Snapchat’s internetbril kent geen voordelen die ertoe doen

snapchat internetbril

Net als Google in 2013 denkt ook Snapchat onze harten te kunnen winnen door gelikte foto’s van mooie mensen met die bril te publiceren.

Op 7 januari 2017 deelde Laurens Verhagen van de Volkskrant zijn eerste gedachten over de ‘internetbril’ van Snapchat met ons (helaas achter de betaalmuur). Hij liet blijken in elk geval iets af te weten van de kritiek die Google Glass destijds ondervond. Van de Volkskrant zou je verwachten dat deze die kritiek vervolgens ook zou toetsen aangaande dit nieuwe product van Snapchat en vervolgens sterk onder ieders aandacht zou brengen. Niets van dat echter. Laurens Verhagen beperkt zich voornamelijk tot het opnoemen van de grootse voordelen. Ik ontkom niet aan de indruk dat hij de mogelijkheden van het ding eigenlijk best wel kicken vindt.

In 2013 was de chef wetenschap van De Volkskrant op vergelijkbare wijze te werk gaan, maar dan aangaande Google Glass. Ook hij maakte al aan het begin kenbaar te weten dat die bril in zekere kringen “berucht” was, maar liet toch ook vooral blijken Google Glass wel kicken te vinden.

Destijds was van een kritische benadering niet veel te merken en ook dit keer gaat het dus die kant op. Blijft dit het niveau waarop De Volkskrant met dit soort technologie de komende jaren zal doorgaan? Zo ja, dan is er bij de krant iets grondig mis. Illustratief is dat deze Laurens Verhagen precies dezelfde fout maakt als destijds gemaakt werd: Er wordt serieus gedacht dat de privacy geborgd is omdat er led-lampjes gaan branden wanneer de bril opnames maakt. Hoe naïef kan je zijn! Citaat uit het artikel:

Met Google Glass was er vanaf het begin gedoe over privacy. Google maakte niet erg duidelijk wanneer zijn bril werd gebruikt. Dat maakte hem eng. Al snel na de introductie van de betaversie werd hij verboden in diverse openbare gelegenheden. De bril riep agressie op. Snapchat heeft dit probleem gedeeltelijk opgelost door duidelijk te maken als de bril in de opnamemodus staat: er branden led-lampjes.

Verhagen slaat hier de plank op twee wijzen mis. Ten eerste had ook Google Glass een led dat ging branden in de opnamemodus, dus Snapchat heeft helemaal niet ‘dit probleem’ gedeeltelijk opgelost. Ten tweede geldt voor Snapchat’s led-lampje precies hetzelfde dat voor die van Google Glass gold: het is gemakkelijk te saboteren en is daarom slechts een misleidend element.

Een journalist die vindt dat Snapchat voldoende heeft ingegrepen als het maar zorgt voor ‘led-lampjes’ heeft zijn werk niet goed gedaan. Ook lijkt de verslaggever niet te hebben gecontroleerd of de camera in de bril niet alleen een opname maakt van waar je precies naar kijkt, maar mogelijk ook van de periferie, zoals gold voor Google Glass. Als dat zo is, blijkt het helemaal niet nodig om iemand recht in de ogen te kijken om zo iemand toch te kunnen filmen.

Op een ander punt maak ik mij echter meer zorgen. Laurens Verhagen meent waarschijnlijk dat het zijn taak is om een uitgebalanceerd verhaal neer te zetten met daarin alle nadelen én voordelen. Dientengevolge stort hij zich ook op alle mogelijkheden die de internetbril biedt aan de drager. Dit is zorgelijk en ik zal uitleggen waarom.

Ikzelf toon me tot nu toe volstrekt ongeïnteresseerd in de voordelen. Ik focus me volledig op de nadelen. Ik ben er namelijk van overtuigd dat die nadelen zo groot zijn dat alle voordelen het niet waard zijn een kans te krijgen. Even voor de goede orde, de voordelen zijn er voornamelijk voor de drager, de nadelen zijn er voornamelijk voor de geobserveerden. Wie even doordenkt zal moeten erkennen dat focussen op de voordelen van het dragen van de bril inspeelt op egoïsme, terwijl focussen op de nadelen van het geobserveerd worden aandacht voor privacy-bescherming aangeeft. Dat eerste vind ik ethisch slecht, dat laatste ethisch goed.

Waarom toch tonen dit soort journalisten zich niet ‘ongeïnteresseerd’ aangaande de voordelen? Zo ongewoon zou dat toch niet moeten zijn; we zijn het immers ook gewend te doen inzake andere moeilijke thema’s. Neem pedofilie, hard drugs, dronken rijden, slavernij, stalken, stelen, noem maar op; sommigen mogelijk te gewaagde vergelijkingen, maar ik gok op uw goede wil. Ik zie het al voor me dat er een bespreking komt waarin niet alleen de nadelen worden genoemd, maar ook de voordelen, haast per definitie de voordelen voor de pedofiel, drugsgebruiker, dronken rijder, slavendrijver, stalker, dief, noem maar op. Zo zijn er ook vele ‘latente mogelijkheden’ die de techniek ons biedt die we geheel latent – en veelal zelfs liefst ongenoemd – laten, simpelweg omdat we heel goed beseffen dat we met het echt mogelijk maken als het ware de duivel in huis halen. (Waarom toch moet ik nu opeens denken aan enkele Bond-films? En ook veel science-fiction speelt in op dit thema.) Een van de allerbelangrijkste kenmerken van beschaafd zijn is, zo is mijn overtuiging, het niet eens willen dènken aan de lusten van iets waarvan je heel goed beseft dat het tot op het bot onethisch is. Voor mij zijn de nadelen van de Snapchat internetbril vergelijkbaar met die van Google Glass en zo evident dat ik de voordelen al bij voorbaat volslagen oninteressant vind en dus ook niet de moeite waard vind om me er maar enigszins in te verdiepen.

De werknemers van Snapchat zouden beter moeten weten, zeker na alle gedoe rond Google Glass. Toch werd er bij Snapchat besloten tot de ontwikkeling van de internetbril. Dit is een intrigerend fenomeen. Anderen zullen het misschien uitleggen als indicatie dat het met die nadelen wel meevalt. Maar ik durf te stellen dat zowel de top als het personeel van Snapchat de nadelen zomaar begon te bagatelliseren vanaf het moment dat men die internetbril zelf aan den lijve ondervond. (Zie wat de hiervoor genoemde Laurens Verhagen deed.) De vergelijking met de pedofiel, drugsgebruiker, dronken rijder, slavendrijver, stalker, dief, noem maar op, dringt zich op. Voor al deze personen geldt dat ze de eigen geneugten wel zo plezierig vinden en de nadelen voor de ander daarom minder belangrijk gaan vinden. De techneuten van Snapchat hebben vervolgens hun intellect volledig ten dienste gesteld van het op de markt zetten van een zo gelikt mogelijke bril. Wie die bril opzet wordt per direct als het ware verblind voor de nadelen.

Laten we niet dezelfde fout als bovengenoemde journalist en het personeel van Snapchat en Google maken door schijnbaar genuanceerd over deze internetbril te schrijven, door ietsje te schrijven over de nadelen voor de geobserveerde en veel te schrijven over de voordelen voor de drager. Laten we trachten te voorkomen dat de maatschappij-critici van de volgende jonge generatie vinden dat men rond 2010-2020 weleens wat minder naïef, wellustig en egoïstisch had mogen schrijven aangaande die stomme bril. Die stomme bril die het leven totaal veranderd had, waaraan elke drager ook volkomen verslaafd geraakt was, maar die al evenzeer zelfs de laatste restanten privacy totaal had weggevaagd.

 


Bovenstaande tekst is bijna identiek aan een tekst die ik in 2013 wijdde aan Google Glass. En waarom ook niet, de kritiek is idem, dus de tekst gewoon toepasselijk. Ik wijdde er toen meer artikelen aan. Klik hier voor die lijst.

Advertenties

Voor Raoul du Pre is Wilders de vijand

Boze Wilders

Was nog best moeilijk om een foto van een vijandige Wilders te vinden.

De Volkskrant had blijkbaar een interview met de huidige voorzitter Frits Bakker van de Raad voor de Rechtspraak (huh?) over Wilders’ kritiek dat hij was veroordeeld door een ‘nep-rechtbank’ en ‘PVV-hatende’ rechters. De Volkskrant meldt dat volgens Frits Bakker Geert Wilders slechts gebruik gemaakt heeft van de ruimte die de wet biedt en dat van een serieuze ondermijning van het rechtssysteem geen sprake is.

Mooi, is er tenminste eentje die er sportief mee omging. Maar de redactie van de Volkskrant is beduidend minder sportief en het redactioneel commentaar, bij monde van Raoul du Pre, getuigt zelfs van vijandschap jegens Wilders. Op andere wijze is dat commentaar niet uit te leggen. Een bevriende én een neutrale journalist zou immers nooit de volgende termen hebben gebruikt:

  • Titel: Rechterlijke macht staat boven spelbederf Wilders
  • De rechterlijke macht reageert geruststellend onderkoeld op Geert Wilders’ pogingen tot intimidatie.
  • … daarom is het zo verontrustend dat PVV-leider Wilders zijn proces … vooral aangrijpt om de rechterlijke macht omlaag te trekken.
  • Zijn ‘laatste woord’ in de rechtszaal plus zijn commentaar op zijn veroordeling … waren het sterkste staaltje staatsrechtelijk spelbederf van 2016.
  • Anders dan Wilders toont Bakker dat hij de scheiding der machten serieus neemt.

 

Wat Du Pre, en dus de hele redactie, maar niet wil begrijpen is dat met nepparlement en neprechtbank niet wordt bedoeld dat het héle parlement en iedere rechtszaak àlle tijden alléén maar nep zijn. De beschuldiging van nepparlement betrof het onderwerp van dat moment. Hij deed die uitspraak in de context van een debat over de asielopvang. Kamerleden applaudisseerden toen Pechtold gemeenten bedankte die asielzoekers opnamen. Volgens Wilders ging dat applaus in tegen de wil van miljoenen Nederlanders en hij vond het een nepparlement. Merkwaardig genoeg werd dat opgevat als een veroordeling van het hele parlementaire systeem en werd gemeend dat Wilders dus helemaal geen democraat was, maar eerder een potentiële dictator. Terwijl Wilders eigenlijk zei: Kom op, mede-politici, laten we hier nou eens onze taak op een professionele wijze vervullen. We zijn een parlement dat rekening hoort te houden met de stemverhoudingen, niet alleen in het parlement zelf, maar ook in het land, geen kinderspeeltuin waar we net doen alsof, en ook geen voor-wat-hoort-wat handjeklap markt, en ook geen de-meerderheid-kan-me-de-pot-op bedrijf. Ofwel, hij pleitte voor een serieuzere opvatting van de taak. Zo simpel is het.

En de beschuldiging van neprechtbank betrof het onderwerp van zijn rechtszaak waarvan hij vond dat de rechters er niet eens aan hadden moeten beginnen of anders in elk geval een heel andere uitspraak, namelijk een vrijspraak, hadden moeten doen.

Raoul du Pre en de hele redactie lijken me net even te intelligent om achteraf te kunnen zeggen dat ze al deze uitleg eerst niet eruit hadden begrepen. Nee, er lijkt me geen andere uitleg mogelijk dan dat het kwade opzet is om de vijand Wilders weer eens een dreun op de kaken te geven, in de hoop dat hij op zeker moment eindelijk down for the count zal gaan.

Du Pre vindt dat Wilders zijn neerhalen van de rechtspraak kan rechtzetten: “Als Wilders wil laten zien dat hij de rechtsstaat hoog houdt, zoals hij claimt te doen, spreekt hij vandaag zijn waardering uit voor de ruimte die Bakker hem gunt.” Ik zie niet in waarom Wilders dat zou moeten doen. Immers, hij heeft niet de hele rechtspraak omlaag gehaald. Dat maakten Du Pre en anderen ervan, door hem zo te framen.

Wanneer begint ‘rechts’ met de ludieke acties, comité’s en mars door de instituties?

varkenskop-300x169Het vervelende van de Volkskrant is dat de redactie grosso modo niet aan mijn kant staat, maar dat er toch wel elke week ruimte wordt gecreëerd voor interessant debat. Zodoende ontkom ik toch niet aan een abonnement. Gisteren werd ruimte gegund aan Leon van de Weijgaert (17 nov. 16, pag. 25) bij Opinie & Debat. Die schreef een stuk dat me uit het hart was gegrepen. Zo schreef hij…

quoteDe brutale vanzelfsprekendheid waarmee links zich de publieke ruimte heeft toegeëigend als politiek platform, beperkt zich niet tot het onderwijs. Programma’s bij de NPO die moeten bijdragen aan de publieke meningsvorming zijn vrijwel allemaal in linkse handen. Voor de vorm worden bij talkshows een of enkele gasten uitgenodigd die niet in de pas lopen, maar deze staan vrijwel altijd tegenover een grote overmacht.
De politieke verhoudingen zijn niet zelden precies tegengesteld aan wat in de samenleving leeft. Hoewel de overgrote meerderheid van de Nederlanders voorstander is van een echt zwarte Piet, was het dan ook niet verrassend dat Halbe Zijlstra onlangs bij Pauw op zijn nek werd gesprongen door een overmacht die juist niet het meerderheidsstandpunt vertegenwoordigde. Arme Halbe.

Maar ook…

quoteHet valse spel van links beperkt zich niet tot de bezetting en het regisseren van de publieke ruimte. Opponenten worden niet zozeer bestreden op inhoud, maar vooral met een somatisch, psychologisch en psychiatrisch jargon dat andersdenkenden moet declasseren tot een morele en verstandelijke onderklasse die eigenlijk geen bestaansrecht heeft. Als je maar vaak genoeg te horen krijgt dat je onderbuikgevoelens hebt, xenofoob, islamofoob en weet ik wat voor foob bent, zakt je op den duur de moed in de schoenen, ga je op een gegeven moment de discussie niet meer aan en ga je zelfs niet meer naar de stembus.

Kortom, Leon van de Weijgaert neemt het op voor wat rechts wordt genoemd door dat links en dringt er bij onder andere de media op aan dat men zich gaat openstellen voor ‘de emancipatie van rechts’.

De volgende dag reageerde Christine Kuiper in de brievenrubriek. Zij liet blijken die ‘emancipatie’ te steunen, maar bekritiseerde Leon van de Wijgaert wel door erop te wijzen dat dit rechts het zelf zou moeten gaan afdwingen en niet moeten overlaten aan de linkse media; die linkse media gaan zich namelijk helemaal niet vrijwillig ervoor openstellen. Ze wijst er verder op dat rechts op dat punt veel kan leren van links, dat immers een rijke geschiedenis heeft van emancipatiestrijd, door vanuit een minderheidspositie toch te blijven vechten voor bepaalde rechten.

Ik begrijp precies wat Christine Kuiper hiermee zegt en sluit me er in principe bij aan. Goed, laten we allen hier besluiten tot activisme. We hebben jarenlang geprobeerd bepaalde volgens ons totaal logische conclusies te laten doordringen tot de hersens van degenen die de politieke keuzes mogen maken, van degenen die het voorrecht hebben gekregen het nieuws van de wereld zodanig op te schrijven en te tonen dat, al of niet verholen, de eigen ideologie erdoorheen sijpelen mag, en van degenen die werden aangewezen (door wie?) om recht te spreken. Is allemaal niet voldoende gelukt en dus is het tijd voor een andere aanpak. Maar de vraag is dan wel: Hoe dan? Wat moet die andere aanpak dan gaan inhouden? Welk pad moeten we gaan bewandelen?

Persoonlijk ben ik niet blij met de hedendaagse splijting links-rechts. Ik heb veel kritiek op (hedendaags) links, maar ik ben evengoed niet (klassiek) rechts. Ik laat me dat ook niet aanpraten. Anderzijds, ik kan mezelf ook niet meer links noemen als dat zou worden begrepen als dat ik achter partijen als de PvdA, SP en/of Groenlinks zou staan. Daarom besloot ik tot een positionering ertussenin, maar dan wel op een andere wijze dan de ons bekende ‘gematigde’ middenpartijen. Zou ik een partij oprichten, dan zou dat door mij een balanspartij worden genoemd, een partij die de argumenten van zowel ‘rechts’ als ‘links’ begrijpt (begrijpen wil) en laat meewegen in de keuzes.

Maar goed, mijn balanspartij zou veel kunnen overnemen van wat linkse mensen al vijf decennia heel goed doen. Dan denk ik eerstens aan de ludieke acties. Alleen, probleem is dat het niet meevalt om een ludieke actie te bedenken die duidelijk maakt dat je tégen het welkom heten van ‘vluchtelingen’ bent. Die boodschap is immers niet een blije of vrolijke, of eentje die een ver in de toekomst liggend utopia laat gloren. Ook heb ik gemerkt dat velen van ‘ons’ net even te serieus zijn om ons bezig te willen houden met ludieke activiteiten. Ludieke acties zijn ook meer iets voor jonge, nog heerlijk naïeve mensen, een stadium dat voor menigeen van ‘ons’ was en niet meer is. Zo zien we onszelf niet snel in stoet lopen als verklede Zwarte Pieten of gezeten op een in de demonstratie voortgeduwde handkar, daarop een oh zo zielige gelukszoeker uitbeeldend. Maar goed, als we ons uiterste best doen, dan zit er toch meer in dat mandje dan we weleens denken.

Dan hebben we nog de talloze stichtingen en comité’s (committees, komitees, zeg het maar), veelal opgericht door maar liefst twee personen. Hun activisme haalt geregeld de media, bijv. als een net opgerichte stichting het voor elkaar krijgt op de Middellandse Zee bootvluchtelingen op te pikken en aan land in Italië te zetten. Bij mij rijst dan het vermoeden dat wij eenzelfde media-aandacht kunnen krijgen als we datzelfde doen, maar dan aan land zetten in Libië. Waarom kennen wij amper dat soort activisme?

Links is goed in ludieke acties voeren en stichtingen en comité’s oprichten, maar het is er ook volledig in geslaagd ‘de mars door de instituties’ te volbrengen. Daardoor hebben ze vaste voet aan de grond gekregen in allerhande bestuurlijke organen, maar vooral ook in de media. Ik vrees dat we er niet onderuit komen ook die mars door de instituties te moeten maken. We zullen ons moeten invechten. Omroepen Powned en WNL zijn zulke pogingen om zich in te vechten op de TV en radio. Wat mij betreft moeten deze omroepen geen minuut zendtijd besteden aan leuk, maar nutteloos vertier (tenzij ze kunnen aantonen dat dit voor de verdere acceptatie van wezenlijk belang is). Ze moeten wèl onverdroten en activistisch werken aan hun politieke zending alsof de wereld ervan afhangt. En ze hoeven van mij ook niet een tot in de puntjes ‘genuanceerd’ beeld na te streven, zeker niet zolang de reguliere media overwegend links blijft handelen. Verder moeten omroepen als de VARA onder druk worden gezet. Prima dat een programma als Pauw links is, maar het moet dan wel gaan ophouden met de pretentie (wekken) dat het ook de ‘rechtse’ stem uitnodigt. Of als de VARA oprecht meent dat ook ‘de onderbuik’ bij hen een stem moet hebben, dan moet de redactie zich ècht gaan openstellen voor redacteuren die daadwerkelijke tegenkracht kunnen aanbrengen. Linkse redacteuren die af en toe ook ‘gewone burgers’ of voor die ‘gewone burger’ pleitende opiniemakers uitnodigen? Ik geloof er niet meer in. Nee, zo’n redactie zal dan echt mensen uit beide kampen moeten omvatten en dan hoort daar niet door een meerderheid of een machtsverhouding alsnog een in essentie linkse signatuur te ontstaan. Ik besef dat dit net teveel gevraagd is van de VARA.

Tenslotte nog een woordje over minderheden, meerderheden en democratie. Ik hecht zeer sterk aan het standpunt van de meerderheid, omdat ik van mening ben dat eendracht in het land niet kan als de meerderheid tegen de haren in wordt gestreken. Links blijkt in wezen volstrekt niet geïnteresseerd in de opinie van de meerderheid. Links zal alleen een meerderheid nastreven in het parlement of de gemeenteraad. Verder gaat het niet. Zoals ook Christine Kuiper schreef zijn de linkse emancipatiebewegingen aanvankelijk steeds minderheden geweest. Het is niet fout dat een minderheid een pleidooi houdt voor een standpunt, maar het heeft er alle schijn van dat juist in deze jaren minderheden geen genoegen meer nemen met de keuze van de meerderheid. Een overduidelijk voorbeeld is het Zwarte Pieten debat, of eigenlijk de dwingelandij waarmee de Anti-Zwarte-Piet minderheid het voor elkaar kreeg dat politici, media en organisaties toch maar voor aanpassing kozen. Links stond te juichen en lijkt zich er volstrekt niet van bewust dat het daarmee zonneklaar maakte een broertje dood te hebben aan echte democratie. Zo dwingelanderig – zeg maar militant – zou ‘rechts’ zich eens moeten gedragen… Het land zou te klein zijn. Terecht overigens, maar toch.

anti_zwarte_pietpro_zwarte_pietlange_neus-768x432ludieke_aktieprotest

Antireligieus links

En wederom publiceerde de Volkskrant een reactie van me:

Ik word blij van de analyse van Peter Giesen over het Franse debat aangaande de ‘scheiding tussen kleding en staat’. Naar mijn weten wordt er in de Volkskrant voor het eerst gesproken over een ‘antireligieus links’, waarmee eindelijk islamcritici niet meer volautomatisch worden ingedeeld bij (radicaal, extreem) rechts. En bovendien worden de argumenten vanuit die hoek ook nog eens goed uitgelegd.
Wel denk ik dat dit antireligieuze linkse blok heel veel minder moeite heeft met de in West-Europa traditionele religies.
Immers, de ideologische strijd daarmee is allang over zijn hoogtepunt heen en heeft geleid tot compromissen die het ermee samenleven goed mogelijk maakten.

Het ging over het artikel van Peter Giesen: Frankrijk, alsnog scheiding tussen kleding en staat? En het is ongelogen, ik werd echt blij toen ik die analyse las. Er gloorde bij mij echt hoop dat de media, de Volkskrant misschien wel voorop, eindelijk een weg zagen om ook de Islamkritiek vanuit een links perspectief te benoemen. Al sinds 2005 verbaas ik mij erover dat bijvoorbeeld mijn kritiek mensen ertoe bracht me in te delen bij rechts. Destijds (zo rond 2006) besloot ik mijn blog de ondertitel ‘Een ander links geluid‘ te geven. Op gegeven moment schafte ik die ondertitel maar weer af. Alle gesteggel over links/rechts leidde bij mij tot de gedachte dat we die indeling eigenlijk maar beter kunnen laten voor wat die is. Weer later besloot ik zelfs dat zowel linkse als rechtse mensen uit balans zijn en schreef daar een blog over: Niet links, niet rechts, maar in balans: Links én rechts. Wellicht is het zinnig om dat blog hier te herhalen:

 


 

linksrechtbalansZowel linkse als rechtse mensen zijn incomplete, eenzijdige mensen. Ze zijn niet in balans, niet in evenwicht. Er bestaan van ‘links’ en ‘rechts’ meerdere definities. Een definitie is of was van toepassing in een bepaald land of in een bepaald tijdsgewricht. Wat in elk geval wel altijd geldt is dat de meeste mensen ze tegenover elkaar stellen en dat er niet echt een alternatief is dat tegenover beide gesteld kan worden. Wel wordt er een ‘midden’ verondersteld en ook wel een glijdende schaal, lopend van extreem links via midden naar extreem rechts. Als zowel linkse als rechtse mensen incompleet en uit evenwicht zijn, dan zouden we kunnen beweren dat de mensen ergens in het midden de complete, evenwichtige mensen zijn. Dat nu durf ik te betwijfelen. In elk geval kan het in het midden ook gaan om halfslachtige, halfgeïnformeerde of twijfelende mensen.

Hèt kenmerk van de complete, evenwichtige mens is, wat mij betreft, dat deze een compleet begrip heeft van de kern van zowel het linkse als het rechtse ideeëngoed, dat deze beiden even belangrijk vindt en bij keuzes beiden mee laat wegen. In voorgaande zin is het woord ‘kern’ belangrijker dan misschien gedacht wordt. De complete, evenwichtige mens heeft namelijk ook een duidelijk beeld van wat slechts op het oog links of rechts lijkt, maar het in wezen niet is. De complete, evenwichtige mens is tenslotte ervan overtuigd dat de linkse en rechtse kernwaarden elkaar wel beconcurreren, maar toch niet uitsluiten, en dat ze er juist voor kunnen, en moeten, zorgen dat besluiten balans in de maatschappij instandhouden of helpen herstellen. Beter dan in een politieke middenpartij zouden deze mensen zich kunnen verenigen in een politieke balanspartij.

Linkse mensen begrijpen veel van linkse ideeën, maar hebben vaak voor de rechtse ideeën geen gevoel of het zou een oordeel zijn waar die rechtse zich volstrekt niet in herkent. Dat geldt natuurlijk idem omgekeerd. Het ontbreekt dus bij beide aan inlevingsvermogen en zelfs aan de wil om zich in die andere in te leven. Het eruit voortvloeiende onbegrip leidt tot moeizame discussies, zo men er niet het zwijgen toe doet, tot een kloof en zelfs vijandschap. De eigen argumentatie wordt altijd legitiem bevonden en die van de andere wordt al snel onzin, dromerij of onrealistisch genoemd.

Complete, in evenwicht zijnde mensen hebben veelal een historie in een van beide stromingen, maar kregen in de loop van de tijd meer en meer begrip voor de argumentatie van de andere kant, waardoor het steeds moeilijker werd die andere kant simpel af te wijzen. Sterker, deze mensen merken dat ze het steeds vaker opnemen voor die andere kant, wat ertoe leidt dat ze door linkse/rechtse vrienden opeens beschuldigd worden te zijn overgelopen, c.q. de eigen groep te verraden. Deze beschuldigingen worden als psychologische druk ervaren en die leidt aanvankelijk tot een soort stilvallen. Maar in de loop van de tijd neemt de schroom af omdat de net ontdekte links+rechts positie als een bevrijding wordt ervaren. Men voelt zich duidelijk completer dan voorheen en heeft het idee gekregen dat het wel degelijk mogelijk is keuzes te maken die de balans in de samenleving bevorderen of instandhouden. Er is geen weg meer terug.

Uiteraard kan een PVV’er een goed schoolhoofd zijn

Stemming schoolhoofdIn de Volkskrant van woensdag 31 augustus stond een reactie van ene Onno Bosma op het interview met Jan Gouw van eerder deze week. Daarop heb ik gereageerd en die mail werd vanochtend gepubliceerd in de brievenrubriek. Weliswaar in gewijzigde vorm, maar dat was omdat het origineel naar de mening van de redactie te lang was. De essentie was door de inkorting niet aangetast. Hieronder staat het origineel.

Er is trouwens ook een discussieruimte door de Volkskrant ingericht waar zelfs gestemd kan worden, merk ik zojuist. Klik hier om daarnaartoe te gaan! Er zijn daar om 15:30 uur al 18 reacties en 1200 stemmers.

Dan nu het, op één puntje verduidelijkte, origineel:


Onno Bosma deelt de woede van Gouw, maar is van mening dat een PVV-stemmer inderdaad geen schoolhoofd kan zijn. Idee daarachter is dat iemand die redeneert als een PVV’er niet kan functioneren zoals van een schoolhoofd wordt verwacht. Daarmee verwoordt hij vast heel goed hoe er wordt geredeneerd door bestuursleden en personeelsfunctionarissen van scholen. Die zullen ook vast idem oordelen over het hele lerarencorps of eigenlijk over de hele school. Hooguit de schoonmaker zal buiten dit informele en verholen beroepsverbod vallen, vermoed ik. Dat dit leidt tot een eenzijdige afspiegeling van de maatschappij vinden zij geen probleem, integendeel. Hetzelfde mechanisme vinden we vast en zeker binnen allerlei andere instituties, waarvan de rechterlijke macht het meest in het oog springt. In die sector moet men er niet aan denken dat een PVV-stemmer als rechter fungeert. Nee, daar is het ideaalplaatje eigenlijk de mens die denkt als een D66’er.

Een en ander is gebaseerd op de angst dat de, hoger-opgeleide, PVV-stemmer een racist is en ook nog eens een eigengereid figuur die niet in staat is pragmatisch om te gaan met de eigen idealen bij het volgen van de huidige wet. Eenzelfde soort angst is er blijkbaar niet jegens een SP-stemmer. Die zou immers het liefst morgen nog de socialistische heilstaat willen uitroepen, althans als je zo iemand vanuit vooroordeel, en karikaturaal, beschrijft. Zodoende kan een SP-stemmer wellicht nog net, al is men eigenlijk op zoek naar de mensen met dat D66-profiel, want die sluiten het beste aan bij hoe onze staat reeds is ingericht, is de impliciete gedachte. Dit alles leidt tot inteelt en dus tot versterking van het heersende profiel. Dat is geen beste zaak in een tijd die ontelbare signalen vertoont die door deze heersende klasse maar amper worden aangevoeld. Degenen die deze signalen wel sterk aanvoelen dringen niet door tot die heersende klasse en ergeren zich aan dat machtsconglomeraat. Die ergernis is wat mij betreft volkomen terecht. Ook beschouw ik die angst voor het PVV-denken als onterecht. Kritiek op de Islam is geen racisme, al wordt dat willens en wetens, en kwaadaardig, als zodanig uitgelegd. Dat ze uit eigengereidheid niet in staat zijn tot pragmatisch omgaan met de wet, durf ik ook te weerspreken. Geen PVV’er zou als schoolhoofd de moslimkinderen van school jagen. Wel zou elke maatregel worden tegengehouden of teruggeschroefd die wordt beschouwd als toegeven aan de eisen van de moslimouders. En hij/zij zou het lerarencorps steunen met maatregelen (uiteraard binnen de wet) als deze islamgerelateerde omgangsproblemen signaleert. In de huidige praktijk krijgt dat corps veelal de kous op de kop en moet het maar zien hoe het met die, ernstige, problemen omgaat. Dan moeten er dingen worden getolereerd die men bij eigen kinderen nooit zou tolereren.

Gun het terroristen niet langer ‘beroemd’ te worden

Na lange tijd haalde een mail van me weer eens de brievenrubriek van de Volkskrant.  Het ging over de aktie van o.a. Le Monde om niet langer de foto’s van terroristen te gaan tonen; anderen gaan ook de namen weglaten. Toch was ik niet echt te spreken over de publicatie. De brievenredactie heeft namelijk een iets eerdere mail van me er niet in verwerkt, terwijl ik daaraan wel refereerde. Wat ik als eerste opstuurde:

Op pagina 7 meent de journalist ‘de tweede aanvaller’ te moeten beschermen door de achternaam in te korten tot een P. Lijkt me fout beleid. De samenleving, ook de Nederlandse, is erbij gebaat als deze terrorist zo snel mogelijk wordt gevonden. Voortaan dus graag de volledige naam vermelden.

en een paar minuten later:

Misschien moet ook de Volkskrant maar stoppen met noemen en tonen van terroristen. Alleen, hoe komt het volk dan te weten naar wie moet worden uitgekeken? Zie ook mijn mail van even eerder.

Die tweede werd gepubliceerd, maar dan zonder die laatste zin. Afijn, laat ik hier pogen een genuanceerder standpunt te verwoorden.

4096Eerst nog even wat de Volkskrantredactie er zelf van vindt. De plaatsvervangend hoofdredacteur van de Volkskrant heeft zich er (geheel toevallig eveneens vandaag)  over uitgelaten en stelt dat ze hebben besloten de Franse bladen die zeggen voortaan omzichtiger met namen en foto’s om te gaan niet te gaan volgen in dat beleid. Verder besteedde de ombudsvrouw er al haar woorden aan. Het komt erop neer dat de redactie meent dat de lezers recht hebben op alle feiten opdat die zelf een mening erover kunnen vormen. Wel vindt de redactie dat ze de woorden steeds met veel secuurheid moeten gaan kiezen en dat neutrale termen het beste zijn.

Op The Post Online schreef Annabel Nanninga:Frankrijk’ heeft niets ingezien, enkele politiek correcte Franse media kiezen ervoor hun taak en democratische plicht te verzaken en de burger relevante feiten te onthouden.” (mijn vet)

Ik begin met Nanninga’s notie van relevante feiten. Zijn de namen en foto’s van de terroristen relevante feiten? Ja, als er hebben weten te ontsnappen en we misschien kunnen helpen met het traceren. En dan moeten kranten en tv vooral niet uit privacy-overwegingen volstaan met de letter van de achternaam, zoals de Volkskrant deze week dus deed. Zijn ze al gedood of gevangen? Ik hoef die namen en foto’s dan echt niet meer te weten. Hun levensverhaal? Heel misschien als er een ECHT relevant gegeven in zit. Maar laat het achterwege als het weer zo’n zielepietverhaaltje is of noem het zonder de naam en foto erbij te tonen. Bedenk dat copycatgedrag wel degelijk echt bestaat en dat het sommigen echt niet uitmaakt of ze nou beroemd of berucht worden ALS ze maar op de voorpagina komen. Dan denken ze namelijk dat ze aan de vergetelheid zijn ontsnapt en ertoe hebben gedaan. Bovendien zullen ze menen bij de door hen gehate mensen weliswaar berucht te zijn geworden, maar onder hun vrienden juist beroemd.

Hun etniciteit en woonplaats? Nou, doe die allebei toch maar wel, want ze zijn relevant voor de statistiekjes in mijn hoofd.

Het standpunt dat een krant de feiten moet noemen en de interpretatie aan de lezer moet overlaten, klinkt redelijk, maar de werkelijkheid is een andere. Teveel lezers (kijkers?) missen de voorkennis, tijd en/of scherpzinnigheid om tot de juiste conclusies te komen en zijn ronduit gevoelig voor suggestieve woorden en beelden. Elke redactie maakt daarvan gebruik om een bepaalde interpretatie de meest voor de hand liggende te maken en liegt wanneer het dat tegenspreekt. De ombudsvrouw is dus òf ons met haar uitleg aan het manipuleren òf ze is zelf nog naïef en vol vertrouwen in de goede bedoelingen en professionele attitude van haar collega’s.

Wanneer ik in de redactie had gezeten, dan had ik aangedrongen op het type omzichtig beleid dat bijv. Le Monde zegt te gaan voeren. Ik geloof ook helemaal niks van het argument dat daardoor de journalist zijn taak niet kan waarmaken. Bovendien heb ik liever een abonnement op een krant die wèl open partij kiest tegen terrorisme en alles wat er op zijn minst op lijkt. Het hele onderwerp leent zich feitelijk niet voor neutrale berichtgeving. We zijn in oorlog en de Volkskrant staat net als vroeger aan onze zijde, mag ik hopen.

“Disruptieve politiek”

Geregeld probeer ik door te dringen tot de brievenrubriek van de Volkskrant. Vrijwel even vaak komt er een afwijzing. Ook nu weer en dùs publiceer ik de inzending nu alhier, opdat u allen zelf kan beoordelen of de brievenredactie er verstandig aan deed. Daar gaat ‘ie.

2ed14f51-2219-49e9-99ec-ba01d54d4895

Deze foto stond bij het artikel. Het letterlijke bijschrift: “PVV-leider Wilders op campagne; Een meester in het ontregelen van de politiek.” Nou, dan weet je het wel uit welke hoek de wind waait.

En wéér was er een hoogleraar die zich aanmatigend uitliet over de ‘nieuwe’ politieke partijen en stromingen. Jouke de Vries stelde in de Volkskrant op de opiniepagina van 18 februari 2016 dat Fortuyn, Wilders, Trump, Geenstijl en anderen de boel aan het ontregelen zijn, waar de traditionele partijen juist rationeel zijn en via het poldermodel proberen er het beste van te maken. De schuld van de hedendaagse warboel wordt door hem dus gelegd bij de ontregelaars die “disruptieve politiek” zouden bedrijven, een term die eigenlijk alles zegt over waar de hoogleraar zelf staat in het politieke spectrum. Maar de schuld ligt juist bij die traditionele partijen die helemaal vastgeroest zitten en alle op hen gerichte fundamentele kritiek nog steeds niet serieus willen overdenken. Zodra met name de PvdA zich wèl echt openstelt voor die kritiek zal het in ons land al snel een stuk rustiger worden en wordt ook weer het polderen de norm.

Hoofdredacteur Philippe Remarque ging helaas overstag

Philippe Remarque – Hoofdredacteur van de Volkskrant

Nu ook onderstaande tekst vandaag door de redactie van de Volkskrant-lezersrubriek is geweigerd, staat niets me meer in de weg het alhier te publiceren:

Naar ik begreep uit het artikel van de Volkskrant-ombudsvrouw (zaterdag 16 januari 2016) heeft de hoofdredacteur aanvankelijk een verhaal over Duitse feministen willen tegenhouden met als argument dat het weleens zou kunnen worden uitgelegd als wéér relativering van wat er in Keulen gebeurd is. En dat hij overstag ging toen de schrijver (Rob Vreeken) ertegenover stelde dat het een prikkelend en journalistiek gezien relevant geluid is. Hoe jammer toch, want het artikel las Lees verder

Over mijn brief in de Volkskrant van vandaag

geachte redactieVandaag sta ik in de Volkskrant in de brievenrubriek. Gisteren werd me gevraagd om akkoord te gaan met een ingekorte versie vanwege ruimtegebrek. Ik ging akkoord. Toch is er wel een gedeelte van mijn pleit verloren gegaan en daarom publiceer ik hier, waar natuurlijk nooit ruimtegebrek is, het volledige ingezonden stuk:

Pro of anti

De ombudsvrouw kreeg afgelopen zaterdag extra ruimte om het beleid van de Volkskrant inzake verslaggeving over de Gaza-oorlog uit te leggen. Ik begrijp nu dat er meer klachten en brieven tégen, dan vóór Israël binnenkwamen, maar dat beide kampen vinden dat de Volkskrant hun zijde onrecht aandoet door te kiezen voor de andere zijde. Het is een frappante situatie, zo denkt wellicht menig redactielid en lezer. Maar ik denk het wel te snappen. De feitelijke telling van de pro- en anti-artikelen en de uitleg van de ombudsvrouw, geven er blijk van dat de redactie genuanceerd wil wezen, door beide kampen het woord te geven en door vanuit beide kampen verslag te doen. Echter, beide kampen vinden die genuanceerdheid onecht en onterecht. Een analogie kan verduidelijken hoe het pro-Israël kamp dat ziet, al is de analogie niet volledig te maken. Stel je voor dat de redactie besluit om ISIS-sympathisanten de nodige opiniestukken te gunnen en om een verslaggever eropuit te sturen om ons beelden voor te schotelen van de burgerslachtoffers die Amerikaanse, Iraakse en Syrische troepen maken bij het bestrijden van ISIS. Zo’n vorm van genuanceerdheid zou – mag ik hopen – direct opvallen als belachelijk en misplaatst. Idem ziet het pro-Israël kamp alle ‘positieve’ aandacht voor de palestijnen in Gaza – c.q. Hamas – als belachelijk en misplaatst. En wellicht idem vindt het pro-palestijnen kamp de uitleg pro Israël vooral propaganda waar de Volkskrant niet zou moeten intuinen. Ergo, beide kampen zijn niet blij met het type nuance. Ik voeg me daarbij, in concreto bij het pro-Israël kamp. De stelling van dat kamp is dat Nederland zich gewoon voor de volle honderd procent en als één blok achter Israël moet blijven scharen. Die stelling kan dat kamp overigens prima onderbouwen. Dat doet het ook consequent. Het vreemde is dat steeds meer Nederlanders niet langer door hen te overtuigen blijken te zijn. Die zien tegenwoordig voornamelijk kapotgebombardeerde huizen, dode kinderen en huilende moeders getoond worden, op de voorpagina nog wel, de plek waar toch hét wereldnieuws verwacht wordt. Dat beïnvloedt hun oordeel, want wij westerlingen zijn ervan overtuigd geraakt dat elk individueel leven evenveel waard is. Zelfs mensen die altijd, wellicht vooral uit conformisme, pro-Israel waren gaan dan overstag, om maar in het reine met zichzelf te blijven, en misschien wederom uit conformisme. Nog steeds begrip opbrengen voor de argumenten die het Israëlisch handelen verklaren en rechtvaardigen vereist tegenwoordig blijkbaar meer voorstellingsvermogen dan men vroeger nodig had. De Volkskrant zou daarbij kunnen helpen, maar doet dat niet. Liever zie ik dat de Volkskrant wèl duidelijk partij kiest voor Israël en er vol voor gaat.
In dat licht beschouwd was de column van Arnon Grunberg in diezelfde editie trouwens weer buitengewoon ergerlijk, want het bestaan van de staat Israël zou vanzelfsprekend en vooral niet ter discussie staand moeten zijn. Grunberg geeft voeding aan al die mensen die zich afvragen of het conflict niet toch maar beter opgelost kan worden door de joden daar weer te laten vertrekken. Ik neem het Grunberg kwalijk dat hij zulke gedachten voedt.

Peter van Lenth
Haarlem