Over de waarheidsgetrouwheid van “De maatschap”

MaatschapVPRO

Wie zouden dat nou zijn…

De TV-serie “De maatschap” begint elke keer met deze tekst:

‘Deze serie is een gedramatiseerde interpretatie van zorgvuldig uit verschillende bronnen gewonnen informatie. Feiten en fictie zijn vermengd. De makers hebben geenszins beoogd een waarheidsgetrouwe versie van de gebeurtenissen en karakters weer te geven.’

De meeste mensen lezen het niet echt. Maar wie de moeite neemt de tekst een aantal malen te lezen, zal toch minstens bevangen moeten raken door een zekere verbazing. Wordt hier eerst beweerd dat er zorgvuldig onderzoek naar de ware toedracht is gedaan? Ja. En wordt daarna toch beweerd dat feiten en fictie door elkaar heen lopen? Ja. En wordt dan ook nog eens beweerd dat het helemaal niet de bedoeling was om de ware toedracht te tonen? Ja. Maar waarom was er dan zorgvuldig onderzoek naar die ware toedracht gedaan??? Tsja…

Al een flink aantal jaren ben ik van mening dat er een zwaar onethische kant zit aan niet geautoriseerde biografische series die bovendien de privésfeer en de persoonlijkheid van de karakters beschrijven. Heel vaak maken de personen die het onderwerp van de serie zijn ertegen bezwaar bij de rechter en vrijwel nooit gaat de rechter daarin mee. De rechter kent de drama-schrijver namelijk een heel grote vrijheid toe zolang die maar als disclaimer vermeldt dat ‘elke gelijkenis met bestaande gebeurtenissen en/of personen berust op toeval’ of iets van die strekking, zoals het citaat hierboven. Aan dat tolerante beleid zit een heel naar kantje.

De TV-kijkers zijn namelijk psychisch niet in staat om dat wat ze zien niet te koppelen aan dat wat ze weten over de echt bestaande personen. We zitten nu eenmaal zo in elkaar dat we ons beeld van die personen door de drama-serie laten beïnvloeden; we kunnen niet anders. Het is onmogelijk voor mensen om hun oordeel over de echte personen volkomen los te houden van hun oordeel over de karakters in de drama-serie. Zodoende is zo’n drama-serie altijd, maar dan ook echt altijd, een geheid middel om ieders mening over de echte personen te beïnvloeden zo de makers willen. Goedaardig of kwaadaardig, het is aan de makers. De feiten iets verdaaien? Het is aan de makers. Het kan dus in het voordeel zijn, maar ook in het nadeel, het is aan de makers.

Wie gevrijwaard wil blijven van zulke beïnvloeding door de makers, kan niet veel anders doen dan niet naar de drama-serie kijken. Liever zie ik dat rechters minder tolerantie gaan betonen jegens de schrijvers van zulke series.

Overigens was de poging van Robert Moszkowicz om de hierboven genoemde serie te laten verbieden een bijzonder zwakke. Het zou het auteursrecht van zijn eigen biografie hebben geschonden. Het is echter logisch dat de rechter er niet in meeging, want feiten zijn niet opeens auteursrechterlijk beschermd dra ze in een biografie genoemd worden. Eigenlijk ongelooflijk dat deze notabene tot advocaat opgeleide Moszkowicz met die kansloze argumentatie kwam. Meer hierover alhier.

Advertenties

Amper bewijs, geen degelijk onderzoek en toch veroordelen, mag dat?

Kill you

Dit ZOU bij recidive weleens kunnen bijdragen aan een veroordeling.

In onze rechtsstaat wordt veel waarde gehecht aan bewijsvoering; zonder bewijs geen veroordeling, zo luidt het adagium. Idee erachter is dat het onverkwikkelijker is dat een onschuldige wordt veroordeeld dan dat een schuldige wordt vrijgesproken. Daarom moet elke keer weer de bewijsvoering even degelijk worden verricht. Kan dat niet ietsje pragmatischer? Ik denk het wel.

We zouden kunnen kijken naar de reputatie van de verdachte en daarop de mate van bewijsvoering en het onderzoek kunnen afstemmen. Idee dáárachter: Iedere beschuldigde burger die nog nooit veroordeeld is heeft recht op een degelijk proces, maar de degelijkheid van dat proces mag afnemen naarmate de verdachte meerdere keren eerder veroordeeld is. In ultimo zou iemand met een heel slechte reputatie, dus een echte recidivist, niet eens meer recht hebben op een advocaat en zelfs bij een flink vermoeden al veroordeeld moeten kunnen worden.

Zo’n systeem zou weleens heel veel geld kunnen besparen en de rechterlijke macht sterk kunnen ontlasten.

Is dit klassejustitie? Het zou klassejustitie kunnen zijn als de sociale laag waarin iemand opgroeit reeds de reputatie bepaalt. Zal een rechter door de kennis van de voorgeschiedenis meer en meer vanuit een vooroordeel gaan veroordelen? Zo gesteld klinkt het nogal negatief. Vooroordeel zou geen rol mogen spelen, intuïtie en ervaring wel. Toch, het mag niet uit de hand lopen. Ook bij heel veel recidive moet er toch steeds wel iets van bewijs voorhanden zijn. Het gaat dan echter meer om de mate van bewijs en de uitgebreidheid van het onderzoek. Een voorbeeldje ter illustratie:

Bij de van moord verdachte zijn kruitsporen aangetroffen op de handen. De kruitsporen komen overeen met die van het type kogel waarmee het slachtoffer is omgebracht. Het alibi blijkt gejokt te zijn. Er is echter nog geen moordwapen gevonden en ook zijn de omstandigheden van het gebeurde nog in diverse opzichten wat onduidelijk. Wel is al bekend dat de vermoorde een wietplantage had en tot een bende behoorde. Ook zijn er geruchten dat er een bende-oorlog heerst. De verdachte is al diverse keren veroordeeld voor mishandeling en zelfs messteken. Bovendien is het een berucht lid van de concurrerende bende. Is het noodzakelijk om eerst het moordwapen en vingerafdrukken te vinden en eerst heel veel extra recherchewerk te verrichten teneinde een precies beeld te krijgen omtrent de toedracht? In het voorgestelde systeem is die noodzaak er niet, vanwege de recidive, het sterke vermoeden én het eerste bewijs.

Nu lees je geregeld in de krant dat de verdachte werd vrijgesproken “wegens onvoldoende bewijs”. Op de keper beschouwd is dat een rare uitspraak. Immers, er is òf geen bewijs òf wel bewijs. Ofwel, ook mager bewijs is bewijs. Burgers die zo’n uitspraak lezen gaan, niet geheel onlogisch, vaak al speculerend ermee aan de haal. De een zal beweren dat er géén bewijs was, de ander zal beweren dat er wèl bewijs was. Voor de een is de vrijspraak een terechte, voor de ander een onterechte. Rechters missen blijkbaar het vermogen om zich die tweespalt voor te stellen. Maar het zou ook zo kunnen zijn dat de rechter er verhuld mee wil zeggen dat de verdachte eigenlijk wel degelijk schuldig is, daarmee de verdachte alsnog via de media voorziend van een smet op het blazoen.

Er is dus veel voor te zeggen het rechters te verbieden vrij te spreken “wegens onvoldoende bewijs”. Zij zullen hun woorden moeten aanpassen. Mijn voorstel is dat ze zeggen: “wegens onvoldoende onderzoekbare aanwijzingen”. Wel zouden we het rechters dus moeten toestaan te veroordelen “wegens voldoende bewijs” waarbij ‘voldoende’ een andere hoeveelheid mag betreffen bij recidivisten dan bij hen die voor het eerst voor de rechter staan. Bij recidive zou er ook “wegens voldoende bewijs en ondersteunende aanwijzingen” kunnen staan.

Eens?

Voor Raoul du Pre is Wilders de vijand

Boze Wilders

Was nog best moeilijk om een foto van een vijandige Wilders te vinden.

De Volkskrant had blijkbaar een interview met de huidige voorzitter Frits Bakker van de Raad voor de Rechtspraak (huh?) over Wilders’ kritiek dat hij was veroordeeld door een ‘nep-rechtbank’ en ‘PVV-hatende’ rechters. De Volkskrant meldt dat volgens Frits Bakker Geert Wilders slechts gebruik gemaakt heeft van de ruimte die de wet biedt en dat van een serieuze ondermijning van het rechtssysteem geen sprake is.

Mooi, is er tenminste eentje die er sportief mee omging. Maar de redactie van de Volkskrant is beduidend minder sportief en het redactioneel commentaar, bij monde van Raoul du Pre, getuigt zelfs van vijandschap jegens Wilders. Op andere wijze is dat commentaar niet uit te leggen. Een bevriende én een neutrale journalist zou immers nooit de volgende termen hebben gebruikt:

  • Titel: Rechterlijke macht staat boven spelbederf Wilders
  • De rechterlijke macht reageert geruststellend onderkoeld op Geert Wilders’ pogingen tot intimidatie.
  • … daarom is het zo verontrustend dat PVV-leider Wilders zijn proces … vooral aangrijpt om de rechterlijke macht omlaag te trekken.
  • Zijn ‘laatste woord’ in de rechtszaal plus zijn commentaar op zijn veroordeling … waren het sterkste staaltje staatsrechtelijk spelbederf van 2016.
  • Anders dan Wilders toont Bakker dat hij de scheiding der machten serieus neemt.

 

Wat Du Pre, en dus de hele redactie, maar niet wil begrijpen is dat met nepparlement en neprechtbank niet wordt bedoeld dat het héle parlement en iedere rechtszaak àlle tijden alléén maar nep zijn. De beschuldiging van nepparlement betrof het onderwerp van dat moment. Hij deed die uitspraak in de context van een debat over de asielopvang. Kamerleden applaudisseerden toen Pechtold gemeenten bedankte die asielzoekers opnamen. Volgens Wilders ging dat applaus in tegen de wil van miljoenen Nederlanders en hij vond het een nepparlement. Merkwaardig genoeg werd dat opgevat als een veroordeling van het hele parlementaire systeem en werd gemeend dat Wilders dus helemaal geen democraat was, maar eerder een potentiële dictator. Terwijl Wilders eigenlijk zei: Kom op, mede-politici, laten we hier nou eens onze taak op een professionele wijze vervullen. We zijn een parlement dat rekening hoort te houden met de stemverhoudingen, niet alleen in het parlement zelf, maar ook in het land, geen kinderspeeltuin waar we net doen alsof, en ook geen voor-wat-hoort-wat handjeklap markt, en ook geen de-meerderheid-kan-me-de-pot-op bedrijf. Ofwel, hij pleitte voor een serieuzere opvatting van de taak. Zo simpel is het.

En de beschuldiging van neprechtbank betrof het onderwerp van zijn rechtszaak waarvan hij vond dat de rechters er niet eens aan hadden moeten beginnen of anders in elk geval een heel andere uitspraak, namelijk een vrijspraak, hadden moeten doen.

Raoul du Pre en de hele redactie lijken me net even te intelligent om achteraf te kunnen zeggen dat ze al deze uitleg eerst niet eruit hadden begrepen. Nee, er lijkt me geen andere uitleg mogelijk dan dat het kwade opzet is om de vijand Wilders weer eens een dreun op de kaken te geven, in de hoop dat hij op zeker moment eindelijk down for the count zal gaan.

Du Pre vindt dat Wilders zijn neerhalen van de rechtspraak kan rechtzetten: “Als Wilders wil laten zien dat hij de rechtsstaat hoog houdt, zoals hij claimt te doen, spreekt hij vandaag zijn waardering uit voor de ruimte die Bakker hem gunt.” Ik zie niet in waarom Wilders dat zou moeten doen. Immers, hij heeft niet de hele rechtspraak omlaag gehaald. Dat maakten Du Pre en anderen ervan, door hem zo te framen.

Tien verdachten zijn al bij voorbaat veroordeeld door het NOS-journaal

sluwe-vos

Echt een klasse uitstraling. Kan niet anders dan de redelijkheid zelve zijn, toch?

Hoorde ik dat nou goed zonet in het NOS-journaal? Het OM sleept een tiental mensen voor het gerecht vanwege belediging en bedreiging van Sylvana Simons. Het is natuurlijk normaal dat het NOS-journaal daarvan melding maakt, maar de bewoordingen waren niet netjes. Normaal gesproken wordt er gepraat met woorden als “verdachten”, “zouden” en “vermeende”. Dit keer echter niet. Nee, de woorden waren zo ongeveer “de mensen die Sylvana Simons hebben beledigd en bedreigd”.  Of nee, laat ik maar even letterlijk schrijven wat er werd gezegd om 15:05. 

“Er waren een heleboel mensen die Sylvana Simons hebben bedreigd, die haar hebben beledigd en zich discriminerend hebben uitgelaten. Het Openbaar Ministerie gaat nu zeker 10 mensen die dat hebben gedaan vervolgen.

Ho wacht eens even, daar gaat toch de rechter over? Geregeld spreken journalisten nog immer over verdachten die ernstige dingen zouden hebben gedaan, terwijl het hele volk tot geen andere conclusie kwam dan dat het daders waren die het echt hadden gedaan. Zelfs worden die voorzichtige woorden nog gebruikt bij rechterlijke uitspraken van buitenlandse rechtbanken. Waarom dan wordt dat principe hier geschonden??

Als we mogen afgaan op het voorval van degene die op zijn facebook-pagina een zelfgemaakt filmpje had gezet welke per direct leidde tot een dringend verzoek om bewaking, dat ook per direct werd ingewilligd, dan kan het nog wat worden. Ik bekeek destijds het filmpje en mij was het overduidelijk dat die beelden niet letterlijk moesten worden genomen. En zeker waren ze geen voorbode voor een echte bedreiging. Benieuwd of de rechters evenveel inzicht in de mens hebben als ik.

Idem zullen we moeten gaan controleren inzake die andere 10 (de hierboven genoemde wordt apart vervolgd en behoort niet tot die groep). We hebben heel veel focus gezet op de zaak Wilders. Deze mensen verdienen eenzelfde aandacht van ons. We moeten echt de rechterlijke macht controleren; zijn zij wel de rechters die we willen?!

Artikel 137c spreekt Wilders juist vrij!

Wilders is toch veroordeeld en dat had nooit mogen gebeuren. Oneens? Lees dan toch vooral eens dit betoog.

Sint Maarten en Aruba hebben sinds 2012 een nieuw Wetboek van Strafrecht. Ons artikel 137c is hun artikel 2:60. Opvallend is dat daarin expliciet nationaliteit wordt genoemd.

Art. 2:60 (Sint Maarten en Aruba) Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of door middel van een afbeelding of van gegevens uit geautomatiseerde werken, opzettelijk beledigend uitlaat over een groep mensen wegens hun godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, kleur, taal, nationale of maatschappelijke afkomst, of lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap of geslacht dan wel hetero- of homoseksuele gerichtheid, of het behoren tot een nationale minderheid, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie. (zie alhier, mijn vet)

“Zie je nou wel!”, zou menigeen nu kunnen roepen, “tuurlijk moet ook nationale afkomst een grond zijn”. Maar die mensen zouden dan ook meteen moeten erkennen dat nationale afkomst niet als ras kan worden beschouwd, immers ze zijn in dat artikel als aparte kenmerken benoemd. En in ons artikel 137c staat nationale afkomst dus niet, waarvan akte. Artikel 2:60 bevat nog meer leuke dingen. Wat te denken van nationale minderheid? En taal?

Overigens, maar niet onbelangrijk, blijkt artikel 2:60 te zijn afgeleid van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1948. Daarin luidt artikel 2:

UVRM 1948: Een ieder heeft aanspraak op alle rechten en vrijheden, in deze Verklaring opgesomd, zonder enig onderscheid van welke aard ook, zoals ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, eigendom, geboorte of andere status. Verder zal geen onderscheid worden gemaakt naar de politieke, juridische of internationale status van het land of gebied, waartoe iemand behoort, onverschillig of het een onafhankelijk, trust-, of niet-zelfbesturend gebied betreft, dan wel of er een andere beperking van de soevereiniteit bestaat. (zie voetnoot op pagina 32 alhier, mijn vet)

Het is nu de vraag waarom ons artikel 137c die specificiteit niet bevat. Kijken we naar de geschiedenis van 137c, dan zien we dat er in een eerdere versie alleen maar sprake was van ‘groep’.

Art. 137c Sr (oud): “Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk in beleedigenden vorm uitlaat over eene groep van de bevolking of over eene ten deele tot de bevolking behoorende groep van personen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden. (zie voetnoot op pagina 105 alhier, mijn vet)

Dat was volgens critici onvoldoende specifiek, ofwel te ruim, want zelfs een politieke groepering die zich beledigd voelde kon er al mee naar de rechter stappen. Ander nadeel was dat het alleen gold voor duidelijk beledigende taal, zoals mensen parasieten noemen. Netjes geformuleerde taal, hoe discriminatoir ook, viel er niet onder. Er kwam een vernieuwing in 1971.

Artikel 137c (1971): Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk beledigend uitlaat over een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of hun levensovertuiging, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van [tienduizend gulden]’ (zie pagina pagina 71 alhier, mijn vet)

Schijnbaar vond men verwijderen van ‘vorm’ voldoende om ook netjes verwoorde belediging te kunnen aanpakken; het artikel werd dus verruimd. Daar was overigens wel discussie over; er waren kamervragen, want sommige partijen wilden toch wèl de vorm-grond handhaven. De minister gaf aan hoe de nieuwe omschrijving moest worden uitgelegd. Lees dit citaat daarover, pagina 69:

Dit aspect van de voorgestelde wijziging kwam onder vuur te liggen van het toenmalige Tweede Kamerlid Roethof. Hij zag in de af te schaffen eis van een uitlating in ’beledigende vorm’ een zijns inziens terechte inperking van de strafbaarheid. De rechtszekerheid zou daarmee gebaat zijn. Nu bij de voorgestelde bepaling niet was voorzien in analoge toepassing van (het destijds nog voorgestelde) art. 266 lid 2 Sr, zag het Kamerlid in het voorgestelde art. 137c Sr een  bedreiging  van  de  vrijheid  van  meningsuiting.  De  regering  antwoordde  daarop  dat  de voorgestelde bepalingen niet dan met de grootste terughoudendheid zouden worden toegepast. Eerder al stelde de toenmalige  minister van justitie Polak dat de bewering dat het wetsontwerp ’elke  belediging  van  de  genoemde  groepen  zowel  naar  vorm  als  naar  inhoud  strafbaar  zou willen stellen, onjuist was’. Degenen die deze bewering voor waar hielden, ’verliezen uit het oog dat de ontworpen bepaling slechts straf stelt op (opzettelijke en openbare) belediging van die groepen wegens hun ras, godsdienst of levensovertuiging. Deze toevoeging limiteert niet alleen de beschermde groep, maar brengt tevens een aanzienlijke beperking aan de strafbaarheid van belediging van die groepen (…). Het voorgestelde art. 137c is slechts gericht tegen krenking op punten waarop niet meer kan worden beargumenteerd en tegen aantasting in hetgeen voor het menselijk bestaan van fundamentele waarde is’ (mijn vet)

De Kamer ging met die uitleg akkoord. Kijken we naar hoe er nu met Wilders’ uitlating door de rechters werd omgegaan, dan lijkt het mij een uitgemaakte zaak dat zij met de veroordeling de uitleg van die regering aan hun laars hebben gelapt. Er was gewoonweg géén sprake van ‘de grootst mogelijke terughoudendheid’, nog even helemaal los van de vraag of Marokkanen een apart ras zijn, dan wel een eigen godsdienst of levensovertuiging hebben.

Dan nu over de toegepaste beperking. Het te ruime ‘groep’ werd dus aanvankelijk (1971) vervangen door slechts een drietal specifieke kenmerken (ras, godsdienst, levensovertuiging). Maar waarom koos men toen niet al meteen voor aansluiting bij artikel 2 van het al twee decennia bestaande UVRM? Waarom volhardde men in slechts drie groepen? Kamerleden hadden bezwaar tegen die in hun ogen overmatige beperking.

Met een beroep op de vrijheid van meningsuiting legde de regering dit bezwaar naast zich neer. In de memorie van antwoord staat het als volgt: “Het strafrecht (…) kan slechts in geringe mate bijdragen tot het oplossen van maatschappelijke spanningen. Toepassing ervan kan zelfs leiden tot verscherping van het conflict. Voorts is de vrijheid van meningsuiting in het geding. Elke onnodige beperking daarvan is te verwerpen. (…) Aan een limitatieve opsomming (van ras, godsdienst of levensovertuiging; ovj’s) zouden wij willen vasthouden.” (pagina 106-107 alhier, mijn vet)

Ah, de destijdse regering had een punt, denk ik dan. Zij voorzagen eerder verscherping van conflicten dan voorkoming van achterstelling. (De achterliggende bedoeling van het artikel was geworden om olievlekwerking van een belediging te voorkomen, dus om vòòr te zijn dat méér mensen negatief over groepen gingen denken en dan hen gingen discrimineren, bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt.) Een latere regering vond de lijst toch wel net even te beperkt. In 1992 werden enkele groepen expliciet toegevoegd, maar ‘nationaliteit’ kwam er ook toen niet bij, waarvan akte.

Artikel 137c (1992/nieuw) Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk beledigend uitlaat over een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie. (zie pagina 101 alhier)

Zou het kunnen zijn dat met name de rechterlijke macht over die inperking de pee in had? Hadden officieren van justitie en rechters toch zo hun eigen idee over te beschermen groepen? Hebben zij sindsdien misschien willens en wetens allerhande groepen met veel gekunstel willen laten vallen onder het begrip Wilders in verweer tegen zijn vervolging‘ras’ teneinde toch te kunnen komen tot een veroordeling? Ach, de vraag stellen is de vraag beantwoorden.

Er wordt door het OM en de rechters in dit proces gesteld dat zij conform artikel 137c moeten handelen en dat critici van de uitspraak dan maar moeten pogen om de wet te laten veranderen. Dat lijkt mij toch echt de boel omdraaien. Het is juist aan degenen die willen dat valse kritiek op, of belediging van nationaliteit een vervolgingsgrond moet kunnen zijn om te trachten de wet te veranderen. Juist op basis van de huidige wet moet Wilders in hoger beroep absoluut worden vrijgesproken!