Hoe moslims redeneren – deel 5 – Update van deel 2

In deel 1 had ik het over de vijf onderdelen van het oorspronkelijke interview. Ieder van die onderdelen zou ik apart bespreken. Waarom waren er dan toch slechts vier delen? Omdat ik een deel over het hoofd had gezien. Nu is dat deel eigenlijk een extensie van deel 2, dus heb ik besloten deel 2 uit te breiden met een (korte) update. Klik hier voor die update.

Tot zover de bespreking van het interview met Shahid Alam.

Advertenties

Hoe moslims redeneren – deel 4 – De politieke Islam

In dit vierde, en laatste, deel van het interview met Shahid Alam gaat het over de politieke Islam. De vragensteller informeert naar de invloed van de diverse scholen en de invloedrijke geleerden in de oudheid, maar ook naar de wisselwerking tussen de Islam en de diverse moderne bevrijdingsideologieën, zoals het Marxisme. Kernvraag is wat voor de groepsidentiteit belangrijker is, de politieke Islam of de religieuze Islam. Daarvan afgeleide vragen zijn: Is de religieuze boodschap eigenlijk een verpakking van kritiek op modern imperialisme? En is dit misschien waarom Islamitische groeperingen zoveel ideologische steun krijgen van linkse denkers in de Westerse wereld?

Alam stelt dat in het hedendaagse Westerse ‘discours’ over de Islam de politieke Islam wordt beschouwd als een 20e eeuws fenomeen waarbij scholen als het Wahabisme en de Egyptische Moslimbroederschap zouden zijn bepaald door ideologische ontwikkelingen (denk aan bijv. marxisme) in die eeuw. Alam beschouwt dit als een kortzichtige visie.

Allereerst valt mij op dat Alam het woord ‘discours’ (Nederlands: vertoog, Engels: discourse) gebruikt. Het is een woord dat hij wellicht gebruikt om aan te geven dat achter de woordkeuze van de spreker altijd een impliciet normen-en-waardenpatroon schuilgaat. Ik denk dat hij dat goed ziet. Ook relativeert hij de invloed van de 20e eeuwse ideologieën; de politieke kant van de Islam gaat volgens Alam terug tot de tweede Islamitische eeuw, toen er – alweer volgens Alam – gepoogd werd een meer egalitaire samenleving op te bouwen. Daarna volgden een paar eeuwen van vooral interne strijd. De Islam als bevrijdingsideologie kreeg weer grond toen er werd gepoogd Westers imperialisme te bestrijden, waarbij het in de Islamitische landen steeds echte religieuze leiders (sheiks, ulama’s) waren die het voornaamste verzet aanvoerden, dus niet door bijv. marxisme beïnvloede leiders. Ik denk dat Alam’s notie van kortzichtigheid de Westerse denkers betreft die dat puur Islamitische ontkennen. Het is natuurlijk zondermeer verleidelijk voor een pleitbezorger van, laten we zeggen, marxisme om te menen dat ook moslimrebellen door het marxisme zijn beïnvloed. Kortzichtig mag je dat zeker noemen, dus ik ga daarin mee met Alam.

Alam stelt vervolgens dat die puur Islamitische bewegingen er niet in slaagden om het ‘westerse imperialisme’ te verslaan:

“These movements failed to stem the tide of Western imperialism. The West conquered Islamic lands, overthrew the Islamic order, marginalized Islamic courts and educational systems, and created a new learned class, schooled in European languages and convinced of the superiority of Western values.”

De latere bevrijdingsbewegingen waren anders; zij werden geleid door die nieuwe, feitelijk verwesterde klasse. Etnisch nationalisme won het van puur Islamitische drijfveren. Er kwamen zowaar nieuwe staten uit voort, veelal verbonden aan of de VS of de Sovjet Unie. Zogezegd waren deze staten nu bevrijd, maar evengoed brachten ze geen gevoel van zelfrespect en welvaart voor de burgers. Daar kwam nog bij dat de “radicale” (sic) Arabische staten werden vernederd of zelfs verslagen door het “koloniale” (sic) Israël. Iran werd na een kortstondige democratie teruggeworpen tot een “repressief’ (sic) koninkrijk.

“Decolonization, nationalism, Westernization, secularism, socialism, monarchical Islam, and vast oil reserves had done little to reverse the fragmentation, decline and humiliation of the Islamic world.”

Alam beziet de hedendaagse politieke Islam als in essentie een revolte tegen de voortdurende vernedering en marginalisering van de (pure) Islam. Het poogt terug te keren naar de ‘puurheid’ en ‘vitaliteit’ (“purity and vigor“) die de Islam van weleer kenmerkte. Het zet zich af tegen het soefisme en de ‘modernistische’ (sic) Islam, omdat binnen beiden wordt geprobeerd de Islam te verenigen met Westerse waarden. Het wil helemaal geen bemoeienis van het Westen met de Islamitische politiek. Het gelooft heftig in Islamitische oplossingen voor alle levensvraagstukken. Het acht de Islam hèt alternatief voor kapitalisme, consumentarisme (sic) en secularisme.

Dus ja, Alam vindt het logisch dat deze politieke Islam in het Westen de aandacht en zelfs sympathie kreeg binnen links, want het is anti-imperialistisch. Anderzijds, zo verraadt Alam, is datzelfde links weer wel bezorgd over een andere dimensie van de politieke Islam. Want zoveel is wel duidelijk: Deze Islam bestrijdt weliswaar het imperialisme en kapitalisme, maar het zal er nimmer socialisme voor in de plaats gaan stellen. Ik schrijf ‘verraadt’, want in het verdere interview wijst Alam verder niet op de ongerijmdheid van die sympathie. Alam volstaat verder met het uitspreken van zijn goedkeuring aan de moslims die de VS – toch zijn werkgever en gastland – en Israël te kijk willen zetten als imperialisten en kolonisatoren. Dat wijzen op die ongerijmdheid doe ik dan maar:

Eerstens, dit herinnert me eraan dat ik nog een boek thuis heb dat ik uit moet lezen. De titel is Nazi’s, communisten en Islamisten, van onderzoeksjournalist Emerson Vermaat. In dat boek uit 2008 schrijft Vermaat over de “opmerkelijke allianties tussen extremisten”, ofwel over de talloze samenwerkingsverbanden die er waren tussen groeperingen die essentiële onderlinge verschillen opzij wisten te zetten als er een gezamenlijke vijand kon worden bestreden. Nu is dat op zich geen gedrag dat alleen hen kenmerkt. Neem het samenwerkiingsverband dat zich momenteel bezighoudt met de bestrijding van de ‘Islamitische Staat’, daar zitten partijen bij die bij nadere analyse onmogelijk elkaars grote vriend genoemd kunnen worden.

Laat ik concluderen dat het met name linkse intellectuelen aanspreekt dat deze Islamisten hun best doen, en effectief lijken, in het ondermijnen van de imperialistische bedoelingen van de VS en ook in die van Israël, de nieuw opgekomen macht, nog wel middenin hèt kerngebied van de Islam. Helemaal los van de vraag of de analyse over imperialisme en nieuw-kolonialisme van links correct is, je vraagt je af hoe dom of blind je moet zijn om blij te zijn met die dode mus. Immers, je zou moeten weten dat er nooit iets van socialisme, of wat daarop lijkt, voor in de plaats gesteld zal worden! Ik heb eerbied voor een aantal kernwaarden van het linkse denken, met name voor het idee van het socialisme zolang dat maar niet de vrijheid van het individu in de weg staat. Sterker, ik voel me al sinds heugenis een pleitbezorger van dat idee en ik blijf daarvoor pleiten. Maar het zal bij mij nooit leiden tot ook maar enige sympathie voor de politieke Islam. Hun vermeende anti-imperialisme gaat niet gepaard met een roep om welke vorm van socialisme dan ook en daarom kan het onmogelijk een linkse ideologie genoemd worden. Ieder links denker die sympathie opbrengt voor Islamitische ‘bevrijdingsbewegingen’ snapt er de ballen van en brengt zijn eigen groepering (zeg maar links) in diskrediet.

Hoe moslims redeneren – deel 3 – The clash of civilizations

Het derde deel van het interview met Shahid Alam begon met een verwjzing naar Samuel Huntington’s “Clash of Civilizations”. Afijn, we laten de vragensteller zelf aan het woord:

Q: In Samuel P. Huntington’s “Clash of Civilizations?” we find the modern world defined by cultural conflicts, not ideological or economic ones. Seven or eight major civilizations are identified, but the confrontation between Islam and the West is placed centre stage. How can we interpret this culturalist approach to world politics? Is it an important thesis which describes a “new phase” in international relations? Or is it merely part of the attempt to find a new “Other” to justify US foreign policy in the aftermath of the Cold War?

Alam’s specialisaties zijn o.a. het kolonialisme en kapitalisme en dat zal dan wel verklaren waarom hij zijn antwoord begint bij Columbus en hoe sinds die tijd de landen zich steeds meer inrichtten als staten die ten dienste staan van het kapitalisme, om te beginnen in Europa. Ik ga hier niet zijn hele ‘geschiedenisles’ herhalen (lees die anders hier), maar spring meteen naar zijn eindconclusies. Die zijn heftig, want Huntington en zijn boek zet hij weg als een ‘ideological cover’ (hoe vertaal je dat… als een ideologische rechtvaardiging, als een verhulling van de ware bedoelingen, zoiets) voor de oorlogen tegen bepaalde landen die de neoconservatieven in de VS voorbereidden sinds 1990. Hoe bedenk je het. Geloof je me niet? Citaat dan maar:

Samuel Huntington’s thesis of a new era of ‘civilizational clashes’ is primarily an ideological cover for the wars that the US planned against the Periphery, starting in the 1990s, now that the Soviets were not around to check their ambitions. Since the Middle East was the primary target of US-Israeli imperial designs – because of its oil and Israeli ambition of balkanizing the region – American and Israeli ideologues emphasized the threat from Islamic societies. This was the ‘rogue civilization’ whose refusal to modernize, whose rejection of democracy, whose oppression of women, and whose terrorism posed the greatest threat to world order. Moreover, at the root of all these problems was an intransigent religion: Islam. This old enemy was now spawning new threats: Islamic fundamentalism, Islamo-fascism, and Islamic terrorism. The West now had an enemy that could arouse their old fears about Islam. It would now be easy to justify the wars planned against Iraq, Iran and Syria.

Imperialisme, waarbij de VS van harte samenzweerde met Israël, vanwege de olie en ook de Israëlische ambitie om zijn omgeving te ‘balkaniseren’. Met dat laatste wordt bedoeld ‘het uiteen laten vallen van veelvolkeren-staten in kleine staten’, hier wellicht als ‘verdeel en heers’ tactiek. Het Westen behoeft om redenen altijd een vijand en na het uiteenvallen van de USSR was een nieuwe vijand nodig. Die werd gezocht en gevonden: de Islam. Daarmee was de rechtvaardiging gevonden om de geplande oorlogen tegen Irak, Iran en Syrië te starten.

Kortom, Alam zag geen reden om na te denken of er misschien inderdaad een clash tussen beschavingen of culturen is. Hij ging voor een bevestiging van de laatste vraag: “Or is it merely part of the attempt to find a new “Other” to justify US foreign policy in the aftermath of the Cold War?” Ja dus, volges Alam.

Waarom toch wilde Alam niet samen met Huntington nadenken? Prima als hij er anders over denkt dan Huntington. Maar ik vind het vrij onbeschoft om Huntington’s integriteit in twijfel te trekken door hem te ‘ontmaskeren’ als iemand die de werkelijke bedoeling moest verhullen. Het kenmerkt vijanddenken. Vergelijkbaar vijanddenken neem ik vaker waar bij pleitbezorgers van de Islam, met name van de radicale, politieke Islam.