Asscher wil “Samen vooruit” – Gaat hij dus optrekken met Wilders?

asscher-denkt-dat-pvda-leden-het-oneens-zijn-met-kritiek-monasch

Samen vooruit – Samen met Wilders?

Lodewijk Asscher werd afgelopen maandag een eigen column gegund door ThePostOnline (TPO), dezelfde dag dat hij zich verkiesbaar stelde voor het lijsttrekkerschap van zijn pvda. Is hij beter dan Diederik Samsom? Laten we eens lezen wat hij al aan het begin schrijft.

“Als ik op zaterdag langs het veld sta, zie ik het Nederland waarvan ik houd. Voel ik me vrolijk en optimistisch.Maar als ik die jongens zie rennen, ben ik ook bezorgd. Krijgen ze straks dezelfde kansen of staan sommigen buitenspel? Leren we ze samenwerken of leren we ze elkaar te wantrouwen?Ik hoop het eerste maar vrees het laatste. Nederland is het land waarin samenwerken ons altijd vooruit bracht. In je eentje hou je het water niet tegen. Nu dreigen we tegen elkaar te worden opgezet.
Radicale Islamisten die willen dat moslims zich afzonderen en de Nederlandse samenleving afwijzen. Recht tegenover hen, staan de populistische bangmakers die in iedereen die Ahmed heet een gevaar zien. Ze verketteren elkaar, maar delen hetzelfde recept: haat en uitsluiting.”

Ik word daar niet blij of hoopvol van. Hij behoort dus tot de groep die rustig de term populist toepast op bepaalde politieke tegenstanders, maar vooral gooit hij deze tegenstanders op één hoop met radicale islamisten. Je moet maar durven.

Ik dacht vroeguh dat links kritiek durft te geven op allerlei aspecten van de samenleving, maar sinds zo ongeveer 2000 is het mij steeds duidelijker geworden dat dit helemaal niet zo is. Sterker, islamcritici worden als populisten, angst- en haatzaaiers en uitsluiters door hen weggezet. En gek genoeg durven ze in dezelfde alinea te schrijven dat ze willen verbinden en “samen vooruit” (sic) willen gaan. Wederom Asscher geciteerd:

“Laten we samen ons land terugwinnen op de hitsers en splitsers. Op diegenen die ons willen verdelen. Van elkaar vervreemden. Laten we de extremisten aanpakken en de vrede bewaren. Laten we samen de vrijheid koesteren door iedereen te laten geloven wat hij wil, en vrijheid te geven aan iedereen die de vrijheid van een ander respecteert.”

Hoe blind ben je als je zoiets zegt? Ja, natuurlijk klinkt het mooi, maar het is evengoed vals, heel vals, om deze woorden te gebruiken. Of moet ik het anders lezen en die eerste zin letterlijk nemen? Dus dat Asscher de hitsers en de splitsers eruit wil werken, wil uitsluiten? Hoe denkt hij dat te gaan doen? Mensen zoals ik opsluiten in een heropvoediingskamp? Dat lijkt mij niet een toepassing van het ‘samen de vrijheid koesteren’. Zijn woorden zijn holle retoriek en vergeven van de paradoxen.

Wil je nog een ander voorbeeld van zulke holle retoriek uit zijn mond?

“Laten we gastvrij zijn. Oorlogsvluchtelingen vanaf dag 1 helpen. Maar laten we niet onze kwetsbare buurten overbelasten.”

Ja, wat wil je nou. Wat gaat het nou worden. Laten we ze nou allemaal wèl binnen of toch maar niet. En let eens op de volgende uitspraak:

“Soms als je luistert naar de politieke orkaan lijkt het alsof het alleen nog gaat over religieuze en culturele verschillen. Maar de onzekerheid komt van veel dieper. We leven in een snel veranderende wereld van ongelijke kansen en oneerlijke verdeling. Ook in Nederland. Geen wonder dat veel mensen gefrustreerd en onzeker raken.”

Hier worden alle mensen (zoals ik) die echt menen dat inderdaad religieuze en culturele verschillen de kern van de problemen vormen, weggezet als dombo’s. Nee, geheel in lijn met de dogma’s van deze sociaaldemocraten is oneerlijke, economische ongelijkheid de ware oorzaak van de frustratie die velen voelen. De pvda moet natuulrlijk wel ‘bestaansrecht’ blijven behouden. Goed, ik erken dat het belangrijke thema’s zijn, maar ze vormen gewoon niet de kern, zo is de afgelopen twee decennia steeds duidelijker geworden aan wie zich echt openstelt voor de realiteit. Volgende citaat:

“Bereiden we onze kinderen goed genoeg voor op de nieuwe wereld? En hebben ze allemaal een eerlijke kans?”

Uit de eropvolgende alinea’s wordt klip en klaar duidelijk dat de zorgen die hij heeft over de toekomstige generaties sterk afwijken van de mijne. Terwijl ik met lede ogen aanzie hoe Nederland steeds minder Nederlands wordt, heeft hij het alleen maar over gelijke, eerlijke kansen van alle kinderen. Voeg daar even bij dat één aspect van de toekomstige ontwikkelingen door hem volstrekt ongenoemd wordt gelaten: de demografische ontwikkeling. Die zou ons allen in opperste staat van alarm moeten brengen. Autochtonen beginnen gemiddeld pas na hun dertigste aan kinderen en krijgen er gemiddeld zo weinig dat deze bevolkingsgroep alleen maar afneemt. Aan allochtone zijde, met name het islamitisch deel daarvan, zijn de eerste kinderen al vòòr het 25e levensjaar geboren en is het gemiddelde aantal kinderen veel hoger. Het gaat hard richting een erg forse islamitische minderheid. Ja, ik schrijf minderheid, maar denk dan niet meteen dat het dus probleemloos is, want ook een groep die 20 procent van de bevolking uitmaakt kan alreeds flinke eisen afdwingen, zo niet in een parlement, dan wel ‘op straat’. Zie wat in het midden-oosten een groep van enkele tienduizenden voor elkaar kreeg. In Mosul waren in 2014 30.000 Irakese soldaten gelegerd en slechts 1.500 IS-fanaten wisten hen te verjagen met de staart tussen de benen.

Afijn, genoeg voor vandaag. Met Asscher zal de pvda er niet op vooruit gaan. Dat vind ik triest, want ik ben feitelijk sociaal-democraat. Maar zolang de pvda gegijzeld blijft worden door de verkeerde mensen distantieer ik me er van. Zo ontzettend graag zou ik willen dat er echt verbinding werd gelegd. Morgen maar eens de derde kandidaat, Jacques Monasch, belichten. In het interview vanochtend op Radio 1 zei hij wèl goede dingen.

De woorden van Asscher op TPO.

Advertenties

Sander Terphuis voelt zich thuis bij de PvdA – Ja, hij wel…

Sander Terphuis – naam van origine: Ahmad Queleich Khany – nam het initiatief tot een discussiebijeenkomst van de Haagse PvdA-afdeling over de asielzoekers. Je kan je afvragen welk type ‘discussie’ hem voor ogen had gestaan. Wellicht dacht hij dat de leden allerlei varianten van opvang zouden gaan bespreken, maar niet de vraag of het opvangen op zich eigenlijk wel terecht is. In elk geval werd deze welkomroeper er geconfronteerd met leden die ‘radicaal andere opvattingen’ lieten horen, zo vermeldt de Volkskrant vandaag op pagina 4. Ik citeer uit het artikel: Lees verder

Van PSP naar Groenlinks naar PvdA naar …

In mijn jeugd stemde ik PSP. Later werd dat Groenlinks, simpelweg omdat de PSP daarin opging. Mijn opschuiven in het politieke spectrum begon pas begin jaren negentig toen ik voor het eerst op de PvdA stemde. Wat hield die opschuiving in? Zag ik het destijds verkeerd en zie ik pas tegenwoordig het licht? Zo simpel is het niet, zo denk ik nu. Nu denk ik dat het alles te maken heeft met iemands focus. Bij Groenlinks ligt de focus op de bedreigingen van het milieu, bij mij ligt de focus tegenwoordig op de bedreiging door de Islam. Die focus maakt van iemand een specialist. Dus ja, bij Groenlinks tref je dè milieuspecialisten aan en bovendien slaan die alarm over het milieu. Ik zal niet beweren dat ik destijds zo’n specialist was, maar wel las ik al het nieuws en de boeken erover. Verder kwam ik uit een rood nest waar socialisme de moreel juiste keuze was en liberalisme een synoniem van kapitalisme werd genoemd. In dat milieu werd ook kwaad gesproken over dictatuur en de democratie omarmd. Binnen het socialisme was het dus overduidelijk Lees verder

Samsom gaat met oogkleppen op voor zijn utopie

samsomIk hoor het Diederik Samsom nòg zeggen, net nadat hij wederom de verkiezingen had verloren: “Onze strijd gaat door … met nòg meer inzet”. Ongelooflijk, je bent afgestraft door een hele hoop mensen die een vorige keer toch nog op je stemden, maar nu echt afhaakten, en toch zeg je dat je op dezelfde weg doorgaat en dat je daarbij nòg meer zal strijden dan je al deed. Kortom, Samsom had absoluut niet door dat ‘de kiezer’ wil dat hij een nogal andere weg ingaat. En diegenen binnen de PvdA die dat wèl doorhebben, hebben schijnbaar niets in te brengen. Nee, Samsom gaat nòg harder het gevecht aan.

Nou, dat hebben we geweten. Bed, bad en brood moest en zou er komen voor de uitgeprocedeerde asielzoekers ongedocumenteerden asielzoekers. Hij had zich dat gevecht echt beter kunnen besparen; er is werkelijk niks fundamenteels binnengesleept door de PvdA, ondanks wekenlang polderen tot in de nachtelijke uurtjes. Het was hooguit een Pyrrus overwinning, zonde van zijn energie. Gisteren kwamen de uitgeprocedeerde asielzoekers en hun beschermengelen al hun beklag doen bij het partijbureau, vandaag viel werkelijk de hele oppositie over het akkoord heen. Nou ja, daar is het oppositie voor natuurlijk. Maar dat er gisteren bij de burelen werd gedemonstreerd was toch wel kras, zeker gezien hoe dat ging. Hans Spekman – bij uitstek Samsom’s maatje die hem in het zadel houdt – kon niet eens het woord nemen; hij werd telkens uitgejoeld en zonder enig respect behandeld door omstanders. Nu is Spekman zelf niet het type dat met alle egards wil worden behandeld; daarvoor is hij tezeer een kind uit het gewone volk. Maar de onbeschofte behandeling die hem ten deel viel is toch wel weer wat anders. Als ik hem was, zou ik denken “stank voor dank” en “parels voor de zwijnen”. Ik zou er acuut conservatief, liberaal, rechts van worden. Wat heet, ik zou dictatoriale neigingen ontwikkelen en al dat schorem meteen laten oppakken en verbannen, naar een of ander met prikkeldraad afgesloten poldertje waar het flink drassig is en niemand komt, zelfs niet als toerist, zo lelijk en guur is het daar.

Maar inderdaad, ik ben Spekman niet en ook niet Samsom. Anderzijds, ik weet ook zeker dat die bejegening mij niet zou overkomen. Het gaat om begrijpen wat het volk bezighoudt en daar ook nog eens het nodige begrip voor opbrengen. Dan ga je natuurlijk niet die strijd met, in dit geval, de VVD aan en krijg je ook niet die asielzoekers die jou als hun laatste hoop zagen op je dak. Je mag van deze politici verwachten dat ze heel goed geïnformeerd zijn over wat er speelt onder het volk. Bovendien heeft zeker de PvdA een hele horde rechterhanden (linker?) die als taak hebben kritisch te kijken naar het handelen van de zichtbare politici en hen bij te sturen. Toch helpt het allemaal niet; mensen als Samsom blijven er doof voor en gaan met oogkleppen op voor hun eigen utopie. Nog even en de enige resterende leden van de PvdA zijn inderdaad diegenen die precies dezelfde utopie nastreven als Samsom. En inderdaad zal dan blijken dat de PvdA een uiterst stabiele partij zonder enig intern conflict is. Samsom, zet ‘m op, ga er voor, je bent er bijna, nu niet op het laatste moment alsnog opzij gaan kijken, je utopisch vergezicht voor de PvdA is nu echt in zicht; niet opgeven vlak voor het binnenvaren van die haven. De woeste zee is bijna achter je.

De ultieme adviezen aan de PvdA van Tom Pauka

aui_pauka_t_60912

Tom Pauka

Meer dan veertig jaar was Tom Pauka adviseur van pvda-toppers als Den Uyl, Van Thijn, Kok, Bos en Verbeet. Hij werd ook wel naar moeilijke gebieden gestuurd, zo van “Tom Poes, bedenk een list”. Pauka is van 1934, dus nu 80, vond het tijd om maar eens te stoppen en als mooie afsluiting een boek over die jaren te schrijven: Het geluk van links (2013). Dat leidt tot mooie anekdotes en inzichten in het wereldje van de pvda-politiek sinds nieuwlinks aan de macht kwam. Dat nieuwlinks begon omstreeks 1968 en Pauka was erbij – hij was toen dus al 34. Die groepering heeft destijds min of meer de macht gegrepen, zo begreep ik al eerder uit een boek van Carel Brendel (Het verraad van links), en Pauka geeft dat met zoveel woorden ook wel toe. Terwijl Brendel die tijd beschrijft vanuit een kritische onderzoeksjournalistieke inslag geeft Pauka een inkijkje in hoe de nieuwlinksers dingen zelf beleefden. Zo citeert hij een stuk uit het roemruchte manifest ‘Tien over Rood’ – dat hij mede opstelde – en vraagt zich ook zelf vervolgens af hoe het toch kon dat hij en de anderen die teksten echt serieus meenden. Dan citeert hij uit een tekst van Den Uyl rond 1977; idem, er werden vergezichten geformuleerd die mijlenver van de realiteit af stonden. Zijn verklaring is dat de teksten vooral werden beschouwd als uitgangspunt voor onderhandelingen en dus een en al wisselgeld moesten bevatten. Wat ze in die tijd niet beseften was dat het de geloofwaardigheid van de pvda niet bepaald ten goede kwam; geen enkele keer werd een verkiezingsprogramma grotendeels waargemaakt. Sterker, er is van wat Den Uyl voor ogen stond maar barstensweinig gerealiseerd, zo erkent Pauka.

Anders dan de meeste andere pvda-actievelingen heeft Pauka oog ontwikkeld voor dat deel van de samenleving dat zich heeft afgewend van de pvda en heil zoekt bij de SP of de PVV. Hij typeert, omwille van het debat, deze mensen als ‘de verongelijkten’, hoewel hij Fortuyn’s term ‘de verweesden’ eigenlijk nog mooier vindt. In het hele boek komt de term (verongelijkten) veel en consequent terug, zelfs steeds in schuinschrift, afijn dat doe ik dan ook maar. Tegenover de verongelijkten stelt hij de actieve pvda-leden. Voor hen gebruikt hij consequent de term ‘onssoortmensen‘, een term die hij niet bepaald positief bedoelt. Hij verpakt zijn kritiek steeds zo zacht mogelijk, maar het komt er gewoon op neer dat hij er achteraf niet onderuit komt dat onssoortmensen elkaar ontzettend goed begrijpen, op de schouders kloppen en veel met elkaar lachen. Bovendien is onssoortmensen er totaal van overtuigd dat alles in Nederland veel beter geregeld is dan in de meeste andere landen, dat we amper of geen corruptie hebben, dat er een zuivere en betrouwbare rechtspraak is, enzovoort. Onssoortmensen zijn dan ook elke keer weer hevig verbijsterd als ze de verongelijkten horen klagen, over de corruptie in Nederland, over de falende rechtspraak, over de liegende en bedriegende politici, noem maar op. Pauka wijst erop dat die verongelijkten misschien wel meer gelijk hebben dan onssoortmensen willen geloven.

Overigens heeft Pauka ook een verklaring voor die attitude van onssoortmensen: Dat beeld over Nederland draagt wezenlijk bij aan hun geluksgevoel. Elke bewering van de verongelijkten ondermijnt dat geluksgevoel, leidt tot irritatie en wordt gepareerd met afweer en afwijzing. Klinkt mij plausibel genoeg om op te nemen in het rijtje verklaringen, want ik denk dat er meerdere zijn.

Dan komt Pauka met nog een tweedeling, die tussen hoogopgeleiden en laagopgeleiden. Hij gaat terug tot de tijd van de verzuiling en stelt dat in die jaren de hoogopgeleiden binnen een zuil veel contact hadden met de laagopgeleiden binnen die zuil. Met de ontzuiling verdween deze connectie. De actieve pvda-leden (inderdaad onssoortmensen) kwamen steeds meer uit de groep van hoogopgeleiden en die hadden steeds minder connectie met de laagopgeleiden (inderdaad in zijn ogen de verongelijkten). Eigenlijk, zo is Pauka’s ontboezeming, vonden onssoortmensen die onthechting wel zo prettig, want het was eigenlijk maar vervelend volk. Dat volk las De Telegraaf en daarmee wilde je als rechtgeaard ‘sociaaldemocraat’ in die jaren niets te maken hebben, toch?! Ik waardeer zijn ontboezeming en zelfkritiek, maar ik plaats wel twijfel bij zijn nadruk op opleiding. Immers, sinds ik zelf steeds meer kritiek ontwikkelde op de lijn van de pvda en sinds een dagblad als De Telegraaf en een weekblad als Elsevier voor mij niet langer besmet waren, heb ik steeds meer mensen ontdekt die perfect weten te verwoorden wat de verongelijkten dwarszit en die bepaald niet laagopgeleid blijken te zijn. Ook degenen die je heden ten dage bij De Telegraaf en Elsevier ziet reageren blijken niet bepaald laagopgeleid te zijn. Integendeel, zou ik durven zeggen. Er zit frappant veel kennis van de politieke geschiedenis bij deze mensen. Wat mij betreft kan de groep van verongelijkten zich anno 2014 vertegenwoordigd weten door een flinke groep hoogopgeleiden. De tegenstelling laag/hoog lijkt me erbij gesleept.

Pauka wil dat de pvda de groep van verongelijkten weer gaat insluiten in de gelederen. Ik zie dat nog niet gaan gebeuren, althans niet als de pvda-top zijn adviezen onverkort overneemt. Hij vindt dat de verongelijkten meer gelijk aan hun zijde hebben dan onssoortmensen denken, maar de onredelijke argumenten van de verongelijkten zullen toch echt, met voor hen begrijpelijke woorden, moeten worden tegengesproken, waarbij steeds de leer van de sociaaldemocratie (of wat Pauka betreft het ‘communautarisme’) als toetssteen fungeren moet. Hij rekent erop dat die dan echt wel het onredelijke ervan zullen inzien. Nou, ik reken daarop niet. Hij ziet voor nu drie kernpunten: migratie en integratie, armoede en schuldensanering en tenslotte geluk. Over dat laatste heb ik het eerst: Pauka meent dat politieke keuzes moeten bevorderen dat we (zowel de samenleving als het individu) gelukkiger worden. En dat houdt niet zozeer in dat onze lonen omhoog moeten gaan. Nee, het houdt in dat bij ingrepen in de leefomgeving mede over het effect op geluk moet worden nagedacht. De armoe en schuldensanering zijn voor sociaaldemocraten van oudsher belangrijk, want die zien armoe eerst en vooral als uitvloeisel van onrechtvaardigheid. Tenslotte over migratie en integratie: Pauka is langzamerhand zover dat hij inziet dat een zeker nationalisme ook voor de sociaaldemocraat geen verkeerd principe hoeft te zijn. Hij heeft het dan over ‘beschaafd nationalisme’, wat mij betreft een onnodige nuancering. Toch denk ik dat Pauka met name op de punten (im)migratie en integratie geen realistisch beeld voor ogen heeft. Hij onderschat de heftigheid waarmee de verongelijkten inzetten op deze punten. Hun standpunten liggen echt mijlenver af van de standpunten die hij aan het eind van zijn boek als voor de sociaaldemocraat nog net haalbaar formuleert. Bij hem gaan de grenzen niet op slot, ook niet goeddeels. Allochtonen mogen best hun eigen cultuur behouden. Een spreidingsbeleid is vernederend. En zo zijn er nog wat punten waarop de pvda de verongelijkten echt niet hun zin mag gaan geven. Jammer, maar helaas. Zo gaat de pvda die mensen dus niet terugwinnen.

Laatste punt: Het valt me op hoe Pauka de term ‘sociaaldemocraat’ claimt voor de pvda. Wat mij betreft is de pvda slechts één uitingsvorm van sociaaldemocratie. Er is zeker concurrentie mogelijk van anderen die zich net zo hard sociaaldemocraat mogen noemen en die wèl volledig weten in te spelen op de standpunten van de verongelijkten. Onssoortmensen zouden hun standpunten wellicht onfatsoenlijk noemen, maar wie iets meer jaren in de analyse betrekt komt mogelijk tot andere uitspraken. Een voorbeeldje? Gandhi betoonde zich naar ieders idee in zijn topjaren buitengewoon fatsoenlijk en vredelievend door te pleiten voor een natie waarin boeddhisten, hindoes en moslims gebroederlijk naast elkaar zouden gaan leven. Vijftig jaar later zijn de gevolgen op zijn minst wrang: de boeddhisten en hindoes gaan goed met elkaar om, maar hun strijd met de moslims blijft voorlopig ronduit gewelddadig. Gandhi had destijds ook kunnen kiezen voor de schijnbaar onfatsoenlijke variant. Dan was al dat binnenlands geweld anno 2014 er misschien niet geweest.

Okay, weer over het boek: Een must voor alle pvda-leden, zeker degenen die er actief in zijn. Een aanrader voor allen die geïnteresseerd zijn in wat er zoal speelt in de burelen van een politieke partij als de pvda. En het mooiste is dat het makkelijk leesbaar is, dus het is niet alleen voor hoogopgeleiden.

Gebod en verbod, de voors en tegens

gebodverbodJeroen René Victor Anton Dijsselbloem in De Volkskrant van gisteren:

“Ik stoor me enorm aan de achteloosheid en onverschilligheid in de samenleving. Ik herinner me campagnebezoeken aan Turkse vrouwen die ons vroegen Nederlandse les verplicht te stellen. Dan stonden ze sterker tegenover hun mannen om dat op te eisen. Daar heeft de PvdA veel te lang bij weggekeken, daar mochten we ons niet mee bemoeien. Onzin! De leerplichtwet is ook niet ingevoerd om kinderen de school in te jagen maar om ze te beschermen tegen uitbuiting.”

Interessant aan deze uitspraak vind ik zijn inzicht over de voors en tegens van gebieden en verbieden. Het maakt inderdaad nogal uit of je een gebod of verbod invoert om een zekere groep mensen mores te leren of om die groep te beschermen tegen hen die een ander gebod of verbod proberen op te leggen. Zo beschouwd is het ook helemaal niet zo gek om bij wet iets te verbieden dat slechts marginaal speelt. Als voorbeeld kan de burka dienen, die we maar weinig tegenkomen. Elke poging om die bij wet te verbieden leidde tot de opmerking dat niet of nauwelijks burka’s worden waargenomen en dat verbieden dus slechts een symbolische betekenis heeft die de populist in de kaart speelt en waaraan een serieuze politieke partij geen serieuze aandacht hoort te besteden. Ook is er altijd de opmerking dat de politiek zich zo min mogelijk moet bemoeien met de burger, dus dat elk gebod of verbod er eentje teveel is, op een enkele uitzondering na. Het is de visie dat de staat niet paternalistisch moet bepalen wat het individu moet doen en laten, afgezien van een paar regulerende regels dan.

De PvdA is de partij van mensen die dat laatste argument (het argument van de liberaal) lang niet zo snel gebruiken als de mensen van de VVD. Ik schrijf expres niet dat ze het argument nooit gebruiken, want ook de gemiddelde PvdA-kiezer weet dat de staat ons leven niet tot in de puntjes moet reguleren bij wet. Wel sluit Dijsselbloem mooi aan bij die gemiddelde partijkiezer; hij is net als die kiezer niet langer tegen een plicht om Nederlands te leren. Maar wel moest hij, net als die PvdA-kiezer, eerst worden overtuigd van het maatschappelijk nut ervan. En het nut dat hij ziet (dat met name de geïmmigreerde vrouwen vervolgens die ‘plicht’ bij hun man kunnen opeisen) overtuigde hem. Nu is het zo dat anderen al veel eerder die Nederlandse les verplicht wilden stellen. Of die al meteen dit argument (mede) aandroegen weet ik zo snel niet. Wel weet ik dat de PvdA-politici het aanvankelijk volstrekt niet zagen zitten, zoals ook Dijsselbloem toegeeft. Wat mij intrigeert is waarom het zo lang heeft geduurd aleer het nut ervan doordrong tot de PvdA. Of eigenlijk, het duurt wel vaker zo lang aleer iets tot de PvdA doordringt. Hoe zit het met het vermogen tot analyseren bij hen? Zou het zo kunnen zijn dat juist de basisbeginselen van deze sociaaldemocraten een open analyse in de weg zitten? Mijn stellige indruk is dat dit zo is. Er zijn wat stokpaardjes, zeg maar gerust dogma’s, die hoe dan ook beschermd moeten worden. Elk voorstel dat niet op het eerste gezicht strookt met een van die stokpaardjes wordt dan al bij voorbaat afgewezen. Voor de goede orde, ditzelfde kan worden gezegd van alle andere partijen en het is zelfs meer dan logisch. Als ik een politieke partij zou oprichten zou ik ook alle moeite van de wereld doen om de basisbeginselen te volgen. Het punt dat ik wil maken is vooral wat ik tot uitdrukking bracht met ‘op het eerste gezicht’ en ‘al bij voorbaat’. En de kritiek luidt dan dat politici en burgers met name die primaire reactie bij zichzelf en anderen moeten proberen te zien, om vervolgens zichzelf en anderen toch die vraag te durven stellen: “Is het echt strijdig met ons basisbeginsel of is dat slechts op het eerste gezicht zo.” Het is dus het verzoek om de eigen primaire reactie nader te overdenken.

Als Wilders het zegt is ook hij een sociaaldemocraat

Wilders’ minder-Marokkanen uitspraak op de verkiezingsavond van de gemeenteraadsverkiezingen leidde tot veel commotie. Ikzelf noem het een hetze, met name van de media. Ook Grunberg droeg eraan bij, bijvoorbeeld maandag 24 maart.

In zijn stukje op de voorpagina van de Volkskrant was hij wat mij betreft weer flink aan het provoceren. Wilders had het niet alleen gehad over minder Marokkanen, maar ook over “minder Partij van de Arbeid” en “minder EU”. Grunberg nam echter Wilders’ vraag “Willen jullie meer of minder Partij van de Arbeid?” niet letterlijk over. In plaats daarvan schreef hij: Die ene vraag is bekend, de andere vragen luidden: ‘Willen jullie meer of minder EU?’ En: ‘Willen jullie meer of minder sociaal-democraten?’

Hoe moet je dat lezen? Neem het helemaal letterlijk en dan bedoelt hij dat Wilders iedereen die zichzelf sociaaldemocraat noemt op de korrel heeft. Zolang we meningen bij anderen niet kunnen uitvegen met een of andere helm, zou dat betekenen dat die mensen moeten worden uitgezet of dat die partij moet worden verboden, of nog erger. Zo’n type provocatie heeft Grunberg niet beoogd, hoop ik. Verschreef Grunberg zich en bedoelde hij eigenlijk “Willen jullie meer of minder sociaaldemocratie”? Ofwel, suggereert hij dat Wilders een broertje dood heeft aan sociaaldemocratie als politieke ideologie? Het tegendeel lijkt mij eerder waar, al liggen de wortels van Wilders in het liberalisme van de VVD. Immers, het sociale stelsel dat de PVV voorstaat kan niet als volmondig liberaal worden betiteld. Of was Grunberg hier vooral aan het stangen door te generaliseren, en dan geheel in lijn met hoe hij denkt dat Wilders dat al evenzeer doet?

Wilders zelf bedoelde natuurlijk dat hij hoopte op een verkiezingsnederlaag van zijn politieke tegenstander, de PvdA. Ik vind het, ook objectief beschouwd, een toegestane uitspraak die geen provocatie zoals die van Grunberg rechtvaardigt.

Maar laat ik toch even nader ingaan op de termen sociaaldemocratie en sociaaldemocraat. Voor mij is de PvdA niet de enige partij voor eenieder die zichzelf vooral sociaaldemocraat vindt. Ook ik voel me sociaaldemocraat, terwijl ik al een hele tijd geen PvdA meer stem (trouwens wel vrij lang lid geweest). Het begrip is er met de paplepel ingegoten en eigenlijk geïnternaliseerd, dus eerder verworden tot een gevoel dan slechts een verstandelijk begrepen definitie. Het gaat om een combinatie van twee facetten: sociale bewogenheid en hoog achten van democratie. De volgorde doet ertoe: de sociaaldemocraat is eerst en vooral democraat en pas op de tweede plaats sociaal bewogen. Elke sociale verbetering dient langs het pad van de democratie te worden bereikt, anders is het niet zuiver. Anders had je jezelf beter democratisch socialist of iets dergelijks kunnen noemen.

Ik schreef Grunberg dat hij ermee suggereerde dat de PVV een broertje dood heeft aan de sociaaldemocratie. Het verweer van Grunberg was dat in Nederland de PvdA de enige sociaaldemocratische partij is. Een merkwaardig standpunt dat niet strookt met mijn ‘definitie’. Hoe komt hij op zo’n gedachte? Heb ik het misschien mis?

Wikipedia blijkt de term uitgebreid te bespreken. Het wordt daar inderdaad anders beschreven dan ik doe; het wordt er vooral als een van de vele partij-ideologieën beschreven. Gelukkig vond ik elders definities die meer mijn kant op komen. (En zo zie je maar dat ook Wikipedia niet altijd de ultieme bron is.) Maar zelfs bij een ‘partij-ideologie’ uitleg kan de PvdA niet het alleenrecht opeisen, hoe graag deze dat ook zou willen. Notabene de Wiarda Beckman Stichting (het wetenschappelijk bureau van de PvdA) erkende dat je sociaaldemocraten niet alleen bij de PvdA vindt. Ook zijn sociaaldemocraten en liberalen allang niet meer elkaar afstotende tegenpolen, zo stelt het. We treffen bij burgers, politici en partijen allerlei combinaties van beide aan, terwijl die burgers, politici en partijen zichzelf alsnog als het een of het ander blijven presenteren, wellicht vanwege die internalisatie waarover ik al sprak. Dat strookt ook prima met mijn eigen definitie.

Grunberg besefte bij het schrijven van zijn stukje vast niet dat er veel mensen zijn zoals ik. Mensen die zich door zijn uitspraak best wel geschoffeerd voelen. Mensen die zich sociaaldemocraat voelen en waarvan een aantal evengoed op de PVV stemt. Grunberg meent dat je dan niet weet wat sociaaldemocratie is. Voor mij is dat nu juist een aanwijzing dat hij zelf er niet genoeg over weet. Nogmaals, eerst is er de heilige keuze voor democratie en dan pas de sociale bewogenheid. Voor de PVV geldt dat het altijd de democratie zal respecteren, al willen velen je anders doen geloven. Daarom is het voor een oprecht sociaaldemocraat al minstens een partij die zich mag roeren in de politieke arena. Voor de sociaaldemocraat die in het partijprogram van de PVV bovendien sociale bewogenheid waarneemt is het bovendien een legitieme partij om eventueel zelf op te stemmen.

Grunberg houdt van provoceren, met uitspraken zoals hier besproken. Eigenlijk kan hij op dat punt de hand van Wilders schudden. Waarschijnlijk beseft Grunberg als geen ander dat mensen slecht lezen. Ik zou verwachten dat hij ook daarom de nodige empathie zou voelen bij juist iemand als Wilders. Ook die overkomt het constant dat mensen hem slecht lezen of niet goed luisteren.

 

Deplorabele PvdA misschien de schuld van Niet Nix

Diederik Samson maakt zich zorgen om zijn partij, de PvdA. De partij verkeert zelfs in een “deplorabele staat” en de fractievoorzitter Mariëtte Hamer zou te licht voor die klus zijn. Mede aanleiding is dat uit een peiling blijkt dat de partij momenteel nog slechts 13-14 zetels overhoudt. De andere partijgenoten vallen nu over hem heen. Met dat soort uitspraken creëert hij, volgens hen, alleen maar nòg meer ellende. Bovendien vinden zij eendrachtig dat de partij wèl een helder en consistent partijprogramma heeft.

Hoe zit dat nou eigenlijk met die 13-14 zetels? Stel nou eens dat het inderdaad zo is dat de partij een helder en consistent programma heeft, en dat ook nog waarmaakt. Hoe kan het dan zo zijn dat zich dat niet vertaalt in een hoger aantal zetels? Ikzelf trek een heel simpele conclusie:

Dàt programma wordt door hooguit 10 procent van de stemgerechtigden goed genoeg bevonden. Meer aanhang kent dat programma niet. Punt.

Maar hoe kan dat nou? De partij regeert momenteel dankzij 33 zetels, ofwel 22 procent van de stemmers. Het heeft er alle schijn van dat sinds de vorige verkiezingen een van de bloedgroepen binnen de partij een strijd in zijn voordeel heeft beslecht en dat veel van degenen die deze strijd verloren hebben de partij de rug hebben toegekeerd, wat zeker geldt voor hun achterban.

Zo bezien is ook Diederik Samson eentje uit de bloedgroep die heeft ‘gewonnen’. Immers, anders was hij wel eerder afgetaaid. En zo bezien is zijn kritiek er eentje van binnenuit die groep. Het zou getuigen van het maken van een analysefout als Samson nu wordt gezien als eentje uit het kamp dat die strijd heeft ‘verloren’, een foute conclusie die makkelijk gemaakt kan worden omdat hij vorig jaar de strijd om het fractievoorzitterschap nipt van Mariëtte Hamer verloor. Samson behoort overigens tot de groep die eind jaren negentig bekend werd als de groep Niet Nix. Van deze in 1999 opgeheven groep berichtte de Volkskrant al in 2003 dat de mensen uit die groep achter de schermen de nodige invloed blijken te hebben behouden. Wat mij betreft mag best weleens onderzocht worden of de bloedgroep die het momenteel nog voor het zeggen heeft (en wat mij betreft ook verantwoordelijk is voor de teloorgang) in bijzondere mate beïnvloed is door Niet Nix. Wanneer dat het geval is,dan moeten we constateren dat de Niet-Nixers er volgens velen nu naast zitten. En mogelijk zaten zij er destijds al naast. Dat vond in elk geval Bart Tromp wel al destijds.

De identiteit van een PvdA-partijlid

Nog steeds ben ik lid van de PvdA. Dat verbaast mijzelf wellicht nog het meest. Immers, wat bindt mij nog met deze partij? Al twee landelijke verkiezingen krijgen ze ondanks dat lidmaatschap mijn stem niet en om de haverklap erger ik me aan een of ander standpunt van ‘ze’. Ook nu weer… ‘ze’ weigeren hun medewerking aan een referendum over, nou ja je weet wel, en Jami krijgt niet de door hem aangevraagde spreektijd op het congres. Opzeggen dan maar?

Hoe is het toch zo gekomen dat ik me ooit als lid opgaf? In nog vroegere tijden ben ik lid geworden, en tot de opslorping door GroenLinks lid gebleven, van de PSP. Ook al zo’n merkwaardig besluit, vind ik nu, achteraf, vele jaren ouder.

Wat brengt een mens ertoe zich aan te sluiten bij een club? Ach, je voelt wellicht verbondenheid, merkt dat je over bepaalde zaken hetzelfde denkt. In de voorgaande zin is wellicht het woordje ‘bepaalde’ het belangrijkst. Bepaalde zaken zijn je opgevallen en onderbewust ga je ervan uit dat je dus ook over andere zaken hetzelfde denkt. Een denkfout van de eerste orde natuurlijk, maar dat heb je dus niet door op zo’n moment. Opeens voel je je bij een club horen en ervaar je per direct identiteit.

Voel je ‘m? Zie je de link met die andere discussie die er momenteel loopt in ons land? Jawel, die over de identiteit van de Nederlander. Die zou niet bestaan volgens Maxima, oh sorry, volgens de regering, want ze sprak namens de regering, moet ik begrijpen.

Maxima heeft een antwoord gezocht op de verkeerde vraag. De zoektocht naar ‘de’ Nederlander is de zoektocht naar de meest gemiddelde persoon. Da’s al net zo’n onzinnige zoektocht als die naar ‘de’ stemmer, ‘de’ kiezer. (Bij elke verkiezingsavond wordt door de politici weer verklaard dat ‘de kiezer’ heeft gesproken. “Bedoelen ze mij?”, vraag ik dan altijd retorisch aan mijn medebankzitters.) In elke samenleving vind je alleen maar mensen die onderdeel uitmaken van heel veel groepen. En binnen die groepen delen de groepsleden bepaalde ideeën, interesses, normen en waarden, postzegels met elkaar terwijl ze op alle andere gebieden zomaar kunnen, en zullen, verschillen.

Dit alles neemt niet weg dat er toch een aantal zaken wèl gelden voor ‘de’ Nederlander. De Nederlander spreekt Nederlands, heeft een Nederlands paspoort, heeft een gehuurd of gekocht huis ergens in Nederland, betaalt belasting in Nederland, heeft een dokter in Nederland, kijkt Nederlandse televisie, luistert naar een Nederlandse radiozender, leest een Nederlandse krant, praat over Maxima’s uitspraken, kent André van Duin en Balkenende, weet ongeveer hoe de buurvrouw de koffie wenst en zo kunnen we nog wel even doorgaan.

Ah, zal je misschien zeggen, maar er zijn ook Nederlanders die niet Nederlands spreken, geen huis in Nederland hebben, alleen naar de ARD of de BBC kijken, slechts buitenlandse kranten lezen, nooit koffie zetten en André van Duin slechts van horen zeggen kennen. Ja, is dan mijn verweer, en pindakaas kan theoretisch ook in een zoutvaatje zitten, maar als ik jou vraag je een pot pindakaas in te beelden, dan tover je in je hoofd een potje van Calvé of Duyvis tevoorschijn. Het gaat hier om de vraag naar de stereotyp, de generalisatie. En die stereotyp bestaat wel degelijk.

Goed, terug naar dat vermaledijde lidmaatschap van de PvdA. Ik ben alle jaren naïef geweest door ervan uit te gaan dat alle andere meningen van zo’n partij dan ook wel de mijne zouden zijn. Ik vermoed nu dat er nogal wat, veel realistischer, partijleden zijn die zich al blij wanen wanneer ze net voldoende verwantschap waarnemen en op zeker moment toch wel minstens enkele partijgenoten hebben weten te overtuigen van hun standpunt inzake het een of ander. Eigenlijk is zo’n partij een horde individualisten die elkaar voortdurend bestoken met hun preken. Slechts dankzij het meerderheidsbeginsel worden er standpunten doorheen gedrukt, die daarna partijstandpunten worden genoemd die dan opeens door alle leden onderschreven moeten worden. Nooit zal er een moment komen dat ieder lid het als vanzelfsprekend bij voorbaat eens is met een standpunt. Dus, waar zeur ik over… Ik moet gewoon af en toe m’n verlies nemen.

Ja dus én nee dus. Op sommige thema’s is het prima om je verlies te nemen. Op andere punten moet een mens de ultieme conclusie durven trekken: Het is zo mooi geweest. Voor mij geldt dat inzake het gesol met het referendum. De PvdA heeft afgelopen week de grootste blunder uit zijn recente historie gemaakt. Mijn besluit staat vast, ik vertrek.

Op naar een andere partij? Ik dacht het niet. Velen zoeken hun heil dan bij rechts, ik wacht liever nog even. Immers, ook bij de rechtse partijen ga ik me ergeren aan zekere standpunten. Als mijn gezondheid het toestond, zou ik een eigen partij oprichten. Kansloos natuurlijk, maar toch… Een mens moet immers wat te dromen hebben, ook (of juist) als het realisme na zoveel jaren toeslaat.