Kritiek op artikel 2 van de EU – Vrijheden II

Dit artikel is nu onderdeel van ‘Kritiek op artikel 2 van de EU‘.

Advertenties

Wèg met het globale internet

Geloof en internetHet internet heet een verbetering te zijn, maar ik twijfel daar steeds meer aan. Onze hersenen heten een verbeterde uitvoering te zijn van de hersenen van andere dieren, maar ook daaraan twijfel ik tegenwoordig. Een superwezen mag weer een verbetering heten van ons en God zelfs een niet verder te verbeteren superwezen. Maar als mijn tegenwoordige twijfel over onze hersenen en het internet terecht is, dan is die twijfel al evenzeer van toepassing op superwezens en het superste wezen God. Dan zijn ook dat geen verbeteringen.

Bubbels

Kijk nou eens volkomen nuchter naar ons taalvermogen: We zijn in staat om een willekeurige zin te formuleren en er nog in te geloven ook. En we zijn in staat om alles Lees verder

Dus als ik terug naar 2% wil, dan bedoel ik deportatie? Laat je nakijken!

Het was vandaag weer hetzelfde domme gedreutel ter linkerzijde. Bernadette de Wit gaf bij het islam-debat in De Balie vanuit de zaal aan dat we zouden moeten streven naar hooguit 2% moslims en prompt zijn er mensen die stellen dat ze eigenlijk deporteren bedoelde en haar willen laten vervolgen. Schandalig, noemden ze het.

Ja mensen, het zou zeker schandalig zijn als er inderdaad was gezegd dat de moslims moeten worden gedeporteerd en dan met name naar kampen waar we dan wel weer zien hoe we verder van ze afkomen, als we maar van ze afkomen. Maar dat zei De Wit natuurlijk niet. Wat is dat toch in die koppies van die schanderoepers.

Het ging helaas niet om zomaar wat marginale extreemlinkse deugmensen. Het ging om gevestigde linkse kampen: om Joop.nl van Vara’s coryfee Fransisco van Jole (“een frontale aanval op de Grondwet en Cliteur grijpt niet in“), om de gemeenteraad van Amsterdam (“absoluut ontoelaatbaar“), om arabist Jan Jaap de Ruiter (“Het werd niet met zoveel woorden gezegd, maar eigenlijk was het een pleidooi voor deportatie.“) en om vice-premier Asscher (“Afgrijselijk. Afschuwelijk,“).

Paul Cliteur voelde zich verplicht om een open brief op TPO te plaatsen. Het is een prima verweer, maar waarschijnlijk aan dovemansoren gericht.

Misschien kan Bernadette de Wit die lui laten vervolgen wegens haatdragend uitleggen van haar woorden. Ondertussen wil ik me wel met haar solidair verklaren.

Bastiaan Rijpkema gelooft in populisme en keert zich tegen de PVV

Bastiaan Rijpkema mag ons dit jaar op de radio, als vaste gast bij Nieuws & Co, de politiek gaan uitleggen. Daarmee begon hij 2 januari, met een uitleg van wat populisme is. Ik verwachtte dat hij zou gaan uitleggen dat populisme een strijdterm is, maar helaas, ook hij blijkt het begrip te hebben omarmd en er betekenis aan te geven. Een transcriptie van een deel ervan:

“Van politicologen … leren we dat populisten eigenlijk twee kenmerken delen. Ze zijn ten eerste anti-elite, maar ze zijn ook anti-pluralisme en dat laatste is vooral belangrijk want ze creëren een beeld van een homogeen volk waar bepaalde groepen niet bijhoren. In Nederland zie je dat heel nadrukkelijk bijvoorbeeld bij de PVV waar een beeld wordt geschetst van een Nederland waarin bijvoorbeeld moslims eigenlijk geen plaats zouden hebben. En dat anti-pluralisme, en dan kom je dus bij de democratische rechtsstaat, vertaalt zich in constitutionele termen naar anti-rechtsstatelijk zijn, dus populistische partijen zijn eigenlijk vaak anti-rechtsstatelijke partijen en ook dat zie je dus bij de PVV als je de voorstellen ziet die de PVV doet: Ze willen een verbod op de koran, ze willen een hoofddoekjesbelasting en ze willen moslims weren uit het leger, ze bepleiten dat moskeeën gesloten moeten worden … en islamitische scholen. Dat is een bijzònder zorgwekkend lijstje van allemaal zaken die in strijd zijn met onze grondwet. Denk alleen al aan de vrijheid van godsdienst, van onderwijs en het anti-discriminatiebeginsel. En ik denk dat je daarom dus kunt zeggen dat als die populistische partijen hoog staan in de peilingen van een aantal landen, betekent dat dat anti-rechtstatelijke partijen een goede kans maken om mee te gaan doen, in ieder geval in coalitiebesprekingen, of tegen de macht aan kunnen gaan schuren en dat maakt 2017, denk ik, een zeer spannend jaar voor de rechtsstaat.” (mijn vet)

Rijpkema zegt verder dat andere, ook nieuwe partijen moeten zorgen dat ze geen PVV-light worden. Ze moeten de problemen die de PVV aankaart wel serieus nemen, maar moeten expliciet met rechtsstatelijke antwoorden komen.

d200x250

Bastiaan Rijpkema

Afijn, luister zelf even naar de rest. Het komt er, kort gezegd, op neer dat je wel mag of zelfs moet zeggen dat radicale moslims hard bestreden moeten worden, maar dat je de islam als godsdienst moet blijven respecteren.

Het is een verhaal met een flinke valkuil waar heel veel mensen maar al te graag in willen vallen. Heel veel mensen hebben van andere mensen begrepen dat stemmen op de PVV toch wel een schande is, terwijl ze ergens toch ook wel vinden dat die partij de vinger op de zere plekken legt. Nee, een partij die bijna hetzelfde zegt, maar continu blijft claimen keurig rechtsstatelijk te willen blijven lijkt hen vast een goed alternatief. Flauwekul natuurlijk. Eigenlijk is het een mooi praatje dat vrienden als Baudet wel zo uitkomt. Wel merkwaardig dat Rijpkema dan evengoed denkt dat het geen PVV-light zal zijn.

Maar let op, het is dus een valkuil. Want wat zegt Rijpkema hier eigenlijk? Hij zegt hier dat onze grondwet nooit meer ter discussie gesteld mag worden. En hij zegt ook dat hij wel even zal uitmaken of iemand’s interpretatie van een grondwetsartikel juist is of niet. Het lijkt mij dat beide claims in een echte rechtsstaat niet thuishoren.

In een echte rechtsstaat moet je in staat zijn om een groepering die zich beroept op godsdienstvrijheid te ontmaskeren als blijkt dat onder dat mom andere (grond)wetsartikelen worden afgewezen. De vrijheid van godsdienst is nooit bedoeld geweest als vrijhaven voor wie de rechtsstaat omver wil gooien. Boeddhisme, hindoeïsme, protestantisme en nog zo wat religies zijn tot nu toe geen cover-ups gebleken voor politieke ideologieën die een eigen wetboek willen invoeren. Ware dat wel zo geweest ten tijde dat het wetsartikel inzake de godsdienstvrijheid werd bedacht,  dan had dat artikel het nooit en te nimmer gehaald. Is het dan raar dat er later alsnog geprotesteerd wordt nu zich een religie opdringt die zo’n machtsgreep wèl beoogt? Nee, niet raar, wel juist logisch. Een politieke partij die de vrijheid van godsdienst artikelen (1, 6 en 7) bekritiseert juist vanwege de islam, is een dappere partij die zich méér om de rechtsstaat bekommert dan een partij die de godsdienst islam alhier wil blijven tolereren en voor de bestrijding van al het terrorisme, het terugdringen van de breideling van de politieke macht door moslims, het de-islamiseren en het stoppen van islamitisch onderwijs zijn toevlucht moet nemen tot allerhande andere artikelen zolang het maar niet artikelen 1, 6 en 7 zijn.

Zelfde redeneringen kunnen worden opgezet inzake de andere ‘bijzònder zorgwekkende’ punten uit het verkiezingsprogram van de PVV. Overigens, wat die ‘hoofddoekjesbelasting’ betreft, dat is ironie waarmee verwezen wordt naar wat de islam zelf alle eeuwen deed. Moslims weren uit het leger heeft niets met discriminatie te maken, wel alles met een zich steeds dieper wortelend gevoel dat een moslim zich weleens tégen het Nederlands leger zou kunnen keren. (Een alternatief zou kunnen zijn dat een legereenheid uit voornamelijk moslims bestaat.) Moskeeën sluiten is een haast verplicht middel om te voorkomen dat haatdragende teksten door ‘autoriteiten’ overgedragen blijven worden op in Nederland opgroeiende jongeren.  Idem voor islamitische scholen.

Ik heb Bastiaan Rijpkema hoog zitten en heb ook zijn boek gelezen. Me dunkt dat juist hij het bovenstaande verweer zou moeten begrijpen. Zijn boek gaat immers over hoe de tolerante democratie zich dient te wapenen tegen ideologieën die de democratische wetten pogen te gebruiken om de eigen intolerante ideologie erdoorheen te drukken.

Rijpkema positioneert zichzelf voorlopig buiten enige partij, anders dan zijn mentor Paul Cliteur, maar heeft vast de nodige sympatie voor bijvoorbeeld Baudet’s FvD. Ik kan alleen maar hopen dat hun opzet is om als rattenvangers van Hamelen degenen over te halen voor wie de PVV nog steeds een stap te ver is. Maar dan hoop ik wel dat Baudet c.s. na de verkiezingen bij de formatiepogingen zich niet gaan gedragen als al die andere partijen. Dus alsjeblieft géén cordon sanitair gedoe. En voor nu alvast: Niet teveel doordraven over populisme, met termen als anti-elitair, anti-pluriform en anti-rechtsstatelijk, en dat dan toepassen op de PVV. Het is een verkeerde weg, het is een valkuil, het leidt tot foute analyses en het komt dan misschien nooit meer goed met de goodwill van degenen die echt frank en vrij denken.

Artikel 137c spreekt Wilders juist vrij!

Wilders is toch veroordeeld en dat had nooit mogen gebeuren. Oneens? Lees dan toch vooral eens dit betoog.

Sint Maarten en Aruba hebben sinds 2012 een nieuw Wetboek van Strafrecht. Ons artikel 137c is hun artikel 2:60. Opvallend is dat daarin expliciet nationaliteit wordt genoemd.

Art. 2:60 (Sint Maarten en Aruba) Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of door middel van een afbeelding of van gegevens uit geautomatiseerde werken, opzettelijk beledigend uitlaat over een groep mensen wegens hun godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, kleur, taal, nationale of maatschappelijke afkomst, of lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap of geslacht dan wel hetero- of homoseksuele gerichtheid, of het behoren tot een nationale minderheid, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie. (zie alhier, mijn vet)

“Zie je nou wel!”, zou menigeen nu kunnen roepen, “tuurlijk moet ook nationale afkomst een grond zijn”. Maar die mensen zouden dan ook meteen moeten erkennen dat nationale afkomst niet als ras kan worden beschouwd, immers ze zijn in dat artikel als aparte kenmerken benoemd. En in ons artikel 137c staat nationale afkomst dus niet, waarvan akte. Artikel 2:60 bevat nog meer leuke dingen. Wat te denken van nationale minderheid? En taal?

Overigens, maar niet onbelangrijk, blijkt artikel 2:60 te zijn afgeleid van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1948. Daarin luidt artikel 2:

UVRM 1948: Een ieder heeft aanspraak op alle rechten en vrijheden, in deze Verklaring opgesomd, zonder enig onderscheid van welke aard ook, zoals ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, eigendom, geboorte of andere status. Verder zal geen onderscheid worden gemaakt naar de politieke, juridische of internationale status van het land of gebied, waartoe iemand behoort, onverschillig of het een onafhankelijk, trust-, of niet-zelfbesturend gebied betreft, dan wel of er een andere beperking van de soevereiniteit bestaat. (zie voetnoot op pagina 32 alhier, mijn vet)

Het is nu de vraag waarom ons artikel 137c die specificiteit niet bevat. Kijken we naar de geschiedenis van 137c, dan zien we dat er in een eerdere versie alleen maar sprake was van ‘groep’.

Art. 137c Sr (oud): “Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk in beleedigenden vorm uitlaat over eene groep van de bevolking of over eene ten deele tot de bevolking behoorende groep van personen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden. (zie voetnoot op pagina 105 alhier, mijn vet)

Dat was volgens critici onvoldoende specifiek, ofwel te ruim, want zelfs een politieke groepering die zich beledigd voelde kon er al mee naar de rechter stappen. Ander nadeel was dat het alleen gold voor duidelijk beledigende taal, zoals mensen parasieten noemen. Netjes geformuleerde taal, hoe discriminatoir ook, viel er niet onder. Er kwam een vernieuwing in 1971.

Artikel 137c (1971): Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk beledigend uitlaat over een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of hun levensovertuiging, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van [tienduizend gulden]’ (zie pagina pagina 71 alhier, mijn vet)

Schijnbaar vond men verwijderen van ‘vorm’ voldoende om ook netjes verwoorde belediging te kunnen aanpakken; het artikel werd dus verruimd. Daar was overigens wel discussie over; er waren kamervragen, want sommige partijen wilden toch wèl de vorm-grond handhaven. De minister gaf aan hoe de nieuwe omschrijving moest worden uitgelegd. Lees dit citaat daarover, pagina 69:

Dit aspect van de voorgestelde wijziging kwam onder vuur te liggen van het toenmalige Tweede Kamerlid Roethof. Hij zag in de af te schaffen eis van een uitlating in ’beledigende vorm’ een zijns inziens terechte inperking van de strafbaarheid. De rechtszekerheid zou daarmee gebaat zijn. Nu bij de voorgestelde bepaling niet was voorzien in analoge toepassing van (het destijds nog voorgestelde) art. 266 lid 2 Sr, zag het Kamerlid in het voorgestelde art. 137c Sr een  bedreiging  van  de  vrijheid  van  meningsuiting.  De  regering  antwoordde  daarop  dat  de voorgestelde bepalingen niet dan met de grootste terughoudendheid zouden worden toegepast. Eerder al stelde de toenmalige  minister van justitie Polak dat de bewering dat het wetsontwerp ’elke  belediging  van  de  genoemde  groepen  zowel  naar  vorm  als  naar  inhoud  strafbaar  zou willen stellen, onjuist was’. Degenen die deze bewering voor waar hielden, ’verliezen uit het oog dat de ontworpen bepaling slechts straf stelt op (opzettelijke en openbare) belediging van die groepen wegens hun ras, godsdienst of levensovertuiging. Deze toevoeging limiteert niet alleen de beschermde groep, maar brengt tevens een aanzienlijke beperking aan de strafbaarheid van belediging van die groepen (…). Het voorgestelde art. 137c is slechts gericht tegen krenking op punten waarop niet meer kan worden beargumenteerd en tegen aantasting in hetgeen voor het menselijk bestaan van fundamentele waarde is’ (mijn vet)

De Kamer ging met die uitleg akkoord. Kijken we naar hoe er nu met Wilders’ uitlating door de rechters werd omgegaan, dan lijkt het mij een uitgemaakte zaak dat zij met de veroordeling de uitleg van die regering aan hun laars hebben gelapt. Er was gewoonweg géén sprake van ‘de grootst mogelijke terughoudendheid’, nog even helemaal los van de vraag of Marokkanen een apart ras zijn, dan wel een eigen godsdienst of levensovertuiging hebben.

Dan nu over de toegepaste beperking. Het te ruime ‘groep’ werd dus aanvankelijk (1971) vervangen door slechts een drietal specifieke kenmerken (ras, godsdienst, levensovertuiging). Maar waarom koos men toen niet al meteen voor aansluiting bij artikel 2 van het al twee decennia bestaande UVRM? Waarom volhardde men in slechts drie groepen? Kamerleden hadden bezwaar tegen die in hun ogen overmatige beperking.

Met een beroep op de vrijheid van meningsuiting legde de regering dit bezwaar naast zich neer. In de memorie van antwoord staat het als volgt: “Het strafrecht (…) kan slechts in geringe mate bijdragen tot het oplossen van maatschappelijke spanningen. Toepassing ervan kan zelfs leiden tot verscherping van het conflict. Voorts is de vrijheid van meningsuiting in het geding. Elke onnodige beperking daarvan is te verwerpen. (…) Aan een limitatieve opsomming (van ras, godsdienst of levensovertuiging; ovj’s) zouden wij willen vasthouden.” (pagina 106-107 alhier, mijn vet)

Ah, de destijdse regering had een punt, denk ik dan. Zij voorzagen eerder verscherping van conflicten dan voorkoming van achterstelling. (De achterliggende bedoeling van het artikel was geworden om olievlekwerking van een belediging te voorkomen, dus om vòòr te zijn dat méér mensen negatief over groepen gingen denken en dan hen gingen discrimineren, bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt.) Een latere regering vond de lijst toch wel net even te beperkt. In 1992 werden enkele groepen expliciet toegevoegd, maar ‘nationaliteit’ kwam er ook toen niet bij, waarvan akte.

Artikel 137c (1992/nieuw) Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk beledigend uitlaat over een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie. (zie pagina 101 alhier)

Zou het kunnen zijn dat met name de rechterlijke macht over die inperking de pee in had? Hadden officieren van justitie en rechters toch zo hun eigen idee over te beschermen groepen? Hebben zij sindsdien misschien willens en wetens allerhande groepen met veel gekunstel willen laten vallen onder het begrip Wilders in verweer tegen zijn vervolging‘ras’ teneinde toch te kunnen komen tot een veroordeling? Ach, de vraag stellen is de vraag beantwoorden.

Er wordt door het OM en de rechters in dit proces gesteld dat zij conform artikel 137c moeten handelen en dat critici van de uitspraak dan maar moeten pogen om de wet te laten veranderen. Dat lijkt mij toch echt de boel omdraaien. Het is juist aan degenen die willen dat valse kritiek op, of belediging van nationaliteit een vervolgingsgrond moet kunnen zijn om te trachten de wet te veranderen. Juist op basis van de huidige wet moet Wilders in hoger beroep absoluut worden vrijgesproken!

Wie zijn de fascisten van morgen?

WINWORD 27-11-2016 , 00:52:37 Document2 - WordDe fascisten van de toekomst zullen anti-fascisten genoemd worden” of “De fascisten van de toekomst zullen zichzelf anti-fascisten noemen” of “De anti-fascisten zullen de fascisten van de toekomst zijn”. Zeg het maar, welke van de drie is de ware door Winston Churchill gemaakte quote? Het antwoord zal je verbazen: geen van deze drie. Churchill heeft het nooit gezegd, althans er is geen enkel bewijs gevonden, althans dat wordt op meerdere plekken op internet verkondigd, waarbij het wel opvalt dat het gros van die plekken verwijst naar dezelfde bron.

Goed, laten we er maar vanuit gaan dat hij het inderdaad nooit gezegd heeft. Dat is dan wel engszins jammer voor al diegenen die deze quote graag aanhalen wanneer ze weer eens een pestpokkehekelgevoel voelen opkomen over, eigenlijk zonder uitzondering linkse, mensen die een pestpokkehekel hebben aan “fascisten”. Ja, fascisten staat daar bewust tussen haakjes, want zij noemen die mensen fascisten, maar het valt nog maar te bezien of die zeer zwaar beladen term objectief beschouwd terecht was.

Het idee achter de quote zou zijn dat groepen met een fascistisch ideeëngoed sinds WOII wel uitkijken openlijk zichzelf fascistisch te noemen – al was het alleen al omdat ze direct verboden zouden worden – en zich daarom heel anders zullen noemen en zelfs zullen verklaren tégen fascisme te zijn. Met andere woorden, geloof bijvoorbeeld Wilders en Pegida vooral niet op hun woord dat zij tegen het fascisme zijn. Het zijn fascistenwolven in schaapskleren, zo is de les die met name ‘anti-fascistisch links’ ervan maakt.

Maar degenen die de quote het vaakst aanhalen zijn dus degenen die door ‘anti-fascistisch links’ worden beschuldigd van fascisme en zij bedoelen er juist mee dat uitgerekend dat ‘anti-fascistisch links’ – bijv. de AFA (Anti-Fascistische Aktie) – de èchte fascisten van deze tijd zijn. Zij wijzen dan op een aantal kenmerken die je ook in de beschrijving van fascisme ziet voorkomen, zoals de toepassing van geweld tegen ‘de fascist’, ‘de fascist’ het recht op een eigen mening willen ontzeggen en het aandringen op het verbieden van partijen als de PVV en groepen als Pegida.

Voor beide kanten is het een uitgemaakte zaak dat ze zelf het helemaal juist zien en de andere kant het volkomen onjuist ziet. Op dat punt kunnen ze elkaar dus de hand schudden. Ook kunnen ze elkaar de hand schudden waar het gaat om het beeld dat ze hebben van de vijand, namelijk dat het gaat om duivelse types die nergens voor terugdeinzen en waarmee nog niet eens één minuut normaal te praten valt.

Zoals ik het tot nu toe opschreef én indien je meent bij geen van beide groepen te horen, ben je nu waarschijnlijk tot de gedachte gekomen dat de waarheid wellicht ergens in het midden ligt. Ik ga dat niet tegenspreken, althans niet helemaal. Toch is het elke keer weer iets om opnieuw te toetsen. Het zou zomaar kunnen dat een van beide kampen het in een voorkomend geval helemaal bij het juiste eind heeft of er totaal naast zit of het toch wel een beetje goed ziet. Probleem is dat degene die van fascisme beschuldigd is, niet per se zelf beseft dat er inderdaad fascisme op de loer ligt. Ja, zelfs mag je stellen dat de ‘anti-fascist’ die van fascisme beticht wordt inderdaad op de loer liggend fascisme uitdraagt. Immers, ik wees al op een paar facetten van fascisme die door bjjv. de AFA wel heel fanatiek worden uitgedragen in hun activisme.

Fascisme dat op de loer ligt… Een voorbeeld? Vraag iemand naar oplossingen voor het islamvraagstuk. Als die persoon antwoordt dat alle islamitische scholen en moskeeën gesloten moeten worden, dan is het verleidelijk om die persoon tegen te werpen dat dit geen oplossing is omdat zeker het verbieden van die godsdienst tegen de grondwet ingaat.  Als die persoon daarop antwoordt dat dit toch gedaan moet worden en dat hij hoopt dat Geert Wilders daarvoor gaat zorgen, dan wordt al snel geredeneerd dat dit dus nooit langs democratische weg besloten kàn worden (tweederde meerderheid nodig, enzo) en dat het slechts in een fascistoïde land echt werkelijkheid kan worden. Ergo, dat deze persoon en ook Wilders, mocht die idem daarover denken, dùs fascisme goedpraten, dus fascistisch zijn, dus fascisten zijn.

En ja, het zou inderdaad zo kunnen zijn dat die persoon weinig tot niets op heeft met democratie en het liefst ziet gaan gebeuren dat een groep de macht grijpt of na een democratische superwinst snel de grondwet uitholt ten faveure van het fascistisch ideeëngoed. Maar nee, het zou evengoed zo kunnen zijn dat die persoon echt meent dat het langs echt democratische weg geregeld kan worden. Die persoon zal zich hogelijk beledigd, onbegrepen en miskend voelen dra hij beschuldigd wordt van fascisme, en niet ten onrechte. Eventueel zou het fascisme-verwijt kunnen worden omgebogen tot de kritiek dat hij in zijn naïviteit achter echte fascisten aanhobbelt zonder dat door te hebben. Maar ook dat hoeft niet zo te zijn. Pegida is een voorbeeld van een organisatie die er alles aan doet om gezworen fascisten zo snel mogelijk weer te lozen zodra ze zich aanmelden.

Overigens is het volgende een interessante vraag: Is een idee fascistisch of is de weg ernaartoe fascistisch. Toegepast op bovenstaande voorbeeld zou dan de vraag zijn of het willen verbieden van moskeeën fascistisch is, los van de manier waarop daartoe besloten wordt. Ikzelf denk van niet. Ik zie vooral de voorgestane, te bewandelen weg naar zo’n besluit als al of niet fascistisch. Dus als er langs echt democratische weg tot zo’n verbod besloten is, dan was het geen fascisme, maar gewoon democratie. Daar wil ik wel bij aantekenen dat ik me van sommige ideeën niet kan voorstellen dat ze in een echte democratie ooit zouden kunnen worden ingevoerd. Mocht het bijvoorbeeld binnen afzienbare tijd zover komen dat in Nederland wordt besloten dat computers de rechter gaan vervangen, dan kan het haast niet anders of er werd onder het mom van democratie gemeen spel gespeeld door lui die denken het allemaal beter te weten en eigenlijk geen flikker geven om de mening en het oordeelsvermogen van het gepeupel. Dat hoeven trouwens geen fascisten te zijn geweest; er zijn meer vijanden van het democratisch model.

Nee maar, GEENSTIJL is boos op een actievoerder

https://www.dumpert.nl/embed/6948011/

[iframe src=”https://www.dumpert.nl/embed/6948011/”%5D

Ja hoor, Geenstijl is boos. Nee, dit keer niet op Sylvana Simons, maar op de maker van bovenstaand filmpje:

[…] quoteEn de idiote videomaker van dienst wordt ook weer bedankt, want iedereen die inhoudelijk commentaar heeft op La Simons (die zichzelf tv-optreden na interview na tv-optreden belachelijk maakt met frames, leugens en hysterie), kan helemaal niks meer over het aspirant Kamerlid zeggen zonder op de grote stronthoop van het “witte racisme” geveegd te worden. Als je wil dat DENK echt naar de tien zetels klimt, moet je vooral zo doorgaan.

En ik hield nog wel eerder deze week een vurig pleidooi om eindelijk eens wat meer activisme aan de dag te leggen, o.a. met ludieke acties. Nu kan je natuurlijk wel gaan beweren dat er weinig ludieks is aan dit filmpje, maar dan zie je blijkbaar ‘ludiek‘ als een ander woord voor humorvol en in alle opzichten onschuldig. Zoeken we echter naar (linkse) acties uit het verleden die erkend ludiek worden gevonden, dan zit daar toch echt veel bij dat vanuit het perspectief van menigeen helemaal niet zo onschuldig was.

Maar goed, laten we deze anti-Sylvana aktie dan maar niet zien als ludiek, is het dan dus niet toegestaan? Is het echt van een ander gehalte dan wat we in demonstraties veelvuldig waarnemen? Ja vast. Het meetornen van een poster waarop Trump als Hitler wordt afgebeeld, het in een demonstratie verbranden van een pop (hier en hier), het is allemaal vluchtig en daarmee is de impact overzienbaar en zo’n filmpje niet, toch? Oh nee, toch niet, sinds we camera’s en internet hebben en zo’n popverbranding en poster kunnen filmen en fotograferen en op het wereldwijdeweb kunnen publiceren. Goed, ik stel me voorlopig dus maar op het standpunt dat dit filmpje van dezelfde categorie is als zo’n demoniserende poster of popverbranding. En de maker van dit filmpje moet zodoende worden gelijkgesteld aan demonstranten die akties uit die categorie ondernemen.

Maar waarom gebeurt dat dan niet? Waarom wordt wèl deze maker opgepakt voor bedreiging? Of vergis ik me en worden demonstranten die zo’n hatelijke poster dragen ook opgepakt? Ja en nee. Ja, soms worden ze opgepakt en nee, vaak mogen ze gewoon doorlopen. Soms is de argumentatie om wel/niet op te pakken houtsnijdend, andere keren lijkt het eerder willekeur of vooringenomenheid van de politie, weer andere keren ligt het aan de (over)gevoeligheid of verdraagzaamheid van de zittende regering.

Afijn, heeft deze maker gedreigd Simons om het leven te gaan brengen? Ik dacht het niet. Ik zie het als een parodie en uiting van walging. Deze man zelve is volkomen onverdacht, want hij heeft voor zijn frustratie over Simons reeds een uitlaatklep gecreëerd, het filmpje. Maar waarom wordt er dan toch beveiliging ingesteld? Als men bang is voor deze man, dan moet men toch maar eens gaan praten met een psycholoog vanwege een angststoornis. Is men dan bang voor mensen die het filmpje inspirerend vinden en wèl in staat zijn tot geweld? Maar waarom wekken dan die popverbrandingen en posters bij deze mensen niet zulke angst op?

Ik DENK dat die ‘bange’ mensen vooral uit zijn op media-aandacht zo in de aanloop naar de verkiezingen.

Wat nu te doen? Als Geenstijl en andere critici van DENK ècht menen dat dit filmpje ècht niet kan, dan moeten ze maar eens heel hard gaan nadenken hoe dan wèl actie te voeren! Want het stadium van alleen maar kritische blogs en columns schrijven en klagen over de doofheid van de elite hebben we nu wel gehad. Die elite gaat niet luisteren, dus is het tijd voor actie, al of niet ludieke actie!

De satire van Arjen Lubach was dit keer ronduit vals

Arjen Lubach heeft me afgelopen zondagavond zeer geërgerd, zodanig zelfs dat ik de televisie uitzette. Lubach ging gewoon te ver, veel te ver. De satire was me tè onevenwichtig. Belangrijker, de satire was ronduit vals, dus ver voorbij het punt dat ook degenen die het onderwerp van de satire zijn er nog wel, weliswaar besmuikt, om kunnen lachen.

Aanleiding was het besluit van RTL om Zwarte Piet in de ban te doen. In de satire werd ook het fragment van Halbe Zijlstra bij Pauw herhaald en herhaald en herhaald en herhaald, na eerst Halbe te hebben vergeleken met een ontroostbaar klein kindje. Het was kwetsende tv voor allen die zich boos maken over alle aanvallen op Zwarte Piet. De enigen die zullen hebben gelachen – nee, geschaterd – waren vast zij die de maatregel van RTL heel mooi vinden en beschouwen als een overwinning.

Normaal gesproken ben ik wel fan van Arjen Lubach. Hij lijkt een pleitbezorger van democratie en mensenrechten, zoals diezelfde avond tot uiting kwam in zijn satire op Saoedi-Arabië. Ook kan ik het billijken dat een satiricus een minderheidspositie kiest. Maar in de zwarte-piet discussie vergaloppeert Arjen Lubach zich. Hij lijkt niet te beseffen dat hij zo de zijde koos van ondemocratische drammers. Ondemocratisch omdat ze, tegen de uitdrukkelijke wil van meer dan 80 procent van het Nederlandse volk in, geen enkele moeite ermee hebben om Zwarte Piet om zeep te helpen.

Het programma ‘Zondag met Lubach’ is niet van de eerste tot de laatste letter het werk van Arjen zelf; er zit een heel team achter. Een redactie die normaal gesproken vrij veel energie stopt in het op een rijtje zetten van de feiten en argumenten alvorens er grappen over te gaan bedenken. Hun zwarte-piet dossier blijkt echter zeer krakkemikkig van samenstelling te zijn. Of als de pro-zwarte-piet feiten en argumenten er wèl in vermeld staan, dan wordt binnen die redactie daarover blijkbaar zeer lacherig gedaan. Het beeld doemt op van een paar mensen met heel veel gevoel voor humor. Maar helaas zijn die mensen bovendien behoorlijk zelfingenomen en missen ze vooralsnog de nodige wijsheid. Zij besteden wel – zeer politiek correct – lippendienst aan de democratie, maar weten nog niet wat democratie feitelijk inhoudt: Uiteindelijk toch respect tonen voor de wil van de meerderheid. Juist in een democratie zal menig satiricus ook of vooral kritiek op meerderheidsstandpunten hebben, maar een satiricus die bovendien geeft om democratie zal toch ook laten blijken dat de wil van de meerderheid wèl van belang is en respect verdient. Daarom zal de democratisch satiricus in zijn humor nooit zover gaan dat die meerderheid zich uitgelachen voelt. Lacht de satiricus de meerderheid toch uit, dan is het eerder een nihilist of een latente, wannabe dictator dan een democraat.

Dus, Arjen, zeg het maar. Wat wil je zijn, waar sta jij? Ga je door met schijt hebben aan de meerderheid?

Zwarte Piet en de ronde pannenkoek

pannenkoekZowel radicale voor- als tegenstanders van een zwarte Zwarte Piet menen de betere, of eigenlijk de beste, argumenten aan hun zijde te hebben. Dan heb je nog de mensen die niet als radicaal in dit dispuut zitten. Hebben deze mensen eigenlijk de betere argumenten? Zijn deze mensen de genuanceerd denkenden? Eens even kijken hoe dat zit met de diverse posities. We zouden ons kunnen beperken tot de volgende drie:

  1. De radicale voorstanders van een zwarte Zwarte Piet
  2. De mensen die een mening ertussenin hebben
  3. De radicale tegenstanders van een zwarte Zwarte Piet

Maar dan komen we niet ver. Het zou de meningen teveel op drie hopen gooien. We zouden dan mensen op één hoop gooien die onderling te zeer van elkaar verschillen.

Eerst over de radicale voor- en tegenstanders. Vraag voorstanders naar het waarom van hun standpunt en het antwoord van een deel van hen zal neerkomen op zoiets als “gewoon, ze moeten met hun poten van ons sinterklaasfeest afblijven”. Dat lijkt ongenuanceerd, maar we zijn nou eenmaal niet allemaal begiftigd met een sterk vermogen om de ‘juiste’, de ook de intellectueel aansprekende, de helderste, woorden te vinden. Vragen we het een voorstander die wèl sterk is met woorden en bovendien veel heeft geleerd over het onderwerp, dan zal deze iets vergelijkbaars zeggen, maar dan met mooie en heldere zinnen vol met argumenten en feiten. Idem zal vast gelden voor de tegenstanders, al vind ikzelf hun argumenten veel minder van kwaliteit.

Interessanter voor dit betoog zijn de mensen die ertussenin zitten. In die verzameling zitten ook degenen die niet eens weten waarover je het hebt, dus die moeten we eigenlijk als aparte categorie beschouwen. Dan heb je degenen die het allemaal niet de moeite waard vinden. Hun uitspraak is vaak dat we ons druk maken om niks en dat er wel belangrijker zaken in de wereld zijn. De argumenten van voor- en tegenstanders worden door hen amper overwogen, maar als ze er al iets mee doen, dan is dat vooral met de bedoeling niemand in de familie-, kennissen-, werk- en/of vriendenkring tegen het hoofd te stoten. In de media genoemde argumenten zijn door hen slechts terloops, zonder echte aandacht, gelezen en in het hoofd opgeslagen. Vooral de koppen van artikelen zijn onthouden. Was de krant of de tv voornamelijk voor- of tegenstander, dan leidde dat bij deze mensen tot een overeenkomende mening. (Gezien de partijdigheid van onze media heeft dat bij hen tot nogal wat ‘begrip’ voor de tegenstanders van de zwarte Zwarte Piet geleid.) En dan zijn er nog de mensen in het midden die wel degelijk hebben getracht recht te doen aan de argumentatie van beide kampen. Toch kunnen dat er niet zoveel zijn, want uit de aanvankelijke poel van zulke mensen zullen velen uiteindelijk zijn opgeschoven richting een radicaal kamp. Maar goed, het kàn inderdaad zo zijn dat de nodige mensen willens en wetens ertussenin zijn blijven zitten, terwijl ze toch alle argumenten gewikt en gewogen hebben. Zijn zij dan de ware genuanceerde mensen? Ik durf het te betwijfelen.

We gaan ver terug in de tijd. Veruit de meeste mensen waren er toen heilig van overtuigd dat de aarde plat is. Daarvoor droegen zij ook argumenten aan. Een enkeling wist zeker dat de aarde rond is. Ook deze droeg daarvoor argumenten aan. (‘Heilig van overtuigd’ en ‘zeker weten’ mag je vertalen met: radicaal van mening.) En toen had je daar opeens degene die alle argumenten van beide kampen tot zich nam en genuanceerd vermoedde dat de aarde wellicht rond is als een pannenkoek. Leuk grapje natuurlijk, maar hopelijk vat je mijn bedoeling, namelijk aantonen dat de middenpositie lang niet altijd de juiste positie is. De waarheid ligt dus lang niet altijd in het midden. Nee, de kans is flink dat die waarheid ergens in een van beide kampen ligt.

We zien trouwens in een conflict vaak dat beide kampen zich druk maken over verschillende dingen, zonder dat door te hebben, en daarom feitelijk langs elkaar heen praten. In zulke gevallen kunnen bemiddelaars wel degelijk een nuttige rol vervullen door beide kampen ertoe te bewegen zich in te leven in die andere partij. Zo is inzake het zwartepietendispuut de argumentatie over de slavenhandel aan het ene kamp niet besteed. Die vinden dat argument veel te ver gezocht. Een bemiddelaar zou ervoor kunnen pleiten dat voorstanders toch wèl nadenken over dat argument, maar zou daarvoor niet mogen pleiten zonder tegenstanders te vragen na te denken over het tegenargument dat het te ver gezocht is. Alleen dan mag een bemiddelaar zich een bemiddelaar noemen. Een bemiddelaar mag ook niet zover gaan dat van beide partijen wordt geëist dat ze het radicale standpunt vervolgens bijstellen. Immers, de waarheid ligt misschien toch meer in het ene kamp dan in het andere en je mag mensen er niet toe verplichten de waarheid geweld aan te doen.

Dat laatste schrijvende bedenk ik me dat mensen daar helaas maar al te vaak wèl toe verplicht worden, op straffe van ontslag of uitstoting. De sociale druk vanuit de omgeving-die-ertoe-doet leidt dan tot hoge stress en is bijna iedereen al snel teveel. Ik wil mensen die vervolgens zwichten hier niet als lafaards afbranden, maar laat één ding duidelijk zijn: Het zijn dan wel irrationele redenen, en zeker géén genuanceerde redenen, die iemands standpunt hebben meebepaald.

Over progressieve mensen die niet begrijpen waar democratie om draait

zijllstra bij pauw

Halbe Zijlstra stond er maandagavond alleen voor bij Pauw, temidden van allemaal progressieven die dachten dat ze de meerderheid zijn. Ja, aan tafel, dankzij de redactie.

Heel veel progressieve mensen blijken geregeld niet stil te staan bij het belang van de mening van de meerderheid. Heel misschien beseffen ze dat belang gewoon niet, maar het kan ook zo zijn dat ze gewoon schijt aan de meerderheid hebben. Zelfs heel veel sociaal-democraten plegen alleen maar lippendienst aan het kernprincipe van democratie. Ze proberen weliswaar hun standpunt te verwezenlijken via democratische verkiezingen, maar dat is meer opportunisme dan uit principe; geef ze de kans (ofwel, de macht) en ze zullen niet nalaten hun standpunt erdoorheen te drukken (ofwel, tot beleid te maken), meerderheid of niet.

Iedereen heeft recht op zijn mening, maar een echte democraat vindt het uiterst belangrijk dat die mening door een behoorlijke meerderheid wordt gedeeld en zal die in principe bij gebleken minderheid niet willen doordrukken, ook niet als die meerderheid ‘conservatief’ is.

Een echte democraat hecht aan eendracht onder het volk en zal daarom een minderheidsstandpunt niet willen doordrukken, ook niet als de macht dat toevallig mogelijk maakt. Een echte democraat hecht aan eendracht vanuit het diepe besef dat elk opgedrongen minderheidsbesluit het risico in zich draagt tweespalt te zaaien die zich vroeg of laat zal wreken in de vorm van sociale onrust of zelfs oorlog. De echte sociaal-democraat hecht aan dit democratisch principe vanuit een diep besef dat harmonie in de samenleving vereist dat zoveel mogelijk recht wordt gedaan aan minderheden, maar alleen op de manier die door de meerderheid wordt ondersteund.

Tachtig procent van de bevolking wil dat Zwarte Piet Zwarte Piet blijft. In de ogen van progressieve mensen is dat al snel conservatisme, en dat bedoelen ze niet als compliment. Maar of het nou echt conservatisme is of niet, tachtig procent is een heel grote meerderheid. Machtige instituten als RTL die besluiten zich van zo’n percentage niks aan te trekken, weten niet wat democratie is en ondermijnen de eendracht in ons land. En progressieve mensen die het wel eens zijn met de keus van RTL beseffen niet half hoezeer zij met hun steunbetuigingen verraad plegen aan het kernidee van de democratie. Zij laten ermee blijken het wel prima te vinden dat een minderheid zijn wil oplegt aan de meerderheid. Daarmee zijn uitgerekend deze progressieven degenen die de kloof in onze samenleving verder verdiepen. Dat staat ze niet fraai.