Zijn de vluchtelingenkampen, zoals Femke Halsema beweert, inhumaan?

Femke Halsema bespreekt in haar boekje Nergensland het vluchtelingenvraagstuk vanuit het linkse pe werspectief. Ik heb ervoor gekozen eerst een aantal voor het lezen van het boekje belangrijke thema’s apart te behandelen en pas in een later artikel het boekje als geheel te reviewen. In dit artikel gaat het om de vraag of de huidige vluchtelingenkampen humaner moeten worden.

vluchtelingenkampEr was één miniem zinnetje waaraan ik voorbij las: ‘Een utopisch vergezicht.‘ Het is in het nieuwste boekje van Femke Halsema het allereerste zinnetje van hoofdstuk 13, waarin ze een zeer humaan ingericht vluchtelingenkamp beschrijft. Pas ver over de helft van het hoofdstuk kreeg ik het vermoeden dat het door haar beschreven Zatopia helemaal niet bestond. Ze beschreef een utopie. Nou ja, voor zover een vluchtelingenkamp kan bestaan in een utopie. Lees verder

Advertenties

Is de principiële houding, zoals van Femke Halsema, gevaarlijk?

No-Poverty-V2

Deze uitspraak past volkomen bij een principiële houding.

Femke Halsema bespreekt in haar boekje Nergensland het vluchtelingenvraagstuk vanuit het linkse perspectief. Ik heb ervoor gekozen eerst een aantal voor het lezen van het boekje belangrijke thema’s apart te behandelen en pas in een later artikel het boekje als geheel te reviewen. In dit artikel gaat het om de vraag of er iets schort aan een principiële houding.

Gisteren schreef ik over Karl Popper en zijn ideeën over de gesloten en open samenleving. Popper is nog immer populair. Bij links omdat hij bepleit dat minderheden niet moeten worden uitgesloten, bij iii-critici (iii: islam, immigratie, integratie) omdat hij waarschuwt dat de open samenleving verdedigd moet worden. Mijn indruk is dat veel mensen (ter linker- en rechterzijde) menen dat onze samenleving een open samenleving is. Maar is dat wel zo? Als dat niet zo is en toch door iemand gedacht wordt, dan kan dat Lees verder

Chlorophyl tegen de zwarte ratten

Er is momenteel een debatje gaande in de Volkskrant over de juiste manier van opvoeden van je kinderen. Sheila Sitalsing opende met een opiniestuk waarin ze een lans breekt voor de strenge methode waar zelfs het ‘fysiek corrigeren’ van een kind is toegestaan, uiteraard tot op zekere hoogte. Mishandeling mag het niet worden, maar een corrigerende tik is toegestaan. Het wordt door haar wel de ‘autoritaire Surinaamse opvoeding’ genoemd, waardoor die kinderen leren hoe het hoort. Daartegenover staat dan weer de Nederlandse, die zich volgens Sitalsing kenmerkt door gepraat, overleg en weke knieën, waar vooral onaangepaste, driftige narcisten van komen.

‘Opvoedplatform Kroost’ laat twee vrouwen er vandaag op reageren, journalisten Annemiek Verbeek en Gabriëlle Jurriaans. Maar ook Harvey Sandriman, Surinamer die in Amsterdam-Zuidoost met jongeren werkt, kreeg een eigen kolom. Alle drie gaan ertegenin en stellen dat de autoritaire opvoeding leidt tot kinderen die iets alleen maar doen of laten uit angst, met alle gevolgen voor later als ze volwassen zijn. Daartegenover stellen ze dat de Nederlandse opvoeding weliswaar kan leiden tot kinderen ‘die dreinen en zeuren in een restaurant’ (Sandriman), maar dat deze kinderen tenminste leren beslissingen te nemen op basis van een langzaamaan bijgebrachte moraal en niet op basis van angst niet te voldoen aan verwachtingen.

De meesten van ons weten best wel dat de juiste aanpak ergens in het midden ligt. Maar wat is dan wel het midden? In dat licht beschouwd is de volgende uitspraak van Verbeek en Jurriaans een mooie nadenker:

“Opvoeden zou … niet moeten gaan over het ‘klaarstomen voor de harde wereld’ zoals die nu is, maar over het voorbereiden op een wereld zoals we die het liefst zien. Een wereld waar macht, agressie en geweld niet thuishoren, waarin we ieders behoeften en emoties serieus nemen, zònder daarbij over onze eigen grenzen heen te walsen.”

In een ‘quote’ bij het artikel staat “Voed niet op voor de harde, maar voor de ideale wereld“. Hoewel dus niet een correcte zin uit het artikel, geeft het wel goed weer wat er wordt bedoeld door de schrijfsters. Het deed me denken aan Gustav Ichheiser, die al vòòr 1940 een succestheorie – “A Theory of Success” – ontwikkelde en ook zo zijn gedachten had over de beste manier van opvoeden. Hij onderscheidde opvoeden in een ideale omgeving, waarbij het kind bewust wordt weggehouden van de harde werkelijke wereld, van opvoeden waarbij het kind bewust geconfronteerd wordt met die harde werkelijke omgeving. Hij schetste de voor- en nadelen van beide opties en wees beide af. Wat overbleef was de tussenvorm – of een tussenvorm – en hij was zich ervan bewust dat de meeste mensen inderdaad een tussenvorm voorstaan. Maar helaas voor die mensen, ook de tussenvormen wees hij af. Een deprimerend verhaal dat hij theoretisch echter onderbouwde. Misschien lag zijn persoonlijkheid er ook aan ten grondslag; Ichheiser werd op zeker moment opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis en pleegde vele jaren later zelfs zelfmoord.

Er is nog een ander opvoedingsonderscheid dat ik hier wil noemen en ik vermoed dat er waarschijnlijk geen tussenvorm bestaat. Er zijn ouders die hun kinderen proberen te laten kijken naar mensen als ‘in principe goede mensen waarvan enkelen door oorzaken buiten henzelf om toch gekomen zijn tot slechte daden’. Daartegenover hebben we de ouders die hun kinderen vertellen dat je in de wereld nou eenmaal niet alleen maar aardige mensen hebt, maar ook slechte mensen, vijanden zogezegd. De consequentie van het ene of het andere opvoedingsverhaal is nogal verstrekkend.

Dat brengt me bij ‘Chlorophyl tegen de zwarte ratten ‘, een strip die op mij als kind een grote indruk maakte. De strip stond in de Pep en elke week raakte ik weer in de ban van dat verhaal waarin mijn held Chlorophyl het opnam tegen de zwarte ratten. Vrij recent heb ik nog geprobeerd dat gevoel wederom op te wekken, door de strip te kopen (uiteraard een echt, oud exemplaar) en opnieuw te lezen. Helaas, het lukte me niet meer om hetzelfde spanningsgevoel van toen weer te ervaren. Ik vrees dat je daarvoor echt kind moet zijn en het later in je leven wel kunt schudden.

De maker van die strip (Macherot) heeft nergens in het verhaal een ‘goede’ zwarte rat ten tonele gevoerd. Alle zwarte ratten waren even slecht. Ze leken uiterlijk ook al op elkaar. Deze en andere vergelijkbare strips vertelden mij, het kind, eigenlijk dat er in de wereld nou eenmaal ook slechteriken zijn met wie je vooral geen vriendjes moet willen worden. Chlorophyl stond niets anders te doen dan de zwarte ratten steeds te slim af te zijn en hun snode plannen te dwarsbomen. Dat deed Chlorophyl uiteraard zonder bloedvergieten. Het bloedvergieten van de zwarte ratten viel objectief bezien ook wel mee, maar wat ze deden was natuurlijk wel erg slecht, zoals je eten stelen en je vrienden vastbinden.

Ik durf te stellen dat we de mores dat er nou eenmaal slechte mensen zijn en dat we die ook rustig de vijand mogen noemen tegenwoordig harder nodig hebben dan die andere mores dat er vast wel valide redenen zijn waarom een ander zulke slechte dingen doet. Wie die tweede mores volgt, zal voorstellen iets aan die redenen te doen. Wie die eerste mores volgt doet inderdaad aan wij/zij denken, c.q. vijanddenken, maar we zijn daarmee wellicht beter af. Immers, dankzij die laatste kunnen we ons bepaalde ‘oplossingen’ veroorloven die de eerste mores als onethisch beschouwt.

Kijk ik opnieuw naar het plaatje hierboven, dan valt me op dat de zwarte ratten het zwart overeen hebben met de terroristen van IS. Maar kijk eens naar hun wapens. Daar zit niet alleen een stok bij met een gemeen scherpe spijker erin, maar er is ook een zwarte rat met een buitengewoon scherp potlood! Tekende Macherot dat zeer welbewust als metafoor voor het geschreven woord en de tekenpen als wapen? Of leek een potlood hem voor een rat wel een aardige als speer? En zie eens hoe braaf ze de aanwijzingen van hun leider volgen. Ze ontlenen ook overduidelijk een fikse identiteit aan hun groepslidmaatschap: iedere zwarte rat is nou eenmaal onontkoombaar een zwarte rat, geen twijfel over mogelijk. Chlorophyl is als de dood voor ieder van hen, trouwens net als het lieveheersbeestje. Hij hoeft dan ook niet bij iedere individuele zwarte rat na te denken of deze misschien toch een ‘goeie’ is. En zie je die onschuldige, maar wel heel grote ogen van onze held? Met die ogen doorzag Chlorophyl letterlijk en figuurlijk alles en van naïviteit kon hij dan ook niet beticht worden, in tegenstelling tot veel van zijn vrienden. Gelukkig weet hij vooralsnog aan hun zicht te ontsnappen en, maak jullie niet ongerust, hij gaat het verhaal uiteindelijk als winnaar van de strijd tussen goed en kwaad afsluiten.

Wat IS betreft ligt het voor mij duidelijk. Het vijanddenken zal ons verder brengen in het bestrijden ervan. Het is een trieste mededeling voor allen die menen ons dichter bij de ideale samenleving te kunnen brengen door te handelen – en de kinderen op te voeden – vanuit het idee dat aan alle slechte gedrag iets ten grondslag ligt waaraan we als maatschappij alles kunnen doen. Wat mij betreft zijn sommigen op zeker moment een cruciale brug overgestoken en is het daarna te laat. Daarna zijn ze toegetreden tot ‘de vijand’. En dan gelden er andere regels, punt.