Het Europees Hof steunt bedrijf dat neutraliteit wil, maar gaat lang niet ver genoeg

DISCLAMIER – LET OP! DIT IS EEN ESSAY OMWILLE VAN DISCUSSIE!

Een bedrijf mag onder voorwaarden van een werknemer vragen geen hoofddoek te dragen, zo besliste het Europees Hof van Justitie afgelopen dinsdag.

De zaak was aangespannen door de Belgische moslima Samira Achbita. Zij werkte al een aantal jaar als receptioniste bij een bedrijf en begon toen opeens een hoofddoek te dragen. Omdat zij niet inging op aanwijzingen om de hoofddoek weer af te doen, werd zij ontslagen. Het bedrijf wilde niet dat het personeel ‘religieuze, politieke of filosofische tekenen’ zichtbaar uitdraagt.

albert_heijn

Klik op deze foto om te lezen hoe de Belgsiche regering halverwege 2016 over de door Samira aangespannen zaak dacht. De regering vond het een geval van directe discriminatie en zal nu dus wel ontevreden zijn met de uitspraak.

Wel stelde het Hof dat zo’n aanwijzing vereist dat de werknemer er vooraf mee heeft ingestemd, waarbij een mondelinge of terloopse instemming onvoldoende is. Dit impliceert dat een bedrijf op de proppen zal moeten komen met een te ondertekenen verklaring. Een bedrijfsreglement waarnaar wordt verwezen in het arbeidscontract is ook voldoende.

Deze uitspraak lijkt winst voor wie iets tegen bijvoorbeeld hoofddoeken op de werkvloer heeft, maar helaas mag de uitspraak niet op die manier worden uitgelegd. Het mag alleen als er door het bedrijf neutraliteit mee wordt beoogd en dat het dus ook geldt voor uitingen van andere religies en zelfs politieke standpunten, ideologieën of filosofieën. Daarmee is de uitspraak alsnog een waardeloze geworden in de ogen van degenen die hun werkvloer willen vrijwaren van specifieke personen die specifieke standpunten uitdragen.

Neutraliteit

Jeroen Temperman, hoofddocent internationaal publiekrecht aan de Erasmus Universiteit, vindt het een ‘verstrekkend arrest’. Hij wijst erop dat het Hof het neutraliteitsideaal van de staat toepast op bedrijven. “Dat de staat een neutraal en seculier imago nastreeft voor publieke functies zoals rechters valt te rechtvaardigen. Maar dat het Hof dit neutraliteitsideaal oprekt naar de private sector lijkt me onwenselijk. We leven in een pluralistische samenleving, waarin het logisch is dat een bedrijf de maatschappij weerspiegelt.” Dit lijkt me toch echt een denkfout van de beste man, universitair of niet, deskundige of niet. Wat is er logisch aan dat we de overheid verplichten neutraliteit na te leven en de bedrijven verplichten neutraliteit juist na te laten? De vraag stellen lijkt me hem beantwoorden. Als een bedrijf neutraliteit wenst uit te stralen, dan moet het bedrijf daartoe in staat worden gesteld. Als dat betekent dat sommige mensen zich daarna niet meer vrij voelen om er te solliciteren, is dat een probleem van die mensen, niet van het bedrijf.

Weren van zekere religies of ideologieën

Maar ik zou het verder willen doortrekken. Ik vind dat elk bedrijf, groot én klein, het recht heeft om een niet-neutraal personeelsbestand na te streven. Ik vind dat het een bedrijf, groot of klein, vrij staat om reeds in de personeelsadvertentie aan te geven dat het geen sollicitaties in behandeling neemt die getuigen van een zekere en openlijk uitgedragen religie of ideologie.

\Let op, ik pleit hier dus niet voor racisme of discriminatie inzake eigenschappen waaraan het individu niets kan doen. Huidskleur, afkomst, sekse en – wat mij betreft – seksuele geaardheid zijn zulke eigenschappen. De keuze voor een zekere religie of ideologie is wel vrijwillig gemaakt, al besef ik dat het moeilijk kan liggen als je in een zekere gemeenschap bent geboren en opgegroeid en de sociale druk in die gemeenschap zo enorm groot is dat het in de praktijk niet of amper lukt je te onttrekken aan de religie en/of ideologie van die gemeenschap. Kortom, er is een grijs gebied tussen voldongen en niet te veranderen eigenschappen enerzijds en vrijwillige keuzes anderzijds.

Zeker voor de eigenaar van een klein bedrijf kan het heel moeilijk liggen om personeel te hebben dat een religie of ideologie uitdraagt waar die eigenaar juist van gruwelt.

Berufsverbote

Ik besef dat dit kan neerkomen op Berufsverboten op microschaal en dat het zich ook kan keren tegen bijvoorbeeld mijzelf; mijn werkgever zou kunnen betogen dat het van mij af wil vanwege mijn politieke voorkeur.

Om het weren van mensen niet al te gemakkelijk te maken, moeten er wel aanvullende regels zijn. Ten eerste moet het gaan om openlijke uitingen van zo’n religie of ideologie. Hierboven onderstreepte ik die voorwaarde al, door het te hebben over ‘openlijk uitdragen’. Ten tweede moet er toch wel enige relatie bestaan met de aard van de werkzaamheden. De werkgever zal dus wel degelijk moeten beargumenteren wat er dan wel zo problematisch aan dat openlijk uitdragen is. De huidige wet biedt al enige ruimte om bij het werven van personeel te ‘discrimineren’. Maar in tegenstelling tot wat de wet nu op dat punt aan mogelijkheden biedt, vind ik ook het argument dat het de eendracht onder het personeel raakt een geldige.

Judenrein

Dit alles gezegd hebbende wil ik ook de kanttekening plaatsen dat bedrijven, groot én klein, er dan wel open over moeten zijn en niet slechts naar wie er expliciet een vraag over stelt. Stel je hebt een banketbakkerszaak en je wilt echt geen hoofddoekjes bij je personeel zien, dan verwacht ik wel dat dit openlijk wordt toegegeven. Nu zal menigeen meteen het schrikbeeld voor zich zien opdoemen van winkels die “Judenrein” op een bordje hadden. Bedenk echter dat je er ten eerste niets aan kan doen jood te zijn, dus dat zoiets verboden is en blijft, en dat het ten tweede alleen mag gaan om het openlijk uitdragen. Dus als er al een bordje is, dan zal daar hooguit mogen staan dat er met het joodse personeel is afgesproken dat er geen keppeltjes worden gedragen. Wat ideologie betreft is een openlijke verklaring iets lastiger. Er is immers een wet op de privacy. Het lijkt me niet logisch dat er bordjes verschijnen met de tekst dat het pvv-personeel in de winkel niet zal praten over politieke onderwerpen. En tenslotte kan een restrictief personeelsbeleid zich ook juist keren tégen het bedrijf, groot of klein. Ondernemers zijn uiteraard gebrand op klanten en zullen zich wel twee keer bedenken alvorens te kiezen voor een restrictief personeelsbeleid.

Niet mee eens? Reageer maar. Juist wel mee eens? Betuig maar je steun. Gaat het je nog lang niet ver genoeg? Schrijf maar op in je reactie.

Advertenties

Hartstochtelijke Floris van den Berg bij de EO

rot-op-met-je-religie-zap

Rot op met je religie’ begon op de Wallen. Links met baard is Floris van den Berg.

Floris van den Berg is een Nederlands filosoof/ethicus, maar voor nu even een behoorlijk gewone burger uit het atheïstendeel van onze natie. Hij is echter ook een vurig pleitbezorger van het vegetarisme, of nee: zelfs het veganisme, dus niet zo’n heel gewone burger. Dat maakt hem als representant van atheïsten wel een speciale, want menig atheïst (zoals ik) heeft niets met het veganisme en voelt zich dan al iets minder door hem vertegenwoordigd.

Van den Berg studeerde in Leiden en promoveerde in 2011 bij Paul Cliteur. Momenteel is hij verbonden aan de Universiteit van Utrecht. In de EO-reeks ‘Rot op met je religie’ heeft Floris (al dat Van den Berg-gedoe; ik schakel over op Floris) het imago van de erudiete geleerde waarschijnlijk welbewust van zich afgeworpen. Weliswaar is zijn verbaal vermogen beduidend groter dan wat we de afgelopen jaren aan ‘burgers’ te gast hadden bij praatprogramma’s, hij schrikt er niet voor terug bij tijd en wijle evengoed grof in de mond te zijn. Het gaat dan niet om woorden die weliswaar menigeen schokken maar toch wel kernachtig zijn – zoals de recente Telegraaf-vondst “kansloze asielplaag” – maar om termen die niet veel meer toevoegen dan wat duidelijke emotie, zoals “Ja, maar een hartoperatie is noodzakelijk, en een fucking besnijdenis niet, EIKEL!”. Toch vind ik het wat makkelijk om, ook vanuit mijn positie als atheïst, nu te roepen dat hij dat niet moet doen en zich net als collega’s als Cliteur erudiet en academisch moet opstellen. Wat Floris namelijk wel doet, en Cliteur niet, is de emotie ook in de openbaarheid een plek geven (een vorm van activisme); hij laat duidelijk zien dat het hem allemaal wel degelijk raakt en dat het allemaal voor hem niet slechts een academisch wikken en wegen is. Dus ja, een academisch gevormd burger mag ook de eigen subjectieve emoties tonen, àls deze zich maar niet tegelijkertijd voorstaat op zijn doctorstitel, professoraat of universitair docentschap. En eerlijk is eerlijk, dat alles doet Floris in de EO-reeks niet, al wordt er in de intro wel licht aan gerefereerd.

Dat gezegd hebbende, van academici verwachten we natuurlijk wel dat ze zulke partijdigheid flink temperen zodra ze wèl lesgeven of een wetenschappelijk boek of artikel publiceren. Ze hoeven van mij daarin niet héél erg ver te gaan. Sterker, wie buiten de academische poorten ‘activist’ is, kan ook maar beter binnen die poorten transparantie betonen. Wat ik echter wèl verlang, is dat de academicus in zijn lessen, lezingen, artikelen en boeken laat blijken ook de argumenten van de opponenten te kennen èn ze te hebben overwogen. Dat zou dan moeten blijken uir de serieusheid van het verweer, en woorden zoals eikel zijn dan natuurlijk niet handig. Ook hoort iemand als Floris geen student extra te belonen of bestraffen afhankelijk  van diens anti- of sympathie voor veganisme.

Deze week waren er twee andere academici die een opinie te berde brachten en daarbij hun autoriteit als academica volop hadden ingezet. Het ging om twee vrouwen van de afdeling antropologie van de UvA, Else Vogel en Lieke Wissink. De Volkskrant kent de weg naar de academische wereld op zijn broekzak en vond het weer eens nodig twee Grote Lichten de ruimte te laten beschijnen over een boerkaverbod. Het was een beschamend slecht betoog – ik ga er niet eens op in, zo slecht – en ik kreeg alweer een naar gevoel in de buik vanwege de gedachte dat zulke nitwits echt les mogen geven aan studentjes van 18-19 jaar. Dat kan niet anders dan een verloren generatie opleveren, vrees ik. Nee, dan doet het Leiden van Paul Cliteur het duidelijk beter. Dus, ouders, als uw kind dit jaar is begonnen aan een gammastudie aan de UvA, krab u nog eens heel goed achter de oren en overweeg hoe u uw kind alsnog de overstap kan laten maken naar Leiden, voor het te laat is.

UPDATE:

Vanavond was de vierde aflevering. Zo langzamerhand wordt het EO-gehalte toch wat duidelijker. Ik wil daarover niet negatief doen; het is ontegenzeglijk beter verteerbaar dan de EO in den beginne. En het zou ook van te grote naïviteit getuigen als de EO de eigen christelijke overtuiging ondergeschikt zou maken aan die van bijv. atheïsten of joden of moslims. Maar je moet het evengoed wèl zien. Zo werd een drietal gestuurd naar een christelijke vrouw die een christelijke vluchtelinge opvangt. Het is voor de gemiddelde kijker onmogelijk om niet waardering op te brengen voor deze opvang. Een andere omroep (nou ja…) had er ook een problematisch geval kunnen filmen, namelijk van opvang van overduidelijke gelukszoekers of van fundamentalistische moslimmannen uit Syrië. Ook blijkt Floris allerhande argumenten niet naar voren te brengen, of de EO heeft ze eruit gefilterd. Verder zal Floris bij menig kijker toch vooral weerzin opwekken, met name bij de kijkers die altijd vallen over de toon, die hebben vaak maar een enkele uitspraak nodig om je daarna niet meer te willen horen. Tuurlijk, je kan denken dat die toch niet te overtuigen zijn, maar aan zo’n programma moet je eigenlijk alleen willen meedoen als je wèl mensen wilt overtuigen. Dan is wat meer tact misschien toch handiger..

Antireligieus links

En wederom publiceerde de Volkskrant een reactie van me:

Ik word blij van de analyse van Peter Giesen over het Franse debat aangaande de ‘scheiding tussen kleding en staat’. Naar mijn weten wordt er in de Volkskrant voor het eerst gesproken over een ‘antireligieus links’, waarmee eindelijk islamcritici niet meer volautomatisch worden ingedeeld bij (radicaal, extreem) rechts. En bovendien worden de argumenten vanuit die hoek ook nog eens goed uitgelegd.
Wel denk ik dat dit antireligieuze linkse blok heel veel minder moeite heeft met de in West-Europa traditionele religies.
Immers, de ideologische strijd daarmee is allang over zijn hoogtepunt heen en heeft geleid tot compromissen die het ermee samenleven goed mogelijk maakten.

Het ging over het artikel van Peter Giesen: Frankrijk, alsnog scheiding tussen kleding en staat? En het is ongelogen, ik werd echt blij toen ik die analyse las. Er gloorde bij mij echt hoop dat de media, de Volkskrant misschien wel voorop, eindelijk een weg zagen om ook de Islamkritiek vanuit een links perspectief te benoemen. Al sinds 2005 verbaas ik mij erover dat bijvoorbeeld mijn kritiek mensen ertoe bracht me in te delen bij rechts. Destijds (zo rond 2006) besloot ik mijn blog de ondertitel ‘Een ander links geluid‘ te geven. Op gegeven moment schafte ik die ondertitel maar weer af. Alle gesteggel over links/rechts leidde bij mij tot de gedachte dat we die indeling eigenlijk maar beter kunnen laten voor wat die is. Weer later besloot ik zelfs dat zowel linkse als rechtse mensen uit balans zijn en schreef daar een blog over: Niet links, niet rechts, maar in balans: Links én rechts. Wellicht is het zinnig om dat blog hier te herhalen:

 


 

linksrechtbalansZowel linkse als rechtse mensen zijn incomplete, eenzijdige mensen. Ze zijn niet in balans, niet in evenwicht. Er bestaan van ‘links’ en ‘rechts’ meerdere definities. Een definitie is of was van toepassing in een bepaald land of in een bepaald tijdsgewricht. Wat in elk geval wel altijd geldt is dat de meeste mensen ze tegenover elkaar stellen en dat er niet echt een alternatief is dat tegenover beide gesteld kan worden. Wel wordt er een ‘midden’ verondersteld en ook wel een glijdende schaal, lopend van extreem links via midden naar extreem rechts. Als zowel linkse als rechtse mensen incompleet en uit evenwicht zijn, dan zouden we kunnen beweren dat de mensen ergens in het midden de complete, evenwichtige mensen zijn. Dat nu durf ik te betwijfelen. In elk geval kan het in het midden ook gaan om halfslachtige, halfgeïnformeerde of twijfelende mensen.

Hèt kenmerk van de complete, evenwichtige mens is, wat mij betreft, dat deze een compleet begrip heeft van de kern van zowel het linkse als het rechtse ideeëngoed, dat deze beiden even belangrijk vindt en bij keuzes beiden mee laat wegen. In voorgaande zin is het woord ‘kern’ belangrijker dan misschien gedacht wordt. De complete, evenwichtige mens heeft namelijk ook een duidelijk beeld van wat slechts op het oog links of rechts lijkt, maar het in wezen niet is. De complete, evenwichtige mens is tenslotte ervan overtuigd dat de linkse en rechtse kernwaarden elkaar wel beconcurreren, maar toch niet uitsluiten, en dat ze er juist voor kunnen, en moeten, zorgen dat besluiten balans in de maatschappij instandhouden of helpen herstellen. Beter dan in een politieke middenpartij zouden deze mensen zich kunnen verenigen in een politieke balanspartij.

Linkse mensen begrijpen veel van linkse ideeën, maar hebben vaak voor de rechtse ideeën geen gevoel of het zou een oordeel zijn waar die rechtse zich volstrekt niet in herkent. Dat geldt natuurlijk idem omgekeerd. Het ontbreekt dus bij beide aan inlevingsvermogen en zelfs aan de wil om zich in die andere in te leven. Het eruit voortvloeiende onbegrip leidt tot moeizame discussies, zo men er niet het zwijgen toe doet, tot een kloof en zelfs vijandschap. De eigen argumentatie wordt altijd legitiem bevonden en die van de andere wordt al snel onzin, dromerij of onrealistisch genoemd.

Complete, in evenwicht zijnde mensen hebben veelal een historie in een van beide stromingen, maar kregen in de loop van de tijd meer en meer begrip voor de argumentatie van de andere kant, waardoor het steeds moeilijker werd die andere kant simpel af te wijzen. Sterker, deze mensen merken dat ze het steeds vaker opnemen voor die andere kant, wat ertoe leidt dat ze door linkse/rechtse vrienden opeens beschuldigd worden te zijn overgelopen, c.q. de eigen groep te verraden. Deze beschuldigingen worden als psychologische druk ervaren en die leidt aanvankelijk tot een soort stilvallen. Maar in de loop van de tijd neemt de schroom af omdat de net ontdekte links+rechts positie als een bevrijding wordt ervaren. Men voelt zich duidelijk completer dan voorheen en heeft het idee gekregen dat het wel degelijk mogelijk is keuzes te maken die de balans in de samenleving bevorderen of instandhouden. Er is geen weg meer terug.

Adieu God – Tijs van den Brink interviewde Boris van der Ham

Zonet was er een interview op tv (Adieu God?). Tijs van den Brink interviewde Boris van der Ham, voorzitter van het Humanistisch Verbond. De eindopmerking van Tijs was dat hij het opvallend vond dat ook Boris uiteindelijk toch wel een soort geloof en behoefte had in een leven na de dood – al is die dan van een andere orde dan de zijne – namelijk dat je ‘wellicht kan voortleven in de gedachten van je kinderen en anderen’. Ikzelf ben momenteel bezig met een boek over de excommunicatie (beter: banvloek) van Spinoza in 1656. Steven Nadler, de schrijver van dat boek, legt ook uitgebreid uit wat in met name het joodse geloof zoal is gezegd over de onsterfelijkheid en het leven na de dood. Naar ik nu kan zeggen is er door zo’n beetje alle rabbijnen, filosofen en theologen over nagedacht. Ook doorspit Nadler de Tora en de andere boeken van de joden. Wat denk je? Het hele concept van het leven na de dood zoals Tijs dat belijdt krijgt pas heel laat in die boeken een beetje gestalte. De eerste werken reppen helemaal niet over zijn conceptuele idee van het hiernamaals en de Opstanding uit de dood. Sterker, alle uitspraken uit die oudste geschriften sluiten veel beter aan bij wat Boris te berde bracht.

Ik krijg sterk de indruk dat Boris van der Ham een stuk beter is ingelezen in de ‘heilige’ boeken, filosofen en theologen dan Tijs van den Brink. Tijs, je doet er goed aan je wat breder te gaan oriënteren, c.q. je er nog meer in te gaan verdiepen . Dan zal je vanzelf ontdekken dat Boris’ visie over het leven na de dood niet zijn persoonlijke variant is, maar een weergave van wat zeer waarschijnlijk het originele idee was van de eerste schrijvers van de oude boeken.

Het hele idee van de Opstanding is echt een uitvinding van heel veel later.