redeneerwijze is. Toch is dat niet meer zo, althans niet meer bij mij. Het is alsof ik die redeneerwijze stukje bij beetje losliet, tegelijkertijd verving door wat Joost Niemoller ‘nieuw realisme’ noemt, waarna de losgelaten redeneerwijze als het ware vervaagde of zelfs leek te zijn verdwenen uit het geheugen. Dat is eigenlijk wel jammer, want wie verbijsterd is zal zich op manieren uiten die door de politiek correcten worden uitgelegd als uitingen van hysterie, woede, sarcasme, vijandschap, hatelijkheid en nog zo wat termen die de PC-mens in de gelegenheid stellen de eigen positie te beschouwen als onaangetast, want “verwijten van gekken moet je vooral van je af laten glijden”, zo gaat de rationalisering.

Goed, moeten ik en de mijnen dus maar eens werk maken van die verbijstering door toch maar weer in ons geheugen te duiken of ons inlevingsvermogen aan te spreken? Als het lukt zou het zomaar kunnen dat we, als alternatief voor de reactie van de verbijstering en het hoofd schudden over zoveel onbenul, ook kunnen kiezen voor een meer ‘begripvolle’ toenadering. Dan zouden we misschien vaker iets van een debat of zelfs dialoog kunnen ervaren waar ook de PC-mens niet goed omheen kan, omdat er niet het makkelijke verwijt te maken valt dat “je je niets hoeft aan te trekken van zo’n gek”.

Hoe werkte dat vroeger bij mij? Zijn mijn hersenen nog in staat om de redenering achter een politiek correcte uitspraak te bedenken? Laat ik eens de proef op de som nemen en in een drietal blogs drie van zulke uitspraken oprakelen uit wat ik dezer dagen oppikte (en waar ik me inderdaad over verbijsterde).

Wilders radicaliseert

Het radioframent werd alsvolgt aangekondigd: Geert Wilders is aan het radicaliseren, dat betoogt politicoloog Jasper Klapwijk bij Dit is de Dag. Volgens hem is het verkiezingsprogramma van de PVV zelf nog radicaler dan de vorige verkiezingen. ‘We zijn zo gewend aan de radicale opvattingen van Wilders dat het nauwelijks meer opvalt, maar hij schuift stapje voor stapje op. Waarom maken we ons daar niet meer zorgen over? Met een totaalverbod op moskeeën en korans schendt hij artikel 1 van de grondwet.’

Politicoloog Klapwijk beschuldigt Wilders ervan artikel 1 van de Grondwet rechtstreeks aan te vallen. Wilders, zo stelt Klapwijk, wil één religie verbieden ofwel hij wil één groep uitsluiten van Artikel 1 van de Grondwet en dat zijn moslims. Van Jasper Klapwijk mag Wilders dat allemaal zeggen, want ook hij gelooft in de vrijheid van meningsuiting, maar dat wil niet zeggen dat “wij” (sic) daar niks over mogen zeggen. De mensen die op Wilders willen gaan stemmen moeten “we” duidelijk maken waaròm er godsdienstvrijheid is en dat ook de Koran gewoon verkocht moet kunnen worden. Gevraagd naar wie “wij” zijn legt Klapwijk uit dat dit de niet-radicale partijen zijn. Hij noemt de voorstellen van Wilders illegaal en haalt daarbij ook de uitspraak van het Franse gerechtshof over de boerkini aan, die heeft bevestigd dat het verbieden van de boerkini niet mag gelet op de Franse wet. Wilders is volgens Klapwijk geen fascist, maar wel “een extreme nationalist”. Dan nog zijn uitsmijter: “Ik wil ook graag mijn godsdienst blijven belijden en als dat voor moslims onmogelijk gemaakt wordt, wie zegt dat ik niet de volgende ben”.

Tot zover de kern van zijn betoog. Zoals gezegd, mij verbijsterde het hele interview, maar menig ander luisteraar zal het als muziek in de oren geklonken hebben. Waarom noem ik Klapwijk politiek correct? Klapwijk betoont zich een heel braaf volger van ‘de grondwet’, met name van Artikel 1, volgens velen de basis van al het erop volgende. Wee degene die het waagt om de grondwet, laat staan juist dàt artikel, te tarten, zelfs al gaat het om een miniem gedeelte ervan. Toch is het niet alleen een kwestie van braaf die grondwet verdedigen, maar ook er zelf van overtuigd zijn dat je die grondwet, of in elk geval dat eerste artikel, als de beste begrijpt. Als bijvoorbeeld Wilders zich zou verweren door – verbijsterd, of ‘boos’ – te zeggen dat Klapwijk dat Artikel 1 verkeerd interpreteert, dan zou Wilders bij Klapwijk op compleet onbegrip stuiten. Nee, dan is het juist Wilders die, zelfs kwaadaardig, dat artikel naar zijn hand zet. En Klapwijk wéét dat hij in die redenering kan rekenen op de sympathie en morele steun van allen bij de “niet-radicale partijen”. Dat laatste is trouwens een niet onbelangrijk deel van politiek correct denken; er wordt zo al doende gedaan aan netwerken en (beïnvloeding van) toekomstige coalitievorming. Een ander ‘signaal’ van zijn politiek correct denken is zijn niet aflatend geloof dat de Islam een reguliere en te respecteren godsdienst is. Het duidt erop dat Klapwijk alle feiten die deze kijk op de Islam uitdagen òf niet tot zich heeft willen nemen òf met de nodige rationaliseringen op een dusdanige wijze gebagatelliseerd heeft dat zijn idee dat het een gewone en te respecteren godsdienst is volledig in stand houdt. Klapwijk noemt Wilders géén fascist, wat eigenlijk òòk politiek correct is, want zou hij dat wèl doen, dan zouden zelfs velen uit de niet-radicale partijen over hem vallen en zou zijn strategie om te netwerken schade oplopen. Wel noemt hij hem een extreme nationalist, een typering die blijkbaar nog net wèl kan in de PC-kringen. Wilders cum suis vinden dat natuurlijk een schandelijk geval van framing en zodoende weinig politiek correct, maar het is niet Wilders waarmee Klapwijk wil netwerken. We zien dus dat politiek correcte mensen niet alleen hun eigen interpretatie van de werkelijkheid hebben, maar evengoed zeer beledigend kunnen zijn. Beledigen is weinig correct, maar het mag – nee, moet – schijnbaar als het dè manier is om aansluiting te vinden bij de gevestigde “niet-radicale” politieke partijen. Mensen als Wilders beledigen schijnt wèl te mogen, nee, zelfs te moeten. Niet expres natuurlijk, maar “hoe moet je hem anders noemen” en “maar dat is hij toch gewoon, extreemrechts?”. Als Wilders cum suis zo’n zelfde verweer zou geven, zou niet worden geloofd dat het niet expres beledigend bedoeld is: “Dit is nou eenmaal een nepparlement, ik kan er niks anders van maken!”. Tenslotte denkt Klapwijk als uitsmijter een mooie oneliner neer te zetten. Ik stel me zo voor dat hij het heeft ingestudeerd en dat hij het er niet spontaan uitflapte: “Ik wil ook graag mijn godsdienst blijven belijden en als dat voor moslims onmogelijk gemaakt wordt, wie zegt dat ik niet de volgende ben”. Deze uitspraak getuigt ervan dat hij helemaal niks begrijpt van Wilders’ redenering en visie op de (westerse) wereld. Ik schreef het al en ook hierop is het van toepassing: òf hij heeft die redenering en visie niet tot zich willen nemen òf hij heeft er de nodige rationaliseringen op losgelaten. Heel misschien is het een kwestie van domheid, maar als ik dat zeg, dan wordt dat vast als belediging opgevat.

Goed, nu over de heipalen die onder het platform staan waar vanaf Klapwijk zijn redeneringen de wereld in stuurt. De eerste is dat de Islam een reguliere en te respecteren godsdienst is. Wie dat echt vindt ZOU evengoed zich kunnen trachten voor te stellen dat anderen dat niet vinden en waarom die anderen dat niet vinden. Het ZOU zo kunnen zijn dat je na grondige bestudering van ook alle islamkritiek toch hebt besloten te oordelen dat de Islam regulier en te respecteren is. Maar zou je dan Wilders zo aanvallen als Klapwijk deed? Ik geloof daar niets van. Ik denk dat Klapwijk zich amper heeft verdiept in de islamkritiek. Het lijkt me dan ook dat een islamcriticus hem zou moeten uitdagen zich meer te verdiepen in juist de islamkritiek. Mocht Klapwijk zich beledigd voelen, want “ik ben wetenschappelijk geschoold en ook nog eens politicoloog”, dan is het mij wel duidelijk: er is dan sprake van een voorlopig niet-permeabele barrière (of: een diepe kloof) en er zal eerst echte oorlog moeten uitbreken voordat deze persoon schoorvoetend iets van islamkritiek zal gaan lezen. Een andere heipaal is dat hij Wilders eigenlijk niet op zijn woord gelooft. Nee, hij meent een gezond soort argwaan te delen met alle andere mensen van de “niet-radicale” partijen. Als we die Wilders zijn ongelimiteerde gang laten gaan, dan loopt het niet alleen voor de moslims slecht af, maar voor ons allemaal, zo redeneert de argwanende. Nu zit er wel wat in: Als we een willekeurig politicus zijn ongelimiteerde gang laten gaan, dan zal slechts een handjevol daarvan die macht niet misbruiken. Maar ik schreef al: willekeurig politicus. Het zal net zo hard kunnen gelden voor Samsom, Pechtold, Roemer, Marianne Thieme en Jesse Klaver. En daarom hebben we mechanismen in onze wet ingebouwd die moeten voorkomen dat een politicus zijn ongelimiteerde gang kan gaan. Wilders is democraat bij uitstek, dus waarom wordt bij hem dan een andere meetlat gebruikt? Er is geen enkele aanwijzing dat de PVV ooit het katholicisme of andere persoonlijke religie zal willen verbieden. Nou, suggereer dat dan ook niet! Geloof hem gewoon op zijn woord! Maak geen stropop van hem.

Wie analyseert welke heipalen het platform van de politiek correcte denker stutten, zou in plaats van verbijsterd reageren de aandacht op die heipalen kunnen richten, zo van: “Je lijkt je redenering te baseren op dit-en-dat grondidee. Weet je zeker dat je daarmee wel goed zit? Ik heb er namelijk de volgende kritiek op…”

Maar ja, voor zo’n verstandige aanpak moet je natuurlijk wel eerst je verbijstering in toom zien te krijgen. Valt niet altijd meevalt, althans mij niet.


Update (een dag later)

Ging het in dit blog eigenlijk wel over politieke correctheid? Laten we eens lezen wat Wikipedia eronder verstaat:

Politieke correctheid is een term voor voorzichtig taalgebruik over, of het vermijden van, onderwerpen die politiek gevoelig liggen, om belediging (van met name minderheden) te voorkomen. Kwesties die bijvoorbeeld betrekking hebben op ras, geslacht, religie, seksuele geaardheid of handicap worden door middel van zelfcensuur gefilterd om niemand te benadelen. Politiek correct taalgebruik verandert niet zelden met de tijd. Zo kan ‘invalide’ in de ene periode een welkom alternatief zijn voor ‘kreupel’, maar later zelf weer als te hard worden ervaren en langzaamaan worden vervangen door een term als ‘gehandicapte.
De term ‘politieke correctheid’ wordt in rechts-conservatieve en nationalistische kringen vaak gebruikt in een pejoratieve zin, vanwege de kritiek dat het om een censuurmiddel zou gaan.

Zo op het eerste gezicht ging het dus niet over PC, althans als we Wikipedia als uitgangspunt nemen. Kern is dan dat men door een bepaalde, veelal eufemistische, woordkeuze wil voorkomen dat een minderheid zich beledigd zou kunnen voelen. Wel denk ik dat er bij de definitie van Wikipedia nog een aspect mag worden bijgeschreven: Eveneens beoogt politieke correctheid aansluiting te zoeken bij de standpunten en de woordkeuzen die populair zijn bij de leiders van de (andere) gevestigde politieke partijen. Mogelijk geldt dit aspect niet in alle landen, maar anno 2016 wel in Nederland en menig ander Europees land. Het zoeken van die aansluiting dient twee doelen. Enerzijds weet men zich er dan van verzekerd geen controversiële (bijvoorbeeld beledigende) uitspraken te hebben gedaan, anderzijds wordt die aansluiting om politiek-strategische redenen voornaam geacht. Dit aspect neemt de vorm aan van uitspraken die nooit over de grenzen heen zullen gaan die getrokken zijn door degenen waarbij men aansluiting zoekt. Zodoende zal er van een gewaagde, mogelijk verontrustende of als belediging op te vatten, analyse met bijbehorende standpunten en woorden nooit sprake zijn, ook niet als er voldoende feiten voorhanden zijn die dat logischerwijs wel zouden rechtvaardigen.

Mocht dat aansluiting-willen worden geaccepteerd als aspect van politiek correct denken, dan ging dit blog er toch wel over. Ik laat het oordeel over aan de lezer.

Pechtold vindt Wilders bang en Wilders vindt Pechtold onvoldoende bang

wilderspeggoldposterVanavond heb ik naar het afsluitende verkiezingsdebat voor de Provinciale Staten 2015 gekeken. Daarna alsnog gekeken naar het debat van gisteravond tussen Wilders en Pechtold en tenslotte ook nog DWDD van vlak daarna, waarin een aantal mensen commentaar mocht geven. Onder de genodigden was Peter R. de Vries. Mijn broek is weer afgezakt.

Eerst wil ik dit feit noemen: Er heerst inderdaad een enorme kloof tussen de politici Pechtold en Wilders, welke volgens mij alsvolgt kan worden samengevat:

Pechtold denkt dat Wilders een bange man is en Wilders vindt dat Pechtold onvoldoende bang is. En niet onbelangrijk, beiden vinden dat oprecht.

Commentatoren zouden zich moeten focussen op de vraag of die angst wel of niet terecht is. De commentatoren bij DWDD probeerden echter het debat vanuit andere hoek te duiden. Zij denken dat Wilders en Pechtold elkaar slechts proberen af te troeven teneinde stemmen te winnen, zoiets. En dan vindt met name Peter de Vries (hoezo steeds die tussen-R) uiteindelijk dat Pechtold toch wel gewonnen heeft omdat deze meer staatsman bleek waar Wilders meer de straatvechter was die nogal opgefokt overkwam. Ach ja, het is de VARA, ik weet het. Maar hoe is het toch mogelijk dat zekere mensen maar blijven volharden in het niet zien van de harde feiten?? Ja zelfs, hoe is het mogelijk dat een van de commentatoren zei dat Pechtold dichter bij de feiten was gebleven??

Probleem van zulke uitspraken in zo’n nabespreking is dat menige kijker dan wellicht denkt dat Wilders dus een leugenaar is of een slecht geïnformeerde politicus. Terwijl zo’n opmerking, dat Pechtold dichter bij de feiten bleef, gewoon roept om tegenspraak. Hèt sterke punt van Wilders is nu juist dat hij de waarheid aan zijn kant heeft! Zijn ‘vechtlust’ (die hij inderdaad uitstraalde) wordt er volledig door verklaard; hij heeft een missie, namelijk heel Nederland ervan doordringen dat er een zeer ernstig probleem (met de Islam) is. Hij hoeft daarbij zelfs niet te overdrijven of uit de duim te zuigen. De realiteit van alle dagen biedt hem handenvol voorbeelden van zijn gelijk. Zelfs de zogenoemde ‘kwaliteitskranten’ staan elke dag vol met zulke voorbeelden. Hoe is het mogelijk dat nog immer zoveel mensen (bijv. de D66-stemmers en politici) die voorbeelden bagatelliseren blijven? Of lezen ze er zelfs helemaal aan voorbij? Of is het misschien zo dat die berichten in de ‘kwaliteitsmedia’ altijd zodanig opgeschreven zijn en getoond worden dat het wel lijkt mee te vallen, althans voor wie zich niet ondertussen heeft verdiept in de nodige literatuur?

Cartoons en de ware aard

OijkPechtoldDe karikatuur die Arend van Dam vandaag op pag. 25 in de Volkskrant schetst van Van Oijk en Pechtold viel me op. Zie de tekening hierboven waarin zij een student uitschudden. Wat Van Dam hier doet vind ik eigenlijk niet kunnen, al zal ik niet gaan zeggen dat hij het niet màg doen. Wel zie ik er een mooie aanleiding in het eens over de spotprent als middel te hebben. Ik vind dat een spotprent de ware aard van iets of iemand moet proberen duidelijk te maken, en die ware aard mag dan best in zekere mate overdreven worden. Maar wordt in deze spotprent ook maar iets van de ware aard van Van Oijk en Pechtold getoond? Nee dus. De keuzes die Groenlinks en D66 inzake het leenstelsel hebben gemaakt zijn ook in mijn visie zeker ten nadele van de student (èn de maatschappij), maar het is niet zo dat beide partijen met veel plezier de student aanpakken zoals in de cartoon wordt gedaan. Kortom, de cartoon maakt niet de ware aard duidelijk, maar vertekent de waarheid volledig. Zo zijn zij niet, het tegendeel is eerder waar. Zelfs de student wordt negatief afgeschilderd, want er komt wel heel veel geld uit de zakken rollen, alsof daar echt zoveel te halen zou zijn.

Ik kan me goed voorstellen dat mensen die zo’n cartoon zien hun geloof in de politici weer verder kwijtraken. Kritiek op de politici is prima, maar het moet wel op juiste gronden zijn.

Open brief aan Bert Wagendorp

BertWagendorp1

Bert Wagendorp’s foto van de tekstversie van de online krant, nog steeds met dat rietje door zijn nek.

‘Beste’ Bert, in je column op pagina 2 – het blijft nog even een voorname plek in de Volkskrant – ga je in op het conflictmoment tussen Wilders en Pechtold. Ik erger me buitengewoon aan je schrijven waarin je Wilders alweer omlaag schrijft en Pechtold neerzet als de redelijkheid zelve.

Het kost me tegenwoordig echt de allergrootste moeite me in te leven in je redeneerwijze, terwijl ik toch echt een historie heb die loopt via PSP, GroenLinks en PvdA en me nestel in kringen van vrijdenkers én – wellicht onverbeterlijke – wereldverbeteraars. Ook de familie waaruit ik kom kan je rustig een rood nest noemen. Maar het is door mensen zoals jij dat ik me nog slechts met de grootste moeite links durf te noemen. Ik houd het er maar op dat er binnen links zo rond 1970 een strijd is geweest die is gewonnen door het type linksmens dat heel ver af staat van mijn type linksmens. Daarom zet ik me nu af tegen, wat ik noem, gevestigd-links. Ik schrijf dit op deze manier op omdat ik wil – ja, eis – dat je het uit je hoofd laat mij neer te zetten als een rechts of zelfs extreem-rechts persoon. Want niets is minder waar. Maar bovendien schrijf ik dit zo op omdat het in wezen ook de grondslag is van de recente aanvaring tussen Wilders en Pechtold. Immers, die laatste flikt het om op een buitengewoon gekozen moment Wilders de maat te gaan nemen, op een manier die bij iemand als Wilders én bij mij de haren te berge doet rijzen. Hoe zou jij het vinden om te worden beschuldigd van (banden met) neo-nazi’s, antisemieten en wat al dies meer zij? Dat zou jij niet leuk vinden. Aanvankelijk zou je er lacherig over doen, maar wanneer de mensen erop zouden blijven hameren zou het je toch gaan irriteren. (Of wil je dat ontkennen?) Vertel me, waarom zouden mensen als Wilders en ik ‘kalm’ en vol begrip moeten reageren? Ik vind het volkomen logisch dat er met kwaadheid op wordt gereageerd. Ik begrijp de emotie van Wilders volkomen. De woorden ‘miezerig’ en ‘mannetje’ zijn natuurlijk pure ad-hominems, maar de eraan ten grondslag liggende emotie begrijp ik volkomen. Jij echter wil die emotie maar niet begrijpen. Erger, jij schrijft dat Pechtold ‘een vraag stelde’, meer niet. Daarmee suggereer je dat je die vraag de normaalste zaak van de wereld vindt. Je was hem als het ware dankbaar dat hij, misschien wel mede namens jou, die vraag stelde. Wat is dat toch dat jij niet zelf bedenkt dat die vraag buitengewoon vilein was, door de manier van formuleren, door het moment van ‘vragen’, door de ondertoon. Ik ervaar hier een serieuze kloof tussen jou en mij. Het is juist die kloof die voor de onderlinge omgang fnuikend is; je toont werkelijk geen enkel respect, in dit geval voor Wilders, zijn aanhangers en hun zorgen.

Verder, je schrijft dat bij de media ‘diepe angst’ heerst om Wilders op zijn gedachtegoed aan te spreken. Nou, daar heb jij in elk geval geen last van, toch? Zo zal jij de PVV ook niet als ‘een normale partij’ gaan beschouwen. En je zal ze ook als ‘haatzaaiers’ blijven benoemen, toch? Ik vraag me dan af, weet je wel zeker dat je niet binnenkort wordt ontslagen omdat je toch niet blijkt te passen in het profiel van ‘de media’?

En tenslotte nog één ander punt. Ik heb op internet al berichten gelezen die de door KAFKA aangevoerde ‘bewijzen’ tegenspreken. Hoe is het gesteld met je professionaliteit? Heb je de redactie eerst gevraagd of die ‘bewijzen’ eigenlijk wel kloppen? Je maakt namelijk in jouw column geen enkel voorbehoud. Of was je er zelf bij en heb je het allemaal zelf waargenomen en moet dat voldoende bewijs voor ons allen zijn?

Hero Brinkman jokt wel heel opzichtig

brinkmanVanavond bij Pauw & Witteman werd Hero Brinkman gevraagd wat hij vond van het ‘akkefietje’ tussen Wilders en Pechtold eerder op de dag bij de Plenaire Vergadering van de Tweede Kamer over de begroting. De D66-leider somde op wie er op de PVV-demonstratie ook waren geweest – antisemieten, neonazi’s, noem maar op – en ‘vroeg’ Wilders vilein waarom deze zich nog niet had gedistantieerd van die lieden. Na al tijdens de opsomming een “ach ach ach” te hebben laten horen maakte een duidelijk gekwetste Wilders Pechtold uit voor een hypocriet en zielig mannetje. Brinkman deed het in zijn ‘analyse’ voorkomen alsof de reactie van Wilders daartoe beperkt was gebleven en dat hij deze kans juist te baat had moeten nemen om publiekelijk duidelijk afstand te nemen van extreem-rechts. Daarmee deed Brinkman feitelijk aan jokken. Bekijk de beelden en zie zelf dat Wilders even later, na wederom een vileine aanval van Pechtold, klip en klaar verklaarde dat hij helemaal niets op heeft met die “idioterie” en dat volstrekt afwijst. Dat blijkt hij trouwens afgelopen maandag ook al te hebben gedaan op verzoek van het CIDI.

Waarom toch jokt Brinkman zo opzichtig? Zou het de kift zijn?