Is Gelauff op de hand van Wilders?

 

Bij ‘Dit is de dag’ op Radio 1 was vandaag een debatje tussen Lars Duursma en Marcel Gelauff. Duursma verwijt de NOS afgelopen vrijdag de twitterreactie van Wilders op de uitspraak van de rechter veel teveel onder de aandacht van de bevolking te hebben laten komen. Het nieuws had moeten zijn ‘Rechter veroordeelt Wilders’, maar werd nu, samengevat, ‘Wilders veroordeelt rechter’.

Duursma had eerder geschreven: “Journalist, je bent geen doorgeefluik van Wilders“. NOS-chef Marcel Gelauff bestreed dat hij een doorgeefluik zou zijn, maar hij erkende wel dat, achteraf, toch de uitspraak van de rechter centraal had moeten staan.

Ik luisterde aandachtig en kon me niet aan de indruk onttrekken dat Gelauff niet helemaal eerlijk was. Dit is wat mijn onderbuik zei: Gelauff en zijn redactie hebben een heel speciale, en heel verholen, reden om die twitter-uitspraak zo groot te brengen. Ze beschouwen Wilders als een gevaarlijk soort gek en menen de bevolking voor hem te moeten waarschuwen door dit soort in hun ogen belachelijke tweets zo groot mogelijk te brengen. En ook denken ze zo de scoop te hebben van alweer de volgende schandalige uitspraak van Wilders.

Alleen, ze maken een misrekening, want steeds meer mensen zijn gaan twijfelen aan het beeld van een gevaarlijke gek. Dus inderdaad, dit soort tweets op de voorpagina of op het journaal pakken precies andersom uit dan de redactie denkt. Ga zo door, Marcel, ga zo door. Word vooral niet wakker. Eigenlijk stom van me dat ik dit nu heb verraden aan Gelauff en zijn team.

Artikel 137c spreekt Wilders juist vrij!

Wilders is toch veroordeeld en dat had nooit mogen gebeuren. Oneens? Lees dan toch vooral eens dit betoog.

Sint Maarten en Aruba hebben sinds 2012 een nieuw Wetboek van Strafrecht. Ons artikel 137c is hun artikel 2:60. Opvallend is dat daarin expliciet nationaliteit wordt genoemd.

Art. 2:60 (Sint Maarten en Aruba) Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of door middel van een afbeelding of van gegevens uit geautomatiseerde werken, opzettelijk beledigend uitlaat over een groep mensen wegens hun godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, kleur, taal, nationale of maatschappelijke afkomst, of lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap of geslacht dan wel hetero- of homoseksuele gerichtheid, of het behoren tot een nationale minderheid, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie. (zie alhier, mijn vet)

“Zie je nou wel!”, zou menigeen nu kunnen roepen, “tuurlijk moet ook nationale afkomst een grond zijn”. Maar die mensen zouden dan ook meteen moeten erkennen dat nationale afkomst niet als ras kan worden beschouwd, immers ze zijn in dat artikel als aparte kenmerken benoemd. En in ons artikel 137c staat nationale afkomst dus niet, waarvan akte. Artikel 2:60 bevat nog meer leuke dingen. Wat te denken van nationale minderheid? En taal?

Overigens, maar niet onbelangrijk, blijkt artikel 2:60 te zijn afgeleid van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1948. Daarin luidt artikel 2:

UVRM 1948: Een ieder heeft aanspraak op alle rechten en vrijheden, in deze Verklaring opgesomd, zonder enig onderscheid van welke aard ook, zoals ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, eigendom, geboorte of andere status. Verder zal geen onderscheid worden gemaakt naar de politieke, juridische of internationale status van het land of gebied, waartoe iemand behoort, onverschillig of het een onafhankelijk, trust-, of niet-zelfbesturend gebied betreft, dan wel of er een andere beperking van de soevereiniteit bestaat. (zie voetnoot op pagina 32 alhier, mijn vet)

Het is nu de vraag waarom ons artikel 137c die specificiteit niet bevat. Kijken we naar de geschiedenis van 137c, dan zien we dat er in een eerdere versie alleen maar sprake was van ‘groep’.

Art. 137c Sr (oud): “Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk in beleedigenden vorm uitlaat over eene groep van de bevolking of over eene ten deele tot de bevolking behoorende groep van personen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden. (zie voetnoot op pagina 105 alhier, mijn vet)

Dat was volgens critici onvoldoende specifiek, ofwel te ruim, want zelfs een politieke groepering die zich beledigd voelde kon er al mee naar de rechter stappen. Ander nadeel was dat het alleen gold voor duidelijk beledigende taal, zoals mensen parasieten noemen. Netjes geformuleerde taal, hoe discriminatoir ook, viel er niet onder. Er kwam een vernieuwing in 1971.

Artikel 137c (1971): Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk beledigend uitlaat over een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of hun levensovertuiging, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van [tienduizend gulden]’ (zie pagina pagina 71 alhier, mijn vet)

Schijnbaar vond men verwijderen van ‘vorm’ voldoende om ook netjes verwoorde belediging te kunnen aanpakken; het artikel werd dus verruimd. Daar was overigens wel discussie over; er waren kamervragen, want sommige partijen wilden toch wèl de vorm-grond handhaven. De minister gaf aan hoe de nieuwe omschrijving moest worden uitgelegd. Lees dit citaat daarover, pagina 69:

Dit aspect van de voorgestelde wijziging kwam onder vuur te liggen van het toenmalige Tweede Kamerlid Roethof. Hij zag in de af te schaffen eis van een uitlating in ’beledigende vorm’ een zijns inziens terechte inperking van de strafbaarheid. De rechtszekerheid zou daarmee gebaat zijn. Nu bij de voorgestelde bepaling niet was voorzien in analoge toepassing van (het destijds nog voorgestelde) art. 266 lid 2 Sr, zag het Kamerlid in het voorgestelde art. 137c Sr een  bedreiging  van  de  vrijheid  van  meningsuiting.  De  regering  antwoordde  daarop  dat  de voorgestelde bepalingen niet dan met de grootste terughoudendheid zouden worden toegepast. Eerder al stelde de toenmalige  minister van justitie Polak dat de bewering dat het wetsontwerp ’elke  belediging  van  de  genoemde  groepen  zowel  naar  vorm  als  naar  inhoud  strafbaar  zou willen stellen, onjuist was’. Degenen die deze bewering voor waar hielden, ’verliezen uit het oog dat de ontworpen bepaling slechts straf stelt op (opzettelijke en openbare) belediging van die groepen wegens hun ras, godsdienst of levensovertuiging. Deze toevoeging limiteert niet alleen de beschermde groep, maar brengt tevens een aanzienlijke beperking aan de strafbaarheid van belediging van die groepen (…). Het voorgestelde art. 137c is slechts gericht tegen krenking op punten waarop niet meer kan worden beargumenteerd en tegen aantasting in hetgeen voor het menselijk bestaan van fundamentele waarde is’ (mijn vet)

De Kamer ging met die uitleg akkoord. Kijken we naar hoe er nu met Wilders’ uitlating door de rechters werd omgegaan, dan lijkt het mij een uitgemaakte zaak dat zij met de veroordeling de uitleg van die regering aan hun laars hebben gelapt. Er was gewoonweg géén sprake van ‘de grootst mogelijke terughoudendheid’, nog even helemaal los van de vraag of Marokkanen een apart ras zijn, dan wel een eigen godsdienst of levensovertuiging hebben.

Dan nu over de toegepaste beperking. Het te ruime ‘groep’ werd dus aanvankelijk (1971) vervangen door slechts een drietal specifieke kenmerken (ras, godsdienst, levensovertuiging). Maar waarom koos men toen niet al meteen voor aansluiting bij artikel 2 van het al twee decennia bestaande UVRM? Waarom volhardde men in slechts drie groepen? Kamerleden hadden bezwaar tegen die in hun ogen overmatige beperking.

Met een beroep op de vrijheid van meningsuiting legde de regering dit bezwaar naast zich neer. In de memorie van antwoord staat het als volgt: “Het strafrecht (…) kan slechts in geringe mate bijdragen tot het oplossen van maatschappelijke spanningen. Toepassing ervan kan zelfs leiden tot verscherping van het conflict. Voorts is de vrijheid van meningsuiting in het geding. Elke onnodige beperking daarvan is te verwerpen. (…) Aan een limitatieve opsomming (van ras, godsdienst of levensovertuiging; ovj’s) zouden wij willen vasthouden.” (pagina 106-107 alhier, mijn vet)

Ah, de destijdse regering had een punt, denk ik dan. Zij voorzagen eerder verscherping van conflicten dan voorkoming van achterstelling. (De achterliggende bedoeling van het artikel was geworden om olievlekwerking van een belediging te voorkomen, dus om vòòr te zijn dat méér mensen negatief over groepen gingen denken en dan hen gingen discrimineren, bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt.) Een latere regering vond de lijst toch wel net even te beperkt. In 1992 werden enkele groepen expliciet toegevoegd, maar ‘nationaliteit’ kwam er ook toen niet bij, waarvan akte.

Artikel 137c (1992/nieuw) Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk beledigend uitlaat over een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie. (zie pagina 101 alhier)

Zou het kunnen zijn dat met name de rechterlijke macht over die inperking de pee in had? Hadden officieren van justitie en rechters toch zo hun eigen idee over te beschermen groepen? Hebben zij sindsdien misschien willens en wetens allerhande groepen met veel gekunstel willen laten vallen onder het begrip Wilders in verweer tegen zijn vervolging‘ras’ teneinde toch te kunnen komen tot een veroordeling? Ach, de vraag stellen is de vraag beantwoorden.

Er wordt door het OM en de rechters in dit proces gesteld dat zij conform artikel 137c moeten handelen en dat critici van de uitspraak dan maar moeten pogen om de wet te laten veranderen. Dat lijkt mij toch echt de boel omdraaien. Het is juist aan degenen die willen dat valse kritiek op, of belediging van nationaliteit een vervolgingsgrond moet kunnen zijn om te trachten de wet te veranderen. Juist op basis van de huidige wet moet Wilders in hoger beroep absoluut worden vrijgesproken!

Hoe zit het met de empathie van Jesse Klaver? Deel 2

Eerder deze week schreef ik al over Jesse Klaver’s nieuwe boekje ‘De empathische samenleving’.

Dit is deel 2 waarin ik telkens een citaat neem en daarop commentaar lever. Er volgt later deze week nog een deel 3.

 


 

Zouquote ik dezelfde Jesse zijn geweest als ik de achternaam van mijn Marokkaanse vader zou hebben gehad? Pag. 10

JK (Jesse Klaver dus) heeft de naam van zijn moeder. Hij groeide op zonder zijn inderdaad Marokkaanse vader. Het precieze levensverhaal weet ik niet. Maar over die naam heb ik wel een mening. Toen de Oost-Europese joden naar Nederland kwamen, veranderden zij hun naam. Iemand heette dan opeens Sam IJsvogel. Datzelfde deed Ahmad Queleich Khany. Die gaat nu door het leven als Sander Terphuis. Het verbaast mij al vele jaren dat wij Nederlanders deze vorm van aanpassen nooit hebben gestimuleerd. Sterker, dat wij – in kranten, op de radio en tv – ons uiterste best doen de namen van Marokkanen, Turken, Somaliërs, noem maar op, zo correct mogelijk te schrijven en uit te spreken. Ikzelf heb het opgegeven de spelling en uitspraak te onthouden. En ik weet zeker dat iemand met de naam Ahmad Queleich Khany bij een callcenter niet goed aan de bak komt als hij erop staat die naam voluit te blijven gebruiken. Het komt de integratie niet bepaald ten goede.

Dus stelde ik ooit voor om die mensen in de gelegenheid te stellen bij de overheid een werknaam aan te vragen en de originele naam te laten registreren als de naam-van-origine. Die naam van origine kan dan worden gebruikt in de privésfeer, terwijl de werknaam bedoeld is in de werksfeer. Misschien kan JK dit idee overnemen?! Of nee, ik vermoed dat hij het respectloos vindt, geheel conform het oude, linkse dogma dat we iedereen het volste recht moeten gunnen om de eigen culturele geschiedenis te blijven eren en te nemen als basis voor de eigen identiteit. Tsja, neem nou de joden als voorbeeld. Die mochten toch ook hun joodse gewoonten, rituelen, kledij en taal blijven gebruiken? Nee dus. De Amsterdamse joden werd op den duur wel degelijk te verstaan gegeven zich in de dagelijkse praktijk idem te kleden als de rest van Amsterdam, nu echt serieus werk te maken van het alleengebruik van de Nederlandse taal en de rituelen te beperken tot in en rond de synagoge. En zoals ik al schreef, zij pasten massaal hun namen aan. Dat alles gebeurde in de 17e en 18e eeuw, de tijd die bij ons te boek staat als het begin van de overal beroemde Hollandse tolerantie.

We zouden ons serieus moeten verdiepen in het verschil tussen tolerantie toen en nu, want we zijn nogal doorgeschoten, zo voorspel ik. We zijn sinds de jaren zestig op de verkeerde manier tolerant; we zijn toegeeflijk, gemakzuchtig en meegaand geworden, mede uit mentale luiheid. Het ging niet meer om tolereren onder voorwaarden, maar om onvoorwaardelijk toestaan, wellicht mede vanuit een misplaatst idee over onvervreemdbare mensenrechten.

quote“U kiest de verkeerde vijand” heb ik wel eens tegen Wilders gezegd. Wanneer hij de Islam de bron van alle kwaad noemt, maakt hij daarmee van alle moslims vijanden. Daarmee sluit hij direct alle moslims uit. Pag. 22

Het is niet goed of het deugt niet. Als Wilders het had over moslims werd hem verweten dat hij mensen wegzette. Hij begreep die kritiek wel een beetje en was het er ook wel een beetje mee eens. Dus besloot hij beter op zijn woorden te letten en nog slechts te spreken over ‘de Islam’ en ‘die religie’. Maar voor JK maakt dat niet uit. Die neemt de vrijheid om zulke uitspraken te ‘vertalen’ zodat er toch weer ‘de moslims’ staat.

Verder begrijpt JK maar niet dat Wilders het honderduit meent en dat Wilders weleens het gelijk honderd procent aan zijn zijde kan hebben. Nou ja, het is natuurlijk niet de bron van àlle kwaad. Maar het idee dat de Islam een voorname bron van veel kwaad is, wordt door behoorlijk wat intellectuelen onderschreven. Wilders is op de hoogte van die intellectuelen en er zijn verschillende die hem geregeld ‘bijpraten’. Mensen vinden vaak dat Wilders enorm overdrijft, maar het zou zomaar kunnen dat diezelfde mensen enorm onderdrijven. Wie zal het zeggen…

Hoe het ook zit met de Islam, Wilders heeft telkens weer kenbaar gemaakt dat hij niet alle moslims ziet als vijanden. Hij constateert dat heel veel moslims een zeer geringe kennis van de fundamenten van hun religie hebben en denken dat de Islam een vredelievende godsdienst is. Maar hij constateert ook dat diezelfde moslims in toenemende mate onder druk komen te staan van andere moslims die eisen dat ze de fundamentele vorm van de Islam gaan belijden; een druk die wel degelijk effectief blijkt te zijn. Hij wil die moslims juist behoeden en beschermen; een taak waarvan je alleen maar kan hopen dat het haalbaar is. In elk geval ziet Wilders niet alle moslims als de vijand.

quoteVoor politici, die van de PVV en de VVD voorop, is de inzet in het debat over [nationale] identiteit vooral een electorale strategie. Uit electoraal opportunisme wordt met stevige uitspraken over moslims, vluchtelingen en migranten ingespeeld op het gevoel dat onze nationale identiteit wordt aangetast. “Handelaren in angst” noemde Geert Mak zulke politici eens. Pag. 24
Het is een electorale strategie die groepen tegen elkaar uitspeelt en de samenleving verdeelt in plaats van verbindt. Pag. 24

Een electorale strategie en electoraal opportunisme… Elke keer weer dat dit frame wordt toegepast wordt me meteen duidelijk uit welke hoek de wind komt. De beschuldiging – meestal wordt er ook gesproken over populisme – wordt gemaakt door mensen die echt geen snars begrijpen van die denkwereld. Ofwel, er blijkt een totaal gebrek aan inlevingsvermogen uit. Stel je voor, zeg, dat die tegenstander ècht meent wat ‘ie zegt! Nee, dat kan niet waar zijn, dat moet wel een populistische poging zijn om stemmen te winnen, meer niet.

Geert Mak kreeg destijds allen die mensen als Wilders steunen over zich heen. Men herkende zich volstrekt niet in het beeld als zouden ze angst willen aanjagen. Men wilde slechts waarschuwen voor bepaalde gevaren, net zoals je wel vaker in het verleden mensen had die waarschuwden voor gevaarlijke ontwikkelingen. Een uitspraak van mij is: “Het is 1938!”. Men kijkt me dan ongelovig en glazig aan, zo van, die is niet goed snik geworden. Men pikt mijn noodkreet niet op. Heb ik ongelijk en is het overdrijving? Hadden ze in 1938 ongelijk en was het overdrijving?

Zijn het de ‘waarschuwers’ die de samenleving verdelen? Of moeten we helaas constateren dat een flink deel van de mensen zich doof en blind toont voor de waarschuwingen en bovendien heeft besloten die schreeuwers te gaan wegzetten als angst- en haatzaaiers? Als het tweede waar is, dan zijn die mensen juist degenen die de samenleving verdelen.

quote… als ik af en toe de reaguurders lees op de site van De Telegraaf of Geenstijl, kan ik ook somber worden. Het cynisme en de verongelijktheid druipen ervan af. Het internet is een plek geworden waar mensen anoniem kunnen schelden en waar alle grenzen van het normale contact tussen mensen te gemakkelijk worden overschreden. Pag. 25-26

Ook ik lees die sites en ik deel de kijk van JK in het geheel niet. Zeker, er zijn erbij die groffe woorden gebruiken. Maar er zijn wel degelijk moderatoren die dan ingrijpen. Wat er rest, kan bij typen als JK blijkbaar nog steeds niet door de beugel, maar bij typen zoals ik wel degelijk. Er zitten heel veel deskundige mensen bij de reaguurders (een naar woord waarmee ze helemaal geen moeite hebben) en de informatie die ze in hun kleine reacties geven is mij geregeld zeer van nut. Ze vertolken standpunten die je in de reguliere media niet aantreft, vertellen de bijbehorende argumenten en feiten en verwijzen naar hun bronnen. Ik zou wensen dat de reguliere media mij zo goed voorlichtten. Steeds vaker laat ik de krant de krant, ik kijk niet meer dagelijks naar Pauw en het NOS-journaal interesseert me niet echt meer.

JK c.s. zouden er goed aan doen, in het kader van je proberen in te leven, met meer goede wil de reacties op de sites van De Telegraaf, Geenstijl, Joost Niemöller en TPO tot zich te nemen. Kunnen ze echt veel van leren!

quote… debatten zijn onmogelijk als we elkaar alleen maar als vijanden zien. Wij zijn wellicht politieke tegenstanders, maar we mogen elkaar niet tot vijanden reduceren. Pag. 30-31

Kijk, daar ben ik het echt volkomen mee eens. Toch heeft JK het niet voor elkaar gekregen Wilders in zijn boek neer te zetten als een geachte politieke tegenstander. Integendeel, telkens weer bekroop me het gevoel dat hij in hem zijn vijand ziet.

Toevallig keek ik deze week weer eens naar Pauw (ik zapte er per ongeluk langs, sorry) en daar zaten JK, Maurice de Hond, Jort Kelder en nog wat anderen. Ter sprake kwam of Groenlinks bereid was om met de PVV te gaan regeren. Geen sprake van, zo bleek uit JK’s antwoord. Nu snap ik best dat je daarmee nog niet erkend hebt dat je Wilders ziet als vijand. Maar toch, de afkeer zat diep, zoveel werd wel duidelijk. Terecht werd door Jort Kelder opgemerkt dat zo’n standpunt de PVV alleen maar meer stemmen gaat opleveren, net zoals Trump meer stemmen kreeg met elke vuige uithaal van Hillary of een ander persoon uit het politieke establishment. De ‘vijanden’ van Wilders hebben het gewoon niet door hoe dat tegenwoordig werkt. Over inlevingsvermogen gesproken…

Hoe zit het met de empathie van Jesse Klaver?

aap met geliefde

“Oei, als dat maar goed blijft gaan”, bedenken sommigen zich. Inderdaad, anderen bedenken zich dat volstrekt niet. Die zeggen meteen “Oh, wat schattig”.

Dertig jaar jong, de leeftijd waarop nog maar een paar eeuwen geleden de nodige filosofen hun beroemde boeken schreven. Het kàn dus wel, een boek schrijven op die leeftijd, en zo deed Jesse Klaver. Terugdenkend aan mezelf op die leeftijd, denk ik dat ik het niet zo had gekund. Het mag gerust knap worden genoemd. Toch zijn er twee argumenten waarom het enerzijds toch ook weer niet zo heel knap is en anderzijds ook weer niet zo filosofisch doorwrocht als eigenlijk moet, wil je de geschiedenis helpen schrijven anno 2016.

Jesse Klaver – ik stel JK voor – is geholpen door een heel team op allerlei facetten. Zijn team heeft ervoor gezorgd dat ‘De empathische samenleving’ (want zo heet het hier besproken boek) niet tezeer afwijkt van het partijprogram van Groenlinks. Maar ook dat het goed leest, dat het alle tegenwoordige hete hangijzers bespreekt, dat er consistentie in zit (wat iets anders is dan dat het waar is), dat er enkele filosofen worden geciteerd en dat de genoemde feiten eerst gecontroleerd zijn.

En dat het niet zo doorwrocht is, zal hopelijk ook JK zelf ontdekken ergens in de toekomst, met het groeien van de ervaring, de wijsheid en het inzicht. Over inzicht gesproken, inzicht hangt natuurlijk nauw samen met empathie, een van de hoofdthema’s van het boek. Helemaal terecht legt JK de vinger op een zere plek. Het ontbreekt inderdaad heel veel mensen aan empathie. Hij en ik zijn het op dat punt dus eens. Toch verschillen we zeer sterk in de benoeming van wie er dan toch zo empathiegebrekkig zijn. JK is net als alle andere Groenlinksen progressief ingesteld en dat houdt in dat hij heel veel zaken ziet waar we met zijn allen echt aan moeten werken, om het onrecht dat nu nog wordt aangedaan weg te nemen. Hij neemt waar dat er bij “rechtse” – hij heeft het over nieuwrechtse – mensen een groot gebrek aan inlevingsvermogen is waar het gaat om het trieste lot van bijvoorbeeld vluchtelingen. Vandaar dat hij een soort van beroep doet op die groep om toch vooral te pogen meer empathie op te brengen. Ik schrijf bewust ‘een soort van’, want nergens doet hij dat expliciet en dat is eigenlijk wel frappant. Nergens richt hij het woord tot alleen maar die groep. Overal heeft hij het over ‘wij’, zoals “we moeten openstaan voor de frustraties van de ander…”.  Maar ook heeft hij het heel veel over ‘wij’ omdat hij verbondenheid zoekt, zoals “Mijn Nederland is een land dat ‘het wij’ groot maakt, dat insluit, niet uitsluit, dat tegenstellingen met humor en inlevingsvermogen tegemoet treedt, dat samen vreugde en verdriet deelt.” (pag. 93) Het is een manier van praten die in de allereerste plaats allen aanspreekt die niet houden van diepgaande verdeeldheid. En gelijktijdig vertelt hij dan even hoe al die tot de wij-groep behorende mensen moeten denken. Ze moeten namelijk insluiten en vooral niet uitsluiten. Dat vormt voor hem dan meteen een mooie basis om allen van die wij-groep uit te sluiten die niet-insluiten-en-wel-uitsluiten, althans naar het oordeel van de elite van de wij-groep. En dan beginnen ‘wij’ maar meteen met de exponent van de uitsluiters: Wilders.

Gek is dat toch… Gek, al dat praten over wij en ondertussen keihard een cordon sanitaire leggen – een wij versus zij vormen – om allen waarvan wordt gedacht dat ze willen uitsluiten…. Nu ben ik van mening dat niet elke poging om uit te sluiten even verfoeilijk is. Het zou dus kunnen kloppen dat JK en de zijnen terecht Wilders c.s. willen uitsluiten. En idem dito zou het ook kunnen dat Wilders c.s. terecht een groep willen uitsluiten. Om die reden zou ik nu op mijn oudere dag nooit meer schrijven wat ik op mijn dertigste wèl schreef: We mogen niemand uitsluiten! Tuurlijk mogen we individuen en zelfs groepen uitsluiten. Waar het om gaat is of dat uitsluiten moreel en ethisch verantwoord en het meest juiste om te doen is. Over die vragen moet het gaan in de debatten en in de Tweede Kamer. En daarvoor heb je absoluut mensen als Wilders nodig. In de rechtspraak hebben zowel de verdachte als het slachtoffer recht op een advocaat. In het debat moeten àlle argumenten tot hun recht kunnen komen. Alleen al de voorspellende ‘gave’ van Wilders mag zo langzamerhand toch wel een soort van bewijs van competentie worden genoemd. Elke vorm van uitsluiten van Wilders is om die en andere redenen moreel en ethisch onverantwoord en het meest foute wat je kan doen! Je hebt hem en de zijnen nodig om te komen tot antwoorden op prangende maatschappelijke problemen, ja zelfs om oorlog te voorkomen. Tot antwoorden waar een èchte meerderheid voor is en die het vertrouwen in de politiek van vele burgers weer wat doet toenemen.

Nu is het wel zo dat JK toegeeft dat Wilders er toch wel bijhoort: “Ik moet er niet aan denken dat Nederland uit alleen Klaver-Nederlanders zou bestaan. De Rutte-, Wilders- en Ozdil-Nederlanders doen er net zo toe. We wonen allemaal in hetzelfde land.” (pag. 93) Op vele andere plekken in het boekje komt Wilders er echter ‘niet goed’ vanaf, en dat is een eufemisme. Op zich is het normaal voor een politicus dat er wordt gewezen op de onderlinge verschillen. Ook is het normaal dat de politicus dat verhaal zo vormgeeft dat het eigen verhaal als beter overkomt. Maar hoever mag je daarin gaan? Mag je de ander onheus bejegenen? Rare vraag natuurlijk. Tuurlijk mag dat niet. Toch gebeurt het elke dag weer, althans naar het oordeel van Wilders c.s.. Die hebben het dan over gedemoniseerd worden. JK en de zijnen snappen daar niets van en gaan rustig door. Dan wordt er een beeld geschetst van de PVV als een totaal ondemocratische – ja zelfs dictatoriale – partij, met als argument dat er maar één lid is. Alsof in een democratie iedere politieke partij ook intern een ledendemocratie moet zijn, wat gewoon onwaar is. Het gaat er in een democratie om dat de burgers vrij zijn landelijk, provinciaal, gemeentelijk te kiezen. Iedereen is vrij om de PVV niet te kiezen; Wilders erkent dat recht honderduit en daarom is hij wèl een democraat. Zo simpel is het. Maar zo’n oersimpel verhaal kan je menig politiek betrokken Nederlander niet aan het verstand brengen. Laat ik nou denken dat dit een zeker gebrek aan inlevings- of in elk geval voorstellingsvermogen aan het daglicht brengt. Of zou het kwade wil van die mensen zijn…

JK zou nu vast willen antwoorden dat dit onheus bejegenen minstens wederzijds is en zelfs heftiger gebeurt aan de Wilders-zijde.  Zeker, het is wederzijds. Maar is het aan de Wilders-zijde echt heviger? Ik betwijfel dat. Neem nou Wilders’ uitspraak dat de Tweede Kamer een nepparlement was. Hij deed die uitspraak in de context van een debat over de asielopvang. Kamerleden applaudisseerden toen Pechtold gemeenten bedankte die asielzoekers opnamen. Volgens Wilders ging dat applaus in tegen de wil van miljoenen Nederlanders en hij vond het een nepparlement. Merkwaardig genoeg werd dat opgevat als een veroordeling van het hele parlementaire systeem en werd gemeend dat Wilders dus helemaal geen democraat was, maar eerder een potentiële dictator. Terwijl Wilders eigenlijk zei: Kom op, mede-politici, laten we hier nou eens onze taak op een professionele wijze vervullen. We zijn een parlement dat rekening hoort te houden met de stemverhoudingen, niet alleen in het parlement zelf, maar ook in het land, geen kinderspeeltuin waar we net doen alsof, en ook geen voor-wat-hoort-wat handjeklap markt, en ook geen de-meerderheid-kan-me-de-pot-op bedrijf. Ofwel, hij pleitte voor een serieuzere opvatting van de taak. Zo simpel is het. Maar zo’n oersimpele uitleg kan je menig politiek betrokken Nederlander niet aan het verstand brengen. Laat ik nou denken dat dit een zeker gebrek aan inlevings- of in elk geval voorstellingsvermogen aan het daglicht brengt. Of zou het kwade wil van die mensen zijn…

Zo kan ik nog wel even doorgaan met JK’s boek over de empathische – maar niet heus – samenleving. Dat ga ik het volgende blog doen. Dan zal ik diverse citaten uit het boekje geven met daarbij mijn commentaar. Commentaar waaruit zal blijken dat de standpunten van deze dertigjarige toch echt nog onvoldoende doorwrocht zijn en dat hij daarom geregeld foute keuzes maakt. Daar zal ik ook ter sprake brengen wat ik hier al eerder besprak.

Hoe werkt politiek-correct denken eigenlijk?

stophetzGoede vraag, al zeg ik het zelf.

DISCLAIMER: Al snel bekroop me het gevoel dat ik in dit blog de plank missla. Het blijft lezenswaardig, maar of het over politiek correct denken gaat, betwijfel ik nu, een dag later, meer en meer. Ik kom daarop zeker terug in een volgend blog.

Ik verblijf nu al een flinke tijd in kringen waar men zich elke dag weer verbijstert over politiek-correcte (PC) redeneringen. Die tieren nog immer welig, in de kranten, op de tv, op de radio en in fora. Het is de mensen in deze kring veelal direct duidelijk wanneer er sprake is van politieke correctheid en toch blijft het vaak bij een tentatief aanvoelen. Het gekke is dat velen onder mijn soortgenoten zelf in een vroeger leven al even politiek correct praatten, dus je zou verwachten dat ze weten hoe de redeneerwijze is. Toch is dat niet meer zo, althans niet meer bij mij. Het is alsof ik die redeneerwijze stukje bij beetje losliet, tegelijkertijd verving door wat Joost Niemoller ‘nieuw realisme’ noemt, waarna de losgelaten redeneerwijze als het ware vervaagde of zelfs leek te zijn verdwenen uit het geheugen. Dat is eigenlijk wel jammer, want wie verbijsterd is zal zich op manieren uiten die door de politiek correcten worden uitgelegd als uitingen van hysterie, woede, sarcasme, vijandschap, hatelijkheid en nog zo wat termen die de PC-mens in de gelegenheid stellen de eigen positie te beschouwen als onaangetast, want “verwijten van gekken moet je vooral van je af laten glijden”, zo gaat de rationalisering.

Goed, moeten ik en de mijnen dus maar eens werk maken van die verbijstering door toch maar weer in ons geheugen te duiken of ons inlevingsvermogen aan te spreken? Als het lukt zou het zomaar kunnen dat we, als alternatief voor de reactie van de verbijstering en het hoofd schudden over zoveel onbenul, ook kunnen kiezen voor een meer ‘begripvolle’ toenadering. Dan zouden we misschien vaker iets van een debat of zelfs dialoog kunnen ervaren waar ook de PC-mens niet goed omheen kan, omdat er niet het makkelijke verwijt te maken valt dat “je je niets hoeft aan te trekken van zo’n gek”.

Hoe werkte dat vroeger bij mij? Zijn mijn hersenen nog in staat om de redenering achter een politiek correcte uitspraak te bedenken? Laat ik eens de proef op de som nemen en in een drietal blogs drie van zulke uitspraken oprakelen uit wat ik dezer dagen oppikte (en waar ik me inderdaad over verbijsterde).

Wilders radicaliseert

Het radioframent werd alsvolgt aangekondigd: Geert Wilders is aan het radicaliseren, dat betoogt politicoloog Jasper Klapwijk bij Dit is de Dag. Volgens hem is het verkiezingsprogramma van de PVV zelf nog radicaler dan de vorige verkiezingen. ‘We zijn zo gewend aan de radicale opvattingen van Wilders dat het nauwelijks meer opvalt, maar hij schuift stapje voor stapje op. Waarom maken we ons daar niet meer zorgen over? Met een totaalverbod op moskeeën en korans schendt hij artikel 1 van de grondwet.’

Politicoloog Klapwijk beschuldigt Wilders ervan artikel 1 van de Grondwet rechtstreeks aan te vallen. Wilders, zo stelt Klapwijk, wil één religie verbieden ofwel hij wil één groep uitsluiten van Artikel 1 van de Grondwet en dat zijn moslims. Van Jasper Klapwijk mag Wilders dat allemaal zeggen, want ook hij gelooft in de vrijheid van meningsuiting, maar dat wil niet zeggen dat “wij” (sic) daar niks over mogen zeggen. De mensen die op Wilders willen gaan stemmen moeten “we” duidelijk maken waaròm er godsdienstvrijheid is en dat ook de Koran gewoon verkocht moet kunnen worden. Gevraagd naar wie “wij” zijn legt Klapwijk uit dat dit de niet-radicale partijen zijn. Hij noemt de voorstellen van Wilders illegaal en haalt daarbij ook de uitspraak van het Franse gerechtshof over de boerkini aan, die heeft bevestigd dat het verbieden van de boerkini niet mag gelet op de Franse wet. Wilders is volgens Klapwijk geen fascist, maar wel “een extreme nationalist”. Dan nog zijn uitsmijter: “Ik wil ook graag mijn godsdienst blijven belijden en als dat voor moslims onmogelijk gemaakt wordt, wie zegt dat ik niet de volgende ben”.

Tot zover de kern van zijn betoog. Zoals gezegd, mij verbijsterde het hele interview, maar menig ander luisteraar zal het als muziek in de oren geklonken hebben. Waarom noem ik Klapwijk politiek correct? Klapwijk betoont zich een heel braaf volger van ‘de grondwet’, met name van Artikel 1, volgens velen de basis van al het erop volgende. Wee degene die het waagt om de grondwet, laat staan juist dàt artikel, te tarten, zelfs al gaat het om een miniem gedeelte ervan. Toch is het niet alleen een kwestie van braaf die grondwet verdedigen, maar ook er zelf van overtuigd zijn dat je die grondwet, of in elk geval dat eerste artikel, als de beste begrijpt. Als bijvoorbeeld Wilders zich zou verweren door – verbijsterd, of ‘boos’ – te zeggen dat Klapwijk dat Artikel 1 verkeerd interpreteert, dan zou Wilders bij Klapwijk op compleet onbegrip stuiten. Nee, dan is het juist Wilders die, zelfs kwaadaardig, dat artikel naar zijn hand zet. En Klapwijk wéét dat hij in die redenering kan rekenen op de sympathie en morele steun van allen bij de “niet-radicale partijen”. Dat laatste is trouwens een niet onbelangrijk deel van politiek correct denken; er wordt zo al doende gedaan aan netwerken en (beïnvloeding van) toekomstige coalitievorming. Een ander ‘signaal’ van zijn politiek correct denken is zijn niet aflatend geloof dat de Islam een reguliere en te respecteren godsdienst is. Het duidt erop dat Klapwijk alle feiten die deze kijk op de Islam uitdagen òf niet tot zich heeft willen nemen òf met de nodige rationaliseringen op een dusdanige wijze gebagatelliseerd heeft dat zijn idee dat het een gewone en te respecteren godsdienst is volledig in stand houdt. Klapwijk noemt Wilders géén fascist, wat eigenlijk òòk politiek correct is, want zou hij dat wèl doen, dan zouden zelfs velen uit de niet-radicale partijen over hem vallen en zou zijn strategie om te netwerken schade oplopen. Wel noemt hij hem een extreme nationalist, een typering die blijkbaar nog net wèl kan in de PC-kringen. Wilders cum suis vinden dat natuurlijk een schandelijk geval van framing en zodoende weinig politiek correct, maar het is niet Wilders waarmee Klapwijk wil netwerken. We zien dus dat politiek correcte mensen niet alleen hun eigen interpretatie van de werkelijkheid hebben, maar evengoed zeer beledigend kunnen zijn. Beledigen is weinig correct, maar het mag – nee, moet – schijnbaar als het dè manier is om aansluiting te vinden bij de gevestigde “niet-radicale” politieke partijen. Mensen als Wilders beledigen schijnt wèl te mogen, nee, zelfs te moeten. Niet expres natuurlijk, maar “hoe moet je hem anders noemen” en “maar dat is hij toch gewoon, extreemrechts?”. Als Wilders cum suis zo’n zelfde verweer zou geven, zou niet worden geloofd dat het niet expres beledigend bedoeld is: “Dit is nou eenmaal een nepparlement, ik kan er niks anders van maken!”. Tenslotte denkt Klapwijk als uitsmijter een mooie oneliner neer te zetten. Ik stel me zo voor dat hij het heeft ingestudeerd en dat hij het er niet spontaan uitflapte: “Ik wil ook graag mijn godsdienst blijven belijden en als dat voor moslims onmogelijk gemaakt wordt, wie zegt dat ik niet de volgende ben”. Deze uitspraak getuigt ervan dat hij helemaal niks begrijpt van Wilders’ redenering en visie op de (westerse) wereld. Ik schreef het al en ook hierop is het van toepassing: òf hij heeft die redenering en visie niet tot zich willen nemen òf hij heeft er de nodige rationaliseringen op losgelaten. Heel misschien is het een kwestie van domheid, maar als ik dat zeg, dan wordt dat vast als belediging opgevat.

Goed, nu over de heipalen die onder het platform staan waar vanaf Klapwijk zijn redeneringen de wereld in stuurt. De eerste is dat de Islam een reguliere en te respecteren godsdienst is. Wie dat echt vindt ZOU evengoed zich kunnen trachten voor te stellen dat anderen dat niet vinden en waarom die anderen dat niet vinden. Het ZOU zo kunnen zijn dat je na grondige bestudering van ook alle islamkritiek toch hebt besloten te oordelen dat de Islam regulier en te respecteren is. Maar zou je dan Wilders zo aanvallen als Klapwijk deed? Ik geloof daar niets van. Ik denk dat Klapwijk zich amper heeft verdiept in de islamkritiek. Het lijkt me dan ook dat een islamcriticus hem zou moeten uitdagen zich meer te verdiepen in juist de islamkritiek. Mocht Klapwijk zich beledigd voelen, want “ik ben wetenschappelijk geschoold en ook nog eens politicoloog”, dan is het mij wel duidelijk: er is dan sprake van een voorlopig niet-permeabele barrière (of: een diepe kloof) en er zal eerst echte oorlog moeten uitbreken voordat deze persoon schoorvoetend iets van islamkritiek zal gaan lezen. Een andere heipaal is dat hij Wilders eigenlijk niet op zijn woord gelooft. Nee, hij meent een gezond soort argwaan te delen met alle andere mensen van de “niet-radicale” partijen. Als we die Wilders zijn ongelimiteerde gang laten gaan, dan loopt het niet alleen voor de moslims slecht af, maar voor ons allemaal, zo redeneert de argwanende. Nu zit er wel wat in: Als we een willekeurig politicus zijn ongelimiteerde gang laten gaan, dan zal slechts een handjevol daarvan die macht niet misbruiken. Maar ik schreef al: willekeurig politicus. Het zal net zo hard kunnen gelden voor Samsom, Pechtold, Roemer, Marianne Thieme en Jesse Klaver. En daarom hebben we mechanismen in onze wet ingebouwd die moeten voorkomen dat een politicus zijn ongelimiteerde gang kan gaan. Wilders is democraat bij uitstek, dus waarom wordt bij hem dan een andere meetlat gebruikt? Er is geen enkele aanwijzing dat de PVV ooit het katholicisme of andere persoonlijke religie zal willen verbieden. Nou, suggereer dat dan ook niet! Geloof hem gewoon op zijn woord! Maak geen stropop van hem.

Wie analyseert welke heipalen het platform van de politiek correcte denker stutten, zou in plaats van verbijsterd reageren de aandacht op die heipalen kunnen richten, zo van: “Je lijkt je redenering te baseren op dit-en-dat grondidee. Weet je zeker dat je daarmee wel goed zit? Ik heb er namelijk de volgende kritiek op…”

Maar ja, voor zo’n verstandige aanpak moet je natuurlijk wel eerst je verbijstering in toom zien te krijgen. Valt niet altijd meevalt, althans mij niet.


Update (een dag later)

Ging het in dit blog eigenlijk wel over politieke correctheid? Laten we eens lezen wat Wikipedia eronder verstaat:

Politieke correctheid is een term voor voorzichtig taalgebruik over, of het vermijden van, onderwerpen die politiek gevoelig liggen, om belediging (van met name minderheden) te voorkomen. Kwesties die bijvoorbeeld betrekking hebben op ras, geslacht, religie, seksuele geaardheid of handicap worden door middel van zelfcensuur gefilterd om niemand te benadelen. Politiek correct taalgebruik verandert niet zelden met de tijd. Zo kan ‘invalide’ in de ene periode een welkom alternatief zijn voor ‘kreupel’, maar later zelf weer als te hard worden ervaren en langzaamaan worden vervangen door een term als ‘gehandicapte.
De term ‘politieke correctheid’ wordt in rechts-conservatieve en nationalistische kringen vaak gebruikt in een pejoratieve zin, vanwege de kritiek dat het om een censuurmiddel zou gaan.

Zo op het eerste gezicht ging het dus niet over PC, althans als we Wikipedia als uitgangspunt nemen. Kern is dan dat men door een bepaalde, veelal eufemistische, woordkeuze wil voorkomen dat een minderheid zich beledigd zou kunnen voelen. Wel denk ik dat er bij de definitie van Wikipedia nog een aspect mag worden bijgeschreven: Eveneens beoogt politieke correctheid aansluiting te zoeken bij de standpunten en de woordkeuzen die populair zijn bij de leiders van de (andere) gevestigde politieke partijen. Mogelijk geldt dit aspect niet in alle landen, maar anno 2016 wel in Nederland en menig ander Europees land. Het zoeken van die aansluiting dient twee doelen. Enerzijds weet men zich er dan van verzekerd geen controversiële (bijvoorbeeld beledigende) uitspraken te hebben gedaan, anderzijds wordt die aansluiting om politiek-strategische redenen voornaam geacht. Dit aspect neemt de vorm aan van uitspraken die nooit over de grenzen heen zullen gaan die getrokken zijn door degenen waarbij men aansluiting zoekt. Zodoende zal er van een gewaagde, mogelijk verontrustende of als belediging op te vatten, analyse met bijbehorende standpunten en woorden nooit sprake zijn, ook niet als er voldoende feiten voorhanden zijn die dat logischerwijs wel zouden rechtvaardigen.

Mocht dat aansluiting-willen worden geaccepteerd als aspect van politiek correct denken, dan ging dit blog er toch wel over. Ik laat het oordeel over aan de lezer.

Nogmaals, de persontmoeting met Wilders op 22 maart 2014 na zijn minder-uitspraak

Het kostte me enige moeite de ‘persontmoeting’ met Wilders kort na de minder-uitspraak terug te vinden, maar hier is ‘ie dan toch. Iedereen die denkt zeker te weten dat Wilders destijds zwaar over de schreef is gegaan raad ik aan om er nog eens integraal – dus in zijn geheel – naar te kijken en goed te luisteren. Lijkt me op deze dag – de dag nadat het OM besloot om Wilders daadwerkelijk te gaan vervolgen – een nuttige tijdsbesteding. Immers, wie wil nou zijn eigen be- of veroordeling van Wilders slechts baseren op de eigen onderbuik? Niemand toch? Dus, neem de feiten tot je. Kijk en luister!

Interview met gewoon verstandige Wilders

Zonet het interview met Wilders bekeken. Ik heb hem op geen enkel fout of ophitsend of provocatief woord kunnen betrappen. Het was alleen maar verstandige praat. Wie daar diametraal anders over denkt heeft op zijn best een fundamenteel andere mening, maar waarschijnlijker vooral blijvende last van vooroordeel en zelfingenomenheid. En daar laat ik het vandaag bij.

Hier het interview.

Zihni Özdil is zelf zo’n luie denker

RacismeOost13of-1Zihni Özdil, wie kent hem niet. Nou ja, ik kende hem niet, maar ik lees dan ook niet of nauwelijks het NRC. Daar is hij columnist. Ook zie ik nu dat hij schrijft voor JOOP.NL. Zijn geld verdient hij vooral als docent wereldgeschiedenis aan de Erasmus Universiteit. Nu.nl ‘analyseerde’ onder andere met hem de uitlatingen van Wilders tijdens de algemene beschouwingen (“nepparlement”). Aanvankelijk bevielen zijn woorden me wel: Lees verder

Dr. Martijn de Koning mythologiseert: “Islamofobie bestaat”

Dit zijn uiteraard niet gemiddelde moslims.

In februari dit jaar schreef ik over de antropoloog Dr. Martijn de Koning. Zie Dr. Martijn de Koning is een useful idiot, helaas. Daarin schreef ik o.a.:

‘De Koning begaat wetenschappelijke doodzondes, alleen al door islamofobie als echt bestaand te poneren.”

De afgelopen maand heeft Dr. De Koning gepoogd ons allen te bewijzen dat islamofobie wel degelijk bestaat. Maar liefst 5 hele blogs waren er blijkbaar nodig om alle “mythen” rond islamofobie te ontkrachten. Die blogs zijn vast niet geschreven als antwoord op mijn woorden; hij krijgt die kritiek wellicht om de haverklap. Ik heb de moeite genomen ze allen te lezen, maar het kostte me wel moeite om vol te houden, want ik ergerde me steeds opnieuw. Op zich is het tot daaraantoe dat hij opmerkt dat de term niet door Khomeiny is geïntroduceerd, maar hebben de enkelen die dat schijnen te beweren dus daarmee helemaal ongelijk? Het kan immers ook zo zijn dat Khomeiny niet de bedenker was, maar het woord wèl in belangrijke mate gepopulariseerd heeft, door het veelvuldig te gebruiken om islamcritici de mond te snoeren. En wat doet het eigenlijk ertoe? Volgens mij is de enige relevante vraag of islamofobie een term is die wetenschappelijk verantwoord mag worden gebruikt en mijn standpunt is: NEE, dat mag niet. Wat er ook eventueel klopt van zijn ontmythologisering in de verdere blogs (2, 3, 4), het doet er niet toe. Alleen blog 5 is echt het bespreken waard. Dat draagt als titel: Mythe 5 – Islamofobie bestaat niet.

Heel misschien ben ik bereid om toe te geven dat er vast wel gevalletjes echte islamofobie bestaan, zoals er ook irreële angst voor spinnen bestaat. (Opeens zie ik kleine kinderen voor me die uit angst aan moeder’s rok gaan hangen als een moslim langsloopt. Het zal toch niet? Toch niet hier? Nog niet althans?) En àls dat zo is, dan zou Dr. De Koning inderdaad mogen beweren dat het op zich wel bestaat en dat dus iedereen die het bestaan ervan ontkent ongelijk heeft. Maar dat is zo ver gezocht. Immers, wanneer mensen zeggen dat er geen islamofobie bestaat, dan bedoelen ze dat al diegenen die door mensen als De Koning islamofoob worden genoemd dat helemaal niet zijn. En die mensen hebben vrijwel altijd helemaal gelijk; hun islamkritiek is géén fobie. Hen benoemen als islamofoob is een poging om hen weg te zetten als bange en enge lieden die een verstandig mens niet serieus hoeft te nemen.

Ik zou nu dit blog kunnen afsluiten, want er is eigenlijk niets méér over te zeggen. Maar De Koning haalt allerlei voorbeelden aan die een naïef lezer het gevoel zouden kunnen geven dat De Koning dùs gelijk heeft, want die heeft meer moeite gedaan om argumenten en feiten op te sommen dan Van Lenth. Dat is natuurlijk een schijnargument, want stel dat iemand beweert dat het maanoppervlakte onder andere bestaat uit pindakaas en diverse ‘feiten’ en ‘argumenten’ opsomt, heeft deze persoon dan méér gelijk dan degene die volstaat met zeggen dat het onzin is? Moet zo’n bewering echt tegengesproken worden met opsomming van andere feiten en argumenten om het te winnen? Ik meen van niet; een beroep op het gezond verstand mag ook een rol spelen.

Het is dat De Koning een paar uitspraken doet die een snelle reactie mogelijk maken, dus ik hap, zal ik maar zeggen. Maar ik doe dat wel met mate, want we blijven niet bezig. Hier zijn de opvallendste.

“Het is (indachtig de eerder gegeven definitie) pas islamofobie wanneer je, bijvoorbeeld, stelt dat gegeven het feit dat de islamitische tradities doctrines kennen over jihad, moslims anders zijn en/of dat je daarom moslims anders moet behandelen dan anderen. “

De Koning erkent dus dat er binnen de islam doctrines zijn, maar meent blijkbaar dat het islamofobie is als we daar zekere conclusies aan verbinden, met name als er gesteld wordt dat moslims dùs anders zijn. Echter, ik heb nog nooit iemand het zo algemeen horen verwoorden. En wat is ‘anders behandelen’? Misschien bedoelt iemand er wel mee dat moslims hun eigen identiteit gegund moet worden.

“Het is islamofobie wanneer je op generaliserende wijze stelt dat het Westen superieur is aan islam (en dus moslims), “

Het is zeker geen fobie om te menen dat de westerse normen en waarden (van de Verlichting) beter zijn dan die van de islam. Als het goed is dan meent bijna iedereen dat de eigen normen en waarden beter zijn dan die van anderen. Immers, anders was iemand wel eerder overgestapt op de n&w van die anderen. Ook speelt mee dat bepaalde n&w op de ene plek op aarde beter tot hun recht komen dan op een andere. Wanneer hier in Nederland de westerse n&w goed werken, naar het idee van de Nederlanders, dan zullen ermee strijdige n&w als ‘minder’ worden ervaren, want ze zijn … inderdaad strijdig met de eigen n&w. Met islamofobie heeft deze kijk op de wereld niets te maken.

“het is islamofobie wanneer je stelt dat er geen moskee mag komen want er is genoeg islam of islam/moslims hebben al voor ellende gezorgd, “

Wie meent dat hier in Nederland de islam vooral voor narigheid zorgt, kan desgewenst een enorme rits anekdotes en wetenschappelijke onderzoeken aanhalen. Wat dat betreft is er de laatste tijd veel onderzoek verricht. De tijd dat dit islamofoob genoemd werd, zou allang achter ons moeten liggen, gezien de recente geschiedenissen.

“het is islamofobie wanneer je stelt dat angst voor islam en alle moslims logisch of terecht is omdat er moslims zijn die terroristische aanslagen plegen, “

Er zijn amper mensen te vinden die stellen angst voor àlle moslims te ervaren. Althans, ik kom ze nooit tegen. Geen criticus laat zijn uitspraken gelden voor allen, ook Wilders niet. Verder is er angst én bezorgdheid. Menigeen geeft aan bezorgd te zijn, wat dan door mensen als De Koning wordt afgedaan als angst. Maar toegegeven, recente gebeurtenissen leidden bij steeds meer mensen tot verergering van de bezorgdheid, en ja, dat zou je wellicht angst mogen noemen. Maar is het daarmee dus irreële angst? Hoeft niet.

“het is islamofobie wanneer je stelt dat de term islamofobie aanstellerij is omdat er andere moslims zijn die christenen en joden vervolgen, “

Ook die bewering(en) kom ik nooit tegen. Wel de beschuldiging dat de term wordt gebruikt om islamcritici de mond te snoeren.

“het is islamofobie wanneer je stelt dat moslims moeten integreren vanwege islam, “

Wat is er mis met de eis om te integreren??? Ik zie dat niet.

“het is islamofobie wanneer je stelt dat moslims minder rechten zouden moeten krijgen wegens islam/moslims, “

Minder rechten? Ook deze hoor ik nooit genoemd worden. Wat ik wèl hoor, is dat moslims niet extra rechten moeten krijgen. Het is het argument dat moslims door bepaalde subsidies in de gelegenheid worden gesteld om het land te ‘islamiseren’.

“het is islamofobie wanneer je stelt dat een moslim liegt wanneer hij/zij zegt dat islam vrede is want volgens jouw interpretatie is islam dat niet en moeten moslims dus anders behandeld worden, enzovoorts. “

Er zijn serieuze onderzoeken die erop wijzen dat ‘taqiya’ echt bestaat. Als dat zo is, dan is dat een serieus probleem dat vooral niet ontkend of gebagatelliseerd moet worden.

“Islamofobie is daarmee deels vooroordelen en stereotyperingen, “

Gek toch… in alle jaren/decennia dat ik best wel positief over de islam dacht had ik er beduidend minder verstand van dan tegenwoordig. Wat velen niet beseffen is dat vooroordelen en stereotyperingen òòk kunnen leiden tot een te mooi beeld. En met name dat is vroeger gebeurd. Onze verre voorouders wisten wel beter, maar wij en onze ouders hebben schijnbaar niet de kennis en ervaringen van die verre voorouders overgeleverd gekregen. Op zich is het goed om af en toe met een schone lei te beginnen. Maar we hebben overdreven, zo ontdekken we de laatste jaren.

“Islamofobie is daarmee deels gebaseerd op emoties (angst en haat), “

Angst heb ik al besproken. Blijft haat over. Is het haat als je negatief bent over een religie? Volgens mij is haat een zeer specifieke emotie. Die zeer specifieke emotie tref ik maar zelden aan. Ook Wilders toont die zeer specifieke emotie nooit. Ja, na een uitspraak stond er dan wel weer in de krant dat hij “boos” was, of nee, dat hij “woedend” was. Ik vond het elke keer weer ‘knap’ hoe mensen die emoties hadden weten op te maken uit zijn optreden. Het heeft er alle schijn van dat het toekennen van haat en woede aan je opponenten slechts een middel is in de discussiestrijd.

Afijn, het zal duidelijk zijn dat Dr. Martijn de Koning slechts één doel had, namelijk het verder bevorderen van de mythe dat islamofobie bestaat.