Hoe moslims redeneren – deel 2 – Over vrouwenrechten

Over de ongelijke behandeling van vrouwen ging het tweede deel van het interview met Shahid Alam. Zo werd hem gevraagd in hoeverre die ongelijke behandeling rechtstreeks uit de Islam voortvloeide of dat het eerder ging om uit pre-Islam culturen overgenomen normen en waarden. Verder werd gevraagd of de Islam de mogelijkheid biedt om gelijkheid te bevorderen.

Alam’s antwoord begint alsvolgt:

“Western imagination has been fertile at inventing projects for reforming the world, not least the world of Islam. This is their perennial cover for world domination: they are always engaged in civilizing the people they exploit, enslave or exterminate.”

Mijn hemel, denk ik dan, de slachtofferrol zit wel heel diep. En dan te bedenken dat het hier gaat om een professor aan een Amerikaanse universiteit, waarvan je toch zou mogen verwachten dat deze zijn gastland – of misschien wel thuisland – dankbaar is voor de welvaart en aandacht die hem als professor ten deel valt. In een samenleving die echt trots is op zichzelf zou hij na zulke smaad wellicht het land zijn uitgemieterd. Dat is niet gebeurd en dat is wellicht omdat ook de Amerikaanse samenleving vergeven is van burgers die, geheel in lijn met het weg-met-ons principe, zich geroepen voelen om af te geven op hun eigen land. Degenen die zulke woorden weerzinwekkend vinden komen echter niet toe aan dat eruit mieteren, want de vrijheid van meningsuiting is heilig verklaard. In elk geval zou ik iemand niet in mijn huis tolereren als deze mij of mijn huisgenoten zo zou beledigen. Maar goed, het gaat mij erom te achterhalen hoe de moslim redeneert en wellicht redeneert menig moslim zoals Alam dat doet.

Mag ik nog even doorgaan met het citeren? Alam:

“In the Islamic world, the white man has been championing women’s rights since the late nineteenth century, even when they denied rights to their own women. Trapped inside the walls of harems, denied dignity in polygamous marriages, segregated, burqa-clad, or subjected to clitoral mutilation – the Islamic woman desperately awaits ‘liberation’ by white male warriors in shining armor. It would be quite a revelation if the West stopped taking an imperialist or ethnocentric approach to the status of women in Islam.”

Ofwel, wij westerlingen moeten ophouden met het opdringen van ons idee van vrouwenrechten zoals die voortvloeien uit ons idee van de (universele) mensenrechten. En dan vervolgt Alam met een andere aanval op het westen:

“They also ignore the fact that modern, capitalist society subjects women to new indignities, new forms of servitude, new pathologies, which may well be worse than the abuses of women in traditional societies”.

Ofwel, de kapitalistische samenleving vernedert vrouwen op manieren die wellicht erger zijn dan die voortvloeien uit “traditionele samenlevingen”. Mooi, zoals hij het begrip ‘traditionele samenleving’ erbij sleept. Dat klinkt immers best nostalgisch en authentiek. Politiek-incorrecten zouden zo’n samenleving eerder achterlijk noemen, maar moslims noemen het traditioneel. Onthouden, temeer daar ze de term ‘achterlijk’ als een belediging zullen opvatten.

De westerse focus op vrouwenrechten zou een gevolg zijn van de uit het kapitalisme voortvloeiende noties van individualisme en vrijheid. (Waarom het uit kapitalisme voortvloeit? De redenering is dat de kapitalist een afzetmarkt nodig heeft en dan is een samenleving vol met individuen die zich vrij wanen om te consumeren wel zo handig.) Maar in een Islamitische samenleving gaat het (ook?) om andere waarden dan individualiteit en vrijheid. Daar gaat het vooral om een samenleving die om God draait en waarin mannen, vrouwen en kinderen ieder daartoe hun bijdrage moeten leveren. Met name het instituut ‘familie’ is daarin belangrijk en binnen dat instituut hebben mannen en vrouwen ieder hun eigen rol te vervullen. Die rollen behelzen de opvoeding van de kinderen, maar ook de zorg voor de ouderen en de zieken. Dat zijn natuurlijk geen foute waarden. Maar, zo denk ik dan, rechtvaardigen die het soort ongelijke rechten die we binnen de moslimwereld waarnemen?

Met name stelt Alam dat de rol van de vrouw binnen de familie strijdig is met carrière maken. Tsja, ook ik zie wel hoe de meeste westerse vrouwen hun carrière beperken tot, laten we zeggen, drie dagen per week als er kinderen in het spel zijn. Maar wij leggen dat niet op religieuze gronden op, althans niet meer. Moslims zijn schijnbaar nog niet zover. Oh sorry, zij hechten meer aan de aloude, vertrouwde tradities, waar wij losgezongen zijn van waar het echt om gaat. Losgezongen? Zeg maar gerust: losgeslagen, in de ogen van de moslim. Laten we ook deze redenering goed onthouden.

Overigens wilde Alam niet echt ingaan op de vraag van de interviewer of de ongelijkheid uit de Koran voortvloeide of er was vanwege normen en waarden die waren overgenomen uit de pre-Islam periode. Alam beschouwde dat soort vragen als typisch westers.

Ik denk dat Alam ons onvoldoende zicht verschaft op het redeneren van ‘de moslim’ inzake vrouwenrechten. Ik kan me zo voorstellen dat menig moslim het met Alam oneens is. Het laatste woord is er dus nog niet over gezegd, althans in dit blog.

Tot zover deel 2.

UPDATE  (1 oktober 2014)

Pas later viel me op dat ik een sectie van het interview had overgeslagen. Ook dat deel ging over de vrouw versus de man. Het is het deel waarin de interviewer (sorry, interviewster!) een ‘re-reading‘ van de Koran voorstelt. Die zou vast aantonen dat in de Islam mannen en vrouwen wel degelijk gelijk zijn. Alam heeft het in zijn antwoord over een ‘fresh reading‘ van de heilige teksten. Hij wijst dat niet af, maar stelt wel dat het in de eerste plaats gedaan moet worden door hooggeplaatste schriftgeleerden met een onbesmette reputatie. (Huh, denk ik dan, zijn er volgens Alam ook hooggeplaatste schriftgeleerden met een anderssoortig reputatie?) Die moeten dan uitzoeken welke huidige man-vrouw verhoudingen niet voortvloeien uit de Islamitische voorschriften, maar uit bijvoorbeeld lokale gewoonten, vaak de plaatselijke stam kenmerkend, en die zodoende juist moeten worden bestreden. Hoe dan ook, Alam legt er de nadruk op dat vrouwen en mannen in de Islam vooral niet gelijk zijn en dat ‘Islamitisch feminisme’ niet de fout moet maken te denken dat de Koran wèl mannen en vrouwen als gelijk beschrijft. Hij vindt dat ‘Islamitische feministen’ samen met de geleerden moeten zoeken naar de binnen de Islam vereiste rolverdeling en die rolverdeling moeten propageren.

Hoe moslims redeneren – deel 1 – Over secularisatie

De laatste tijd bekruipt mij het gevoel dat wij hier in het westen er maar niet in slagen om moslims te overtuigen van de feilbaarheid van de Islam. Tuurlijk, er zijn gematigden en er zijn stromingen en er zijn afvalligen. Dus als ik ‘maar niet in slagen te overtuigen’ schrijf, dan generaliseer ik inderdaad. Ik doe dat omwille van het bespreekbaar maken van dat gevoel dat mij bekruipt, dat gevoel tegen een muur aan te lopen, dat gevoel dat het goede argument maar niet binnen wil komen. Wellicht daarom ben ik momenteel geïnteresseerd in artikelen die de redeneerwijze van moslims goed uitleggen. Uit een interview met Shahid Alam (2005) valt daarover veel te halen. Men zou het integraal kunnen lezen, ik zou er uitgebreid uit kunnen citeren, maar ik kies voor de recensievorm met misschien af en toe een citaatje. Het interview is opgesplitst in vijf complexe vragen waarop Alam dan uitgebreid antwoord geeft. Ik volg die opsplitsing en zal er daarom vijf blogs aan wijden. Telkens zal ik aan het eind mijn eigen kritiek op het antwoord van Alam verwoorden. In het eerste blog gaat het over secularisme in relatie tot de Islam. Maar eerst even een kleine biografie van onze professor.

Professor Shahid Alam

Shahid Alam is een professor economie aan een Amerikaanse universiteit en van Pakistaanse afkomst. Je kent hem vast niet, maar hij heeft wel degelijk zijn rol opgeëist in de debatwereld, met name als criticaster van Israël, deskundige op het gebied van het kolonialisme – met name vanuit zijn eigen vakgebied, de economie – en als verdediger van de Islamitische cultuur. Hij ligt niet goed bij hen die pro-Israël en anti-Hamas zijn, om het eufemistisch te zeggen. Met name wordt hem kwalijk genomen dat hij Israël ziet als een ‘koloniale apartheid staat’ en bovendien de VS als de imperialistische, vooral oliebelangen veiligstellende, kracht erachter. Laat duidelijk zijn dat ik partij heb gekozen; ik ben pro-Israël en anti-Hamas. Bovendien geloof ik niet zomaar in die imperialistische rol van de VS, die rol is ingewikkelder. Dat zal mijn bespreking hier zeker beïnvloeden. Doe je voordeel met deze bekentenis.

Secularisme

In het interview wordt Alam ten aftrap gevraagd hoe de Islam zich verhoudt tot secularisme. Alam begint met een uitleg van diverse vormen van secularisme. Dat vind ik correct en het wijst op een geschoolde visie. Secularisme is zowel een idee als een regeervorm, zo doceert hij. Degene die het als idee ziet vindt dat je je leven moet leven zonder referentie aan een god en dat je daarvoor in de plaats de rede moet hanteren. Daarbovenop zal het alle autoriteiten die zich bij het opstellen van normen en waarden stoelen op religie volstrekt van de hand wijzen. Daar staat tegenover secularisme als regeervorm, een minder “ambitieuze” toepassing, waarbij we het publieke domein duidelijk scheiden van het privédomein. In het publieke domein moeten normen en waarden seculier bepaald zijn, in het privédomein mogen ze religieus bepaald zijn. De wetten mogen geen der religies bevoordelen of onderdrukken.

Dan erkent Alam dat iedere religie, dus ook de Islam, conflicteert met het idee van het secularisme. Daar plaatst hij de notie bij dat dit niet betekent dat de moslim geen rede toepast. Alleen, bij het redeneren redeneert God mee. Hoe origineel toch. Probeer je in te leven in het argument en onthoud het goed.

Als regeervorm is het volgens Alam niet per se conflicterend. Hij onderscheidt twee uiterste seculiere regeervormen, expansief en aanpassend. De expansieve vorm probeert religie te marginaliseren, bij de aanpassende vorm wordt dat bewust niet gedaan. Het hangt allemaal af van de aard van de grenzen tussen het publieke en het private domein. Die grenzen bepalen de omvang van ieder domein. Bijvoorbeeld, in welk domein valt het onderwijs? Mag een politieagent een religieus symbool dragen? Mag een burger over straat met hoofddoek of zelfs burka? Maar ook, mogen mensen zelf beslissen over besnijdenis?

Alam stelt dat de expansieve vorm onvrede onder de gelovigen kweekt, met name als het hevig conflicteert met normen en waarden van hun religie. Sterker, Alam stelt dat de expansieve vorm conflicteert met een grondwaarde van democratie, namelijk met het idee dat de normen en waarden van de maatschappij de diepere wensen van het volk horen te volgen. Hij ziet deze vorm als in conflict met de Islam.

De aanpassende, minimalistische vorm daarentegen, die religieuze instituten (niet alleen kerken en moskeeën, maar ook scholen en charitatieve instellingen) zelfs aanmoedigt zonder discriminatie, zou volgens Alam juist zeer sterk in overeenstemming zijn met de grondbeginselen van de Islam. Hij refereert vervolgens aan de Moslim Sultanaten die in het middenoosten bestonden in de 19e eeuw voordat die werden vernietigd of hervormd door westerse, koloniale veroveraars. Het is vanaf dit punt dat Alam kolonialisme in de analyse betrekt. De rest van zijn analyse zal zijn these moeten onderschrijven dat de Islam alle tijden een prima bestuursvorm bood, maar dat juist de koloniale machten schuldig waren aan de vernietiging van die (verantwoorde) bestuursvormen en dat de hedendaagse opstandigen vanuit Islamitische hoek in essentie slechts pogen om die oude bestuursvormen weer te hervinden. Ergo, het is allemaal de schuld van het Westen, zowel de vernietiging als ook alle geweld die uit de opstandigheid voortkwam.

Alam laat er geen twijfel over bestaan dat voor moslims de Koran en de Soenna aan de basis van die minimalistische vorm van secularisatie moet staan. Sommige Islamitische denkers vinden dat democratie niet kan, maar Alam staat aan de kant van hen die democratie wel mogelijk achten op voorwaarde dat Islamitische geleerden democratisch genomen besluiten kunnen tegenhouden na toetsing aan de heilige geschriften. Iran dient hem als voorbeeld. Nou, dan weet je het wel, lijkt mij.

Mijn commentaar

De door Alam gepredikte vorm van secularisatie lijkt me geen probleem in een samenleving waar werkelijk iedereen moslim is en moslim wenst te blijven. Desnoods is het okay als afvalligen ruim de gelegenheid wordt geboden zich uit de voeten te maken, door emigratie en met meeneming van alle eigendom. Maar er zijn helaas zekere regels in de heilige geschriften die het moslims schier onmogelijk maakt om afvalligen hun recht op afvallen en emigratie te gunnen. Bovendien voelen veel mensen een weerzin tegen het idee van het definitief verlaten van de eigen geboortegrond, de eigen familie en vrienden. Ook kent men de eigen taal het beste en vergroot dat de kans op werk sterk. Ergo, emigreren is lang niet altijd een voordelige optie.

Goed, dan zou Alam’s seculiere theocratie nog garanties kunnen inbakken voor allen die echt niet geloven of die in een andere Godheid geloven. Maar helaas zijn het wederom hun heilige geschriften die hen dat vrijwel onmogelijk maken. Desnoods worden ‘ongelovigen’ getolereerd, maar de uit de Koran en Soenna voortvloeiende Sharia schrijft wel het nodige voor aan hen. Wat de katholieken, protestanten en judaïstisch gelovigen op dat gebied wel lukte, wil de moslims maar niet lukken.

En hoe moet dat dan met de democratieën waar de moslims in de minderheid zijn of waar de Islam van oudsher helemaal geen rol van betekenis speelde? Het lijkt me dat ook moslims moeten erkennen dat in zulke gebieden de Islam geen basis kan en mag vormen. Dat schept dan vervolgens een probleem, namelijk wat te doen met de moslims die in zulke gebieden (landen of delen van landen) wonen? Als het waar is dat moslims volgens eigen wetten horen te leven in een Islamitische theocratie, dan zouden deze moslims de enige valide consequentie moeten trekken en dus moeten emigreren. Dat zou trouwens een ander moreel probleem opwerpen, althans een moreel probleem vanuit het westerse denken. Namelijk, mag je de reeds geboren kinderen van die moslims zomaar laten vertrekken gelijk met hun ouders?

Een nadere studie naar wat Alam ‘de Moslim Sultanaten’ noemt is zeker op zijn plaats. Hoe functioneerden die in de praktijk? Waren ze echt rechtvaardig of was er veel mis? Is het waar dat kolonialisme ze kapot heeft gemaakt of waren er (ook) andere oorzaken? En als ze kapotgemaakt zijn door koloniale mogendheden, waarom deden die dat dan? Was dat (slechts) uit economisch eigenbelang en machtspolitiek of meenden de koloniale machthebbers dat (ook) de eigen normen en waarden fundamenteel beter waren en die van de sultanaten nogal barbaars? Kortom, de invloed van kolonialisme heb ik nog niet helemaal op een rijtje. Wel vermoed ik dat Alam te gemakkelijk kolonialisme verantwoordelijk houdt en zodoende verantwoordelijkheid te gemakkelijk wegleidt van de moslims zelf. Het is ook typisch een analyse die westerse linkse intellectuelen aanspreekt, zeker degenen die altijd Marx aanhingen. Het is vanuit de westerse intellectueel een weg-met-ons argumentatie. Alam is weliswaar niet westers van origine. Wel is hij professor aan een Amerikaanse universiteit en woont hij daar. Hoe zit dat met hem? Maar goed, het gaat me niet om hem, maar om de denkwijze van moslims. Als het echt zo is dat moslims het kolonialisme verantwoordelijk houden voor de ontbinding van hun moslimstaten en hun gewelddadige pogingen om de sultanaten te herstellen, dan is dat zeker van belang om te beseffen.

Tot zover deel 1.