Snapchat’s internetbril kent geen voordelen die ertoe doen

snapchat internetbril

Net als Google in 2013 denkt ook Snapchat onze harten te kunnen winnen door gelikte foto’s van mooie mensen met die bril te publiceren.

Op 7 januari 2017 deelde Laurens Verhagen van de Volkskrant zijn eerste gedachten over de ‘internetbril’ van Snapchat met ons (helaas achter de betaalmuur). Hij liet blijken in elk geval iets af te weten van de kritiek die Google Glass destijds ondervond. Van de Volkskrant zou je verwachten dat deze die kritiek vervolgens ook zou toetsen aangaande dit nieuwe product van Snapchat en vervolgens sterk onder ieders aandacht zou brengen. Niets van dat echter. Laurens Verhagen beperkt zich voornamelijk tot het opnoemen van de grootse voordelen. Ik ontkom niet aan de indruk dat hij de mogelijkheden van het ding eigenlijk best wel kicken vindt.

In 2013 was de chef wetenschap van De Volkskrant op vergelijkbare wijze te werk gaan, maar dan aangaande Google Glass. Ook hij maakte al aan het begin kenbaar te weten dat die bril in zekere kringen “berucht” was, maar liet toch ook vooral blijken Google Glass wel kicken te vinden.

Destijds was van een kritische benadering niet veel te merken en ook dit keer gaat het dus die kant op. Blijft dit het niveau waarop De Volkskrant met dit soort technologie de komende jaren zal doorgaan? Zo ja, dan is er bij de krant iets grondig mis. Illustratief is dat deze Laurens Verhagen precies dezelfde fout maakt als destijds gemaakt werd: Er wordt serieus gedacht dat de privacy geborgd is omdat er led-lampjes gaan branden wanneer de bril opnames maakt. Hoe naïef kan je zijn! Citaat uit het artikel:

Met Google Glass was er vanaf het begin gedoe over privacy. Google maakte niet erg duidelijk wanneer zijn bril werd gebruikt. Dat maakte hem eng. Al snel na de introductie van de betaversie werd hij verboden in diverse openbare gelegenheden. De bril riep agressie op. Snapchat heeft dit probleem gedeeltelijk opgelost door duidelijk te maken als de bril in de opnamemodus staat: er branden led-lampjes.

Verhagen slaat hier de plank op twee wijzen mis. Ten eerste had ook Google Glass een led dat ging branden in de opnamemodus, dus Snapchat heeft helemaal niet ‘dit probleem’ gedeeltelijk opgelost. Ten tweede geldt voor Snapchat’s led-lampje precies hetzelfde dat voor die van Google Glass gold: het is gemakkelijk te saboteren en is daarom slechts een misleidend element.

Een journalist die vindt dat Snapchat voldoende heeft ingegrepen als het maar zorgt voor ‘led-lampjes’ heeft zijn werk niet goed gedaan. Ook lijkt de verslaggever niet te hebben gecontroleerd of de camera in de bril niet alleen een opname maakt van waar je precies naar kijkt, maar mogelijk ook van de periferie, zoals gold voor Google Glass. Als dat zo is, blijkt het helemaal niet nodig om iemand recht in de ogen te kijken om zo iemand toch te kunnen filmen.

Op een ander punt maak ik mij echter meer zorgen. Laurens Verhagen meent waarschijnlijk dat het zijn taak is om een uitgebalanceerd verhaal neer te zetten met daarin alle nadelen én voordelen. Dientengevolge stort hij zich ook op alle mogelijkheden die de internetbril biedt aan de drager. Dit is zorgelijk en ik zal uitleggen waarom.

Ikzelf toon me tot nu toe volstrekt ongeïnteresseerd in de voordelen. Ik focus me volledig op de nadelen. Ik ben er namelijk van overtuigd dat die nadelen zo groot zijn dat alle voordelen het niet waard zijn een kans te krijgen. Even voor de goede orde, de voordelen zijn er voornamelijk voor de drager, de nadelen zijn er voornamelijk voor de geobserveerden. Wie even doordenkt zal moeten erkennen dat focussen op de voordelen van het dragen van de bril inspeelt op egoïsme, terwijl focussen op de nadelen van het geobserveerd worden aandacht voor privacy-bescherming aangeeft. Dat eerste vind ik ethisch slecht, dat laatste ethisch goed.

Waarom toch tonen dit soort journalisten zich niet ‘ongeïnteresseerd’ aangaande de voordelen? Zo ongewoon zou dat toch niet moeten zijn; we zijn het immers ook gewend te doen inzake andere moeilijke thema’s. Neem pedofilie, hard drugs, dronken rijden, slavernij, stalken, stelen, noem maar op; sommigen mogelijk te gewaagde vergelijkingen, maar ik gok op uw goede wil. Ik zie het al voor me dat er een bespreking komt waarin niet alleen de nadelen worden genoemd, maar ook de voordelen, haast per definitie de voordelen voor de pedofiel, drugsgebruiker, dronken rijder, slavendrijver, stalker, dief, noem maar op. Zo zijn er ook vele ‘latente mogelijkheden’ die de techniek ons biedt die we geheel latent – en veelal zelfs liefst ongenoemd – laten, simpelweg omdat we heel goed beseffen dat we met het echt mogelijk maken als het ware de duivel in huis halen. (Waarom toch moet ik nu opeens denken aan enkele Bond-films? En ook veel science-fiction speelt in op dit thema.) Een van de allerbelangrijkste kenmerken van beschaafd zijn is, zo is mijn overtuiging, het niet eens willen dènken aan de lusten van iets waarvan je heel goed beseft dat het tot op het bot onethisch is. Voor mij zijn de nadelen van de Snapchat internetbril vergelijkbaar met die van Google Glass en zo evident dat ik de voordelen al bij voorbaat volslagen oninteressant vind en dus ook niet de moeite waard vind om me er maar enigszins in te verdiepen.

De werknemers van Snapchat zouden beter moeten weten, zeker na alle gedoe rond Google Glass. Toch werd er bij Snapchat besloten tot de ontwikkeling van de internetbril. Dit is een intrigerend fenomeen. Anderen zullen het misschien uitleggen als indicatie dat het met die nadelen wel meevalt. Maar ik durf te stellen dat zowel de top als het personeel van Snapchat de nadelen zomaar begon te bagatelliseren vanaf het moment dat men die internetbril zelf aan den lijve ondervond. (Zie wat de hiervoor genoemde Laurens Verhagen deed.) De vergelijking met de pedofiel, drugsgebruiker, dronken rijder, slavendrijver, stalker, dief, noem maar op, dringt zich op. Voor al deze personen geldt dat ze de eigen geneugten wel zo plezierig vinden en de nadelen voor de ander daarom minder belangrijk gaan vinden. De techneuten van Snapchat hebben vervolgens hun intellect volledig ten dienste gesteld van het op de markt zetten van een zo gelikt mogelijke bril. Wie die bril opzet wordt per direct als het ware verblind voor de nadelen.

Laten we niet dezelfde fout als bovengenoemde journalist en het personeel van Snapchat en Google maken door schijnbaar genuanceerd over deze internetbril te schrijven, door ietsje te schrijven over de nadelen voor de geobserveerde en veel te schrijven over de voordelen voor de drager. Laten we trachten te voorkomen dat de maatschappij-critici van de volgende jonge generatie vinden dat men rond 2010-2020 weleens wat minder naïef, wellustig en egoïstisch had mogen schrijven aangaande die stomme bril. Die stomme bril die het leven totaal veranderd had, waaraan elke drager ook volkomen verslaafd geraakt was, maar die al evenzeer zelfs de laatste restanten privacy totaal had weggevaagd.

 


Bovenstaande tekst is bijna identiek aan een tekst die ik in 2013 wijdde aan Google Glass. En waarom ook niet, de kritiek is idem, dus de tekst gewoon toepasselijk. Ik wijdde er toen meer artikelen aan. Klik hier voor die lijst.

Wie werkt voor twee, maakt een ander werkloos

WasvrouwDe voortschrijdende automatisering van arbeid is de vervulling van een droom van de mensheid.

Zo, die zin staat.

Maar waarom beangstigt het velen van ons dan toch zo? Simpel, omdat we er niet gelijkelijk van profiteren. En dat is echt een eufemisme, want u zou kunnen denken dat ik hier bedoel dat sommigen er meer van profiteren dan anderen, maar dat we er evengoed wel allemaal minstens iets van profiteren. De waarheid is echter dat er maar weinigen zijn die ervan profiteren en zeer velen die van de regen in de drup zijn beland of zullen gaan belanden. Immers, had je tot nu toe vervelend werk met in elk geval een redelijk arbeidsinkomen en ook een gevoel van eigenwaarde, straks heb je géén werk en dus géén arbeidsinkomen, maar wèl een bijstandsinkomentje en wèl een minderwaardigheidscomplex.

Het is allemaal het gevolg van de arbeidsmoraal die zich in de loop van de vorige eeuwen ontwikkelde. Er was door de industrialisatie opeens behoefte aan veel personeel, dus er moest gesleuteld worden aan een moraal die mensen daartoe motiveert. Daarin is men dusdanig goed geslaagd dat tegenwoordig mensen zich (althans in het begin) superschuldig voelen als ze langdurig werkloos blijven; de langdurig werkloze zoekt zeker aanvankelijk vrijwel altijd de schuld bij zichzelf. Precies die attitude bleek goud voor de ondernemers die personeel zochten.

Maar nu is het allemaal anders, want die ondernemers voelen zich zogenaamd verplicht om allerhande processen te automatiseren. Doen ze dat niet, dan doet de concurrentie het wel en zijn ze binnen een jaar failliet, zo zeggen ze. Dezelfde redenering hanteerden ze al bij het verplaatsen van simpele arbeid naar lagelonenlanden, en met succes, want we brachten er weinig tot niets tegenin. Zal het ze nu weer gaan lukken?

Waarom lukte het de afgelopen decennia inzake de verplaatsing naar lagelonenlanden en ook de reeds geautomatiseerde taken wel? Waarschijnlijk is de hoofdoorzaak dat er nog voldoende lucht in de arbeidssfeer (vergelijk: atmosfeer) was. Tot nu toe wisten we nog wel het nodige werk binnen de landsgrenzen te houden en ook was het automatiseren van moeilijker taken nog geen eitje. Maar wat nu als alle lucht eruit is en zelfs de moeilijker taken voor computers geen probleem meer zijn?

Het perspectief is een land vol nutteloze werklozen en een handvol stinkendrijke eigenaren van productie- en dienstenbedrijven die kunnen volstaan met een paar lieden die niet veel anders doen dan op wat aan-uit knoppen drukken. De droom van de mensheid blijkt in rook op te gaan.

Er moet echt een andere arbeidsmoraal worden bedacht en ook het belastingstelsel behoeft een enorme aanpassing. Wat dat betreft hoeft in elk geval de komende generatie politici zich niet arbeidsloos te wanen; er is werk aan de winkel. Hier volgt een voorzet.

Er zijn er die menen dat we handen- en hoofdarbeid met belastingmaatregelen moeten gaan belonen (minder belasting betalen) en automatisering juist moeten gaan bestraffen (meer betalen). Maar dat is eigenlijk een absurd voorstel. Immers, het zal een hindernis inhouden voor alle pogingen om verder te automatiseren. Het is alsof je tegen mensen zegt dat ze voortaan de was maar weer met de hand en het wasbord moeten gaan doen. Nee, we moeten niet het automatiseren gaan bestraffen. Sterker, we moeten het gaan belonen. De moraal moet worden dat bedrijven goed bezig zijn naarmate ze erin slagen meer en meer zònder mensen te doen.

In de ideale maatschappij zijn er nog maar nauwelijks mensen nodig voor de arbeid, maar is evengoed de productie van een dusdanig kwalitatief hoog niveau dat er gesproken mag worden van welvaart. Het komt er vervolgens op aan dat die welvaart rechtvaardig verdeeld wordt over de bevolking. Tot nu toe verdelen we op basis van arbeidsparticipatie, eigendomsrechten en ondernemersrisico. In de toekomst moeten we verdelen op basis van andere principes. Ondernemersrisico en eigendomsrecht zullen wellicht blijvertjes zijn, al moet daarbij wel worden aangetekend dat eruit voortvloeiende winst niet langer de spuigaten mag uitlopen. Niemand is van zo’n speciale klasse dat het een miljardenbezit rechtvaardigt. Hooguit kunnen zulke bedragen worden gerechtvaardigd als het om een onderneming gaat die slechts kan bestaan dankzij het achter de hand hebben van miljarden, waarbij bovendien geldt dat opsplitsing in meerdere kleinere ondernemingen geen optie is. Resteert de arbeidsparticipatie.

Wat we kunnen doen: Er zal nog heel lang een zekere behoefte aan mensenarbeid zijn, al neemt die elk jaar een beetje af. We moeten gewoon uitrekenen wat de totale behoefte aan arbeidskracht van het moment is en dat omrekenen naar een ‘plicht tot arbeid’ van een burger. (Welbeschouwd kan je ook spreken van een ‘recht op arbeid’.) Stel dat er op dat moment behoefte is aan gemiddeld 15 uur p/w arbeid per – voor arbeid in aanmerking komend – burger, dan verstrekken we ‘plicht tot arbeid’ voor 15 uur p/w. Iedereen kan ervoor kiezen die uren te gelde te maken op een speciale beurs. Binnen de beurs zijn er aparte secties op basis van professie en opleiding. Degenen die hebben doorgeleerd voor chirurg handelen in een andere sectie dan degenen die zich gespecialiseerd hebben tot vrachtwagenchauffeur. De tarieven van de uren verschillen eveneens. Wie zijn uren te gelde maakt, raakt ze kwijt aan een ander die deze uren nodig heeft om een bepaalde gewilde baan te mogen bezetten. Dus de chirurg die 25 uur wil werken zal 10 uren moeten zien bij te kopen. Het verkopen van uren kan overigens steeds alleen voor een beperkte periode gedaan worden. Er moet dus geregeld opnieuw gehandeld worden.

In dit model is de zelfstandige de zwakke schakel. Deze zou namelijk de boel kunnen bedonderen door te zeggen dat hij maar 15 uren werkt, terwijl hij in de praktijk rustig 60 uren draait zonder die 45 ‘overuren’ te verantwoorden op urenstaten. Mogelijk zullen we een opt-out systeem moeten hanteren; een systeem waarbij individuen ervoor kiezen uit het bovengeschetste model te stappen. Toch zal zo’n opt-out systeem zodanig moeten worden ingepast dat het nieuwe arbeids-ethos niet verstoord wordt.

Ziehier een nieuw spreekwoord dat het nieuwe arbeids-ethos weergeeft:

Wie werkt voor twee, maakt een ander werkloos.

Was het tot nu toe steeds zo dat arbeid zorgde voor inflatie, automatisering zou moeten zorgen voor (langzame) deflatie. Immers, de bedrijven hebben niet langer te maken met loon voor vele werknemers, daardoor zijn hun kosten gedaald en moeten de prijzen dus ook dalen. Let op, ik schreef: moeten de prijzen dalen. Ik schreef dus niet: kunnen de prijzen dalen. Bedrijven die na automatisering de prijzen niet verlagen, moeten door de overheid via het belastingstelsel aangepakt kunnen worden. Kortom, elke automatisering (dus èlke) moet verplicht tot verlaging van de prijs leiden. Waar het om gaat is dat we moeten voorkomen dat eigenaren teveel garen spinnen bij automatisering. Immers, we moeten er met zijn allen garen bij spinnen.

Nu zou je hiertegenin kunnen brengen dat ondernemers door zo’n gebod niet bepaald gestimuleerd worden om het automatiseren voort te zetten. Da’s waar, dus moet er een tweede gebod bij komen: Bedrijven die laks zijn in het automatiseren moeten eveneens via het belastingstelsel kunnen worden aangepakt.

Wie gaat bepalen of er sprake is van laksheid? Dat zien we dan wel weer. Wellicht een geautomatiseerd programma dat ik zelf nog even moet schrijven tijdens mijn pensioen.