Over mijn brief in de Volkskrant van vandaag

geachte redactieVandaag sta ik in de Volkskrant in de brievenrubriek. Gisteren werd me gevraagd om akkoord te gaan met een ingekorte versie vanwege ruimtegebrek. Ik ging akkoord. Toch is er wel een gedeelte van mijn pleit verloren gegaan en daarom publiceer ik hier, waar natuurlijk nooit ruimtegebrek is, het volledige ingezonden stuk:

Pro of anti

De ombudsvrouw kreeg afgelopen zaterdag extra ruimte om het beleid van de Volkskrant inzake verslaggeving over de Gaza-oorlog uit te leggen. Ik begrijp nu dat er meer klachten en brieven tégen, dan vóór Israël binnenkwamen, maar dat beide kampen vinden dat de Volkskrant hun zijde onrecht aandoet door te kiezen voor de andere zijde. Het is een frappante situatie, zo denkt wellicht menig redactielid en lezer. Maar ik denk het wel te snappen. De feitelijke telling van de pro- en anti-artikelen en de uitleg van de ombudsvrouw, geven er blijk van dat de redactie genuanceerd wil wezen, door beide kampen het woord te geven en door vanuit beide kampen verslag te doen. Echter, beide kampen vinden die genuanceerdheid onecht en onterecht. Een analogie kan verduidelijken hoe het pro-Israël kamp dat ziet, al is de analogie niet volledig te maken. Stel je voor dat de redactie besluit om ISIS-sympathisanten de nodige opiniestukken te gunnen en om een verslaggever eropuit te sturen om ons beelden voor te schotelen van de burgerslachtoffers die Amerikaanse, Iraakse en Syrische troepen maken bij het bestrijden van ISIS. Zo’n vorm van genuanceerdheid zou – mag ik hopen – direct opvallen als belachelijk en misplaatst. Idem ziet het pro-Israël kamp alle ‘positieve’ aandacht voor de palestijnen in Gaza – c.q. Hamas – als belachelijk en misplaatst. En wellicht idem vindt het pro-palestijnen kamp de uitleg pro Israël vooral propaganda waar de Volkskrant niet zou moeten intuinen. Ergo, beide kampen zijn niet blij met het type nuance. Ik voeg me daarbij, in concreto bij het pro-Israël kamp. De stelling van dat kamp is dat Nederland zich gewoon voor de volle honderd procent en als één blok achter Israël moet blijven scharen. Die stelling kan dat kamp overigens prima onderbouwen. Dat doet het ook consequent. Het vreemde is dat steeds meer Nederlanders niet langer door hen te overtuigen blijken te zijn. Die zien tegenwoordig voornamelijk kapotgebombardeerde huizen, dode kinderen en huilende moeders getoond worden, op de voorpagina nog wel, de plek waar toch hét wereldnieuws verwacht wordt. Dat beïnvloedt hun oordeel, want wij westerlingen zijn ervan overtuigd geraakt dat elk individueel leven evenveel waard is. Zelfs mensen die altijd, wellicht vooral uit conformisme, pro-Israel waren gaan dan overstag, om maar in het reine met zichzelf te blijven, en misschien wederom uit conformisme. Nog steeds begrip opbrengen voor de argumenten die het Israëlisch handelen verklaren en rechtvaardigen vereist tegenwoordig blijkbaar meer voorstellingsvermogen dan men vroeger nodig had. De Volkskrant zou daarbij kunnen helpen, maar doet dat niet. Liever zie ik dat de Volkskrant wèl duidelijk partij kiest voor Israël en er vol voor gaat.
In dat licht beschouwd was de column van Arnon Grunberg in diezelfde editie trouwens weer buitengewoon ergerlijk, want het bestaan van de staat Israël zou vanzelfsprekend en vooral niet ter discussie staand moeten zijn. Grunberg geeft voeding aan al die mensen die zich afvragen of het conflict niet toch maar beter opgelost kan worden door de joden daar weer te laten vertrekken. Ik neem het Grunberg kwalijk dat hij zulke gedachten voedt.

Peter van Lenth
Haarlem