Gebod en verbod, de voors en tegens

gebodverbodJeroen René Victor Anton Dijsselbloem in De Volkskrant van gisteren:

“Ik stoor me enorm aan de achteloosheid en onverschilligheid in de samenleving. Ik herinner me campagnebezoeken aan Turkse vrouwen die ons vroegen Nederlandse les verplicht te stellen. Dan stonden ze sterker tegenover hun mannen om dat op te eisen. Daar heeft de PvdA veel te lang bij weggekeken, daar mochten we ons niet mee bemoeien. Onzin! De leerplichtwet is ook niet ingevoerd om kinderen de school in te jagen maar om ze te beschermen tegen uitbuiting.”

Interessant aan deze uitspraak vind ik zijn inzicht over de voors en tegens van gebieden en verbieden. Het maakt inderdaad nogal uit of je een gebod of verbod invoert om een zekere groep mensen mores te leren of om die groep te beschermen tegen hen die een ander gebod of verbod proberen op te leggen. Zo beschouwd is het ook helemaal niet zo gek om bij wet iets te verbieden dat slechts marginaal speelt. Als voorbeeld kan de burka dienen, die we maar weinig tegenkomen. Elke poging om die bij wet te verbieden leidde tot de opmerking dat niet of nauwelijks burka’s worden waargenomen en dat verbieden dus slechts een symbolische betekenis heeft die de populist in de kaart speelt en waaraan een serieuze politieke partij geen serieuze aandacht hoort te besteden. Ook is er altijd de opmerking dat de politiek zich zo min mogelijk moet bemoeien met de burger, dus dat elk gebod of verbod er eentje teveel is, op een enkele uitzondering na. Het is de visie dat de staat niet paternalistisch moet bepalen wat het individu moet doen en laten, afgezien van een paar regulerende regels dan.

De PvdA is de partij van mensen die dat laatste argument (het argument van de liberaal) lang niet zo snel gebruiken als de mensen van de VVD. Ik schrijf expres niet dat ze het argument nooit gebruiken, want ook de gemiddelde PvdA-kiezer weet dat de staat ons leven niet tot in de puntjes moet reguleren bij wet. Wel sluit Dijsselbloem mooi aan bij die gemiddelde partijkiezer; hij is net als die kiezer niet langer tegen een plicht om Nederlands te leren. Maar wel moest hij, net als die PvdA-kiezer, eerst worden overtuigd van het maatschappelijk nut ervan. En het nut dat hij ziet (dat met name de geïmmigreerde vrouwen vervolgens die ‘plicht’ bij hun man kunnen opeisen) overtuigde hem. Nu is het zo dat anderen al veel eerder die Nederlandse les verplicht wilden stellen. Of die al meteen dit argument (mede) aandroegen weet ik zo snel niet. Wel weet ik dat de PvdA-politici het aanvankelijk volstrekt niet zagen zitten, zoals ook Dijsselbloem toegeeft. Wat mij intrigeert is waarom het zo lang heeft geduurd aleer het nut ervan doordrong tot de PvdA. Of eigenlijk, het duurt wel vaker zo lang aleer iets tot de PvdA doordringt. Hoe zit het met het vermogen tot analyseren bij hen? Zou het zo kunnen zijn dat juist de basisbeginselen van deze sociaaldemocraten een open analyse in de weg zitten? Mijn stellige indruk is dat dit zo is. Er zijn wat stokpaardjes, zeg maar gerust dogma’s, die hoe dan ook beschermd moeten worden. Elk voorstel dat niet op het eerste gezicht strookt met een van die stokpaardjes wordt dan al bij voorbaat afgewezen. Voor de goede orde, ditzelfde kan worden gezegd van alle andere partijen en het is zelfs meer dan logisch. Als ik een politieke partij zou oprichten zou ik ook alle moeite van de wereld doen om de basisbeginselen te volgen. Het punt dat ik wil maken is vooral wat ik tot uitdrukking bracht met ‘op het eerste gezicht’ en ‘al bij voorbaat’. En de kritiek luidt dan dat politici en burgers met name die primaire reactie bij zichzelf en anderen moeten proberen te zien, om vervolgens zichzelf en anderen toch die vraag te durven stellen: “Is het echt strijdig met ons basisbeginsel of is dat slechts op het eerste gezicht zo.” Het is dus het verzoek om de eigen primaire reactie nader te overdenken.

Advertenties

Wil Groenlinks een repressieve staat?

politie-arrestatie-550x347De discussie over het al of niet verbieden van het afsteken van vuurwerk door de burgers zelf ergert me. Vanmiddag was het met name Arno Bonte van Groenlinks-Rotterdam die me de haren te berge deed rijzen. Hij is eveneens initiatiefnemer van het meldpunt ‘vuurwerkoverlast’. Dat gaat iets van 88.000 ‘meldingen’ boekstaven.

Waarom ik me erger? Doet Arno Bonte niet immers gewoon zijn democratisch werk, door een standpunt in te nemen, daarvoor argumenten en feiten te verzamelen en aan te dragen, en te lobbyen in het politieke veld, net zolang tot hij zijn doel heeft bereikt? Dat is toch hoe politiek werkt? Dat is toch niet iets waaraan ik me hoor te ergeren? Ik positioneer me toch zo graag als vrijdenker?

Ik zal proberen het uit te leggen. Ik erger me aan het gemak waarmee Groenlinks-mensen verboden bepleiten. Verbieden, verbieden, verbieden… Ga zo door en we leven op zeker moment echt in een repressieve staat. Het is weinig creatief om er weer een verbod tegenaan te gooien.

Het is niet dat ik tegen elk verbod ben. Wel vind ik het in menig geval een zwaktebod. Dat geldt ook voor een vuurwerkverbod. Ik beschouw vuurwerk op nieuwjaar als een traditie waarmee de meerderheid prima weet om te gaan. Een minderheid overschrijdt grenzen. Prima om dat als samenleving te constateren. Prima om daar als samenleving iets aan te willen doen. Maar een algeheel verbod is van de pot gerukt. Analyseer liever hoe dat zit met die grenzen en neem creatieve maatregelen.

Hoe dat zit met die grenzen? Er is het voorbeeld van een dorp (Veen) waar alweer een fiks aantal jaren een sloopauto (een sloopauto dus) in de fik wordt gestoken. Dan gaat de brandweer erop af om die te blussen. Degenen die de auto in de fik hadden gezet willen dat niet en bestoken vervolgens die brandweerlieden. Waarna de burgemeester schande spreekt en de politie erop afstuurt. En mèt de burgemeester spreekt heel Nederland er schande van, want die brandweerlieden doen immers goed werk, toch? Nou, dat betwijfel ik nu toch wel even. Je betuigt je als gemeentelijk brandweerkorps niet bepaald één met de rest van je gemeentelijke bevolking als je op die auto afgaat om deze te blussen. Gezien het feit dat het al vele jaren gebeurt, had de burgemeester beter moeten weten en creatiever moeten zijn. Oh, hij zal vast en zeker al vooraf hebben aangegeven dat het gewoon verboden is en dat hij hard zal ingrijpen, maar het is gewoon niet creatief. Datzelfde verwijt ik natuurlijk de gemeenteraad, want die sanctioneert de burgemeester.

Dus ja, er zijn grenzen, maar ga liever eerst creatief om met de gevallen waar die naar de mening van een meerderheid overschreden worden. Mocht je echt te maken hebben met jongelui waarmee totaal geen zaken te doen zijn, stel dan voor een aantal jaren een vuurwerkverbod in de wijk in het vooruitzicht, mocht men onverminderd met het grensoverschrijdende gedrag voortgaan. Verzorg, wanneer het zover komt, binnen die wijk een professioneel vuurwerk en zie erop toe dat de probleemjongeren niet stiekem de oversteek maken naar een aanpalende wijk.

Terug naar onze Groenlinkser. Terug naar Groenlinks. Laat deze partij eens kritisch naar zichzelf kijken en zich afvragen of het misschien waar is dat het bovenmatig vaak pleit voor een verbod, van wat dan ook. Wil Groenlinks de partij zijn die de repressieve staat invoert? Laat ze dan vooral op die weg doorgaan. Ik kan het me niet voorstellen dat het zo’n type staat werkelijk wil. Maar ik constateer dat het er wel op aanstuurt, met telkens weer pleiten voor een verbod. Groenlinksers, hou daar eens mee op! Wees creatiever!

Bron:

Radio 1, op 3 januari 2014 van 12-14 uur. Programma De Nieuws BV, 
fragment aanvangende op 1:19:55.

Betrokkenen:

Ivo Opstelten, minister van veiligheid en justitie: "Je blijft met je 
poten van onze politiemensen en hulpverleners af."

Jozias van Aartsen, burgemeester van Den Haag: "Het is niet meer zoals 
20-30 jaar geleden toen ik zelf ook vuurwerk afstak. Er zit zoveel 
zwaar materiaal bij. Het bedreigt brandweermensen, ambulancepersoneel, 
politiepersoneel. Dat kan zo niet doorgaan, dus we moeten echt nu die 
traditie gaan ombuigen."

Arno Bonte, fractievoorzitter Groenlinks in Rotterdam, initiatiefnemer 
van het meldpunt 'vuurwerkoverlast'. Bepleit vuurwerkverbod voor de 
burger en professioneel afsteken door de gemeente.

EenVandaag, het opiniepanel, meldde dat 2/3 van de Nederlanders vòòr 
een verbod is. Een paar jaar geleden was dat nog ongeveer de helft.

Carla Dik-Faber, kamerlid ChristenUnie. Wil momenteel niet verder gaan 
dan gemeenten laten beslissen over vuurwerkvrije zones.

“Verbod op autorijden met multifocale bril in de maak”

multifocal

Het principe van de multifocale bril: Onderaan in het midden om te lezen, daarboven een gebiedje voor bijv. het dashboard en daarboven voor kijken in de verte. De gebieden links en rechts zijn helaas minder scherp, al zijn de overgangen niet zo abrupt als dit plaatje suggereert.

“Autorijden met een multifocale bril is aantoonbaar onveiliger dan met een gewone of bifocale bril en daarom bereiden wij een amendement tot een verbod erop voor”, zo verklaarde woordvoerder Van Lenth van de ATPF-sectie A1. Hij meent dat er voldoende andere partijen vòòr het amendement zullen stemmen. Critici spreken de claim dat het onveiliger is niet tegen, maar wijzen erop dat het verbod een wassen neus zal zijn omdat de politie er niet in zal slagen het af te dwingen. Van Lenth’s repliek: “Het is ook helemaal niet de bedoeling om burgers er actief op te gaan controleren. Wij gaan uit van burgers met verantwoordelijkheidsbesef en gezond verstand. Verder stelt het de overheid wel in staat om het opticiëns te verbieden multifocale glazen te adviseren in combinatie met autorijden. Sterker, opticiëns zullen er juist toe gedwongen kunnen worden de klant erop te wijzen waarom multifocale glazen de onveilige keuze zijn bij autorijden.”

In de hedendaagse praktijk blijkt dat opticiëns de multifocale bril wèl adviseren voor autorijders, ondanks de nadelen van dit glastype. Gewone brillen hebben één sterkte, bifocale glazen hebben twee sterktes, multifocale glazen hebben er nog meer ingeslepen gekregen. Terwijl bij de bifocale glazen de twee gebieden duidelijk begrensd zijn, lopen de sterktes bij de multifocale glazen geleidelijk in elkaar over. Je zal bij beide typen door een bepaald deel van het glas heen moeten kijken om dat waar je naar kijkt scherp te kunnen zien. Met het onderste gedeelte kan je bij beiden bijv. een krant lezen. Maar terwijl dat gedeelte bij de bifocale variant scherp begrensd is, kan je bij de multifocale bril iets daarboven kijken voor (in de auto) scherp zicht op het dashboard en zit de overgang naar het verre gebied nog hoger, terwijl die overgangen zelf geleidelijk gaan. Het probleem zijn vooral de glasdelen ter rechter- en linkerzijde, welke om productietechnische redenen minder scherp zicht bieden.

De optiekwereld stelt dat het enige tijd kost alvorens je gewend bent aan die indeling. Om te lezen zal er via het onderste gedeelte moeten worden gekeken, maar bij een iets bredere tekst zal het vaak niet lukken de gehele zin op eenzelfde moment scherp te kunnen zien. Van nature zijn we gewend het oog van links naar rechts te bewegen, maar nu zal men de hals steeds iets moeten draaien, en dat telkens voor elke zin. Bij het in de verte kijken speelt dit probleem ook. Terwijl in het midden de scherpte perfect is, blijft deze aan de zijkanten duidelijk achter. De gewenning houdt ook hier in dat de drager leert het gezicht telkens te wenden naar het onderwerp.

Volgens de optiekfabrikanten is bij 90-98 procent van de klanten de gewenning na enige dagen tot enige weken compleet. De overige klanten krijgen dan het (gratis) aanbod de multifocale bril te vervangen door een bifocale bril of twee gewone brillen op sterkte.

Onderzoek heeft echter aangetoond dat bij autorijden de informatie uit de periferie van het blikveld essentieel is voor de veiligheid. Een verkokerd scherp beeld blijkt niet goed te compenseren met het actiever heen en weer wenden van het hele hoofd. De ogen van de oplettende bestuurder kijken niet alleen recht vooruit, maar schieten van nature ook geregeld naar links, rechts, linksboven, enzovoort. Bij de drager van een multifocale bril geven al die andere posities echter onscherp beeld, met alle gevolgen voor de veiligheid van dien.

Op de vraag wat de autorijder dan wel moet dragen, antwoordde Van Lenth: “Neem een bifocale bril waarvan het leesgedeelte is afgestemd op het dashboard. Een krant lezen tijdens het autorijden is namelijk toch verboden.”

Het amendement komt aanstaande donderdag aan de orde in de vergadering van de Tweede Kamer over de aanpassing van de wet op de APK.