Volgens Baudet zijn alle mensen fundamenteel gelijkwaardig – Ik durf dat te betwijfelen

Opheffer-23-2014_schoonheid

Uit de verkiezingscampagne van het Forum voor Democratie van Thierry Baudet c.s.:

“Alle mensen zijn fundamenteel gelijkwaardig, ongeacht geslacht, ras of seksuele gerichtheid.”

Dat lijkt me allereerst een pleonasme. Immers, als alle mensen gelijkwaardig zijn, dan doet het er ook niet meer toe daar nog een ‘ongeacht’  aan vast te plakken. Waarom wordt dat dan toch gedaan? Of zijn volgens Baudet c.s. mensen niet gelijkwaardig als het om enig ander kenmerk gaat, zoals etnische afkomst of bezit of lengte of intelligentie of aantrekkelijkheid of …, zeg het maar.

En wat te denken van ‘fundamenteel’? Wat betekent het dat mensen ‘fundamenteel gelijkwaardig’ zijn? Wat bedoelen ze hier met dat bijwoord? Is het een synoniem voor ‘bij geboorte’ of ‘uit principe’ of ‘in principe’ of ‘in wezen’ of …, zeg het maar.

Misschien hadden ze beter kunnen schrijven: “Alle mensen zijn gelijkwaardig.” Of zouden ze dat dan toch weer te kort door de bocht vinden?

Het is overigens nogal een politiek correct standpunt om alle mensen gelijkwaardig te vinden. Bijna iedereen zal instemmend knikken, maar ik weet niet of ik met dat standpunt nou zo blij ben. Het is namelijk nogal een standpunt dat goede analyses en oplossingen flink in de weg kan staan. Een analyse kan ertoe leiden dat men eigenlijk vindt dat anderen vijanden zijn die bestreden moeten worden. Maar mag je zoiets wel vinden van Baudet? Ook sluit het standpunt niet goed aan bij hoe de mens gedurende de afgelopen 20 duizend jaar, en nog eerder, heeft gedacht. Voor de natuurmens gold èn geldt nu eenmaal dat het hemd nader is dan de rok en dat sommigen aantrekkelijker worden gevonden dan anderen, al zijn er de nodige krachten geweest die ons deze natuurhouding hebben proberen af te leren, die ons hebben proberen te ‘beschaven’.

===

Het probleem van de niet bestaande fundamentele gelijkwaardigheid is een belangrijk onderwerp van het boek Sociaal Humanisme. Er is ook een brochure “Kan een samenleving zonder religie?” verkrijgbaar met de eerste vier hoofdstukken. (Victor Onrust)

Advertenties

Politiek Correct Nederland lijdt aan islamofobie

Een van de columnisten bij The Post Online is Juliaan van Acker, emeritus hoogleraar aan de Radbouduniversiteit Nijmegen. Op 4 januari 2017 schreef hij:

“Niet willen zien hoe gevaarlijk de islamitische ideologie is voor de westerse beschaving is een vorm van criminele naïviteit. Of is hun houding een gevolg van verdrongen angst voor de islam? Zo ja, dan is hier sprake van een psychische stoornis.” (mijn vet)

Voor het overige is wat hij schrijft nogal onwaar. Hij stelt dat humanisten, atheïsten en agnostici alle spiritualiteit hebben verdreven en dat zonder spiritualiteit de mens de kracht van een visie mist. “Vanuit die hoek is daarom geen heil te verwachten. Alleen het christendom kan de westerse beschaving redden”, zo schrijft Van Acker. Waarom dat onwaar is:

Er zijn de afgelopen decennia evengoed voldoende christenen geweest en ook nu zijn er nog voldoende. Toch zijn dat niet bepaald de verlichte zielen geweest die ons steeds weer alarmeerden. Sterker, de meeste islamcritici komen wel degelijk uit de hoek van het atheïsme. Ik heb er ook wel een verklaring voor. Christenen hebben gedacht dat ze er beter aan deden te verklaren dat ook moslims recht hebben op godsdienstvrijheid, omdat ze daarmee de legitimiteit van de eigen godsdienst meenden veilig te stellen. Wanneer ze zouden verklaren dat de islam verboden of teruggedrongen moet worden, zouden ze voeding geven aan atheïsten die dan immers zouden zeggen dat eenzelfde verbod of terugdringing ook de christenen zelf zou moeten treffen.

Dat gezegd hebbende, de notie dat er weleens sprake zou kunnen zijn van een psychische stoornis, spreekt mij zeker aan. Niet omdat ik er plezier in schep bij mensen een psychisch tekort te mogen benoemen waar ik zelf niet aan lijd. Wel omdat ik het sterke vermoeden heb dat het echt zo is. Het gaat niet om een massa-psychose, maar om een wijdverbreide psychische stoornis. En inderdaad, denk ik, ligt eraan ten grondslag een verdrongen, maar heel diepe angst voor de islam. Het is dus een angststoornis, ook wel fobie genoemd en in feite de echte islamofobie.

Praatje in supermarktHoe ironisch dus dat juist degenen die islamcritici etiketteren als islamofoob het zèlf zijn. Terwijl de islamcritici deze angst onder ogen durven te zien, er zeer bewust uiting aan geven en zo de angst goed weten te bedwingen, zodat het niet uitgroeit tot een stoornis.

Lijdt u aan islamofobie? Doe de zelftest:

  • Weet u zeker dat het met de islam wel meevalt, omdat moslims zeggen dat het de godsdienst van de vrede is?
  • Weet u zeker dat terroristen heel kleine minderheden betreffen, omdat dit wordt gezegd door de autoriteiten?
  • Weet u zeker dat de onrust bij moslims niets met de religie te maken heeft, maar alles met hun sociaal-economische achterstelling, omdat belangrijke opiniemakers dat zeggen?
  • Weet u zeker dat de boosheid van moslims het gevolg is van ons kolonialisme, imperialisme en kapitalisme, omdat uw linkse geestverwanten dat allemaal zeggen?
  • Heeft u nog nooit een moslim in uw eigen omgeving kritisch bevraagd over dat geloof, omdat uw hart zegt dat het in wezen net zulke lieve mensen als u en ik zijn?
  • Glimlacht u naar iedere passerende, u aankijkende moslim, zogenaamd om te laten blijken dat u ze volledig accepteert, maar eigenlijk om zo eventuele moeilijkheden te voorkomen?
  • Mocht u een autoriteit zijn, benoemt u bij elke aanslag vooral niet de islam zelf?
  • Uit u zich nooit echt boos naar moslims toe, omdat je maar nooit weet?
  • Mocht u politicus zijn, durft u moslims niet aan de grens tegen te houden, zogenaamd uit principe?
  • Gunt u moslims precies dezelfde rechten (zelfs méér) als autochtonen, zogenaamd uit principe (UVRM), maar vooral om gedoe te voorkomen?
  • Werkt u volledig mee wanneer er wordt aangedrongen op subsidie en/of bouwgrond voor een moskee of islamitische school, zogenaamd uit principe (UVRM),  maar vooral om niet hun toorn op te wekken?

Ach, misschien is een zelftest net even teveel gevraagd. Zoveel zelfkennis is immers niet iedereen gegeven.

Over het bloed aan de handen van Merkel

bloed aan de handen

“Hij heeft bloed aan zijn handen”, kent u die uitdrukking? En weet u wat die uitdrukking betekent? Laat het me even uitleggen voor het geval u twijfelt. Of misschien denkt u dat het gaat om een gevalletje eigenhandig verricht bloedig geweld. Ja, het kàn daarom gaan, maar het kan ook gaan om zware verantwoordelijkheid door het scheppen van omstandigheden die dat bloedige geweld mogelijk maakten.

Het is een sterke, visuele metafoor. In menige demonstratie is van de metafoor gebruik gemaakt. Dan liepen demonstranten met rode verf op de handen of droegen ze een poster van een dictator of president met handen vol bloed. De boodschap was altijd meteen duidelijk: die dictator of president is de hoofdverantwoordelijke voor een aangericht bloedbad. Zelden leidde het gebruik van deze metafoor tot zoveel misbaar als momenteel bij Wilders vanwege zijn tweet. Wat zit daarachter? Het zal toch niet zijn dat mensen echt denken dat Wilders echt denkt dat Merkel echt zelf opdracht tot die aanslag gaf? En zo gek is het toch niet dat Wilders vindt dat Merkel met haar “wir schaffen das” welkombeleid de mogelijkheid van zo’n aanslag op zijn minst sterk vergroot heeft? En zo’n metafoor is dan wel een zeer krachtige manier om dat duidelijk te maken, toch?

Ah, u bent het er niet mee eens dat Merkel door het zo gemakkelijk binnenlaten van al die vluchtelingen de kans op zo’n aanslag vergroot heeft? Immers, ze maakte toch al meteen duidelijk dat terroristjes niet welkom waren?

Vind u dat niet op zijn minst een beetje naïef van uzelf, zo achteraf? Natuuuurlijk bedoelde ze niet dat ook terroristjes welkom waren. Maar er waren ook toen al velen die haar vertelden dat er tussen al die arme vluchtelingen zeker vele jihadi’s zouden zitten. Van die woorden was ze destijds niet onder de indruk, net als u waarschijnlijk. Nee, pas nu zegt ze geschokt te zijn door berichten over meer dan 500 van dit soort jihadi’s onder de asielzoekers, in Duitsland alleen al. Hemeltjelief, denk ik dan, ze staat in Duitsland in het centrum van de macht en ze is nu pas geschokt?? Anderen hadden niet veel meer dan hun onderbuik nodig om destijds reeds te beseffen dat er ook jihadi’s zouden meekomen, maar deze o zo verstandelijke, verstandige, koele, beredenerende natuurkundige, omringd door de top van de geheime diensten en politie, heeft die onderbuik dus niet en dan krijg je dit blijkbaar.

Ja, ze heeft wel degelijk bloed aan haar handen! Er is alle reden om haar per direct uit haar functie te zetten, want ze kan die positie echt niet aan wegens gebrek aan de juiste capaciteiten.

Over socialisten die maar al te graag de wet voorschrijven

137389

Voor boetes hebben we best wel begrip, maar ze staan wel op gespannen voet met het vrijheidsideaal.

Het blog van Jan Stemerdink wordt graag door me gelezen. Jan doet altijd zijn best zijn gevoel te onderbouwen met cijfermateriaal. En als dat cijfermateriaal er niet mee overeenstemt, dan stelt hij zijn gevoel bij. Vandaag ging Jan op zoek naar een antwoord op de volgende vraag: Is het populisme fascistisch? Een klein citaat prikkelde mij:

“Toen werd de dictatuur officieel gevestigd, nu is de dictatuur meer onderhuids.”

Het gaat om zijn waarneming dat in ons land de vrijheid van meningsuiting eigenlijk relatief is, omdat je flink kan worden afgestraft als je buiten de politiek correcte paden treedt. Ik bewandelde in mijn hoofd een iets ander pad en moest denken aan een aantal science fiction films waarin mensen denken in vrijheid te leven en waar dan langzamerhand de waarheid wordt onthuld: de waarheid dat ze alle tijd werden gemanipuleerd. Nou denk ik niet dat zoiets in onze werkelijkheid het geval is. Wel denk ik steeds sterker dat het met onze vrijheid in het algemeen (dus niet alleen met de vrijheid van meningsuiting) best tegenvalt. Èn ik denk dat socialisten in essentie daarvoor eindverantwoordelijk gesteld moeten worden.

Nederlandse socialisten lazen de afgelopen 50 jaar andere landen heel vaak de les en ze dachten zelf te leven in hèt voorbeeld van een vrij land; een land waarin vooral zij en hun voorlopers die vrijheid met bloed, zweet en tranen hadden afgedwongen, zo meenden zij. Maar werd ons land wel zo vrij als zij claimden? Wie goed observeert moet erkennen dat er in ons land buitengewoon veel is voorgeschreven. Vrijheid geldt eigenlijk alleen voor degenen die alle voorschriften helemaal zien zitten. Voor de anderen is het vooral schipperen.

Socialisten streden tégen armoede en uitbuiting en vòòr gelijkheid en vrijheid, Het meeste daarvan is ze aardig gelukt, maar ze zijn wèl de top gebleken in het voorschrijven van gedrags- en andere regels. Dat komt omdat ze ervan overtuigd waren dat met name uitbuiting slechts te bestrijden was door vrijheid te ‘reguleren’ met verplichtingen. Ze wilden gelijke rechten voor iedereen en daar hoorden dus ook verplichtingen bij. Ze deden eigenlijk zelden of nooit slechts een beroep op ons gevoel voor rechtvaardigheid. Dat zal te maken hebben met de vele keren dat de uitbuiters de arbeiders naar hun idee bedrogen hadden. Altijd, zo meenden ze, moest het ‘juiste gedrag’ ook wettelijk geregeld worden. En ze ontdekten dat je mensen efficiënt kan aansturen met boetes en belastingen. Zelfs armoedebestrijding (via financiële nivellering) bleek ermee mogelijk. Het van overheidswege willen voorschrijven van regels voor van alles en nog wat, kan rustig een attitude van socialisten worden genoemd.

Waar socialisten de macht wisten te grijpen, is het flink uit de hand gelopen met deze attitude. Daar kan rustig worden gesproken over de vestiging van een dictatuur. Maar hoe zit het met landen, zoals Nederland, waar socialisten niet de macht wisten te grijpen en verplicht werden om samen te werken met andersdenkenden? Het beste alternatief vonden ze de sociaaldemocratische opstelling (al zullen ze zelf zeggen dat het niet het beste alternatief was, maar de beste opstelling). Hoe het ook zij, democratie werd omhelsd, maar eigenlijk alleen als middel, dus niet als doel (al zal ook dat wel weer tegengesproken worden). In elk geval was ook in onze contreien de attitude zeer sterk, al was deze – letterlijk – minder opvallend dan in dictaturen als de USSR, Cuba en China.

Hier te lande ging het dus niet om dictatoriale neigingen, maar wel om de neiging om te dicteren: Wij, socialisten van dit land, schrijven u, uitbuiters in dit land, voortaan voor hoe u zich hebt te gedragen. En omdat we niet willen worden beschuldigd van klassejustitie, schrijven we hetzelfde ook voor aan alle anderen.

Autoritair was het dus ook. Betweterig ook. Wantrouwend ook. Fatsoen had er ook mee te maken. Conformeren aan de samen vastgelegde regels was dan de enige juiste keus in een socialistisch of sociaal-democratisch land en opstandigheid de enige juiste keus in de overige landen en ten aanzien van alles wat in eigen land nog niet samen was geregeld. De socialist zei eigenlijk twee keer ‘moeten’: Mensen moeten zich houden aan dat wat we samen hebben geregeld en we moeten blijven strijden voor nieuwe regels inzake dat wat we nog niet samen hebben geregeld. Dat tweede moeten was in feite de bijdrage van de progressieven. Die namen geen genoegen met wat al bereikt was. Tot op de dag van vandaag zijn er progressieven en tot op de dag van vandaag zorgen zij voor de ene na de andere nieuwe wetsregel die de vrijheid weer verder inperkt.

Een van overheidswege voorgeschreven regel is al snel een inperking van de vrijheid, vanuit het idee dat iets wèl mag als het niet door de wet wordt verboden. Geen mens zal op een zekere inperking tegen zijn. Maar hoever mag je daarin gaan? Wat is het moment dat het begint te wringen en dat iemand gaat menen in een onvrij land te leven? Dat zijn vragen waarop niet alle mensen dezelfde antwoorden geven. Voor heel veel van de al bestaande regels zijn socialisten hoofdverantwoordelijk geweest en ook anno 2016 zijn er socialisten die er geen moeite mee hebben de overheid nòg meer regels te laten voorschrijven. Met name liberalen hebben de nodige antipathie ontwikkeld tegen socialisten. Volgens socialisten werd die antipathie verklaard door het feit dat onderdrukkers juist onder de liberalen veelvuldig voorkwamen. Maar er zijn onder de liberalen ook velen die niet zozeer uit egoïstische motieven liberaal zijn, maar omdat ze de ideologie zelve een mooie vinden. En juist die mensen denken na over elke inperking van vrijheid en veroordelen zo’n inperking als ze het noodzakelijke ervan niet inzien.

Laat het zo zijn dat socialisten betere sensoren hebben voor uitbuiting, liberalen hebben weer veel betere sensoren voor aantasting van de vrijheid. Wie zowel uitbuiting als aantasting van de vrijheid wil herkennen, zal zich zowel de kern van socialisme als van liberalisme moeten eigen maken.

Wie zichzelf slechts socialist of sociaaldemocraat wil noemen, is helaas een blijvend gevaar voor de vrijheid.

De satire van Arjen Lubach was dit keer ronduit vals

Arjen Lubach heeft me afgelopen zondagavond zeer geërgerd, zodanig zelfs dat ik de televisie uitzette. Lubach ging gewoon te ver, veel te ver. De satire was me tè onevenwichtig. Belangrijker, de satire was ronduit vals, dus ver voorbij het punt dat ook degenen die het onderwerp van de satire zijn er nog wel, weliswaar besmuikt, om kunnen lachen.

Aanleiding was het besluit van RTL om Zwarte Piet in de ban te doen. In de satire werd ook het fragment van Halbe Zijlstra bij Pauw herhaald en herhaald en herhaald en herhaald, na eerst Halbe te hebben vergeleken met een ontroostbaar klein kindje. Het was kwetsende tv voor allen die zich boos maken over alle aanvallen op Zwarte Piet. De enigen die zullen hebben gelachen – nee, geschaterd – waren vast zij die de maatregel van RTL heel mooi vinden en beschouwen als een overwinning.

Normaal gesproken ben ik wel fan van Arjen Lubach. Hij lijkt een pleitbezorger van democratie en mensenrechten, zoals diezelfde avond tot uiting kwam in zijn satire op Saoedi-Arabië. Ook kan ik het billijken dat een satiricus een minderheidspositie kiest. Maar in de zwarte-piet discussie vergaloppeert Arjen Lubach zich. Hij lijkt niet te beseffen dat hij zo de zijde koos van ondemocratische drammers. Ondemocratisch omdat ze, tegen de uitdrukkelijke wil van meer dan 80 procent van het Nederlandse volk in, geen enkele moeite ermee hebben om Zwarte Piet om zeep te helpen.

Het programma ‘Zondag met Lubach’ is niet van de eerste tot de laatste letter het werk van Arjen zelf; er zit een heel team achter. Een redactie die normaal gesproken vrij veel energie stopt in het op een rijtje zetten van de feiten en argumenten alvorens er grappen over te gaan bedenken. Hun zwarte-piet dossier blijkt echter zeer krakkemikkig van samenstelling te zijn. Of als de pro-zwarte-piet feiten en argumenten er wèl in vermeld staan, dan wordt binnen die redactie daarover blijkbaar zeer lacherig gedaan. Het beeld doemt op van een paar mensen met heel veel gevoel voor humor. Maar helaas zijn die mensen bovendien behoorlijk zelfingenomen en missen ze vooralsnog de nodige wijsheid. Zij besteden wel – zeer politiek correct – lippendienst aan de democratie, maar weten nog niet wat democratie feitelijk inhoudt: Uiteindelijk toch respect tonen voor de wil van de meerderheid. Juist in een democratie zal menig satiricus ook of vooral kritiek op meerderheidsstandpunten hebben, maar een satiricus die bovendien geeft om democratie zal toch ook laten blijken dat de wil van de meerderheid wèl van belang is en respect verdient. Daarom zal de democratisch satiricus in zijn humor nooit zover gaan dat die meerderheid zich uitgelachen voelt. Lacht de satiricus de meerderheid toch uit, dan is het eerder een nihilist of een latente, wannabe dictator dan een democraat.

Dus, Arjen, zeg het maar. Wat wil je zijn, waar sta jij? Ga je door met schijt hebben aan de meerderheid?

RTL introduceert de NEPPIET en pleegt daarmee verraad

rtl-laat-geen-zwarte-piet-meer-zien-televisie-

Lacht deze NEPPIET nou echt? Of is het toch een verbeten poging daartoe in opdracht van de fotograaf!

Ik ben woedend op RTL, en Asscher. Ze zijn daar bij RTL gek, volkomen van het matje. Wie denken ze wel dat ze zijn! Het besluit om over te stappen op een blanke roetpiet – RTL noemt het een Schoorsteen Piet of zelfs gewoon Piet, ik noem het een blanke roetpiet of, nog beter, een NEPPIET – wordt genomen tegen de uitdrukkelijke wil van een hele grote meerderheid in. Met democratie heeft het niets te maken en met de vrijheid van meningsuiting ook niet, omdat ze de mening omzetten in televisie die onherroepelijk de leefwereld van kleine kinderen zal binnendringen. Het komt erop neer dat zij zo verraad plegen, door de jonge kinderen te verklappen dat Zwarte Piet niet bestaat. Zij verpesten zodoende het hele feest. Dit kan niet en dit mag niet.

De directie van RTL zegt begrip te hebben voor de standpunten van voor- en tegenstanders van Zwarte Piet, maar kiest evengoed overduidelijk partij in deze. Daarmee reduceren ze hun woorden over begrip hebben tot niks, nul en van generlei waarde. Ze plegen verrraad, niet alleen aan de voorstanders van Zwarte Piet, maar zelfs aan Nederland door eigenhandig een traditie om zeep te helpen. Was RTL niet een zendergemachtigde met zijn hoofdzetel buiten Nederland? Van Wikipedia:

RTL Nederland Holding BV is de naam waarmee CLT-UFA S.A. in Nederland opereert en diensten verricht ten behoeve van de Luxemburgse zenders RTL 4, RTL 5, RTL 7, RTL 8, RTL Z, RTL Lounge, RTL Crime, RTL Telekids, RTL 24 en RTL Lounge Radio. Het bedrijf is een dochter van de RTL Group, dat de televisie- en radiopoot van het Duitse Bertelsmann-concern is. De Nederlandse radio en tv-activiteiten van RTL zijn daardoor voornamelijk in Duitse handen.

Ah, dus de Duitsers mengen zich in het dispuut? Niet netjes.

RTL verklaart ook nog dat het in deze discussie niet zou moeten gaan over gelijk, maar over begrip hebben voor elkaar”.Wat bedoelen ze met ‘gelijk’, vraag ik me dan af. Of eigenlijk vraag ik me dat niet af, want ik wind me voornamelijk op over de hypocrisie van zo’n uitspraak dat we begrip voor elkaar moeten hebben. Wat is dat voor moralistische prietpraat, die ook nog eens in volkomen tegenspraak is met het besluit om partij te kiezen. Zeg dan eerlijk dat je partij kiest. Mooie praat, maar ondertussen zijn het een stelletje lafbekken!

Okay, wat kan eraan gedaan worden? RTL schermt met een of ander ‘overleg’ met voor- en tegenstanders waarin beide partijen verklaarden afstand te nemen “van elke vorm van bedreiging, geweld, polarisatie en agressie rond het Sinterklaasfeest.” Zo, wat een lef. Dus zodra je het gevoel hebt gekregen dat je gevrijwaard zal worden van geweld en dergelijke, voel je je vrij om te besluiten wat je maar wilt? Wat mij betreft kan RTL de pot op en degenen die zo’n verklaring ondertekenden al evenzeer. Ik zeg hiermee niet dat het volk er met de hooivork op af moet, al moet ik erkennen dat het wel wat zou hebben. Maar slechts volstaan met een beetje morren en het vervolgens maar accepteren is mij te weinig verzet. Nee, het verzet moet wel degelijk leiden tot bijstelling van RTL. Een faillisement? Van mij mag het.

Initiatieven kunnen op mijn sympatie rekenen, van wie dan ook, van welke signatuur dan ook.

En wat Asscher betreft, het is te hopen dat de andere partijen het hem tijdens de verkiezingperiode telkenmale weer onder de neus zullen wrijven dat hij blij is met dit RTL-besluit. Hij is eigenlijk de kwade genius achter dit alles geweest. Als ‘facilitator’ van deze bijeenkomsten tussen voor- en tegenstanders kreeg hij zijn voorkeurskeuze toch maar mooi voor elkaar.

Ik hoor nu alweer de nodige mensen verzuchten dat die Van Lenth het weer eens nodig acht om de kloof in ons land nog verder te verdiepen. Mag ik erop wijzen dat er hier maar één partij die kloof zo verdiept! Dat zijn die lui die de wil van de meerderheid van het volk compleet negeren.

Verklaring RTL

enquete zwarte piet

Hillary: “Ik ben de laatste tussen jullie en de apocalyps”

Ongepolijste Trump

Trump – Ongepolijst, ongemanierd, het zal wel. Zou jij kans hebben gemaakt als presidentskandidaat, gezien de absurde normen van de Amerikaanse media?

Vandaag in de Volkskrant een vertaling van het artikel van Mark Leibovich met Hillary Clinton voor de New York Times. Het wordt gebracht als een ‘in gesprek’, maar het is verre van een interview, gezien de weinige quotes van Hillary en de vele volzinnen van Leibovich zelf. Het is een slap, maar tekenend artikel dat eigenlijk maar één doel dient: propaganda voor deze presidentskandidate. Na lezing moest ik constateren dat hèt onderwerp dat ook in de VS een enorme kloof heeft veroorzaakt niet genoemd wordt. Haar slogan is ‘Stronger Together’. Nou, dan moet je vooral zo doorgaan, maar niet heus. Vier jaar geleden meenden in ons land de PvdA en VVD bruggen te gaan slaan. Het zijn natuurlijk valse leuzen als je je tegelijkertijd zo fel afzet tegen de lezing van je politieke tegenstanders van het wereldgebeuren.

Het artikel eindigt met haar al vaker gedane uitspraak: “Ik ben de laatste tussen jullie en de apocalyps”. Voor degenen die niet weten wat ze daarmee bedoelt: Zij denkt dat Trump’s campagne is gestoeld op bangmakerij voor de apocalyps en laat met die woorden blijken dat de stemmers vooral haar moet kiezen, zodat Trump niet zijn in haar ogen desastreuze kijk op de wereld kan vertalen in presidentieel beleid. Dat is toch wel een merkwaardige redenering van haar, zo niet een flinke denkfout.

Ten eerste, nergens heeft Trump ooit het woord apocalyps gebruikt. Ten tweede, juist hij zou er als president voor zorgen dat de hedendaagse heftige conflicten niet maar blijven voortsudderen door eindelijk fundamentele maatregelen te gaan nemen.Het gaat natuurijk om de clash tussen het Westen en de Islam, een waarheid die Hillary en de haren tot op de dag van vandaag niet uit hun mond kunnen krijgen. Nee, er moet vooral met gezalfde woorden over die religie worden gesproken, want anders loopt het echt uit de hand, zo menen Hillary en met haar al die andere ‘gematigden’, ook hier in ons land. Wie daarover even doordenkt, zou toch moeten bedenken dat er eigenlijk een enorme angst uit spreekt. Waarschijnlijk kennen deze ‘gematigden’ veel meer angst voor de Islam dan de openlijke islamcritici. Wellicht is dat ook de reden dat juist deze ‘gematigden’ telkens weer roepen dat die critici angst zaaien; het komt dan weer keihard bij henzelf binnen.

Probleem is dat deze ‘gematigden’ juist door die afweerreactie totaal ongeschikt zijn om de werkelijke problemen tussen het Westen en de Islam aan te pakken. Voor de stemmers in de VS zal de keus bij de verkiezingen heel simpel zijn: Of je kiest voor de wegkijkende politiek van de oude stempel en de echte problemen worden alleen maar nog groter, of je kiest toch voor de ongepolijste Donald Trump in de hoop dat hij na vier jaar een veel betere president blijkt te zijn geweest dan voorspeld werd, vooral omdat hij inderdaad de echte problemen met echte oplossingen te lijf ging.

Politieke correctheid is doorgeslagen conformisme

Goed, ik zet de zoektocht naar de kern van politieke correctheid voort met dit keer hopelijk wat correcter analyses. Uit de update van het eerste blog herhaal ik nog maar eens wat Wikipedia eronder verstaat:

Politieke correctheid is een term voor voorzichtig taalgebruik over, of het vermijden van, onderwerpen die politiek gevoelig liggen, om belediging (van met name minderheden) te voorkomen. Kwesties die bijvoorbeeld betrekking hebben op ras, geslacht, religie, seksuele geaardheid of handicap worden door middel van zelfcensuur gefilterd om niemand te benadelen. Politiek correct taalgebruik verandert niet zelden met de tijd. Zo kan ‘invalide’ in de ene periode een welkom alternatief zijn voor ‘kreupel’, maar later zelf weer als te hard worden ervaren en langzaamaan worden vervangen door een term als ‘gehandicapte.
De term ‘politieke correctheid’ wordt in rechts-conservatieve en nationalistische kringen vaak gebruikt in een pejoratieve zin, vanwege de kritiek dat het om een censuurmiddel zou gaan. (mijn vet)

(Pejoratief betekent dat het negatief, als diskwalificatie, bedoeld wordt.) Zowel ik als Victor Onrust gaven al aan dat het niet alleen om vermijden van het kwetsen van minderheden gaat. Uit mijn vorige stuk:

Eveneens beoogt politieke correctheid aansluiting te zoeken bij de standpunten en de woordkeuzen die populair zijn bij de leiders van de (andere) gevestigde politieke partijen.

En Onrust schreef:

Bij politieke correctheid gaat het niet om de inhoud maar om het volgen van de mening van de leiding, van de heerser. […] “Politiek correct” is in het huidige maatschappelijke debat het etiket geworden voor de heersende politieke mening, met name waar het gaat om discriminatie-, integratie- en migratie-vraagstukken.

Toch denk ik dat we het nog breder moeten trekken. Niet alleen lagere regionen van een politieke partij worden geacht zich te conformeren aan de grenzen die de partij stelt, ook de hogere regionen dienen zich daarbinnen te bewegen, op straffe van afzetting door de lager gestelden of de kiezers.

Binnen het Nederlandse bestel zijn vrijwel allen in vrijwel alle politieke partijen het erover eens dat er met fatsoenlijke woorden moet wordt gesproken en binnen iedere partij is iedereen het erover eens dat de partij grenzen hanteert waaraan alle partijleden zich vooral moeten houden. Tellen we beiden bij elkaar op, dan is in den lande sprake van politieke correctheid bij vrijwel alle leden van vrijwel alle politieke partijen, zou je zeggen. Toch is dat niet hoe we het ervaren. We spreken pas van politieke correctheid als het wel erg opvalt en het valt erg op als de realiteit overduidelijk in strijd is met het uitgesprokene. We vinden dan dat er om de waarheid wordt heengedraaid, omwille van de eendracht en het maar niet buiten de lijntjes treden. Het gaat dus om doorgeslagen conformisme en een gebrek aan lef om, als eerste, de realiteit te benoemen met de juiste termen.

conformismeConformisme was een onderwerp van me tijdens mijn studie. Belangrijk is dat het eerder gaat om een karaktereigenschap dan om aanpassing aan de situatie, al zullen mensen deze neiging sterker gaan vertonen wanneer nonconformisme gevaarlijker wordt, zoals in een nakende dictatuur. Verder is het een eigenschap die een mens in mindere of meerdere mate heeft. Sommigen zijn er van nature gewoon niet toe in staat, anderen kunnen alleen maar conformeren, maar de meesten zitten daar ergens tussenin. Ik ga niet alle conformisme veroordelen. Dat zou namelijk betekenen dat ik bepaalde mensen het recht op hun natuurlijke neiging ontzeg. Bovendien, conformistische mensen zorgen op hun wijze toch voor een stuk stabiliteit in de samenleving. Wat weleens smalend kuddegedrag wordt genoemd is niets anders dan conformisme. Het zorgt er in positieve zin voor dat we ons redelijk keurig in een stoet verplaatsen van A naar B, dat we elkaar verdragen in de bioscoop, dat we de aanwijzingen van de politie bij de gang naar de voetbalwedstrijd opvolgen, noem maar op. Kortom, als het goed is zullen we ons gedragen juist dankzij dat conformeren aan de gedragsregels en de breed gedragen normen en waarden.

Vanuit het perspectief van de realist wordt conformisme problematisch als de realiteit om wat voor reden dan ook niet benoemd wordt door de ‘opinieleiders’ en ‘voorbeeldige rolmodellen’. Vanuit het perspectief van die opinieleiders en rolmodellen wordt het juist een probleem wanneer er opeens een nonconformist opstaat die deze realiteit wèl benoemt. Hun eerste reactie zal een poging inhouden deze roepende ongeloofwaardig te maken. Mocht die roepende tot dan eveneens een opinieleider of rolmodel zijn, dan zou die positie weleens heel snel over kunnen zijn, want blijkbaar is er een belang gediend bij dat ontkennen van het probleem en belachelijk maken van de roepende. Dus waar ik in voorgaande sprak over ‘om wat voor reden dan ook’, kunnen we wellicht beter lezen: ‘om een of ander vooralsnog onduidelijk belang’.

Ik denk dat we bij veel politiek correct denken echt op zoek moeten naar de onduidelijke, verhulde, onbenoemde belangen. Waarom neemt een linkse, mogelijk zelfs atheïstische socialist het op voor godsdienstfanaten? Waarom kiest ook een liberaal ervoor macht over te dragen aan de EU? Waarom gunt een christendemocraat ook de moslims gebedsruimten?

Moeten we de reden zoeken bij het intellectuele vermogen van de politiek correcte mens? Ofwel, wijzen politiek correcte uitspraken slechts op forse denkfouten? Of is het juist dankzij zijn superieure intellectuele vermogen omdat hij sterk ongewenste consequenties ziet die de ‘realist’ niet ziet? Of wordt hij niet zozeer gedreven door zijn intellect, maar vooral door de eigen buik? Ofwel, is hij eigenlijk bang voor bepaalde ontwikkelingen en poogt hij die vooral af te wenden?

Ikzelf vermoed dat het vooral de laatste reden is: Bepaalde angstaanjagende ontwikkelingen worden, naar men onderbewust hoopt, afgewend door een politiek correcte redenering te volgen. De linkse socialist neemt het dan op voor moslims, omdat hij eigenlijk bang is voor hun woede. Door ‘af en toe een beetje’ toe te geven hoopt hij die woede te kunnen voorkomen. De liberaal maakt zichzelf wijs dat overdracht van macht aan de EU ons aller vrijheid in essentie niet aantast als we er maar voor zorgen dat daar in Brussel voornamelijk liberalen aan het roer staan. Christendemocraten denken dat ze zullen worden beschuldigd van intolerantie als zij niet ook de moslims gebedsruimten gunnen; tolerantie waar zij zelf ooit om vroegen en ook kregen. Ofwel, zij vrezen dat ook zij hun gebedsruimten ooit moeten inleveren als zij nu zouden vragen om maatregelen tegen de Islam.

Het zijn helaas allemaal angsten – okay laten we het vooralsnog onderbewuste zorgen noemen – die voorkomen dat reëel bestaande maatschappelijke problemen correct worden benoemd en ook vooral ‘problemen’ worden genoemd. Wat we daaraan kunnen doen? Ik denk dat al die politiek correcte mensen toch eerst een soort therapie zullen moeten ondergaan. Helaas vragen de problemen om snel ingrijpen, dus shocktherapie heeft mijn voorkeur.

Uiteraard kan een PVV’er een goed schoolhoofd zijn

Stemming schoolhoofdIn de Volkskrant van woensdag 31 augustus stond een reactie van ene Onno Bosma op het interview met Jan Gouw van eerder deze week. Daarop heb ik gereageerd en die mail werd vanochtend gepubliceerd in de brievenrubriek. Weliswaar in gewijzigde vorm, maar dat was omdat het origineel naar de mening van de redactie te lang was. De essentie was door de inkorting niet aangetast. Hieronder staat het origineel.

Er is trouwens ook een discussieruimte door de Volkskrant ingericht waar zelfs gestemd kan worden, merk ik zojuist. Klik hier om daarnaartoe te gaan! Er zijn daar om 15:30 uur al 18 reacties en 1200 stemmers.

Dan nu het, op één puntje verduidelijkte, origineel:


Onno Bosma deelt de woede van Gouw, maar is van mening dat een PVV-stemmer inderdaad geen schoolhoofd kan zijn. Idee daarachter is dat iemand die redeneert als een PVV’er niet kan functioneren zoals van een schoolhoofd wordt verwacht. Daarmee verwoordt hij vast heel goed hoe er wordt geredeneerd door bestuursleden en personeelsfunctionarissen van scholen. Die zullen ook vast idem oordelen over het hele lerarencorps of eigenlijk over de hele school. Hooguit de schoonmaker zal buiten dit informele en verholen beroepsverbod vallen, vermoed ik. Dat dit leidt tot een eenzijdige afspiegeling van de maatschappij vinden zij geen probleem, integendeel. Hetzelfde mechanisme vinden we vast en zeker binnen allerlei andere instituties, waarvan de rechterlijke macht het meest in het oog springt. In die sector moet men er niet aan denken dat een PVV-stemmer als rechter fungeert. Nee, daar is het ideaalplaatje eigenlijk de mens die denkt als een D66’er.

Een en ander is gebaseerd op de angst dat de, hoger-opgeleide, PVV-stemmer een racist is en ook nog eens een eigengereid figuur die niet in staat is pragmatisch om te gaan met de eigen idealen bij het volgen van de huidige wet. Eenzelfde soort angst is er blijkbaar niet jegens een SP-stemmer. Die zou immers het liefst morgen nog de socialistische heilstaat willen uitroepen, althans als je zo iemand vanuit vooroordeel, en karikaturaal, beschrijft. Zodoende kan een SP-stemmer wellicht nog net, al is men eigenlijk op zoek naar de mensen met dat D66-profiel, want die sluiten het beste aan bij hoe onze staat reeds is ingericht, is de impliciete gedachte. Dit alles leidt tot inteelt en dus tot versterking van het heersende profiel. Dat is geen beste zaak in een tijd die ontelbare signalen vertoont die door deze heersende klasse maar amper worden aangevoeld. Degenen die deze signalen wel sterk aanvoelen dringen niet door tot die heersende klasse en ergeren zich aan dat machtsconglomeraat. Die ergernis is wat mij betreft volkomen terecht. Ook beschouw ik die angst voor het PVV-denken als onterecht. Kritiek op de Islam is geen racisme, al wordt dat willens en wetens, en kwaadaardig, als zodanig uitgelegd. Dat ze uit eigengereidheid niet in staat zijn tot pragmatisch omgaan met de wet, durf ik ook te weerspreken. Geen PVV’er zou als schoolhoofd de moslimkinderen van school jagen. Wel zou elke maatregel worden tegengehouden of teruggeschroefd die wordt beschouwd als toegeven aan de eisen van de moslimouders. En hij/zij zou het lerarencorps steunen met maatregelen (uiteraard binnen de wet) als deze islamgerelateerde omgangsproblemen signaleert. In de huidige praktijk krijgt dat corps veelal de kous op de kop en moet het maar zien hoe het met die, ernstige, problemen omgaat. Dan moeten er dingen worden getolereerd die men bij eigen kinderen nooit zou tolereren.

Hoe werkt politiek-correct denken eigenlijk?

stophetzGoede vraag, al zeg ik het zelf.

DISCLAIMER: Al snel bekroop me het gevoel dat ik in dit blog de plank missla. Het blijft lezenswaardig, maar of het over politiek correct denken gaat, betwijfel ik nu, een dag later, meer en meer. Ik kom daarop zeker terug in een volgend blog.

Ik verblijf nu al een flinke tijd in kringen waar men zich elke dag weer verbijstert over politiek-correcte (PC) redeneringen. Die tieren nog immer welig, in de kranten, op de tv, op de radio en in fora. Het is de mensen in deze kring veelal direct duidelijk wanneer er sprake is van politieke correctheid en toch blijft het vaak bij een tentatief aanvoelen. Het gekke is dat velen onder mijn soortgenoten zelf in een vroeger leven al even politiek correct praatten, dus je zou verwachten dat ze weten hoe de redeneerwijze is. Toch is dat niet meer zo, althans niet meer bij mij. Het is alsof ik die redeneerwijze stukje bij beetje losliet, tegelijkertijd verving door wat Joost Niemoller ‘nieuw realisme’ noemt, waarna de losgelaten redeneerwijze als het ware vervaagde of zelfs leek te zijn verdwenen uit het geheugen. Dat is eigenlijk wel jammer, want wie verbijsterd is zal zich op manieren uiten die door de politiek correcten worden uitgelegd als uitingen van hysterie, woede, sarcasme, vijandschap, hatelijkheid en nog zo wat termen die de PC-mens in de gelegenheid stellen de eigen positie te beschouwen als onaangetast, want “verwijten van gekken moet je vooral van je af laten glijden”, zo gaat de rationalisering.

Goed, moeten ik en de mijnen dus maar eens werk maken van die verbijstering door toch maar weer in ons geheugen te duiken of ons inlevingsvermogen aan te spreken? Als het lukt zou het zomaar kunnen dat we, als alternatief voor de reactie van de verbijstering en het hoofd schudden over zoveel onbenul, ook kunnen kiezen voor een meer ‘begripvolle’ toenadering. Dan zouden we misschien vaker iets van een debat of zelfs dialoog kunnen ervaren waar ook de PC-mens niet goed omheen kan, omdat er niet het makkelijke verwijt te maken valt dat “je je niets hoeft aan te trekken van zo’n gek”.

Hoe werkte dat vroeger bij mij? Zijn mijn hersenen nog in staat om de redenering achter een politiek correcte uitspraak te bedenken? Laat ik eens de proef op de som nemen en in een drietal blogs drie van zulke uitspraken oprakelen uit wat ik dezer dagen oppikte (en waar ik me inderdaad over verbijsterde).

Wilders radicaliseert

Het radioframent werd alsvolgt aangekondigd: Geert Wilders is aan het radicaliseren, dat betoogt politicoloog Jasper Klapwijk bij Dit is de Dag. Volgens hem is het verkiezingsprogramma van de PVV zelf nog radicaler dan de vorige verkiezingen. ‘We zijn zo gewend aan de radicale opvattingen van Wilders dat het nauwelijks meer opvalt, maar hij schuift stapje voor stapje op. Waarom maken we ons daar niet meer zorgen over? Met een totaalverbod op moskeeën en korans schendt hij artikel 1 van de grondwet.’

Politicoloog Klapwijk beschuldigt Wilders ervan artikel 1 van de Grondwet rechtstreeks aan te vallen. Wilders, zo stelt Klapwijk, wil één religie verbieden ofwel hij wil één groep uitsluiten van Artikel 1 van de Grondwet en dat zijn moslims. Van Jasper Klapwijk mag Wilders dat allemaal zeggen, want ook hij gelooft in de vrijheid van meningsuiting, maar dat wil niet zeggen dat “wij” (sic) daar niks over mogen zeggen. De mensen die op Wilders willen gaan stemmen moeten “we” duidelijk maken waaròm er godsdienstvrijheid is en dat ook de Koran gewoon verkocht moet kunnen worden. Gevraagd naar wie “wij” zijn legt Klapwijk uit dat dit de niet-radicale partijen zijn. Hij noemt de voorstellen van Wilders illegaal en haalt daarbij ook de uitspraak van het Franse gerechtshof over de boerkini aan, die heeft bevestigd dat het verbieden van de boerkini niet mag gelet op de Franse wet. Wilders is volgens Klapwijk geen fascist, maar wel “een extreme nationalist”. Dan nog zijn uitsmijter: “Ik wil ook graag mijn godsdienst blijven belijden en als dat voor moslims onmogelijk gemaakt wordt, wie zegt dat ik niet de volgende ben”.

Tot zover de kern van zijn betoog. Zoals gezegd, mij verbijsterde het hele interview, maar menig ander luisteraar zal het als muziek in de oren geklonken hebben. Waarom noem ik Klapwijk politiek correct? Klapwijk betoont zich een heel braaf volger van ‘de grondwet’, met name van Artikel 1, volgens velen de basis van al het erop volgende. Wee degene die het waagt om de grondwet, laat staan juist dàt artikel, te tarten, zelfs al gaat het om een miniem gedeelte ervan. Toch is het niet alleen een kwestie van braaf die grondwet verdedigen, maar ook er zelf van overtuigd zijn dat je die grondwet, of in elk geval dat eerste artikel, als de beste begrijpt. Als bijvoorbeeld Wilders zich zou verweren door – verbijsterd, of ‘boos’ – te zeggen dat Klapwijk dat Artikel 1 verkeerd interpreteert, dan zou Wilders bij Klapwijk op compleet onbegrip stuiten. Nee, dan is het juist Wilders die, zelfs kwaadaardig, dat artikel naar zijn hand zet. En Klapwijk wéét dat hij in die redenering kan rekenen op de sympathie en morele steun van allen bij de “niet-radicale partijen”. Dat laatste is trouwens een niet onbelangrijk deel van politiek correct denken; er wordt zo al doende gedaan aan netwerken en (beïnvloeding van) toekomstige coalitievorming. Een ander ‘signaal’ van zijn politiek correct denken is zijn niet aflatend geloof dat de Islam een reguliere en te respecteren godsdienst is. Het duidt erop dat Klapwijk alle feiten die deze kijk op de Islam uitdagen òf niet tot zich heeft willen nemen òf met de nodige rationaliseringen op een dusdanige wijze gebagatelliseerd heeft dat zijn idee dat het een gewone en te respecteren godsdienst is volledig in stand houdt. Klapwijk noemt Wilders géén fascist, wat eigenlijk òòk politiek correct is, want zou hij dat wèl doen, dan zouden zelfs velen uit de niet-radicale partijen over hem vallen en zou zijn strategie om te netwerken schade oplopen. Wel noemt hij hem een extreme nationalist, een typering die blijkbaar nog net wèl kan in de PC-kringen. Wilders cum suis vinden dat natuurlijk een schandelijk geval van framing en zodoende weinig politiek correct, maar het is niet Wilders waarmee Klapwijk wil netwerken. We zien dus dat politiek correcte mensen niet alleen hun eigen interpretatie van de werkelijkheid hebben, maar evengoed zeer beledigend kunnen zijn. Beledigen is weinig correct, maar het mag – nee, moet – schijnbaar als het dè manier is om aansluiting te vinden bij de gevestigde “niet-radicale” politieke partijen. Mensen als Wilders beledigen schijnt wèl te mogen, nee, zelfs te moeten. Niet expres natuurlijk, maar “hoe moet je hem anders noemen” en “maar dat is hij toch gewoon, extreemrechts?”. Als Wilders cum suis zo’n zelfde verweer zou geven, zou niet worden geloofd dat het niet expres beledigend bedoeld is: “Dit is nou eenmaal een nepparlement, ik kan er niks anders van maken!”. Tenslotte denkt Klapwijk als uitsmijter een mooie oneliner neer te zetten. Ik stel me zo voor dat hij het heeft ingestudeerd en dat hij het er niet spontaan uitflapte: “Ik wil ook graag mijn godsdienst blijven belijden en als dat voor moslims onmogelijk gemaakt wordt, wie zegt dat ik niet de volgende ben”. Deze uitspraak getuigt ervan dat hij helemaal niks begrijpt van Wilders’ redenering en visie op de (westerse) wereld. Ik schreef het al en ook hierop is het van toepassing: òf hij heeft die redenering en visie niet tot zich willen nemen òf hij heeft er de nodige rationaliseringen op losgelaten. Heel misschien is het een kwestie van domheid, maar als ik dat zeg, dan wordt dat vast als belediging opgevat.

Goed, nu over de heipalen die onder het platform staan waar vanaf Klapwijk zijn redeneringen de wereld in stuurt. De eerste is dat de Islam een reguliere en te respecteren godsdienst is. Wie dat echt vindt ZOU evengoed zich kunnen trachten voor te stellen dat anderen dat niet vinden en waarom die anderen dat niet vinden. Het ZOU zo kunnen zijn dat je na grondige bestudering van ook alle islamkritiek toch hebt besloten te oordelen dat de Islam regulier en te respecteren is. Maar zou je dan Wilders zo aanvallen als Klapwijk deed? Ik geloof daar niets van. Ik denk dat Klapwijk zich amper heeft verdiept in de islamkritiek. Het lijkt me dan ook dat een islamcriticus hem zou moeten uitdagen zich meer te verdiepen in juist de islamkritiek. Mocht Klapwijk zich beledigd voelen, want “ik ben wetenschappelijk geschoold en ook nog eens politicoloog”, dan is het mij wel duidelijk: er is dan sprake van een voorlopig niet-permeabele barrière (of: een diepe kloof) en er zal eerst echte oorlog moeten uitbreken voordat deze persoon schoorvoetend iets van islamkritiek zal gaan lezen. Een andere heipaal is dat hij Wilders eigenlijk niet op zijn woord gelooft. Nee, hij meent een gezond soort argwaan te delen met alle andere mensen van de “niet-radicale” partijen. Als we die Wilders zijn ongelimiteerde gang laten gaan, dan loopt het niet alleen voor de moslims slecht af, maar voor ons allemaal, zo redeneert de argwanende. Nu zit er wel wat in: Als we een willekeurig politicus zijn ongelimiteerde gang laten gaan, dan zal slechts een handjevol daarvan die macht niet misbruiken. Maar ik schreef al: willekeurig politicus. Het zal net zo hard kunnen gelden voor Samsom, Pechtold, Roemer, Marianne Thieme en Jesse Klaver. En daarom hebben we mechanismen in onze wet ingebouwd die moeten voorkomen dat een politicus zijn ongelimiteerde gang kan gaan. Wilders is democraat bij uitstek, dus waarom wordt bij hem dan een andere meetlat gebruikt? Er is geen enkele aanwijzing dat de PVV ooit het katholicisme of andere persoonlijke religie zal willen verbieden. Nou, suggereer dat dan ook niet! Geloof hem gewoon op zijn woord! Maak geen stropop van hem.

Wie analyseert welke heipalen het platform van de politiek correcte denker stutten, zou in plaats van verbijsterd reageren de aandacht op die heipalen kunnen richten, zo van: “Je lijkt je redenering te baseren op dit-en-dat grondidee. Weet je zeker dat je daarmee wel goed zit? Ik heb er namelijk de volgende kritiek op…”

Maar ja, voor zo’n verstandige aanpak moet je natuurlijk wel eerst je verbijstering in toom zien te krijgen. Valt niet altijd meevalt, althans mij niet.


Update (een dag later)

Ging het in dit blog eigenlijk wel over politieke correctheid? Laten we eens lezen wat Wikipedia eronder verstaat:

Politieke correctheid is een term voor voorzichtig taalgebruik over, of het vermijden van, onderwerpen die politiek gevoelig liggen, om belediging (van met name minderheden) te voorkomen. Kwesties die bijvoorbeeld betrekking hebben op ras, geslacht, religie, seksuele geaardheid of handicap worden door middel van zelfcensuur gefilterd om niemand te benadelen. Politiek correct taalgebruik verandert niet zelden met de tijd. Zo kan ‘invalide’ in de ene periode een welkom alternatief zijn voor ‘kreupel’, maar later zelf weer als te hard worden ervaren en langzaamaan worden vervangen door een term als ‘gehandicapte.
De term ‘politieke correctheid’ wordt in rechts-conservatieve en nationalistische kringen vaak gebruikt in een pejoratieve zin, vanwege de kritiek dat het om een censuurmiddel zou gaan.

Zo op het eerste gezicht ging het dus niet over PC, althans als we Wikipedia als uitgangspunt nemen. Kern is dan dat men door een bepaalde, veelal eufemistische, woordkeuze wil voorkomen dat een minderheid zich beledigd zou kunnen voelen. Wel denk ik dat er bij de definitie van Wikipedia nog een aspect mag worden bijgeschreven: Eveneens beoogt politieke correctheid aansluiting te zoeken bij de standpunten en de woordkeuzen die populair zijn bij de leiders van de (andere) gevestigde politieke partijen. Mogelijk geldt dit aspect niet in alle landen, maar anno 2016 wel in Nederland en menig ander Europees land. Het zoeken van die aansluiting dient twee doelen. Enerzijds weet men zich er dan van verzekerd geen controversiële (bijvoorbeeld beledigende) uitspraken te hebben gedaan, anderzijds wordt die aansluiting om politiek-strategische redenen voornaam geacht. Dit aspect neemt de vorm aan van uitspraken die nooit over de grenzen heen zullen gaan die getrokken zijn door degenen waarbij men aansluiting zoekt. Zodoende zal er van een gewaagde, mogelijk verontrustende of als belediging op te vatten, analyse met bijbehorende standpunten en woorden nooit sprake zijn, ook niet als er voldoende feiten voorhanden zijn die dat logischerwijs wel zouden rechtvaardigen.

Mocht dat aansluiting-willen worden geaccepteerd als aspect van politiek correct denken, dan ging dit blog er toch wel over. Ik laat het oordeel over aan de lezer.